WETTIG OPIUM

Van 1613 tot 1942 is er handel in opium gedreven door de Nederlandse Staat in de Indonesische archipel. In 1613 begon als eerste Gouverneur-Generaal Both. Hij verkocht 200 pond opium (ook wel amfioen genoemd) in de Molukken, acht jaar na de verovering van Ambon. Daarna veroverde de VOC het monopolie op de opiumhandel.

Het waren de Japanners die in 1942 aan de drugsdealerij van de Nederlandsche Staat een einde maakten.

In de tussenliggende eeuwen is er heel veel geld uit de opium-handel gesleurd ten bate van de Nederlandsche Staat en ten koste van de verslaafden. Het was een belangrijke en voortdurende bron van inkomsten uit het Oost-Indische wingewest. Toch waren er wel bedenkingen. Er ontstonden ethische bezwaren. Maar:

"Al in de negentiende eeuw werd er voortdurend gezocht naar morele motiveringen voor elke verandering in het door de regering gevoerde opiumbeleid. Werd de prijs van opium verlaagd, dan was het doel, het gebruik door de bevolking van gesmokkelde opium te beperken. Werd de prijs verhoogd, dan was het doel precies hetzelfde! Maar in feite was de 'ethische jas' niet anders dan een vermomming: het beleid werd bepaald door het financiële belang van de staat."

Dit is een citaat uit het voorwoord dat prof. dr. W.F. Wertheim heeft geschreven voor het boek:

WETTIG OPIUM
350 jaar Nederlandse opiumhandel in de Indische archipel
geschreven door Ewald Vanvugt
uitgegeven door ONZE TIJD/IN DE KNIPSCHEER
ISBN 90 6265 197 6

Zie ook:


[terug]     Valid HTML 4.01 Transitional