De Perkoempoelan Islam

Eedsaflegging bij een huwelijk in het haagse stadhuis
De Perkoempoelan Islam is in 1932 opgericht. De vereniging stelde zich onder andere tot doel te komen tot een bedehuis en een begraafplaats.
Op de eerste algemene vergadering in oktober 1932 werd de Koningin hulde gebracht en erkentelijkheid betuigd voor de koninklijke goedkeuring. Nog in 1932 werd een deel van de algemene begraafplaats aangewezen als Islamitische begraafplaats. In 1935 kwam in Den Haag een ruimte ter beschikking voor godsdienstonderwijs en als gebedsruimte.
De Perkoempoelan Islam vervulde allerlei taken, niet alleen bij geboorte, huwelijk, scheiding, ziekte en begrafenis, maar ook bij het regelen van slametans, het schrijven van brieven, vertaalwerk en kontakten met de overheid.
De Perkoempoelan Islam groeide geleidelijk uit tot de algemene vereniging van alle Haagse Indonesiërs, in 1940 telde zij driehonderd leden.
In de oorlog zette de vereniging haar werkzaamheden voort. Dat was harder nodig dan ooit. Bij voorzitter Kassanna thuis, aan de Obrechtstraat 220 vond de verdeling van geld, kleding en voedsel plaats. De vereniging had zich verzekerd van de steun van een aantal studenten en afgestudeerden. De artsen Abdoelrachman, Moerti Moerman en Soejarno hielden wekelijks consult ten huize van Kassanna, waar zieke Indonesiërs zelfs werden verpleegd. Bovendien kon de Perkoempoelan Islam rekenen op de steun van de Leidse jurist Zairin Zain en de Rotterdamse economen Soemitro Djojohadikoesoema en Saroso Wirodihardjo. Zij ook slaagden erin de fondsen aan te boren waaruit de vereniging haar activiteiten betaalde. Het secretariaatswerk werd verricht door Soemitro's zuster Soekartini, die Engels studeerde, en ekonomiestudent Tharir Ibrahim.
De Perkoempoelan Islam verliet zich voor deze steun op een groep afgestudeerden die in politiek opzicht duidelijk van mening verschilden met de Perhimpoenan Indonesia, terwijl ook verschil in religieus opzicht een rol speelde. Op organisatorisch niveau was er dan ook geen sprake van de samenwerking tussen Perkoempoelan Islam en de Perhimpoenan Indonesia. Op het persoonlijke vlak waren er natuurlijk contacten maar de praktische hulpverlening en het illegale werk speelden zich gescheiden af.
bron
[Terug]