arrestatie luchtalarm

10 mei 2005

Op dinsdag 10 mei wandelde ik in Den Haag over de Paviljoensgracht, en de Lutherse Burgwal naar de hoek met de Grote Marktstraat voor de folder actie van het Haags Luchtalarm. Ik had twee stofkapjes bij me en ik bond er één voor mijn neus. Ik groette Frans en Bob van het Haags Milieucentrum, die probeerden een alternatief verkeersbord aan een lantaarnpaal vast te maken. Vreemd genoeg is dat geen officieel bord. En daar kwam ook Joris Wijsmuller aangelopen, het raadslid voor de Stadspartij. We bevonden ons bij een nauwe en zeer drukke verkeersader waar de lucht zo zwaar is vervuild dat de normen die zijn gesteld aan de maximale hoeveelheid smerigheid die toelaatbaar is voor de gezondheid vaak sterk worden overschreden. Dat is nu al een jaar of tien het geval. Dat wordt bewezen door een meetpaal op de Veerkade van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu. Onder welke omstandigheden de normen precies worden overschreden is niet goed duidelijk. Vermoedelijk is het minder smerig als het hard waait en regent. Maar de wethouder voor milieu beweert dat de vervuiling uit het buitenland komt en van zee, dus zou het ook gevaarlijk kunnen zijn als het waait. Het vreemde is dat de wethouder niets doet om te onderzoeken welke omstandigheden precies verantwoordelijk zijn voor de overschrijding van de maximaal toegestane waarden. Hij wil kennelijk niet weten wanneer hij de bewoners moet waarschuwen voor de allerergste vervuiling. De gemeente gooit overal stadskranten in de bus en heeft diverse websites, en zendtijd, maar de gemeente zwijgt in alle media over het gevaar van de luchtvervuiling. Nee, herstel; zwijgen is niet goed uitgedrukt. De wethouder van milieu, Smits van het CDA, bagatelliseert de vervuiling en de gevaren. Hij doet er veel aan om klagende buurtbewoners af te schilderen als aanstellers. Daarom is het hoog tijd om zelf maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en de alarmklok te luiden.

Bob had een hoop kranten en pamfletten om uit te delen. Dat vind ik altijd wel aardig om te doen dus ik pakte een flinke stapel en begon ze uit te delen. Het publiek reageerde heel positief.

Na een half uurtje waren mijn kranten en folders op. Ik zag Marijke zonder stofkapje en ik vroeg haar waarom ze het had afgedaan, want ik had haar nog wel een luxe exemplaar gegeven. Ze antwoordde vaag en ontwijkend. Toen zag ik aan de overkant een politiebusje geparkeerd worden. Er stapten ME-ers uit. Ze waren zonder helm, schild of knuppel maar wel bewapend en in stoeipak en ze droegen daarbij vlotte baseball-petjes. Groepsgewijs staken zij over naar onze kant van de straat en de voorste, de commandant zeker, liep op me af en vroeg naar de woordvoerder. Hij keek mij aan. Hadden wij een woordvoerder? Hoewel ik de langste was in ons gezelschap, wat waarschijnlijk de reden was dat ik werd aangesproken, wist ik dat niet, en benieuwd wachtte ik af hoe, en met wie de beambten van plan waren een praatje aan te knopen; zelf deed ik er het zwijgen toe. Ik was benieuwd wat deze knokploeg kwam doen want ze maakten een misplaatste indruk.

De toon en de houding van de beambten was op militaire leest geschoeid, zij waren gekomen om bevelen te geven en niet om iets uit te leggen of om te luisteren. Ik schuifelde wat opzij om een overzicht te krijgen. We stonden bij een drukke oversteekplaats waar het een komen en gaan was van voetgangers aan beide zijden van de straat. Zowel aan mijn kant als aan de overkant stonden ME-ers, een stuk of zeven denk ik.

De eigenaar van de lampenwinkel was ook buiten, verontrust door het verschijnen van de rellenclub waarschijnlijk. Frans en Joris stonden te praten met de ME commandant over een vergunning voor een demonstratie en ik zag dat Bob een foto wilde maken. Ik zag een hand voor de lens verschijnen. Een ME-er belette het maken van foto's... Bob reageerde nauwelijks. Ik schuifelde richting ME-er die de hand voor de lens had gehouden en vroeg waar dat voor nodig was. Zijn antwoord was dat je eerst kontakt moest opnemen met het buro voorlichting om toestemming te krijgen voor het maken van foto's.

Dat was natuurlijk een flagrante leugen en ik had de man meteen om zijn legitimatie moeten vragen om hierover een klacht in te dienen. Maar ik was reëel.

In plaats daarvan vroeg ik verbaasd of we in nederland geen persvrijheid meer hebben. Nou dat wel hoor als je maar eerst toestemming gaat vragen. Cynisch vroeg ik of er soms auteursrecht op de uniformen rust. De commandant antwoordde toen grijnzend dat er auteursrecht op zijn gezicht zit. En toen vroeg hij om mijn legitimatie. Ik vroeg hem of hij een reden had voor dat verzoek. De situatie was opeens haastiger. Commandant vroeg of ik dus geen legitimatie had? Nee, zei ik duidelijk. Dan ga je mee, concludeerde de commandant. Ben ik aangehouden? Waarom, vroeg ik, maar een antwoord kreeg ik niet en er ontstond gedrang. Men vond dat ik mee moest terwijl mijn standpunt was dat ik een gesprek voerde. Ik vroeg of de commandant zich kon legitimeren. Daarop werd ik stevig naar een inmiddels voorgereden busje geduwd waarvan de schuifdeur al open stond. Ik hoefde alleen nog maar als een mak stuk vee naar binnen te vallen.

Ik besloot de schuifdeur dicht te doen. Toen werd ik van achter hard aangepakt en door de zijspiegel geduwd, die gelukkig zonder veel weerstand afbrak, en op de voorkap van de wagen gedrukt door een aantal personen. Ik zette me schrap, werd aan mijn haren getrokken en hoorde iemand roepen "peper 'm peper 'm dan". Mijn armen werden op mijn rug gedraaid en ik werd strak geboeid aan mijn polsen. Ik werd op de stoep, tegen de gevel van de verlichtingswinkel gezet om te wachten tot het raadslid Wijsmuller in elkaar geslagen was. Ik hoorde Joris roepen "als jullie nou even normaal doen dan ga ik wel mee hoor."

Na Joris en Frans moest ik het busje in en de commandant kwam naast me zitten. De ME-commandant was behoorlijk verontwaardigd. Hij draaide zich om naar Joris en met een rood hoofd, een opgeheven vinger en luide stem bezweerde hij dat een raadslid een voorbeeldfunctie hoort te vervullen. Ik zag dat hij zwaaide met een bloedende vinger en attendeeerde hem daarop. Het busje draaide, om de vijfhonderd meter naar het politieburo te rijden en stopte voor een stoplicht. "En die vent in dat rode jasje moet ik ook nog hebben, die trapte zo de zijspiegel van de bus" verklaarde de commandant krijgslustig. "Dat was ik", vertelde ik hem toen meteen om te voorkomen dat er nog meer vergissingen zouden worden begaan. Hij keek een beetje beduusd naar de hele blauwe jas die naast hem zat. Ik voegde er nog aan toe dat ik het er niet af had getrapt maar er doorheen was geduwd.

Op het buro alles uit de zakken halen, inleveren, fouilleren, etc. In de cel hoorde ik urenlang een jongen enorm hard boos en angstig schreeuwen en op de deur bonken. Een ander, ook auditief maar positiever ingesteld was talentvol aan 't trommelen en kon zeer luid zingen. Het was een heel bizonder hoorspel.

Rond half vijf werd ik opgehaald door een recherchesse met een tongpiercing voor een gesprek op een verdieping hoger. Telefoneren? Mocht niet. Ik vroeg of ik aangifte kon doen. Zij wilde dat ik eerst een verklaring als verdachte aflegde. Ook goed. Nadat het was uitetypt en uitgeprint keek ik het verhaal na, tekende en moest terug de cel in. Daar had men een commercieë radio station keihard aangezet op de intercom speaker. Ik besloot niet te klagen, stopte mijn oren dicht en wachtte af. Na ongeveer een uur werd het geluid afgezet. Om een uur of zes kwam het eten, nasi zonder bier, en om een uur of zeven mocht ik gaan. Ik kreeg mijn spullen terug en vroeg om een kopie van mijn verklaring. Die kon ik niet krijgen. Ze geven alleen verklaringen mee als je zelf aangifte hebt gedaan. Toen werd ik, eigelijk voor het eerst, nijdig. Ik weigerde te tekenen voor ontvangst van mijn spullen en ik vroeg of ik dan aangifte kon doen. Dat kon maar ik moest dan omlopen en door de voordeur weer naar binnen.

Ik liep om via de hoofdingang naar de balie. Ik moest daar tot drie keer toe uitleggen wat ik kwam doen. De agente aan de balie verdween. Na enige tijd liep Joris Wijsmuller langs en hij wachtte met mij. Joris vertelde een beetje besmuikt dat hij tijdens zijn arrestatie veels te pedant had uitgeroepen "weetjewel wie ik ben!" wat nota bene was uitgezonden door Radio West. Hij is een raadslid naar mijn hart... Toen de agente weer verscheen vertelde ze dat de recherche op dat moment geen tijd voor mij had. Maar ik mocht wel wachten als ik dat wou. Ik wenste haar goedenavond en wandelde met Joris de stad in.


Aanvullingen

Na wat reacties op het Wereldwijdeweb heeft de heer Kool aangifte tegen mij gedaan bij de politie wegens smaad. De politie heeft me een brief gestuurd waarin ik dringend werd verzocht om me te melden op het buro. Ik heb een briefje teruggestuurd waarin ik uitleg dat ik deze zaak liever schriftelijk afhandel. Daarna werd ik opnieuw verzocht op het buro te verschijnen. Ik heb er niet nog een keer op gereageerd. Vervolgens kreeg ik een brief met een aantal vragen. Die heb ik beantwoord.
Het overzicht van de correspondentie staat hier.
Cathelijne heeft een klacht ingediend bij de korpsbeheerder van de politie.
Joris Wijsmuller houdt zich overigens natuurlijk ook met deze zaak bezig.

Verwijzingen naar meer informatie

  1. geertje.web-log.nl
  2. hanneszeehond.web-log.nl
  3. www.frankwatching.com
  4. miguelsloendregt.web-log.nl
  5. www.denhaag.pvda.nl
  6. www.denhaag.org
  7. www.davidrietveld.nl
  8. Persverklaring van het Haags Milieucentrum en de Haagse Stadspartij
  9. Identificatieplicht leidt tot inperking demonstratierecht
  10. Enige verwarring bij Indymedia
[huis]