Chef bureau Jan Hendrikstraat
t.a.v. de hoofdagent M.R. Braat
Postbus 264
2501 CG 's-Gravenhage

's-Gravenhage, 24 mei 2005

Geachte M.R. Braat,

Uw brief van 23 mei waarin u mij dringend verzoekt om 24 mei om negen uur 's ochtends te verschijnen aan uw bureau heb ik ontvangen. Op 14 mei had ik al via de Haagsche Courant krant vernomen dat er aangifte is gedaan door de fractievoorzitter van een college-partij, de heer Kool. Een woordvoerder van de politie die in dit medium werd geciteerd sprak over een serieuze zaak en legde een verband met bedreiging.

Ik wil graag van u weten waarom u heeft gewacht met het sturen van uw brief.
Daarnaast wil ik graag weten waarom u mij reeds de volgende ochtend wil spreken. Uw sommatie is wat dat betreft vrijwel gelijk aan die ik van de heer Kool heb ontvangen. Wilt u liever niet dat ik eerst een advocaat spreek? Of is daar een andere reden voor?

Ik heb overigens al enige ervaring met uw bureau. Het is mijn ervaring dat uw bureau grote moeite heeft met het verstrekken van afschriften van processen-verbaal. Zo zou er van mijn aanhouding op 30 november geen proces-verbaal zijn opgemaakt, terwijl mij was verzekerd dat het wel zou gebeuren. En van het proces-verbaal dat op 10 mei is opgemaakt heb ik nog steeds geen afschrift, en ik weet nog steeds niet wat de eventuele aanklacht is.
Ik neem aan dat u ook niet van plan bent om mij een afschrift te vertrekken van een verklaring die ik eventueel afleg.
Daarmee ga ik niet akkoord.

De wijze waarop mijn woorden worden neergeschreven door het gezag bevalt mij ook niet goed.
Ik stel daarom voor dat u wat u weten wilt schriftelijk aan mij voorlegt waarop ik dan schriftelijk antwoord.

Hoogachtend,

F. Willems