Gerechtshof 's-Gravenhage

betreft parketnummer 09/665392-05


's-Gravenhage, 4 februari 2007


Edelachtbare,


Volgens krantenberichten en de griffie van de rechtbank ben ik veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf dagen wegens belediging en verzet tegen een aanhouding.

Bij de griffie heb ik beroep aangetekend. Ik kreeg te horen dat het beroep zou dienen op 6 februari 2007 om 11.10 uur en voor die gelegenheid, die ik niet zal bijwonen om de zaak geheel in het geschreven domein te houden, zend ik deze brief om van mijn betrokkenheid blijk te geven..


voorgeschiedenis

Voor de volledigheid en goed begrip schets ik eerst de voorgeschiedenis.

Op 30 november 2004 word ik op de publieke tribune van de Tweede Kamer lastig gevallen door beveiligingspersoneel en uiteindelijk aangehouden, meegenomen, gefouilleerd, mijn spullen afgepakt, en opgesloten onder het voorwendsel dat ik illegaal geluids-opnamen heb gemaakt van de openbare vergadering. Na twee uur gevangenhouding ben ik het politieburo uitgezet zonder dat ik een aanvaardbare verklaring ontving en gelegenheid kreeg om aangifte te doen van onrechtmatig handelen tegen mij, zoals dwang en vrijheidsberoving. Ik heb daar een klacht over ingediend. In het kader van de afhandeling van de klacht kon ik alsnog aangifte doen die vervolgens zonder motivering door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. Hiertegen heb ik bezwaar gemaakt. Dat werd door uw Hof eveneens zonder verklaring afgewezen.

Terwijl deze kwestie met het Openbaar Ministerie speelde werd ik op de Lutherse Burgwal te 's-Gravenhage overvallen door het zogenaamde parate peleton, nadat ik had gevraagd waarom een lid van deze O.M.-knokploeg een fotograaf had gehinderd bij het nemen van een kiekje.

Vervolgens werd in de media door de politiek verantwoordelijken en met name door de leider van de PvdA te 's-Gravenhage, de heer Kool, medegedeeld dat ik terecht zou zijn gearresteerd.

Op een webforum van de PvdA-Den Haag heb ik uitgelegd waarom ik deze stellingname typeer als teringfascisme. De uitleg werd niet, maar de zinsnede met teringfascisme werd wel verwijderd door de PvdA. Ik heb verklaring plus typering vervolgens op denhaag.org geplaatst. Vervolgens eiste de heer Kool per e-mail dat ik het daar weg zou halen en dreigde met aangifte bij de politie. In antwoord daarop heb ik de heer Kool gevraagd of ik hem kon vergezellen op zijn gang naar het politieburo. Ik dacht van die gelegenheid gebruik te kunnen maken om alsnog aangifte te doen tegen het politiekorps Haaglanden terzake van mishandeling, dwang, misleiding en vrijheidsberoving. Maar van de heer Kool zelf heb ik daarna niets meer vernomen.

Ik ontving wel van het politiekorps Haaglanden een brief met de melding dat ik de volgende ochtend op het politieburo werd verwacht. Niet voor mijn aangifte jegens hen maar voor die van de heer Kool tegen mij. Hieruit ontstond een correspondentie, die naar ik verwacht, in het dossier aanwezig is. En anders is het wel te vinden op het wereldwijde web.

Van Winterthur Verzekeringen, de verzekeringsmaatschappij van de politie Haaglanden ontving ik een rekening voor de schade die was ontstaan tijdens mijn arrestatie. Ik heb de brief beantwoord. Ik neem aan dat deze correspondentie ook in het dossier zit, het is immers deel van de repressie van het O.M. jegens mij.

In de week voor Kerstmis ontving ik een zogenaamd schikkingsvoorstel dat was gedateerd op 24 december, Kerstmis dus. Na lezing van de kleine lettertjes bleek dit voorstel tevens een schuldbekentenis in te houden.Alvorens in te gaan op het voorstel heb ik een verklaring gevraagd voor de foutieve datering aan het justitieel incassoburo te Groningen. Vanuit Groningen ontving ik de mededeling dat mijn verzoek is doorgestuurd naar het O.M in Den Haag. Waarschijnlijk is deze correspondentie door het O.M. zoekgemaakt, ik heb er nooit meer iets over vernomen.

Uiteindelijk ontving ik een dagvaarding terzake van verzet tegen aanhouding en belediging van een ambtenaar in functie, waarmee kennelijk de heer Kool is bedoeld. Ter gelegenheid daarvan heb ik een schriftelijke verklaring afgegeven en daarna heb ik niets meer vernomen.

Van medeverdachte Wijsmuller die aanwezig is geweest op de zitting hoorde ik dat ik ben veroordeeld. Vervolgens heb ik de griffie bezocht waar ik hoorde dat dit inderdaad het geval is en ik kon toen meteen bezwaar aantekenen. Een vonnis heb ik niet gezien.



Bezwaren.

Ik heb gewacht met het toelichten van het bezwaar tot ik de motivering zou hebben gelezen maar ik heb geen vonnis en dus ook motivering ontvangen. Dat is mijn eerste bezwaar tegen de veroordeling. Er is geen verantwoording van het vonnis.

Dat ik word beroofd van mijn vrijheid zonder dat daarover verantwoording wordt afgelegd is niets nieuws.

Ook mijn gevangenhouding na het bezoek aan het parlement is niet gemotiveerd en er is nooit verantwoording over afgelegd.

Het seponeren van mijn aangifte tegen die gevangenhouding is niet gemotiveerd.

Mijn bezwaar bij het Hof tegen het seponeren van mijn aangifte is eveneens zonder motivatie afgewezen.

Ook de aangifte die ik wilde doen tegen de politie na mijn arrestatie op de Lutherse burgwal werd zonder motivatie geweigerd.

Dat ik ben veroordeeld tot gevangenisstraf zonder dat daarvoor een motivatie wordt gegeven ligt in de lijn van werken, en is kennelijk het gevolg van een beleid dat achter schermen is bepaald. Daar maak ik bezwaar tegen. Er hoort toch wel een beetje verantwoording te worden afgelegd over willekeurige arrestaties en het sepot-beleid door het O.M. tegenover de belastingbetaler.

Het tweede bezwaar dat ik wil aanvoeren is dat de motivering van de aangifte door de heer Kool niet deugt. Uiteraard is dit alles een politieke kwestie en geen juridische maar dat deze politieke zaak hier wordt besproken is niet mijn keuze.


De motivering van Kool, die ik niet persoonlijk ken, heb ik vernomen uit de krant. In een artikel van de Haagsche Courant van 14 mei 2005 staat de motivatie van Kool om aangifte te doen: "Ik heb net op 4 mei een krans gelegd bij een monument. Vandaar dat me dit in mijn ziel raakt."

Het is niet veel en ik zal het ermee moeten doen. Er zijn de gegevens "4 mei" en "een krans" en "een monument". Ik zal deze drie eerst afzonderlijk behandelen en zal om te beginnen uitgebreid stil staan bij de betekenis van de datum 4 mei.

4 mei

Met de datum 4 mei wil de heer Kool zeggen dat hij een krans heeft gelegd in het kader van de nationale dodenherdenking. Wat zou de bezetting van Nederland door het Duitse nazi-militarisme en het gedenken van de slachtoffers te maken kunnen hebben met mijn constatering dat de heer Henk Kool een tering-fascist is? Ik moet daar in dit verband bij stil staan en teruggrijpen op mijn beperkte kennis van de geschiedenis en politiek.


Fascisme is een naam die is bedacht door B. Mussolini. Deze oprichter van de fascistische partij is in het koninkrijk Italië aan de macht geweest van 1922 tot het einde van de tweede wereldoorlog. Zijn regeerperiode wordt gekenmerkt door politiek geweld, de aanleg van autowegen en de opbouw van moderne industrie, vooral de auto- en vliegtuigindustrie.

Er waren in die tijd veel overeenkomsten tussen het Koninkrijk Italië en het Koninkrijk der Nederlanden. In het grootste deel van ons Koninkrijk, Nederlandsch-Indië dus, werd met grof geweld geregeerd, bestond geen scheiding der machten, de pers werd er gebreideld, het concentratiekamp Boven Digoel was volop in gebruik, net als rassenscheiding en staats-opiumhandel. Dr. H. Alers heeft daarom in zijn studie van de Indonesische onafhankelijkheidstrijd het bewind in Nederlandsch-Indië beschreven als feodaal-fascistisch. 1)

Het Tweede Kamer-lid Roestam Effendi zei het op 9 november 1933 zo: "... krachtig klonk het gisteren in deze Kamer: ,,de Regeering moet regeeren en men vergat er bij te voegen: ,,en het volk moet maar crepeeren! Dat is de kerninhoud van de z.g. geestelijke, economische, democratische of andere nationale eenheid!
Het is onaangenaam, maar waar. De Regeering regeert! In Indonesia doet zij dat niet met den czaristischen knoet, maar met bommen en bajonetten. Een vloed van arrestaties van de leiders van het Indonesische volk, nieuwe digoeleering van de leden van de Pari, dit alles karakteriseert het huidige regime.
" 2)


Waar het Italiaans industrieel aangedreven fascisme jong en dynamisch op zoek was naar uitdagingen terwijl het hongerig droomde van een nieuw Romeins rijk, daar teerde het Nederlandse koninkrijk zat en voldaan op koloniale veroveringen zoals Atjeh en Bali terwijl de gegoede klasse zich in een democratische rechtsstaat waande. Ook de politieke leiders in de twee koninkrijken verschilden. Mussolini was leider van fascistische revolutionairen maar Colijn was leider van de behoudende Anti Revolutionaire Partij. Er waren ook overeenkomsten. Geen van beide was een humaan democraat. Beiden waren moordzuchtige koloniale rovers in dienst van een koning. Colijn schreef over zijn activiteiten op Atjeh: "Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar 't kon niet anders." 3) Colijn was ook verantwoordelijk voor het laten doodschieten van Amsterdammers door het leger tijdens het zogenaamde Jordaan-oproer.

De machthebbers in de koninkrijken Nederland en Italië verschilden dus, terwijl zij ook overeenkomsten kenden. Maar voor de slachtoffers van het koloniale en anti-socialistische geweld, in Atjeh of de Jordaan, zal het maken van zo een theoretisch-ideologisch verschil toch onbegrijpelijk en stuitend zijn geweest.


In 1940 werd Nederland overvallen door Duitse nazi-legers. Colijn, die eerder warme belangstelling had getoond voor het Italiaans fascisme bracht in juni 1940 een brochure uit waarin hij voorstelde om de Duitse bezetting te aanvaarden. Dezelfde maand had Colijn een ontmoeting met rijkscommissaris Seyss-Inquart. 4) De anti-revolutionaire voorman steunde uiteindelijk de Duitse nazi-revolutionairen toch niet openlijk. Vast staat dat deze Nederlandse minister-president niet zo ver af stond van de opvattingen die zijn Duitse en Italiaanse collega's er op na hielden voor wat betreft de menselijke bejegening.

In het jaar 1943 werd Nederlandsch-Indië bezet door Japan dat een bondgenoot was van Italië en het nazi-rijk, en in datzelfde jaar 1943 werd Mussolini afgezet door de Italiaanse koning die liever wilde samenwerken met de geallieerden. Nadat die samenwerking tot stand was gekomen kon de koning niet langer fascist worden genoemd, want fascisten stonden immers aan de andere kant. Italië werd daarna aangevallen door Hitler die Mussolini hielp bij het hervestigen van een fascistisch bewind in noord-Italië Dat fascistische staatje hield nog even stand, tot Mussolini werd gedood en ondersteboven opgehangen eindigde bij een benzinestation. Het lange bondgenootschap tussen nazi's en fascisten die uiteindelijk samen ten onder zijn gegaan is waarschijnlijk de oorzaak dat nazisme en fascisme in het spraakgebruik vaak door elkaar worden gebruikt. De termen fascist en nazi zijn zelfs zo verweven dat het maken van onderscheid kan worden opgevat als een nuancering die de misdadigheid van de politieke stelsels vergoelijkt. De term fascist wordt sindsdien ook gebruikt om politieke gewelddadigheid mee te aan te duiden. Daarom kan, na het einde van de tweede wereldoorlog, met terugwerkende kracht ook het Nederlandse bewind in Nederlandsch-Indië (feodaal-)fascistisch genoemd worden. Dat voor-oorlogse bewind werd gedomineerd door mannen als Van Heutsz, Colijn en Rost van Tonningen.


Na de oorlog werd in Italië de republiek uitgeroepen, net als in Nederlandsch-Indië. Maar Nederland bleef een koninkrijk.

De Indonesiërs die de oorlog in Europa hadden overleefd deden deze oproep: "Moge de gemeenschappelijke strijd van onze beide volken tegen het fascisme de bodem hebben bereid voor een samengaan op voet van wederzijdse achting en vriendschap." 5)

Maar vanuit dit koninkrijk was de behoudzuchtige reactie gewelddadig en moordzuchtig als altijd. Toch was er inmiddels veel veranderd. En dat is te zien aan de naam Rost van Tonningen. Dat was niet langer bekend als de naam van de generaal die op Bali zo succesvol was geweest in dienst van het koninkrijk maar was nu nationaal bekend de naam van een berucht NSB-parlementslid, zijn zoon. 6) Toch was de zoon van de generaal niet veel anders dan zijn vader. Het geweld van de KNIL militair, die met groot machinaal geweld een koninkrijkje op Bali vernietigde dat werd beschermd door halfnaakte mannen met speren, was niet minder dan dat van fascistische knokploegen in Italië of Nederland. Het gewelddadige optreden van vader bleef bejubeld maar het geweld van de zoon niet. Toch maakt de titel "fascist" voor de dader Rost van Tonningen de slachtoffers van het geweld van senior niet minder slachtoffer dan die van junior. Het grote verschil tussen senior en junior is dat de vader in dienst van het koninkrijk moordde en de gewelddadige zoon een landverrader was. Het verschil tussen het bejubelen van Rost van Tonningen senior en het verguizen van junior is dus een kwestie van loyaliteit aan de natie, en geen kwestie van loyaliteit aan een humane en vreedzame samenleving.


Een krans

Een krans wordt doorgaans bij monumenten gelegd door vertegenwoordigers of gezagsdragers die ambtshalve deze taak op zich nemen. De heer Kool is kennelijk in zijn functie van ambtenaar bij dat monument aanwezig geweest.


Een monument

Monumenten bestaan opdat wij niet vergeten wat is gebeurd zodat wij met de lessen uit het verleden fouten in het heden kunnen vermijden.

Terwijl in Nederland monumenten werden opgericht ter nagedachtenis van de slachtoffers die de nazi-bezetting heeft gemaakt, en landverraders als Rost van Tonningen werden berecht, vielen in Indonesië slachtoffers ten gevolge van Nederlandse oorlogsmisdaden. De daders van deze oorlogsmisdaden zijn nooit vervolgd door het O.M. De hoofdredacteur van Vrij Nederland, de heer van Randwijk vergeleek in die tijd het koloniale optreden met het SS optreden in Nederland. De naam van Randwijk is verbonden aan het verzetsmonument aan de Weteringschans in Amsterdam waar geschreven staat: "Een volk dat voor tyrannen zwicht verliest meer dan have en goed, dan dooft het licht". Het is een monument dat net zo goed in Banda Aceh zou kunnen staan.

Er zijn veel monumenten en elk is bijzonder. Maar Nederland heeft voor zover ik weet geen monumenten om slachtoffers van Nederlandse bezetting, Nederlands fascistisch geweld te gedenken. Daarvoor moet men naar het buitenland, naar Bali dus of Atjeh of Jakarta.


Conclusie

De heer Kool gaat helemaal voorbij aan de inhoud van de correspondentie waarin de gewraakte opmerking plaatsvond, en dat kan ik dus ook doen. Het gaat dus uitsluitend om zijn begrippenkader.

Nu ik de gegevens "4 mei", "een krans" en een "monument" heb besproken kan ik komen tot het verwerken van de motivatie van de heer Kool om mij in staat van beschuldiging te stellen. En het resultaat daarvan is het volgende. Ik begrijp dat de ambtsdrager Kool ambtshalve niet wil worden uitgescholden voor landverrader. Ik kan dat begrijpen. De heer Kool, toendertijd onder andere vervangend lid van de commissie politiezaken, is in dienst van de natie en kan qualitate qua deze beschuldiging niet lijden.


Excuses

Ik bied de ambtenaar Kool bij deze mijn onverbloemde excuses aan want het is niet mijn bedoeling geweest om de ambtenaar Kool in zijn nationalistische gevoelens te krenken.

Het was niet mijn bedoeling en ik had en heb geen enkele reden om Kool te vergelijken met Duitse militaire nazi-bezetters en ik heb dat ook niet gedaan. Ik verzoek daarom het Openbaar Ministerie, dat zich heeft opgeworpen als vertegenwoordiger van de heer Kool, ambtshalve mijn excuses aan de heer Kool over te dragen.


Het fascisme dat, naar mijn bescheiden mening blijkt uit de stellingname van de heer Kool en zijn partners, waaronder het O.M., is een fascisme van eigen bodem. Ik doel op datgene waarvan het historische bestaan wordt weggedrukt en verzwegen.

Ik meen dat de uitlatingen van de heer Kool passen binnen een van oudsher koloniale en inmiddels futuristische gerichte cultuur en een corporatistische ordening die we kennen onder de naam poldermodel, waarin onverantwoord geweld van overheidswege verzwegen wordt en waartegen geen verzet wordt geduld, en dat zelfs niet mag worden benoemd. Een methode om dat geweld te verzwijgen is het stelselmatig beschuldigen en beschimpen van de slachtoffers van de politie en dat is waar de heer Kool en het O.M. zich in dit geval schuldig aan maken.


Ik kan overigens ook geen verklaring vinden voor de arrestaties op grond van helemaal niets, die ik heb meegemaakt in het gebouw van de Tweede Kamer en op de openbare weg, arrestaties die onrechtmatig zijn maar die onbestraft en onverantwoord blijven.

De smalende uitlatingen van Kool, die het kennelijk nodig vond om na te trappen, passen binnen een tendens van ambtelijk fascisme, dat inteert op het streven naar democratie (dat ook binnen de PvdA bestaat) en waarvan te vrezen is dat het de weg bereid voor grover algemeen totalitair overheids-geweld.


De denkwijze van Kool en het O.M. grijpt terug op oude Nederlandse gezagsverhoudingen die niet wezenlijk zijn veranderd sinds de tijden van Colijn en Van Heutsz. Nederland is nog steeds een monarchie. Een stinkende monarchie waar het fijnstof en kooldioxide vanaf de Lutherse Burgwal de woonwijk ingestuurd wordt om zo een winkel-wandelpromenade voor het grootwinkelbedrijf in de Grote Marktstraat te realiseren. Dat is in de stinkende praktijk van elke dag een aanslag op de gezondheid waarvan men geen aangifte kan doen bij het O.M. De burgers kunnen zich ook niet verweren door middel van een menselijke blokkade van de weg omdat ze dan in elkaar geslagen worden door de politie. Dat wordt men in Den Haag immers al als men een pamflet uitdeelt, of gewoon als het zo uitkomt, zomaar.

In deze stinkende monarchie is verantwoording een begrip dat ergens vergeten ligt te rotten.


Ik verzoek het Hof om mij schriftelijk in kennis te stellen van haar uitspraak en deze bovendien te publiceren op het wereldwijde web onder toevoeging van het requisitor en deze brief.



Hoogachtend,



Frank Willems

in deze domicilie gekozen hebbende ten kantore van

de Haagse Stadspartij
Spui 70
2511 BT
's-Gravenhage
fractiekamer A.03.25


Noten


1) Henri Alers, Om een rode of groene merdeka; beschouwingen over feodalisme, kolonialisme en fascisme, pagina 21

2) Rede van Roestam Effendi, kamerlid

http://www.antenna.nl/wvi/nl/ic/pi/effendi-rede.html

3) Brief gepubliceerd door Herman Langeveld in Dit krachtig leven van handelen: Hendrikus Colijn 1869-1944, deel 1: 1869-1933

http://www.groene.nl/1998/17/ev_colijn.html

4) Dr. H. Colijn - Parlement & Politiek

http://www.parlement.com/9291000/biof/00263

5) Uit een verklaring van het bestuur van de Perhimpunan Indonesia, Mei 1945

http://www.antenna.nl/wvi/nl/ic/pi/verklaring.html

6) Meinout Rost van Tonningen

http://www.waffen-ss.nl/rost.php