Ik ben vorig jaar met premier Lubbers en minister Kooymans na een afwezigheid van achtentwintig jaar in Jakarta teruggekeerd.

Van januari tot april 1995 heb ik in het huis van een zoon van president Sukarno een boek over zijn vader geschreven, dat momenteel in het Behasa Indonesia wordt vertaald voor publikatie aldaar. Beatrix en Wim Kok mogen dan vergeten zijn wat Suharto feitelijk op zijn kerfstok heeft, het Indonesische volk leeft als in onze bezettingstijd gedurende de Tweede Wereldoorlog. Politici worden, wanneer zij iets zeggen, wat mijnheer Suharto niet bevalt, zonder pardon uit het zogenaamde parlement gezet. Journalisten, die een onafhankelijke organisatie willen oprichten worden op bevel van de staat uit hun posities bij kranten en tijdschriften naar willekeur ontslagen. Razzia's op zogenaamde ongewenste elementen zijn schering en inslag. De meest elementaire rechten van de mens worden door Suharto en diens misdadige kliek van medestanders met voeten getreden. Het Indonesische volk is allerminst vergeten, dat Indonesië gebukt gaat onder een fascistische dictatuur met een geperfectioneerd genadeloos geheime-politie-apparaat. Op het eerste gezicht lijkt het dagelijkse leven zich vrij normaal te voltrekken, maar in werkelijkheid beseft iedere Indonesiër in een levensgevaarlijke politiestaat te leven.
Het is waar, dat de oude politieke gevangenen, TAPOLS, weer in de samenleving zijn teruggekeerd na soms tien jaar en langer afgezonderd en opgesloten te zijn geweest. Maar zoals Hitler de Joden een gele ster liet dragen, zo laat Suharto de identiteitspapieren van ex-Tapols met de letters E.T. stempelen, zodat zij nooit meer aan de bak zullen komen. In plaats dat de club van rijke landen, waaronder Nederland, Suharto voor genocide op gigantische schaal verantwoordelijk hield zou een westers consortium plus Japan, bekend geworden als de IGGI Club, het militaire coup-regime in Jakarta rijkelijk belonen. Jarenlang zijn miljarden dollars naar Indonesië gevloeid om de generaals de middelen te verschaffen hun macht verder uit te bouwen en de terreur over het Indonesische volk op peil te houden. Laat niemand in Den Haag of op paleis Noordeinde er in 1995 van uitgaan dat de Indonesische massa zich niet terdege bewust zou zijn door een misdadige bende te worden geregeerd. Er is een discussie geweest of de koningin op 17 augustus, de onafhankelijkheidsdag, of later zou moeten arriveren. Sicco Mansholt waarschuwde geheel terecht dat, nu het koninklijk paar besloot op 21 augustus te landen hare majesteit "in haar hemd kwam te staan". Het is veel en veel erger. Door op dit moment naar Indonesië te reizen compromitteert de koningin zich voor altijd jegens het Indonesische volk. Suharto en zijn regime worden gehaat, zoals wij in de bezettingsjaren de militaire Duitse bezetting haatten. Beatrix vestigt bij de jongeren in Indonesië in ieder geval de indruk het spoor wat goed en fout is bijster te zijn.