Indonesië bestaat in 1995 als onafhankelijke soevereine staat vijftig jaar.

Het land heeft twee leiders gehad, Sukarno van 1945 tot 1967 en Suharto van 1968 tot heden. Ik heb hen beiden gekend en beiden voor de NTS gefilmd. Het waren absolute tegenpolen. Sukarno werd op 6 juni 1901 geboren. Hij doorliep de middelbare school en nam op 25 mei 1926 het diploma van civiel-ingenieur aan de Technische Hoge School te Bandung in ontvangst. Hij begon daarop samen met ir. Anwari een ingenieursbureau. Maar in werkelijkheid concentreerde de jonge ingenieur Sukarno zich op de vraag hoe zijn land van de knellende banden der koloniale overheersing zou kunnen worden bevrijd. Het Gouvernement in Batavia zou hem meer dan elf jaar in detentie plaatsen om te voorkomen, dat hij een opstand zou ontketenen. In 1942 werd de archipel door Japan bezet en van het Nederlandse gezag bevrijd. Het was logisch dat Sukarno er alles aan deed om te voorkomen dat Den Haag nà de capitulatie van Japan opnieuw de lakens zou gaan uitdelen. Op 17 augustus 1945 werd Sukarno de eerste president van Indonesië.
Suharto werd op 8 juni 1921 in kampong Kemusu op midden-Java geboren. Hij was vier jaar oud, toen Bungkarno (= Sukarno) zijn kruistocht tegen de buitenlandse overheersing begon. In The Smiling General, geschreven door de Duitser O.G. Roeder, vertelt Suharto hoe rommelig zijn jeugd was. Hij werd door pleegouders opgevoed en maakte de MULO niet af waardoor hij als jongste bediende belandde bij de Volksbank in het dorpje Wurjantoro. Maar hij was ambitieus en wilde meer. Gezien zijn onafgemaakte opleiding bood de Koninklijke Marine hem slechts de functie van koksmaat aan. Dat was hem te min. En zoals vele jonge Indonesiërs die in Nederlands Indië hun ei niet kwijt konden tekende Suharto voor de school van inheemse sergeanten te Gombong, op midden-Java. Daar had hij te eten, kreeg een opleiding en had geld in de portemonnee. Na de bevrijding van Indië door Sukarno maakte de jonge militair spectaculair carrière in het Indonesische leger. In de vijftiger jaren gooide generaal Nasution hem echter uit de Diponegoro-divisie, omdat Suharto in zakelijke transacties niet zuiver op de graad bleek te zijn geweest. Maar Sukarno bleef hem voortdurend naar steeds hogere posities bevorderen, omdat hij als prima vechtjas werd gewaardeerd. Hij kreeg zowel het commando over de bevrijding van Nieuw-Guinea, als later onder luchtmaarschalk Omar Dhani het ondercommandantschap bij de acties tegen Maleisië. Op 27 maart 1968 werd Suharto officieel benoemd tot tweede president van Indonesië.
Aan de regeringsperiode van Sukarno wordt veelal gerefereerd als aan een bewind dat tot chaos en instabiliteit leidde. Vergeten wordt dat Indonesië in 1945 aan de hand van veertig politieke partijen en partijtjes het Westminster-model der parlementaire democratie invoerde. In een land met zeventig miljoen mensen, waarvan slechts enkele duizenden een universitaire opleiding hadden genoten garandeerde dit bij voorbaat een totale mislukking. Er viel niet te regeren in een ontwikkelingsstaat, waar jaar nà jaar het kabinet valt, omdat ministers en politici geen consensus wisten te bereiken. Na twaalf jaar politiek hinken en van de hak-op-de-tak beleidsvoering begon Sukarno aan het bestaande systeem te sleutelen. Hij beoogde het parlementaire stelsel in beginsel te handhaven, maar begon in redevoeringen hardop te denken over geleide democratie, democratie met een sterke arm, waarbij de veertig politieke groeperingen zouden worden teruggebracht tot bijvoorbeeld vier.
Westerse media, met de New York Times voorop, brulden in koor dat Sukarno een communistisch dictator wilde worden. Uit 1958 dateert het etiket links op Bungkarno. Bovendien was de president in 1956 behalve eerst naar Washington, en vervolgens Rome en Bonn, dat jaar ook naar Moskou en Peking gereisd. In zijn autobiografie beklaagde Sukarno zich er dan ook over: that's when they began to label the great lover of God a fat communist. In werkelijkheid zocht hij in 1958 naar een authentieke Indonesische oplossing uit de politieke impasse. Hij wilde terug naar de oorspronkelijke Javaanse gotong rojong-democratie, zoals Indonesiërs sinds mensenheugenis met elkaar waren omgegaan. De modus operandi van de Indonesische dorpen was altijd geweest dat de dorpshoofden bij elkaar kwamen om te praten (musjawarah) tot algehele overeenstemming (mufakat) was bereikt. Letterlijk zei hij in zijn autobiografie, dat Javanen gewend waren met elkaar te onderhandelen, waarbij een eetlepel van de opinies van zo-en-zo werd toegediend, en vervolgens een vleugje opinie van een ander aangevuld met wat soupçon van de oppositie, waarna de leider (chef-kok) van deze geleide democratie de pot met ideeën enige tijd op een laag pitje zette om door te sudderen, waarna de schotel aan iedereen zou worden opgediend. "Om deze manier van met elkaar omgaan als communisme te bestempelen is belachelijk," aldus de eerste president van Indonesië. Opmerkelijk is - en dit tussen haakjes - dat Nelson Mandela in diens onlangs verschenen autobiografie vrijwel een soortgelijke passage invoegde. Wanneer hij zich uit zijn jeugd herinnert hoe de dorpshoofden in Thembuland bijeen kwamen noemt hij het democratie in haar puurste vorm. "Er mag hiërarchie in de belangrijkheid van sprekers zijn geweest, maar een ieder kreeg de gelegenheid zijn mening te geven.... De bijeenkomsten duurden voort tot een consensus was bereikt.... Democratie betekende dat iedereen gehoord diende te worden, en wij als groep gezamenlijk besluiten namen. De meerderheidsregel was voor ons een buitenlandse notie. Een minderheid behoort niet plat gelopen te worden door een meerderheid". Sukarno zei indertijd exact hetzelfde: "Wat is dat voor politiek systeem dat jullie hebben, van 51 blijde gezichten en 49 zure gezichten. Dat noem ik geen democratie". Deze aspecten zijn door het Westen in het wereldwijde dekolonisatieproces van na 1945 botweg over het hoofd gezien. Met Washington voorop decreteerden de rijke landen aan de massa's in Afrika en Azië, dat zij het alles zaligmakende Westminster-model van een parlementaire democratie zouden invoeren. Wie hier van afweek liep vrijwel onmiddellijk het predikaat marxist op.