Begin zestiger jaren belandde Indonesië in de vuurlinie tussen Amerika en het wereldcommunisme.

Dit stond haaks op Sukarno's buitenlandse beleid. In 1955 had hij Afro-Aziatische leiders naar Bandung geroepen om het blok van niet-gebonden landen op te richten. Het oogmerk was juist om de wereld van ontwikkelingslanden buiten de Oost-West confrontatie te houden. Bij diens eerste bezoek aan John Kennedy op 25 april 1961 vroeg de Amerikaanse president aan Bungkarno hem te zeggen waar hij exact stond in de Koude Oorlog. Hiertoe was de Indonesiër bereid, maar dan wel in de slaapkamer van het Witte Huis en niet in de van afluisterapparatuur voorziene beroemde Oval Office. Dit vitale gesprek heeft de republiek Indonesië een adempauze in subversieve Amerikaanse activiteiten opgeleverd. De fatale schoten in Dallas brachten hier onmiddellijk verandering in en 1964 werd het voorspel tot de CIA-coup van 1965 in Indonesië. Het volle gewicht van de Amerikaanse militaire politiek kwam in Vietnam op de drempel naar Indonesië te liggen. Washington wenste geen vijandige Sukarno in de rug.
De Indonesische president was faliekant tegen de oorlog in Vietnam. Op een dag in oktober 1966, één jaar na de coup, liep ik met president Sukarno in de tuin van het paleis in Jakarta op weg naar de tandarts, die in een bijgebouw op hem wachtte. We spraken over de oorlog in Vietnam. Bungkarno hield stil en zei "maak een vuist", wat ik deed. Toen nam hij zijn linkerhand en zei, "jouw vuist is Vietnam, China (zijn linkerhand) en wij (zijn rechterhand) zullen de Amerikanen uit Vietnam verwijderen", en hij omsloot mijn vuist met beide handen. Washington kende Sukarno's opvattingen over de Vietnamese oorlog uiteraard ook. Voor hem was het China van Mao een bondgenoot in het geval van Amerikaanse agressie in Indo-China, zoals de Sovjet-Unie een bondgenoot van de geallieerden werd bij de agressie van Hitler-Duitsland in Europa.
Prins Norodom Sihanouk, het staatshoofd van Cambodja, dacht er hetzelfde over. Ook hij was, als Sukarno, om die reden nog geen communist. Maar beide staatshoofden zouden door de CIA worden verwijderd. Sihanouk toen hij op een reis in Moskou was. Hij werd verraden door generaal Lon Nol, die door de CIA naar voren werd geschoven, zoals in Indonesië Suharto uit de CIA-hoed werd getoverd. Sihanouk zou later in zijn boek My War with the CIA zelfs schrijven liever met gentlemen in Hanoi en Peking te maken hebben, dan met de CIA -mafia in Washington. Roosevelt en Churchill hadden ook liever met Stalin te maken dan met Hitler op een bepaald moment in de geschiedenis. Dat maakte hen echter nog geen communist.