In 1960 scheen Nasution er vanuit te gaan dat zijn machtsovername naderde.

Hij zond een naaste medewerker naar Washington, Den Haag en andere westerse hoofdsteden om te verkondigen dat de generaal, Sukarno spoedig zou gaan afzetten. Deze heer Ujeng Suwargana sprak in Amsterdam met o.a. collega H.J.A. Hofland die in zijn boek Tegels Lichten aan deze gesprekken refereert. Hofland omschrijft hem als een "aardige man, die veel glimlachte, goed luisterde en uitstekend Nederlands sprak". (blz. 64). In werkelijkheid was de heer Ujeng een smerige verrader, die met de CIA collaboreerde om via zijn baas president Sukarno af te zetten.
Deze Ujeng kwam ook bij mij in New York op bezoek. Bij mij legde hij er een schepje bovenop. "We zullen Sukarno gevangen nemen en isoleren en hem als een bloem zonder water laten sterven". Dat zou na 1967 dan ook exact het beleid van Suharto zijn: Bungkarno dood laten treiteren. Ik heb hiervan verslag gedaan in Den Vaderland Getrouwe (Bruna 1973). Ik lichtte in 1961 President Sukarno per telegram in over wat ik van deze medewerker van Nasution had gehoord. Vrijwel onmiddellijk werd kolonel Magenda naar New York gezonden om de informatie na te trekken. Hofland daarentegen had "de aardige heer Ujeng" geadviseerd Nasution naar Europa te halen, wat gebeurde. De generaal arriveerde in Parijs, waar hij een televisie-interview gaf door Hofland in Tegels Lichten als "een doorbraak" omschreven. Hij vervolgde, "Niet alleen de vragen maar ook de antwoorden (van generaal Nasution) werden door een Nederlandse journalist geschreven, dit met het oog op een zo groot mogelijk effect op het publiek" (pagina 65). Wie was die Nederlandse journalist? H.J.A. Hofland?
In Den Vaderland Getrouwe, dat ongeveer tegelijkertijd met Tegels Lichten uitkwam analyseerde ik de aanloop naar de coup van 1965 lijnrecht tegenovergesteld aan Hofland en identificeerde Nasution en Ujeng Suwargana reeds in 1973 als marionetten van de CIA. Nasution maakte na diens televisiegesprek in Parijs een rondreis langs Europese hoofdsteden en gaf in Bonn, georganiseerd door de militaire attaché aldaar, kolonel Pandjaitan, een persconferentie. Na afloop werd ik door de heer Ujeng Suwargana aan Nasution voorgesteld. Ik wilde het ultieme bewijs hebben dat deze Ujeng inderdaad een naaste medewerker van generaal Nasution was. Toch was Nasution te voorbarig op pad gegaan met zijn plannen Sukarno te verraden. De president had J.F.K. overtuigd dat de V.S. niets van hem te vrezen hadden. In diens boek To move a Nation beschrijft Roger Hilsman hoe die dagen de onderminister voor Far Eastern Affairs, Averell Harriman, in een televisiegesprek werd geconfronteerd met de opmerking dat Sukarno een communist was. Deze belangrijke naaste medewerker van J.F.K. snauwde onmiddelijk terug "Sukarno is geen communist! Hij is een nationalist!" Dat was exact de werkelijkheid. De regering Kennedy erkende dit en accepteerde het Indonesische Bandung- standpunt van politieke-ongebondenheid. De CIA en de samenzweerders rond Nasution hadden pech. De coup in Jakarta ging in de ijskast.