Bureau Jan Hendrikstraat
Postbus 264
2501 CG 's-Gravenhage .

PROCES-VERBAAL VAN VERHOOR AANGEVER



Pv nummer: PL1512/2OO4/72451 - 7


op zaterdag 15 januari 2005, te 20:10 uur, werd door mij, hoofdagent van politie Haaglanden in het bureau van politie in de Jan Hendrikstraat alhier, gehoord

die aangifte deed en verklaarde

lk wens aangifte te doen van wederrechtelijk vrijheidsberoving en het feit dat ik gedwongen ben dingen te doen en te dulden. Deze strafbare feiten zijn gepleegd door beveiligings ambtenaren van de 2e kamer

Naar aanleiding van deze feiten heb ik op 13 december 2004 een klacht gedeponeerd bij de korpsbeheerder van regio politiekorps Haaglanden.
lk begrijp van u dat u kennis genomen heeft van de inhoud van deze brief. U heeft mij ook verteld dat U mij, naar aanleiding van mijn klacht, als aangever wilt horen omtrent hetgeen gepasseerd is.

lk zal u nu uitgebreid verklaren wat er dinsdag 30 november 2004 is gebeurd.

op dinsdag 30 november 2004, omstreeks 19.45 uur, bevond ik mij op de publieke tribune van de 2e kamer der Staten Generaal. Vanaf de tribune wilde ik een voor mij belangrijk debat volgen.
Ten einde vast te leggen wat er op dat moment besproken werd had ik een geluidsrecorder bij mij om het debat op te nemen.
Terwijl ik daar zat, en bezig was op dat moment met het maken van geluidsopnames, werd ik aangesproken door een dame. Voor zover ik mij kan herinneren droeg de dame geen uniform van de politie. lk vermoed dan ook dat het een bode of beveiligingsbeambte van de 2e kamer is geweest die mij heeft aangesproken. De dame vroeg mij of ik geluidsopnames aan het maken was. lk heb hierop bevestigend geantwoord. De dame vroeg mij hiermee op te houden. lk heb hierop geantwoord door te zeggen: "nee, tenzij u mij een reden kunt opgeven". lk vroeg haar vervolgens waar dat stond dat ik geen geluidsopnames mocht maken.
De dame kon mij daar geen duidelijk antwoord op geven. Zij is toen ook vertrokken.
lk heb mijn aandacht toen weer gevestigd op het debat.
Ongeveer tien minuten daarna kwamen er twee mensen naar mij toe. Dit waren wederom bodes of mensen van de beveiliging. lk kan mij wel herinneren dat de dame die mij als eerste aansprak daar volgens mij niet bij aanwezig was. Mij werd gevraagd de geluidsrecorder uit te ten.. lk heb hierop geantwoord dat ik dit niet wilde doen tenzij zij mij daar een duidelijke reden voor gaven. Hierop werd mij gevraagd mee te gaan naar een andere ruimte. Mij werd verteld dat ik daar een nadere uitleg zou krijgen.
lk vertelde hun dat ik het debat wilde volgen en dat ik derhalve niet met hun mee wenste te gaan. Hierna zijn de twee vertrokken.
lk heb mijn aandacht wederom op het debat gevestigd. Misschien ten overvloede moet ik u vertellen dat ik al die tijd geluidsopnames aan het maken was.
Ongeveer een half uur later werd het debat, waar ik voor kwam, afgesloten door de voorzitter van de 2e kamer. De voorzitter schorste de vergadering voor de duur van 5 minuten.
lk moet u vertellen dat in de tussen tijd een vijftal mensen plaats hadden genomen op de zitplaatsen schuin achter mij. Dit waren, als ik het mij goed herinner, bodes of mensen van de beveiliging en politie ambtenaren.
Nadat het debat afgelopen was wilde ik een bekende van mij, die verderop op de publieke tribune zat, aanspreken. lk wilde zijn commentaar horen over het debat.
Nadat ik op hem afgelopen was en hem aanriep werd ik aangesproken door het vijftal, of een van de vijf, die schuin achter mij hadden plaatsgenomen op de publieke tribune.
Mij werd gevraagd mee te komen. lk vroeg de mensen even geduld te hebben omdat ik even met die bekende van mijn wilde spreken. Mij werd verteld dat ik nu mee moest komen. op dat moment ontstond er een soort patstelling. Die eigenlijk werd opgelost door die bekende van mij. Hij stelde voor om met mij mee te lopen. op dat moment werd ik eigenlijk omringd door die vijf personen en van de publieke tribune afgeleid.
ln de hal, buiten de publieke tribune, vroeg ik de mensen wateraan de hand was. Op dat moment werden de mensen, met wie ik samen was, met zachte hand op afstand gehouden. op het moment dat ik vroeg of dit nu echt nodig was werd mij verteld dat dit voor mijn privacy was. lk vroeg de mensen in wiens opdracht dit gebeurde en waar dit op gebaseerd was. Mij werd verteld dat dit gebeurde in opdracht van de voorzitter van de 2e kamer. Als reden werd aangevoerd het Reglement van Orde van de tweede kamer der Staten Generaal. ln verband hiermee is een bord geplaatst bij de ingang naar de publieke tribune van de tweede kamer. Hierop stond vermeld dat het meenemen dan wel gebruikmaken van foto/film apparatuur verboden was. Er stond echter niets over geluidsopname apparatuur.
Toen ik de mensen hierop attendeerde werd mij verteld dat ik de aanwijzingen niet opgevolgd had. lk was door de hele gang van zaken eigenlijk van mij stuk gebracht. lk wist op dat moment ook eigenlijk niet meer wat ik moest zeggen. Vervolgens werd mij verzocht mee te gaan naar een conferentiezaal. Omringd door dezelfde mensen werd ik daarheen geleid. lk kan mij herinneren dat de politie inmiddels ook ter plaatse gekomen was.
Temijl ik daar stond had ik geen idee wat die mensen van mij wilden. op nieuw ontstond de discussie over het maken van de opnames.. .
op dat moment kwam er een agent die ik nog niet eerderdaargezien heb. lk hoorde die agentaan zijn collega vragen of ik aangehouden was. Hierop werd ontkennend geantwoord door zijn collega. Op het moment dat ik dat hoorde wilde ik mijn weg vervolgen en wilde de conferentiezaal uitlopen. op het moment dat ik wegliep hoorde ik iemand zeggen: " u bent nu aangehouden". Wie dat gezegd heeft weet ik. Het enige wat ik mij van die agent weet te herinneren is dat hij een snor had. Geen van die mensen heeft zich aan mij voorgesteld.
op het moment dat ik te horen kreeg dat ik was aangehouden vroeg ik de naam van de agent die mij dit mededeelde. Ook vroeg ik hem de reden van mijn aanhouding. De agent antwoordde hierop door te zeggen:". Dat leest u wel in het proces-verbaal".
Na een korte tijd gewacht te hebben werd ik met een politie Mercedes afgevoerd. Eenmaal aan het bureau werd ik voorgeleid aan de wachtcommandant. Nadat ik mijn zakken had leeggemaakt en men mijn kleding doorzocht had vroeg ik dat wachtcommandant wat de reden van mijn aanhouding was. De wachtcommandant deelde mij mede dat ik gehoord zou worden door de recherche en dat zij mij de reden van aanhouding zouden vertellen.
Vervolgens werd ik ingesloten in het cellencomplex van het politiebureau. Na ongeveer een anderhalf uur ingesloten te zijn geweest werd ik aangesproken door de wachtcommandant. Bij hem waren de agent die mij heeft aangehouden en iemand van de 2e kamer. lk kan mij herinneren dat de wachtcommandant het woord deed. Hij heeft namens alle instanties zijn excuses aangeboden. Hierna ben ik in vrijheid gesteld.
Wat mij nog het meest geïrriteerd heeft is het feit dat die man van de tweede kamer mij geen verklaring gegeven heeft.


PV125, versie 5.3 d.d. 16 augustus 2000


[terug] [huis]