Arrestaties in Den Haag

door: Frank Willems

Het is vandaag 12 mei 2005 en ik heb nog wat last van mijn polsen. Bij een arrestatie eergisteren, 10 mei, werden de handboeien strak omgedaan, vandaar. Ik werd deze keer opgepakt tijdens een kleine demonstratie van het Haags Luchtalarm. Dat ik werd gearresteerd was niet de eerste en ook niet de tweede keer.

Het is  nu 14 mei en nu heb ik  het verhaal van de 10e mei geschreven. Ik heb ook een reactie geschreven op een website van de haagse pvda. Wat er daarna gebeurd is goed te volgen op www.frankwatching.com
Hieronder staat de beschrijving van de arrestatie van vorig jaar.

Arrestatie in de Tweede kamer na debat over rapport Munir

Op 30 november 2004 wilde ik in de Tweede Kamer een spoeddebat bijwonen. Het debat was aangevraagd door mevrouw Karimi van Groen Links en mevrouw Van Velzen van de Socialistische Partij. Op de agenda stond de wijze waarop het onderzoek naar de vergiftiging van de Indonesische mensenrechtenactivist Munir is tegengewerkt door Nederlandse autoriteiten. Deze gruwelijke zaak krijgt weinig aandacht in de nederlandse pers en ik had besloten om daarover zelf nieuws te vergaren.

Bij aankomst, aan het Plein, werd me verteld dat ik een andere ingang moest nemen. Ik was al laat dus ik spoedde mij naar de andere kant van het gebouw, waar mij werd verzocht de jas in de garderobe te hangen. Vervolgens mocht ik door een wapendetectiepoort, nadat ik mijn metalen waren (sleutels, casseterecorder, microfoon, munten enz.) in een bakje had gedeponeerd. Ik mocht een kleefetiket op mijn revers bevestigen en nam de roltrap naar boven.
Het debat was al in gang. Ik zag minister Donner in gesprek met mevrouw Karimi. Op de tribune zat een Indonesische delegatie waarin ik Reza Muharam van het Indonesia House herkende.
Ik haalde een vers cassettebandje uit de verpakking, stopte het in de recorder en begon maar met opnemen. Het microfoontje liet ik tussen mijn benen bungelen en de recorder hield ik op mijn knie. Deze aanblik moet voor iemand onverdraaglijk zijn geweest. Na enige tijd kwamen er twee mensen naar me toe. Of ik aan het opnemen was. Ja. Dat mag niet, of ik wilde ophouden. Ik stelde dat opnemen wel mag, haalde mijn schouders op en probeerde me weer op het debat te concentreren. Daaraan zag ik nu ook mevrouw Van Velzen deelnemen.

Het slachtoffer van de vergiftiging is een hele belangrijke man in de geschiedenis van de strijd voor democratie in Indonesia en de wereld. Hij heeft tijdens het terreurbewind van Suharto een organisatie opgericht die zich inzette voor het lot van vermiste personen en hun familie. Er zijn maar weinig mensen die zoveel moed en kracht kunnen opbrengen. Dat hij is gestorven in een vliegtuig op weg naar ons land had minstens tien maal grotere krantekoppen moeten opleveren dan het heeft gedaan. Waarom was er niet zo veel commotie in Nederland over deze zaak?
En toen werd na een lange tijd via een omweg bekend dat er sprake is van vergiftiging. De mensenrechtenactivist Munir is vermoord op weg naar Nederland. En nog steeds is de belangstelling van de nederlandse pers niet groot. De publieke opinie is zich van deze zaak bijna niet bewust.
Is dat het gevolg van een bewust beleid om de zaak stil te houden? Moet dan zó het merkwaardig gegoochel met het autopsierapport worden verklaard?
De vragen van de kamerleden en de antwoorden van de ministers Donner en Bot moesten hierover duidelijkheid verschaffen. Maar ik kreeg de indruk dat Minister Donner met zijn collega Bot om deze hete brei heendraaide. Ik had zelfs begrepen dat het onderzoeksrapport niet meteen werd doorgestuurd naar de Indonesische politie omdat de dader eventueel de doodstraf kan krijgen, en omdat we in Nederland tegen de doodstraf zijn zou er niet kunnen worden meegewerkt aan het onderzoek naar de moord op een mensenrechtenactivist... juist vanwege het nederlandse mensenrechtenbeleid... dat was allemaal heel vreemd en de antwoorden van de ministers brachten geen opheldering.

Na enige tijd werd me weer verzocht door enkele mensen om de opname te staken. Ik vroeg welke grondslag dat verzoek zou hebben. Men wilde ook dat ik de recorder zou afgeven, en dat ik mee moest komen. In een apart kamertje zou wel worden uitgelegd waarop deze beperking van het recht van nieuwsgaring zou berusten. Ik heb toen gevraagd of men mij met rust wilde laten omdat ik de beraadslagingen van de Kamer wilde volgen. Dat gebeurde. En dus probeerde ik me weer te concentreren op het debat, waarin nu ook de heer Herben van de LPF het woord voerde. Hij vroeg of het autopsierapport ook zo lang achtergehouden zou zijn als Munir was vermoord met een pistool.
Mevrouw Van Velzen maakte een vergelijking met de moord op Sander Thoenes. In die zaak is de moordenaar nooit opgespoord. De moordenaar handelde ten tijde van de moord in dienst van het Indonesische leger. Een soortgelijke belangenverstrengeling zou in de zaak Munir de opsporing kunnen verhinderen.

Ondertussen arriveerde er steeds meer veiligheidspersoneel dat op enige afstand achter mij plaats nam op de tribune.

Er werden moties ingediend. Ik kon me niet genoeg concentreren om de waarde daarvan te begrijpen. Ik zag dat het veiligheidspersoneel aanstalten maakte om mij aan te pakken. Minister Donner en minister Bot ontraadden allebei de ingediende moties. Er zou een andere keer worden gestemd en het agendapunt werd daarmee afgesloten. De vergadering werd voor twee minuten geschorst.
Ik begreep dat het moment gekomen was om mij te grijpen. En ik zelf wilde ik ook wel even met die mafkezen van de beveilinging spreken over hun dwaze gedoe. Maar voordat ik de diverse facetten van het recht op vrije nieuwsgaring ging bespreken met het opdringende veiligheidspersoneel wilde ik toch eerst nog even van dat recht gebruikmaken. Ik stapte met m'n microfoontje op Reza af en vroeg hem om een reactie op het debat.
Maar het veiligheidspersoneel kwam tussenbeide. Ik moest mee. Ik vroeg ze om even geduld te hebben zodat ik eerst de reactie van Reza kon vernemen. Maar het personeel nam daar geen genoegen mee.

Helaas werd daardoor de consternatie te groot voor Reza om een afgewogen oordeel te geven over het zojuist gevoerde debat. Hij stelde voor om ook mee te gaan. Samen met de Indonesische delegatie liep ik naar buiten terwijl ik inmiddels werd geflankeerd door veiligheidsmensen. Reza stelde me al lopende voor aan journalisten van Tempo en Suara Merdeka. Ik stelde me op mijn beurt voor als jurnalis van Radio Tonka.

Buiten de tribune bleef onduidelijk wat nu de bedoeling was. Ik werd omringd door politieagenten terwijl Reza en de andere aanwezigen werden weggestuurd. Ik maakte daar bezwaar tegen. Er werd gesteld dat ik zou moeten worden afgezonderd ten bate van mijn privacy. Maar ik heb echt geen moeite met getuigen als ik wordt aangehouden, integendeel. Ik raakte wel verbijsterd door deze omdraaiïng van regels, die bedoeld zijn om de burger te beschermen, maar die nu dus tégen me werden gebruikt.
Alweer vreemd gegoochel met burgerrechten.
Ik vroeg waar het dan geschreven staat dat er geen geluidsopnamen gemaakt mogen worden. Men wees op een bordje naast de deur van de tribune. Ik las de toegangsregels maar zag daarin niets staan over geluidsopnamen. Men moest me daarin gelijk geven. Vervolgens werd mij verweten dat ik de aanwijzingen van het personeel niet had opgevolgd.
Daarna werd ik gedwongen mee te gaan, en ik werd afgezonderd in een conferentiezaal. Daar werd me, in bijzijn van diverse agenten en een lid van het Tweede Kamerpersoneel, maar zonder onafhankelijke getuigen, verteld dat ik was aangehouden. Ik vroeg de naam van degene die mij aanhield. Die kreeg ik niet te horen, het zou in het proces-verbaal komen te staan, net als de reden van aanhouding. Vervolgens werd ik meegenomen door een gewapend escorte van de politie en afgevoerd naar het buro Jan Hendrikstraat.

Op het buro moest ik al mijn persoonlijke bezittingen afgeven en werd ik gefouilleerd. De wachtcommandant, de heer Poot, vertelde dat ik was aangehouden vanwege het maken van geluidsopnamen en dat ik zou worden opgesloten in afwachting van het onderzoek door de recherche. Ik informeerde waarvoor dat nodig was, en of ik als vluchtgevaarlijk werd beschouwd. Daarop kreeg ik geen antwoord. Ik mocht niet telefoneren.
Na een uur of twee in gevangenschap werd me door de heer Poot, die toen in gezelschap was van de agent die mij had aangehouden en een meneer N. Dijkstra van de Tweede Kamer, namens "allerlei instanties" excuses aangeboden. Ik vroeg om een verklaring. Die kon de heer Poot mij niet geven, want hij wist er als wachtcommandant verder ook niets vanaf, hij voerde slechts het woord. Daarna sprak ik de meneer van de Tweede Kamer aan voor een verklaring. Die man kon alleen maar zeggen dat de heer Poot alles al had gezegd. Ik verzocht om een proces-verbaal. Dat werd niet opgemaakt. Ik vroeg nog een keer om een proces-verbaal, maar vergeefs.

Terwijl ik mijn spullen terugkreeg moest ik denken aan de verdwijningen tijdens de Suharto-terreur. Mensenrechten organisaties ontdekten keer op keer dat de verdwijningen het gevolg waren van illegale arrestaties door politie en leger. Die onderzoeken waren erg moeilijk omdat de autoriteiten elkaar afdekten en er geen processen-verbaal werden opgemaakt.
Gelukkig stond ik in een nederlands politieburo. Alhoewel.. Kon ik, als het erop aan kwam, wel bewijzen waar ik de laatste twee uur was geweest?
Ik vroeg of ik een kopie kon krijgen van het ontvangstbewijs van mijn in beslag genomen spullen. De heer Poot moest erover nadenken, maar dat ging vrij snel; voor zover hij wist bestond daar geen bezwaar tegen. Het kopieerapparaat werkte ook nog en met het kopie werd ik op straat gezet.

Ik kan nu dan wel bewijzen dat ik twee uur lang ben vastgehouden, maar een verklaring voor die vreemde zaak had ik nog niet.

Op 1 december 2004 heb ik de kamervoorzitter gebeld voor een verklaring. Ik kreeg hem niet te spreken. Ik kreeg wel een meneer Bakker aan de lijn van de beveiliging. Nee, hij had het rapport nog niet binnen, en ach, zo erg was het allemaal toch ook niet?? En opnamen maken mag echt niet, dat staat in het huishoudelijk regelement en dat kan je zo nakijken op het internet. . .
De Socialistische Partij heb ik gebeld met de vraag of ze wisten dat er iemand was gearresteerd in de Tweede Kamer. Nee, ze hadden er niets over gehoord.

Op 7 december 2004 heb ik op de website van de Tweede Kamer het huishoudelijk regelement nog steeds niet gevonden.

Ondertussen heb ik begrepen dat er gezocht moet worden op Reglement van Orde.

Die week krijg ik wel post van de Tweede kamer. Vanwege mijn sollicitatie naar de vacature van kamerbode. De keuze blijkt niet op mij gevallen te zijn

Vrijdagmiddag 10 december heb ik aan de receptie van de Tweede Kamer aan het Plein gevraagd of ik een kopietje kon krijgen van het huishoudelijk regelement. Het bewakingspersoneel begreep niet wat ik bedoelde. Ik zei dat ik graag de regels wilde zien waaraan bezoekers zich moeten houden in het gebouw, een brochure ofzo. Dat bleek een lastige vraag. Er werd een hogere autoriteit gebeld. Toen de bewaker de hoorn had neergelegd kon hij me vertellen dat die regels niet ter inzage zijn en dat ik me gewoon netjes moest gedragen. Hij kon me verder niet helpen.

Op 13 december 2004 post ik een klacht die gericht is aan de "korpsbeheerder Politie Haaglanden".

Op een zondag wordt ik gebeld over de klacht en daarna ontvang ik een brief namens de korpsbeheerder.

Op 15 januari 2005 doen Cathelijne en ik aangifte van dwang en vrijheidsberoving.
De rechercheur die de mijn aangifte opneemt verteld dan dat hij zich het geval kan herinneren. Hij had die avond dienst en toen men naar boven kwam met het verzoek om een arrestant te verhoren die opnamen had gemaakt in het tweede kamergebouw was de eerste vraag geweest: "mag dat dan niet?" Er kwam geen antwoord waarop de mensen van de recherche zoiets hadden van "ga dan eerst je huiswerk doen."

Op 28 februari 2005 zend het televisieprogramma Nova een verslag uit van Step Vaessen die een gesprek heeft opgenomen met de vermoedelijke moordenaar van Munir. Ik mis de uitzending en via het internet lukt het me ook niet.

Sneller dan verwacht arriveert per brief van 1 maart 2005 de afwijzing door W.B.M. Tomesen, Fungerend Hoofdofficier van Justitie.
Hij, of zij schrijft: "Uit het mij ontvangen proces-verbaal blijkt dat de opzet er niet op was gericht u wederrechtelijk van uw vrijheid te beroven. [...] Daargelaten het voorgaande ontbreekt de opportuniteit om in dit geval tot een eventuele strafrechtelijke vervolging over te gaan. Het maatschappelijk belang is in casu onvoldoende geschonden, om niet reeds door middel van de klachtenprocedure van de politie te kunnen worden gecompenseerd."
Jaja, het zijn dure personen op justitie met dat "opportuniteit in casu", maar het zijn goedkope smoesjes. Als ik me er niet mee kan verenigen kan ik mij beklagen bij hun kollega's van het Gerechtshof.

Ondertussen wijzen in de zaak Munir een paar vingers in de richting van vliegtuigmaatschappij Garuda.

Dan is ook Mr. M. Schuckink Kool snel en zo vriendelijk om in degelijke juridische formuleringen een klacht in te dienen bij het hof over de weigering mijn aangifte te behandelen.

Vrijdag 18 maart stuur ik maar eens een mail aan de Nederlandse Journalisten Vereniging want mijn probleem heeft uiteindelijk wel raakvlakken met hun werkgebied. Ik had dat misschien eerder moeten doen.

Zaterdag 19 maart zie ik, tijdens een verjaardagvisite, in het acht uur journaal een uitgebreid verslag uit Indonesia en ik begrijp dat er vier directieleden van Garuda zijn opgestapt, die mogelijk met de vergiftiging van Munir te maken hebben, en die ook banden zouden hebben met militaire geheime dienst-criminelen. Dat gaat dus nog een stuk verder dan alleen betrokkenheid van een piloot. Hoe zat het ook alweer met de banden tussen Garuda en de KLM?

Maandag 21 maart, het begin van de lente, en ik ontvang een mail van Erwin Tuil, "voormalig parlementair redacteur", die van mening is dat "het niet meer dan normaal" is dat ik "er uit bent gegooid." Ik stuur hem maar gelijk een antwoord om een paar misverstanden op te helderen.
Ik google even op "Garuda KLM" en verbaas me over een bericht uit juli 2004 waarin staat dat Garuda's luchtlijn Amsterdam Jakarta vanaf november 2004 wordt opgeheven. Ik herinner me nu ook dat er een xtc-smokkelzaak was waarbij een garuda-piloot en de Indonesische ambassade betrokken waren. Ik bedenk me dat er genoeg drek is om in te roeren, mocht je daar zin in hebben.
In de Jakarta Post van vandaag wordt een demonstratie gemeld van 150 aktivisten bij het Garuda hoofdkantoor in Jakarta. Het zijn mensen van Kontras (Commissie voor vermisten en slachtoffers van geweld), de Indonesische Katholieke Studenten Vereniging en de Indonesische Islamitische Studenten Vereniging.
In een ander bericht meld de Jakarta Post dat de nederlandse regering eindelijk bereid is gevonden om het verzamelde bewijsmateriaal over te dragen. " the Indonesian ambassador was able to convince the Dutch authorities the evidence was pivotal to the case"
Enerzijds schaam ik me diep dat ik een land woon waar de minister van justitie dit soort onzinnige draaierijen uithaalt. Anderzijds kan het uitstel nuttig zijn geweest om bijvoorbeeld af te wachten of het onderzoek aan de andere kant van de oceaan wel ernstig werd genomen.

Woensdagavond 30 maart zou op het televisieprogramma Netwerk aandacht geven aan de zaak Munir. Daarvoor was op een ander station de voetbal interland tegen Armenië begonnen. Na het doelpunt van Castelen, al in de derde minuut, schakelde ik over en ik zag meteen de weduwe van Munir in beeld die vertelde dat zij ook met de dood wordt bedreigd!
Ze liet een pakketje zien met bedorven kip dat was toegestuurd met de mededeling dat zij het leger niet in diskrediet mag brengen, en anders het lot van de kip zal delen.
Wat is het voor een leger dat dit soort ongein in zijn naam toestaat ...?!! Zij denkt dat er veel druk op Indonesia nodig is om de moordenaars voor het gerecht te krijgen.
Dat denk ik ook, en ik hoop niet dat de militaire samenwerking die de USA en Nederland aan Indonesia bieden voorbijgaat aan dit wangedrag uit naam van dat "leger". Het Indonesische leger? Dát is bedorven kip!

Vandaag op 20 december 2005 is er het nieuws dat de piloot Pollycarpus is veroordeeld tot 15 jaar cel wegens de vergiftiging van Munir.
Vandaag zal verder een brief bij de tweede Kamer arriveren waarin ik de kamervoorzitter vraag om de rekening van mijn advocaat te betalen.  De aangifte die ik heb gedaan is vrijwel meteen geseponeerd. Het is mogelijk om daartegen bezwaar te maken bij het gerechtshof. Dat is inmiddels gebeurt met de hulp van een advocaat en de hulp van die beroepsgroep is helaas prijzig.  Binnen enkele weken zal de uitspraak van het gerechtshof volgen. Ik heb geen enkele verwachting dat het nog goed komt. Morgen wordt er overigens een persconferentie gegeven over de strafklacht tegen de ministers Donner en Verdonk wegens de Schipholbrand waar elf mensen bij omgekomen zijn. Dus Weisglas heeft het daarmee vergeleken heel makkelijk met mij.

to be continued...

[terug][huis]