d, Datoe Setia Aboe Hassan aan

Tongkoe Kali Alimelikoe Adil.

(Vertaling uit het Maleisch).

Hierbij zend ik u dezen brief, om u mede te deelen dat, wat betreft de zaak tusschen Atjeh en het Gouvernement, naar mijn dom oordeel er geene groote ongelegenheid uit zal voortkomen, want de Regerings-Commissaris is een man van groot aanzien, die in die zaak eene beslissing kan nemen.
Daarom raad ik u aan, om, wanneer gij geen goed middel weet, naar mijn wensch naar boord te komen om den Commissaris te ontmoeten, en te overleggen hoe eene goede verstandhouding te vinden tot goede beëindiging van de zaak tusschen Atjeh en het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, opdat onmin worde voorkomen tusschen die twee partijen.
Ook kan broeder Tongkoe Nja Manod naar het schip laten gaan, met een brief van U, want de groote heer wil niet te zwaar in zijn eisch zijn.
Wanneer die brief uw zegel draagt en de volledige en volmondige verklaring bevat dat Atjeh staat onder de suprematie van den Koning van Holland, dan is het uit met alles wat ongelegenheid en ongerief brengt.

Geschreven 24 Maart 1873.

______________ 
[Terug]