g. Toekoe Nek Radja Moeda Setia
aan den Gouvernements-Commissaris.

(Vertaling uit het Maleisch.)

Deze brief is gerigt aan den Regerings-Commissaris.
Telkenmale als Saidi Tahir te Atjeh kwam, heb ik mijne gedachten reeds gezegd; nu verzoek ik dat de Regerings-Commissaris den radja moeda van Troemon plegtig laat ontvangen, want die Tongkoe Radja Moeda kent de manieren (de wijze van handelen) van de Compagnie.
Hij kan dat goed aan het verstand brengen van de Atjesche rijksgrooten, opdat mijnheer op die wijze wete, wie wel en wie niet met de Compagnie willen meegaan.
Wat betreft mijn land, dat onder mijn bestuur is, ik heb het reeds aan SAIDI TAHIR gezegd, dat ik er erg naar verlang om mij bij de Compagnie te voegen.
Indien mijnheer het niet vertrouwt, dan wil ik een geschrift geven, en duizendwerf hoop ik dat ik een brief terug ontvang van mijnheer.
En ook met de andere rijksgrooten kan ik spreken, en wanneer er zijn die er ook mede genoegen nemen, dan kan ik het ook zeggen aan mijnheer.
Wat mijnheer mij ook oplegt, als ik kan, zal ik het opvolgen, maar mijnheer moet mij beschermen, zooals hij mijn vader den radja moeda van Troemon beschermt.

______________ 
[Terug]