c. De Sultan van Atjeh aan

dem Gouvernements-commissaris.

(Gewone inleiding).

Wijders maak ik mijn vriend mijn wensch kenbaar, dat hij mijn land niet verwoeste. Wat nu het verlangen van mijn vriend is, dat moge de Allerhoogste vervullen, en vervolgens ben ik het, die 't vervullen zal.
Het moge mijn vriend voorts behagen zijn antwoord op dezen brief te overhandigen aan brenger dezes, genaamd LEBEH MOHAMED.

______________ 
[Terug]