d. De Gouvernements-commissaris

aan den Sultan van Atjeh

(Gewone inleiding).

Ik ontvang zoo even een schrijven zonder dagteekening vau Uwe Hoogheid, bevattende de mededeeling : (enz. zie boven).
Deze mededeeling is mij niet duidelijk en ik verzoek Uwe Hoogheid mij alsnog stellig

en bepaald mede te deelen, of zij de souvereiniteit, van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden over het rijk van Atjeh erkent, ja dan neen.
Van Haar antwoord op dezen brief wordt het al of niet staken der vijandelijkheden door mij afhankelijk gemaakt.
Ik moet Uwe Hoogheid daarbij tevens doen opmerken, dat de aanzienlijke krijgsmagt, welke door mij van Batavia wordt verwacht tot voortzetting van den oorlog, hier elk oogenblik kan aankomen, en dat, zoo Uwe Hoogheid de rampen van den ooglog verder aan Haar land wil besparen, het geraden is Haar antwoord op dit mijn schrijven geen oogenblik langer dan noodig te doen uitblijven.

Geschreven aan boord van Zr. Ms. stoomschip Citadel van Antwerpen, den 30sten Maart 1873.

______________ 
[Terug]