e. De Sultan van Atjeh aan
den Gouvernements-commissaris.

(Vertaling uit het Maleisch.)

(Gewone inleiding).

Den brief, dien het Nederlandsch-Indisch Gouvernement hier heeft gezonden, heb ik in welstand ontvangen en begrepen. Dat ik mijn schrijven van Zondag jongstleden aan het Nederlandsch-Indisch Gouvernement niet gedagteekend heb, was eene vergissing. Wat nu het berigt betreft, dat in mijn schrijven van gisteren vervat is, daarin is, voor zooveel de onderlinge vriendschapsverhouding aangaat, geen verandering gekomen. Want ik ben een wees en jong en ik verkeer slechts onder de hoede van den Allerhoogste en vervolgens onder die van het verheven Nederlandsch-Indisch Gouvernement.
Vervolgens breng ik mijne groeten aan al de heeren.

Geschreven den lsten Separ, op Maandag, van het jaar 1290. (1 April 1873).

______________ 
[Terug]