Een vraag en antwoord spel met de pleger van de aanslag in '67

Vraag : Wie ben je ?
Antwoord :
Ik ben Alex M. de hoofddader van de bomaanslag op het van Heutszmonument op het Olympiaplein in Amsterdam in de nacht van 10 maart 1967, precies 1 jaar na "Het Huwelijk". Ik was toen net 20 geworden en studeerde in Amsterdam Wis- Natuur- en Scheikunde. Tegenwoordig ben ik ICT-Architect bij een groot vervoerbedrijf.

Vraag : Waarom precies na een jaar van "Het Huwelijk"? Wat was het verband zoals je dat toen zag?
Antwoord :
Ten tijde van "Het Huwelijk" zat ik nog op de middelbare school in Hilversum. Ik was al wel lid van de P.S.J.W. en (later?) PSP en liet me afkeuren voor de dienst. In mijn gevoel had ik die periode van speelse opstand gemist en de rookbom vond ik een waardige "voorganger", die ik wilde eren met deze datumkeuze. Verder was er toen in mijn gevoel een verband tussen het koloniale verleden van Nederland en het Koningshuis.

Vraag : Hoe is dat gegaan die nacht ?
Antwoord :
Samen met Jantje B. die mee wilde doen, voornamelijk om te helpen uitkijken, reden we op mijn Batavusbromfiets met de van tevoren klaargemaakte bom in een "pukkel" naar het Olympiaplein. We zetten de brommer neer en verkenden de omgeving.
Jantje hield vervolgens vanover de brug het gebied in de gaten en ik klom op het monument. Het was 3 uur 's nachts en droog weer. Het was erg stil op straat, geen auto's of andere voorbijgangers.
Ik plaatste de bom van hoogstens 2 Kg tezamen met de ontsteking (een oude mechanische wekker en een platte batterij) tussen de voet van het beeld van de Nederlandse Maagd en de voorpoot van de Linkerleeuw (gezien vanuit het standpunt van de Maagd). Deze voorpoot lag op de bovenkant van een schild. Alles was van lichte steen gemaakt.
De bom lag zo, dat scherven alleen door een smalle strook richting brug konden vliegen en achteruit, hoog over de smalle weg heen, ergens op het sportveld dat zich aldaar uitstrekt(te).
Ik stelde de tijd in op 5 minuten en verbond de laatste draad, waarmee de bom op scherp kwam.
Ik liep vervolgens snel de brug over naar Jantje; zette de brommer klaar voor de aftocht en we wachtten samen op de knal. Er kwam gelukkig niemand aan in die tijd.

Vraag : Wat had je gedaan als er wel iemand in de buurt was gekomen? Heb je daar iets bij voorgesteld?
Antwoord :
Ik had of geschreeuwd (op het laatste moment) of was snel naar de voorbijganger toegerend/gereden (brommer) om deze te stoppen. Maar zoals gezegd, het was uitgestorven en we hadden prima uitzicht over de omgeving. En toen...

Boem !

Ik herinner me dat er echo's van de knal te horen waren. Het beeld zelf stond er uiteraard nog en de schade vernamen we pas later : één Leeuwepoot (met schild) was ontwricht.
We reden snel weg richting binnenstad. Onderweg belde ik een krant (Het Vrije Volk meen ik me te herinneren) en ik meldde ongeveer "De Revolutionaire Raad heeft het van Heutszmonument opgeblazen". Het antwoord was geloof ik "nee toch ?"
Zo is het gegaan en niet anders.

Vraag : Was je eigelijk tevreden met dat resultaat?
Antwoord :
Ja Absoluut !
Er was in die tijd een sleutel in omloop van de (ijzeren) deur achter in het voetstuk van het monument (daar zit geloof ik de waterleiding van de fontein). Een gasexplosie in dat voetstuk (gewoon een blauw tankje campingaz en een tijdsontsteker of zelfs een kaars... deur dicht en het hele monument was ingestort...
Nee... het resultaat moest symbolisch blijven.

Vraag : Wie heeft die Bom gemaakt, waar kwamen de onderdelen vandaan en de benodigde kennis ?
Antwoord :
De Bom heb ik geheel alleen gemaakt. De kennis was basiskennis uit met name de scheikundeles van de HBS-b. Ik gebruikte het mengsel dat in die tijd ook voor Rookbommen werd gebruikt minus één bestanddeel (Salmiakzout). Hierdoor werd het een explosief dat vergelijkbaar is met buskruit. Eén bestanddeel was (witte basterd)suiker. Het andere bestanddeel bestelde en kocht ik bij een drogist in de buurt van de Universiteit en betaalde met een (Gemeente-)Girobetaalkaart of hoe dat toen ook heette. Ik had niet eens een smoes nodig. De mantel bestond uit (naar ik me herinner) een Aluminium persluchtcilinder van klein formaat, nog geen liter inhoud. Deze kocht ik vlak bij het Waterlooplein bij een lompen-en-metalen winkel voor minder dan een tientje.
De ontsteker was een gasaansteker-gloeilampje van 1,5 volt (die zonder glasbolletje, maar met een blote gloeidraad, maat fietslampje) die je in iedere fietsenwinkel kon kopen, evenals de platte batterij en de kleine fitting.
Om het lampje (in de fitting) werd isolatietape gewikkeld en dit kokertje gevuld met een mengsel waarin ik de suiker vervangen had door magnesiummetaalpoeder; hierdoor ontstond Blitzpulver, dat ze vroeger gebruikten bij fotograferen.
Van de Persluchtcilinder zaagde ik in een lege/gekraakte bioskoop in de Haarlemmerstraat de hals af. Ik deed draadjes aan de ontsteker en vulde de cilinder verder voorzichtig op met het mengsel. De bovenkant sloot ik af met watten en plakte het dicht met tape. Alleen de twee draden staken er nog uit. De wekker was ook nog een klusje. Deze kwam van het Waterlooplein voor 2 gulden en deed het nog. Ik monteerde een draad, die door de kartonnen wijzerplaat heenstak, zodat de (grote) wijzer er contact mee kon maken. De andere draad verbond ik met de "massa". Wekker, bom en batterij in serie schakelen (de laatste draad tijdelijk met tape isoleren), klaar. Voor ik zover was, had ik wel wat proeven gedaan, want ik had uiteraard nog geen ervaring. De onsteker testte ik apart 2 maal, met de wekker deed ik wat proefjes met een gewoon fietslampje. De generale repetitie vond plaats onder het spoor bij het pand van de SJ in de Haarlemmerhouttuinen. In plaats van een metalen cilinder gebruikte ik een fles van een afwasmiddel, verder was alles identiek. De knal die bij deze test volgde verbaasde me toch nog wat, ik had eigenlijk meer een grote steekvlam verwacht.

Vraag : Wat was het motief voor de aanslag, waarom kwam je op het idee ?
Antwoord :
Ja dat vereist eigenlijk twee antwoorden. Het antwoord dat ik toen gaf en door voortschrijdend inzicht een aanvullend antwoord zoals ik het nu begrijp. Eerst het antwoord van toen, een politiek motief :
In Indonesië was pas een "nacht van de lange messen" geweest, waarin 100.000-en communisten (en nationalisten van Soekarno's PNI) waren afgeslacht. De macht kwam voor het eerst na de bevrijding (Merdekka) in handen van anti-communisten (tegenwoordig weten we dat hier ook buitenlandse invloeden aan het werk waren). Nadat Indonesië zelfstandig was geworden was de verhouding met Nederland "koel". Weinig hulp, weinig leveringen, Nederland liet ze eigenlijk stikken. Dat veranderde na de slachting, inplaats van dat Nederland schande sprak over deze misdaad werd er opeens ruim hulp verstrekt, leveringen (ook van vrachtwagens en dergelijke) kwamen op gang... Nederland omarmde dit nieuwe bewind.
Mijn standpunt kwam voort uit wat mijn ouders mij als kind voorgehouden hadden (ze zaten samen 5 jaar in het communistische verzet) "wanneer je niets doet ben je medeplichtig". Dus ik wilde wat doen. Verder was ik Pacifistisch en dus tegen (persoonlijk) geweld. Dat kwam natuurlijk door mijn afschuw van oorlog, zo onder de schaduw van de vorige.
Ik vond het beschadigen van een symbool uit het koloniale verleden met een symbolische gewelddaad een goed middel om mijn afwijzing van het Nederlandse standpunt duidelijk te maken en ik moest toch wát doen ! (of medeplichtig zijn).
Later begreep ik dat dit laatste argument ook het argument was dat in Duitsland door de aktievoerders van de RAF werd gevoeld, een soort schuldgevoel voor de ellende in de wereld. Het heeft menigeen goedbedoelend, toch als het ware op een pad naar zelfvernietiging gebracht.
 
Het tweede antwoord is meer persoonlijk van aard. Mijn moeder werd als jongste kind in haar jeugd achtergesteld bij haar broers, ze maakte zelfs de lagere school niet af en haar broer (mijn oom) werd professor in de kernfysica. Ze had zich blijkbaar voorgenomen dat ik als haar zoon wel eens zou laten zien dat ik dat ook kon worden. Deze narcistische bezetting kon ik toen nog niet begrijpen maar blijkbaar wel voelen. Ik zat in een impasse, hoe kon ik ontsnappen uit deze voorgeschreven levensloop zonder mijn ouders teleur te stellen ?
Door een daad van verzet (die ze uiteraard niet konden afkeuren) zou mijn studie afgebroken en mijn levensloop veranderd kunnen worden. Boem... gevangenis... einde studie... en ik ben programmeur geworden, reuze leuk, computers en netwerken.

Vraag : Je bent opgepakt en hebt in de gevangenis gezeten, hoe ging dat ?
Antwoord :
Ik maakte er vanaf het begin al geen geheim van, op de provo-boot, bij de SJ, ik sprak er gewoon open over. Toch duurde het geloof ik nog ongeveer 20 dagen voordat de rechercheurs van het buro Overtoom me oppakten. Ze hebben in die periode wel zowat de hele harde kern van Provo verdacht en opgepakt, maar behalve P.B (van de P.S.J.W.) en H.T (van de provo-boot) kende eigenlijk niemand me. Ik droeg toen nog vaak een grijs terlenka pak (broek met scherpe vouw, colbertjasje van dezelfde stof, stropdas), dus je snapt het wel. De rechercheurs wilden gewoon niet geloven dat ik het helemaal alleen had voorbereid. Het onderzoek heeft meer dan 9 maanden geduurd, ondanks mijn volledige bekentenis (behalve waar het de rol van Jantje betrof). Bewijsmateriaal konden ze maar moeilijk vinden. De Officier (van Justitie) stelde me voor er een studentengrap van te maken "Nee hoor" zei ik daarop "een politiek protest !". Toen kwam er een demonstratie bij het Huis van Bewaring Havenstraat voor mijn vrijlating en een stukje in Vrij Nederland "9 maanden voor een Leeuwepoot". Ik werd naar een andere gevangenis overgebracht en de officier stelde dat ik niet terechtstond voor teweeggebrachte schade (de leeuwepoot dus) maar voor verboden vuurwapenbezit en "het teweegbrengen van een explosie met kans op levensgevaar voor derden". Dit laatste liet ik me echter niet aansmeren.
Professor Froentjes van het Gerechtelijk Laboratorium had een rapport geschreven over een proefexplosie die hij op mijn aanwijzingen had nagedaan. Vervolgens had hij een berekening gemaakt van de kans op levensgevaarlijke scherven op plaatsen waar mensen aanwezig konden zijn.
Ik in de pen :

Ik ben vrijgesproken op dit punt en dus alleen maar veroordeeld wegens verboden vuurwapenbezit, hetgeen een overtreding is en geen misdaad. Ik werd veroordeeld tot twee weken langer dan mijn voorarrest : 10 maanden.

Vraag : Hoe ging het toen je weer vrij kwam ?
Antwoord :
De periode in de gevangenis heb ik in eenzame opsluiting gezeten, maar dat begreep ik pas later.
Normaal was in die tijd in het huis van bewaring dat je regelmatig in groepjes functioneerde (werk en zo). Ik werd echter wel "gelucht" op een binnenplaatsje, maar alléén en ik ging daar met een bewaker ook alleen heen en alleen weer terug.
Ik ging éénmaal in de 30 dagen (verlenging voorarrest) met een busje naar de Prinsengracht; tijdens de korte rit zat ik met wat medegevangenen samen. Pas na máánden kreeg ik contact met de Humanist en kwam ik met een paar medegevangen af en toe in een groepje bijeen (ik herinner me er niet veel meer van helaas). Ik was me eigenlijk niet bewust van dit eenzame opsluitingsregime, ik dacht dat het zo hoorde.
Ik heb toen wel via D'66 geregeld dat ik toestemming kreeg om dagelijks "De Waarheid" te lezen, ik heb geprobeerd een politiek pamflet te schrijven en dat stiekum uit te delen, maar werd al snel verraden (of gezien). Toen werd mij pen en papier afgenomen en ben ik in hongerstaking gegaan. Na 14 dagen kreeg ik pen en papier terug op voorwaarde dat ik geen pamfletten meer zou proberen uit te delen.
Ik heb toen alle boeken van Dostojevski gelezen en ik was een periode heel dicht bij het oprichten van een RAF-cel in Nederland. Uiteindelijk won het geweldloze en het ludieke het in mij van deze ernstige aandrang tot zelfvernietiging en daar ben ik blij om. Helaas zijn er velen wel in die val getrapt. Heel verdrietig vind ik dat.
 
Nadat ik vrij kwam gebeurde er erg veel : 1968 Maagdenhuisbezetting, grote Vietnamdemonstratie in Berlijn, in Brussel, noem maar op. Ik heb nog een tijdje in de (Maoïstische) Rode Jeugd gezeten en erg veel rookbommen gefabriceerd, waaronder die in Berlijn. De Duitse studenten van de SDS daar wisten toen nog niet hoe je die moest maken....
Daarna ging de doorbraak van mijn gevoel over mijn verstand steeds verder, vriendinnetjes, trouwen, scheiden, noem maar op.
Ik beschouw het leven nu als één grote ontdekkingsreis en voor zover er iets te doen valt probeer ik een voorbeeld te zijn. Hoe kun je de wereld verbeteren met slechte voorbeelden ?
Dat kun je alleen doen door zelf liefde te zijn en dat is (soms) moeilijk genoeg.

-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-

[terug]