Commissie FinAZ 12 maart 2003, punt 7:

Plan van Aanpak Monument Indië Nederland
Inspreker Coen Tasman

Ik ben één van de drie ondertekenaars van de twee raadsadressen over dit monument. Dat laatste raadsadres van 28 januari jl. was overigens geen initiatief van de Buurtgroep Stadionplein en omgeving, zoals het Amsterdams Stadsblad per abuis meldde.

Is het soms toevallig dat vanavond naast het Plan van Aanpak Monument Indië Nederland ook de Handreiking Interactief Werken op de agenda staat? Als ik één voorbeeld zou moeten noemen, waarbij niet volgens deze Handreiking is gewerkt, dan is het wel de gebrekkige communicatie over dit monument tussen het Dagelijks Bestuur en de betrokken bewoners gedurende de afgelopen twee jaar.

Zonder onze twee raadsadressen en de vasthoudende opstelling van Amsterdam/De Groenen hadden we pas nú kennis kunnen nemen van de belabberde toestand, waarin het monument verkeert. En dat is nog niet het enige. Normaal gesproken horen de stukken voor een commissievergadering ruim een week van te voren in de wijkcentra te liggen. Dit Plan van Aanpak arriveerde echter pas gisteren bij de wijkcentra.

De vraag is waarom het Dagelijks Bestuur zo weinig mededeelzaam is geweest en waarom het allemaal zo verschrikkelijk lang heeft moeten duren. Het wil er bij mij namelijk niet in dat voor het oriënterend onderzoek naar de fysieke staat van het monument meer dan twee jaar nodig zou zijn geweest.

In het Plan van Aanpak worden drie hoofdlijnen onderscheiden:
  1. Restauratie van het monument met daaraan voorafgaand een bouwkundig onderzoek,
  2. Instelling van een begeleidingscommissie en
  3. Inbedding van het monument in de herinrichting van het Olympiaplein.
Het zijn drie trajecten, die waarschijnlijk alle drie een verschillende looptijd zullen hebben.
Maar dat is nog geen reden om met het instellen van de begeleidingscommissie te wachten tot de andere twee trajecten zijn afgerond.
Ik wil er dan ook nadrukkelijk voor pleiten om na de vaststelling van het Plan van Aanpak door de deelraad meteen met alle drie trajecten tegelijk te starten en dus ook meteen over te gaan tot het instellen van de begeleidingscommissie voor de tekst bij het monument.

Toen de deelraad op 31 januari 2001 besloot tot functie- en naamswijziging van het voormalige Van Heutszmonument, werd ook duidelijk dat er een tekst bij moest komen, waarin zowel de witte als de zwarte bladzijden uit onze koloniale aanwezigheid in Indonesië tot hun recht zouden moeten komen. Dat betekent dat er naast aandacht voor de positieve aspecten van het Nederlandse kolonialisme, zoals onderwijs en gezondheidszorg, ook aandacht zal moeten zijn voor het platbranden van Jakarta door Jan Pieterszoon Coen, voor de slachting onder de Atjehers door generaal Van Heutsz en voor het optreden van generaal Westerling. Ook aandacht voor Multatuli en voor de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs onder leiding van Soekarno.

En wat de geschiedenis van het monument betreft, verdienen de visie van beeldhouwer Frits van Hall, het commentaar van de 'foute' oudste zoon van Van Heutsz, de happenings van de provo's en kabouters bij het monument, de bomaanslag in 1967 en de recente acties van bewoners vermeld te worden, evenals het besluit van 31 januari 2001.

Nog twee opmerkingen over de samenstelling van de begeleidingscommissie:
  1. In deze commissie zouden niet alleen de relevante adviesinstellingen en belangengroepen een plaats moeten hebben, zoals in de notitie wordt voorgesteld, maar ook de organisaties en personen, die bij de totstandkoming van het besluit tot naams- en functiewijziging actief betrokken zijn geweest.
  2. Wat mij betreft worden ook Rob Aspeslagh, de toenmalige adviseur van het Instituut Clingendael, en de wijkcoördinator Jeroen Overweel aan deze commissie toegevoegd. Het is mede aan Rob Aspeslagh te danken dat zijn advies, dat leidde tot het besluit van 31 januari 2001, kon rekenen op een relatief breed draagvlak. En van de wijkcoördinator is bekend dat ook hij zich al langer intensief heeft bezig gehouden met Van Heutsz en de geschiedenis van dit monument.

Tenslotte hoop ik dat een transparante en interactieve werkwijze bij de uitvoering van het Plan van Aanpak zal bijdragen tot vermindering van de te verwachten spanningen in onze samenleving als gevolg van de dreigende oorlog tegen Irak.


[terug]