'Die twee sabelhouwen laten we zitten als herinnering aan Van Heutsz'.

'Een confrontatie-monument, een gedenkteken dat ons confronteert met het koloniale beleid van Nederland' luidde het voorstel voor een nieuwe bestemming voor het Van Heutsz-monument, dat nog de meeste bijval kreeg tijdens de bijeenkomst op 29 oktober in het Amsterdams Lyceum. Andere voorstellen waren ondermeer: 'een monument voor de slachtoffers van zowel de koloniale als de huidige onderdrukking in Indonesië', 'een monument van de ommekeer in het koloniale denken' of 'een monument als waarschuwing tegen onderdrukking en oorlogsgeweld in het algemeen'. Natuurlijk was er ook een enkeling, die de naam 'Van Heutsz-monument' wilde handhaven als ere-saluut aan deze houwdegen of die het monument juist wilde slopen omdat het nu eenmaal besmet was. Kortom, deze discussie leverde een groot aantal suggesties op, waar Stadsdeel Zuid/De Pijp iets mee gaat doen. Ondanks het slechte weer werd deze, door enkele buurtbewoners en de afdeling van Amsterdam Anders/De Groenen in dit stadsdeel georganiseerde avond bezocht door ruim 60 buurtbewoners en geïnteresseerden.

In de monumentale aula had Koos Borghouts een kleine tentoonstelling ingericht, waar men zich kon verdiepen in een interessante verzameling boeken, foto's, spotprenten en krantenberichten van de jaren twintig tot nu over generaal Van Heutsz, zijn rol in Atjeh, de totstandkoming van het monument en de protesten daartegen van communisten, sociaal-democraten, provo's en anderen. Daarnaast waren er ook mooie foto's van de omgeving van het Van Heutsz-monument in aanbouw, afkomstig van het nabij gelegen Nederlands Psycho-analytisch Instituut.

Na een kort welkomstwoord door Coen Tasman kreeg men eerst een fragment te zien van een nieuws-uitzending van AT5 uit 1997. Daarin werd uitgelegd wie J.B. Van Heutsz was en welke bloedbaden hij rond de vorige eeuwwisseling in Atjeh had aangericht. Ook kwam de toenmalige stadsdeelwethouder Rita Weeda (PvdA) in beeld, die liet zien hoe het al voor zijn onthulling omstreden monument en het bijbehorende plantsoen zouden worden opgeknapt. Aan de hand van de door hem verzamelde teksten (o.a. uit het boek 'De Wekkerserie') verduidelijkte Koos Borghouts nog het een en ander, voordat hij een wat langer fragment uit de tv-documentaire over de beeldhouwer Frits van Hall en de ontstaansgeschiedenis van het Van Heutsz-monument liet zien; een indrukwekkende documentaire, die al eerder was uitgezonden door de Humanistische Omroep. Duidelijk werd dat de op Java geboren beeldhouwer, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland een actieve rol in het verzet had gespeeld, het monument zó had gemaakt, dat het ook een andere bestemming zou kunnen krijgen.

Tijdens het tweede deel van de avond nam Paul Berendsen, deelraadslid voor Amsterdam Anders/De Groenen in Zuid/De Pijp, de voorzittersrol van Coen Tasman over, zodat de laatste als mede-auteur de inhoud van de onlangs ingediende nota 'Held of houwdegen?' kon toelichten. De nota moest, net als deze avond, beschouwd worden als een vervolg op de manifestatie, die Amsterdam Anders/De Groenen op 21 februari van dit jaar bij het Van Heutsz-monument organiseerde in het kader van haar verkiezingscampagne voor de nieuwe stadsdeelraad. In een kort fragment van de reportage, die de VPRO-radio hiervan maakte, viel een discussie tussen Roel van Duijn en de uit zijn graf herrezen generaal Van Heutsz te beluisteren, met argumenten voor en tegen herbestemming van het monument. Het is een mooi bouwwerk, dat past bij de Amsterdamse School-architectuur in de omgeving. Maar onverbloemd eerbetoon aan oorlogsmisdadigers als Van Heutsz past niet meer in deze tijd. Daarom wordt in de nota voorgesteld om onder de bewoners van het stadsdeel een prijsvraag uit te schrijven voor een nieuwe bestemming voor dit gedenkteken.

Wethouder Paul van der Wal (VVD), die verantwoordelijk is voor Financiën en Werk, maar ook voor de kunst in Zuid/De Pijp, kon meedelen dat hij op de concept-begroting 1999 een bedrag heeft uitgetrokken voor aanpassing van het monument aan de opvattingen van deze tijd. Maar daarbij moet rekening worden gehouden met de auteursrechten van de kunstenaars Gijsbert Friedhoff en Frits van Hall en met de wensen van de nabestaanden, maar ook met de visies van allerlei belangengroepen en organisaties. Over de nabestaanden van de beeldhouwer hoeft de wethouder zich in ieder geval niet ongerust te maken. De in de aula aanwezige dochter en kleinzoon van Frits van Hall stonden volledig achter het initatief om het monument een andere, bij de opvattingen van deze tijd passende bestemming te geven. Het zal echter moeilijk zijn om een keuze te maken, waar iedereen het mee eens zal zijn, zoals ook later op de avond zou blijken.

Voordat de zaal aan bod kwam, kregen eerst nog twee gastsprekers kort het woord: Reza Muharam en Henny Zwart. Een tweetal buurtbewoners had daar geen geduld meer voor en verliet uit protest de bijeenkomst. Reza Muharam hoopte als secretaris van de Indonesische Democratische Oppositie in Europa dat dit stukje gezamenlijke geschiedenis van Nederland en Indonesië snel en op een goede manier zou kunnen worden afgesloten. Daarmee zou dan een einde komen aan de nachtmerrie, die de koloniale onderdrukking voor zovelen had betekend.

Henny Zwart had het boek 'Er waren er die niet gingen' geschreven, dat gaat over de Nederlandse jongens, die kort na de oorlog weigerden om in Indonesië deel te nemen aan de zogenaamde 'politionele acties'. Zij betoogde dat deze 'acties' in feite neerkwamen op voortzetting van de koloniale onderdrukking van voor de Japanse bezetting. Zij zou het monument graag willen opdragen aan degenen die zich verzet hadden tegen zowel het Nederlandse koloniale gezag als tegen het bewind van Suharto. Pas bij zo'n nieuwe bestemming van het Van Heutsz-monument zouden haar kleinkinderen weer zonder problemen mogen zwemmen in de vijver aan de voeten van de Nederlandse Maagd met de wetsrol in de hand en de twee leeuwen aan haar voeten.

Tot slot kreeg de zaal het woord. Het was verfrissend dat ook enkele leerlingen van het Amsterdams Lyceum de moed hadden om zich in de discussie te mengen en hun visie op het monument te geven. De organisatoren konden tevreden terugkijken op deze aanzet tot verdere discussie. De eerstvolgende gelegenheid daarvoor vormt de behandeling van de begrotingsvoorstellen door de stadsdeelraad, eind november en begin december.

"Die twee sabelhouwen laten we zitten als herinnering aan Van Heutsz" luidde het commentaar van de heer Boom, conrector van het Amsterdams Lyceum, toen hij na het vertrek van de laatste bezoeker het tentoonstellingsbord zag, dat in het begin van de avond bij het omvallen twee forse deuken had opgelopen.

Coen Tasman

______________ 
[Terug]