Dagelijks Bestuur van

Stadsdeel Oud Zuid

t.a.v. de heer P. van der Wal

Postbus 51160

1007 ED Amsterdam



Amsterdam, 13 februari 2000



Geachte heer van der Wal,


Zo langzamerhand dreigt de herbestemming van het Van Heutszmonument een slepende kwestie te worden. Het voornemen om deze zaak binnen één jaar af te ronden bleek achteraf bezien op onderschatting van mogelijke procedurele of capaciteitsproblemen te berusten.


Immers, naar aanleiding van eerdere acties, brieven van bewoners, een raadsadres van een comité in Amstelveen en een nota van Amsterdam Anders/De Groenen van september 1998, stelde u in oktober 1998 voor om ƒ 75.000,- op de begroting voor 1999 te reserveren voor herbestemming van het inmiddels opgeknapte Van Heutszmonument. Tijdens de informatie/discussieavond van 29 oktober '98 in het Amsterdams Lyceum lichtte u dit voorstel toe en in december van dat jaar stemden tijdens de begrotingsbehandelingen achtereenvolgens de commissie Financiën en Werk en de stadsdeelraad in met dit voorstel. Na deze voorspoedige start bleef het een jaar lang stil rond het Van Heutszmonument.


Het gaat ons vooral om de door u gedane toezegging dat, naast daarvoor in aanmerking komende organisaties, ook wij als bij dit onderwerp betrokken bewoners, één van ons al vanaf 1994, in een voorronde geconsulteerd zouden worden over onze ideeën en voorstellen met betrekking tot herbestemming van het monument. Maar sinds die avond in het Amsterdams Lyceum hebben wij formeel hierover niets meer vernomen. Ook een tweetal brieven van Koos Borghouts, van 29 maart en 4 november 1999, bleef onbeantwoord. Slechts door eigen inspanningen lukte het ons via de daarmee belaste ambtenaar, mevrouw I. Lavalette, en via u mondjesmaat enige informatie te verkrijgen over de voortgang van het overleg met betrokken organisaties en personen en de daarbij optredende vertraging.


Tijdens de vergadering van de commissie Financiën en Werk van 22 december jl. deelde u, na enig aandringen van de voorzitter, Paul Berendsen, mee dat capaciteitstekort de oorzaak van de vertraging was, maar dat dit probleem nu opgelost was en dat u tijdens de commissievergadering van 26 januari jl. met een compleet plan van aanpak zou komen. Maar tot onze teleurstelling stond tijdens die commissievergadering van 26 januari jl. geen plan van aanpak op de agenda. Wel deelde u, wederom naar aanleiding van een vraag van Paul Berendsen, mee dat u het Clingendael-instituut had ingeschakeld voor advies omtrent de verder te volgen procedure. Desgevraagd deelde u ons na afloop van de vergadering mee dat het hier de heer Aspeslagh betrof, iemand met een reputatie op het terrein van gevoelige politieke verhoudingen.


Ongetwijfeld is het inschakelen van deze wetenschapper een verstandige zet, maar het betekent wel weer verdere vertraging omdat de procedure pas weer op gang komt na het ingewonnen advies. En door al deze vertragingen zijn we nu inmiddels ruim een jaar verder zonder dat er enige duidelijkheid bestaat over wat er met het Van Heutszmonument gaat gebeuren. En hoe staat het met het voor 1999 gereserveerde bedrag van ƒ 75.000,- voor herbestemming van het Van Heutszmonument? Mogen we er van uitgaan dat dit bedrag ook in 2000 nog besteed mag worden en dat de kosten van het advies van de historicus Aspeslagh hierop niet in mindering worden gebracht?


Met alle begrip voor de door u beoogde goede en zorgvuldige afhandeling van de procedure zouden wij het desalniettemin toch op prijs stellen op korte termijn te worden uitgenodigd voor een voorronde-gesprek, waarin wij onze ideeën en voorstellen met betrekking tot herbestemming van het Van Heutszmonument kenbaar kunnen maken. Ook zouden wij het op prijs stellen om regelmatig op de hoogte te worden gehouden van de voortgang met betrekking tot de te volgen koers na het advies van de heer Aspeslagh.


Met vriendelijke groet,


Han van der Linden-Schadd
Koos Borghouts
Coen Tasman

______________ 
[Terug]