Verslag gespreksronde over het Van Heutszmonument op 10 mei 2000

 

Aanwezig:

Edith Eckhart-Friedhoff, dochter van G.J. Friedhoff, de architect van het Van Heutszmonument

Hans Eckhart, echtgenoot van Edith Eckhart-Friedhoff

Hans Liesker, schrijver, en lid van het Indisch Huis

Fred Bergfeld, Stichting Erkenning Indonesië Dienstweigeraars

Herman Bussemaker, Indisch Platform

Ewald Vanvugt, schrijver over o.m. monumenten van het koloniale verleden

Martin Sanders, econoom

Reza Muharam, Jodi-E

Rob Aspeslagh, Instituut Clingendael, voorzitter

Inge Lavalette, medewerker ruimtelijk beleid, sector Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling
 
 
 
 

Voorstelronde:

Reza Muharam is in Bandung geboren en een jaar geleden naar Nederland gekomen om hier te studeren. Hier raakte hij betrokken bij de activiteiten Indonesische politieke ballingen. In 1975 heeft hij zich aangesloten bij Jodi-E, een Platform voor Europese Indonesische ballingen. Jodi-E staat voor oppositie democraten Indonesië Europa.

Edith Eckhart-Friedhoff volgt de discussie over het Van Heutszmonument. Zij is de dochter van G. Friedhoff, de architect van het monument. Haar vader en Frits van Hall waren vrienden van elkaar. Haar vader had ook Indonesische vrienden. Hij had dus een band met Indonesië. Haar vader heeft zich nooit uitgelaten over de controverse van het monument. Ze heeft in het privé-archief van haar vader gezocht naar de samenwerking tussen Van Hall en Friedhoff, maar ze heeft niets kunnen vinden. Het Nederlands Architecten Instituut te Rotterdam is in het bezit van het archief van haar vader.

Ewald Vanvugt is schrijver van het boekje `De maagd en de soldaat, koloniale monumenten in Amsterdam en elders' (uitg. Mets, Amsterdam). Hij is nu bezig met een studie over koloniale monumenten in Europa.

Martin Sanders is econoom. Hij is in 1966 naar Indonesië gegaan om bij te dragen aan het oplossen van de toenmalige economische problemen. In de tachtiger jaren was hij directeur van de Indonesisch-Nederlandse Kamer van Koophandel. Hij voelt zich betrokken bij Indonesië.

Hans Liesker is verbonden aan het Indisch Huis. Hij is bedrijfseconoom en tevens schrijver van een korte geschiedenis van Indonesië en Japan 1940-1945. Hij kwam in 1928 in Indië en woonde vanaf 1935 in Bandung. Gedurende de oorlogsjaren heeft hij in een Japans gevangenenkamp gezeten. Na 1970 is hij studiereizen naar Azië gaan maken. Hij is nu betrokken met opstellen van een Jappenkampenatlas. Hij vindt het beeld van Van Heutsz discutabel en dubbel. Van Heutsz was heerser van Atjeh. Door hem zijn veel Indonesiërs gesneuveld. Maar hij was ook de gouverneur-generaal die tot andere inzichten is gekomen. Feitelijk was hij de eerste pragmatische gouverneur-generaal die de ethische politiek vorm gaf. Hij heeft weliswaar een oorlog gevoerd die vele slachtoffers heeft gekost, maar hij heeft ook de infrastructuur verbeterd door de aanleg van havens en wegen om het achterland open te leggen en bereikbaar te maken. Daardoor kon hij ook in de uithoeken van de archipel de inheemse slavernij tot een eind brengen. Tevens heeft hij het burgeronderwijs ingevoerd en met het systeem van pandhuizen de woekerwinsten uitgebannen. Met de korte verklaring maakte hij de lokale hoofden tot betaalde ambtenaren. De militaire zijde van Van Heutsz wordt in dit monument goed belicht, maar zijn ethische politiek daarentegen niet. Dit monument zou dus het monument van de ethische politiek moeten zijn. Naast mannen van `Ereschuld en Stuw' hebben ook Indonesiërs bijgedragen aan de ethische politiek. Hun poging tot een vreedzame overdracht van de kolonie is helaas niet gelukt, maar zij zouden daarvoor wel geëerd mogen worden. Er zouden daarom twaalf plaquettes van Nederlanders en Indonesiërs bij het monument geplaatst moeten worden. Plus een of twee plaquettes op de muur bijvoorbeeld met toelichting. In plaats van twee leeuwen zou er een Garuda moeten komen.

Fred Bergfeld: Hij heeft in Amersfoort gevangen gezeten van in 1943 t/m oktober 1944 (ontsnapt). Militaire detentie onderging hij in de strafgevangenis van Scheveningen (militaire afdeling), omdat hij dienst had geweigerd voor Indonesië (met nadienen tot 1953). In 1981 werd hem het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Fred Bergfeld verwijst naar de boeken van Ewald Vanvugt over het dubbele gezicht van het kolonialisme. Iedereen heeft het recht op zijn inzichten. We moeten ons bewust zijn dat dit monument vanaf het begin discutabel is geweest, tot aan de dag van vandaag. In 2000 bestaat geen behoefte meer aan zo'n monument. Het monument staat in feite voor de legalisering van geweld. Het optreden van Van Heutsz is gebaseerd op geweld en gezag. De pacificatie heeft 70.000 doden gekost in Atjeh, 1 miljoen gewonden en ongeveer 50.000 doden aan de zijde van het koloniale leger. De dienstweigeraars zijn zich er bewust van dat de zinnebeelden aan het monument misleidend zijn. De Indonesiërs hebben de negatieve gevolgen van deze zinnebeelden eeuwenlang aan den lijve ondervonden. Als hij aan het onderwijs denkt, verschijnt de naam van de Indonesische vrouw Kartini. Vergeten mogen ook niet worden de Nederlandse dienstplichtigen die daar naar toe gingen, alsook de weigeraars die gevangen gezet zijn. De geboorte van het onafhankelijke Indonesië heeft ook de furie van de bersiap gekend. Degenen die uit de Jappenkampen terugkeerden, werden daardoor overvallen. 300.000 Indische Nederlanders kwamen berooid aan in Nederland. Ook dit aspect zou men kunnen meenemen in dit monument. Het monument moet een andere functie krijgen, een plek van bezinning over diegenen die slachtoffers van het geweld werden dat zij niet hadden uitgelokt. Het monument zou een symbool dienen te zijn waaruit duidelijk wordt dat Nederland ook zijn eigen geschiedenis heeft leren kennen.

Ewald Vanvugt: Er bestaat geen absolute waarheid in de geschiedenis. De ethische politiek rond 1900 is niet gelukt. Tegelijkertijd werd het leger gemoderniseerd. Het repeteergeweer werd ingevoerd. De ethische politiek was voor het grootste deel een wassen neus.

Reza Muharam: De ethische politiek was voor ons juist de reactie op de Javaanse oorlog. Veel Nederlanders waren geschrokken van de gewelddadigheden. Hij verwijst naar de rede van Wilhelmina over ereschuld. Het is waar dat in die tijd werd begonnen met volksonderwijs, maar dat gold alleen voor de elite. De kampongscholen kwamen pas na de oorlog. De voorstander van de ethische politiek was Soegrogoni zelf. Hij was nauw betrokken bij de Atjeh-oorlog. De ethische politiek heeft ons de toegang verschaft tot de kennis van de westerse beschaving. We hebben bijvoorbeeld geleerd over de Franse revolutie. Er werd gebruik gemaakt van deze kennis wat eerste moderne politieke organisatie tot gevolg had. Van Heutsz was niet de grondlegger van de ethische politiek, maar Idenburg. Er was olie in Atjeh, er waren plantages op Sumatra, en de Indonesische scholen produceerden geschoold personeel.

Herman Bussemaker: In 1900 zat van Heutsz in Indonesië, de Amerikanen zaten in de Filippijnen, de Duitsers in Zuid-Afrika, de Engelsen bevochten de Boeren, en in China werd de Boxeropstand onderdrukt. Een deel van onze maatschappij kijkt nu anders tegen die situatie aan dan toendertijd. In 1928 was er een heftige discussie door de sociaal-democraten tegen de komst van het Van Heutszmonument. Het Indisch Platform huldigt geen ondubbelzinnig standpunt over het Van Heutszmonument. Laat het in zijn oude waarde, of genuanceerder, plaats het in het licht van de ethische politiek. Het Van Heutszmonument heeft een grotere reikwijdte, namelijk 400 jaar Nederland-Indonesië. Het kan een Indisch monument worden met een extra accent op de VOC-tijdperk. Er zouden nieuwe beelden toegevoegd kunnen worden aan dit monument voor de gehele periode. Het monument zou een andere naam kunnen krijgen.

Edith Eckhart-Friedhoff: Ze is het niet mee eens dat het monument een andere naam moet krijgen.

Herman Bussemaker: Tijdens het Indonesisch jeugdcongres te Batavia van 1928 was het: Indonesië, één volk, één land, één vlag. De jonge Indonesiërs baseerden zich op de eenheid, welke Van Heutsz had bereikt.

Martin Sanders: Als gouverneur-generaal heeft Van Heutsz de Pax Neerlandia gevestigd. Dit wordt in Indonesië niet negatief opgevat. Het monument beeldt de eenheid uit die was gesmeed. We moeten met het monument omgaan op een wijze die ook voor Indonesië aanvaardbaar is. Van Heutsz heeft niet de Indonesische eenheid bewerkstelligd, wel het Indonesische territorium.

Ewald Vanvugt vindt dat je het monument moet plaatsen in zijn tijd waarin ook al felle kritiek op Van Heutsz werd geleverd. Hij verwijst naar zijn boek over `Nestbevuilers. Nederlandse critici van het koloniale bewind'. Bijvoorbeeld Wekker schreef negatief over Van Daalen, de beschermeling van Van Heutsz.

Edith Eckhart-Friedhoff: Zij weet weinig af van de Indische politiek uit die tijd. Ze is emotioneel betrokken bij dit monument, omdat haar vader de architect ervan was. Ze vindt dat het monument in de oorspronkelijke toestand gerestaureerd moet worden, want het is een historisch monument en dus ook geschiedenis.

Rob Aspeslagh merkt op dat de architect G. Friedhoff veel meer de symboliek vastgelegd heeft in dit monument door banden met Batavia, Amsterdam, Indië en Nederland te benadrukken.

Edith Eckhart-Friedhoff: Van Hall en Friedhoff hebben samengewerkt aan het monument. Er is besloten om geen generaal te paard te maken, maar beelden over Indonesië.

Hans Eckhart: De technische uitvoering lag bij de architect.

Edith Eckhart-Friedhoff: Iedereen kent het Van Heutszmonument. Zij vindt niet dat er aan dit monument beelden moeten worden toevoegen. Aan de achterkant kan een verhaal komen over de verhouding Nederland-Indonesië. De bronzen plaquette met de kop van Van Heutsz hoeft wat haar betreft niet meer terug te komen. Het monument moet geen herdenkingsplaats voor de gevallenen worden, want zo'n herdenkingsmonument staat al in Den Haag.

Ewald Vanvugt: Hij is het niet mee eens dat er absoluut niets aan het monument veranderd kan worden Hij heeft een artikel geschreven over de vernieuwing van het monument van Michiel de Ruyter in Vlissingen (Vrij Nederland, 16 oktober 1999). Hij ziet een relatie tussen het debat over een Slavernijmonument en het debat over de nieuwe functie van het Van Heutszmonument Hij vindt dat het Van Heutszmonument een monument van het Europese kolonialisme zou kunnen worden. Dus een Mahnmal van bijvoorbeeld tien grote momenten uit 500 jaar Europese koloniale geschiedenis.

Edith Eckhart-Friedhoff: Zij is het niet eens met het idee van een monument over het Europese kolonialisme.

Hans Liesker: Wie anno 2000 kolonialisme en slavernij aan de kaak wil stellen, kiest de rol van wijsheid achteraf. Daar is weinig moed voor nodig. Het lijkt mij zinvoller om hen te eren die daar destijds hun nek voor uitstaken. Dit monument werd geassocieerd met de harmonie van toen en nu, en geeft een affectief gevoel van, hier hoor ik thuis. De ethische politiek was gebaseerd op deze harmonie. De harmonie was dé kracht van het monument die de beeldhouwer heeft uitgebeeld. Het verwoordt de oude idealen van educatie en overdracht. Ook Sutan Sjahrir wilde een geweldloze overdracht van Indonesië, maar dat is niet gelukt.

Fred Bergfeld: Wanneer een soldaat een voet aan land zette, droeg hij het zaad van de vrijheid van dat volk met zich mee. De zeewaardige landen waren toen Nederland, Engeland en Portugal. Nederland ging naar Indië; het ging om het maken van winst.

Ewald Vanvugt: De feiten over de oorlogen die Van Heutsz voerde en die ook door het monument worden herdacht, zijn slecht bekend en moeten kenbaar worden gemaakt. De multiculturele samenleving is een uitvloeisel van het Europese kolonialisme. Vertel de jeugd over het Europese kolonialisme.

Martin Sanders: Het Van Heutszmonument moet een monument voor Nederland-Indonesië worden, waarin Indonesië zich in kan herkennen. Hij is het niet eens met de heer Vanvugt dat het een monument van het Europees kolonialisme moet worden.

Reza Muharam: Nederland heeft zijn koloniale geschiedenis niet verwerkt. Voor Indonesië is deze geschiedenis verleden tijd. Het monument is opgericht ter ere van Van Heutsz, de veroveraar. De geschiedenis wordt herschreven. In Indonesië is Van Heutsz de massamoordenaar van Atjeh. In de huidige context met men afstand nemen van het Van Heutszmonument. Geef het monument een andere naam en een andere functie. Voor- en tegenargumenten zijn gedocumenteerd in de raadsverslagen van 1928 en Indonesië heeft gelijk gekregen. Nu kan het monument worden omgedoopt tot Indonesiëmonument, ter nagedachtenis van de slachtoffers.
   
 

Rob Aspeslagh dankt iedereen voor zijn inbreng in deze discussie.
   
 


[Terug]