Verslag overlegronde over de toekomst van het Van Heutszmonument op 15 mei 2000

 

Aanwezig:

Mevr. Han van der Linden-Schadd, buurtbewoner;

Dhr. B.J. Diazoni, voorzitter van het Comité Herdenking Gevallenen in Nederlands-Indië

Mevr. M.Therèse Overbeek Bloem, lid van bovengenoemd comité ;

Dhr. Coen Tasman, buurtbewoner van de Stadionbuurt en lid van de Wijkraad Zuid-West;

Dhr. Koos Borghouts, heeft contact met pro-democratische bewegingen in Indonesië;

Didi van Suchtelen-van Hall, dochter van de kunstenaar Frits van Hall;

Dhr. G.H. te Kronnie, lid wijk van het wijkopbouworgaan Vondelpark-Concertgebouwbuurt;

Dhr. Rob Aspeslagh, van het Instituut Clingendael, voorzitter

Mevr. Inge Lavalette, medewerker Ruimtelijk Beleid, sector Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid, verslag

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
 

Rob Aspeslagh heet de aanwezigen welkom.

Dhr. G.H. te Kronnie: Direct na de tweede oorlog werd hij lid van als lid van het hoofdbestuur van de Vereniging Nederland-Indonesië. Hij woont als 50 jaar in de Vondelpark-Concertgebouwbuurt en is lid van het wijkopbouworgaan aldaar. Hij heeft een boodschap meegekregen van het bestuur, namelijk dat het monument gehandhaafd moet blijven. Men wil het monument zien als confrontatie met het verleden op een zo veelzijdig mogelijke wijze.

Koos Borghouts is al jaren bezig om wat aan dit vreselijke monument te doen. Hij heeft veel contact met pro-democratische Indonesië bewegingen. Zojuist hebben we gekeken naar de video "De Bekoring" over Frits van Hall en het Van Heutszmonument. Ja, de getoonde film, gemaakt door Frits van Hall's kleinzoon, gaat voornamelijk over het leven van de beeldhouwer en slechts gedeeltelijk over Van Heutsz zelf. De beelden van de zo tragisch in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Frits van Hall ontroeren allen, waardoor velen mogelijkerwijze voor het behoud van het monument kiezen. De vorige stadsdeelwethouder Rita Weeda deed al eens een poging om het monument maar het Van Haalmonument te noemen. De discussie behoort over het doel van het monument te gaan en in mindere mate over de vorm, de verpakking, de entourage. Daarom was het wat ongelukkig om alleen de film over de maker van het monument te tonen. Waarom bijvoorbeeld niet Van Heutsz' killing fields foto's aan de muur gehangen? Of waarom werd er niet voorgedragen uit de `Wekker'-serie? De video benadrukt het fascisme tussen 1940-1945. In Indonesië is ook fascisme gedreven, waarvan Van Heutsz voor velen een symbool is, maar dit komt in de video niet aan bod.

Han van der Linden-Schadd: Is op deze bijeenkomst aanwezig als buurtbewoner en is als zodanig ooit de actie begonnen. Om de eigen betrokkenheid bij het voormalige Nederlands-Indië iets meer gestalte te geven vermeldt zij haar lidmaatschap van het voormalige Vrouwenkorps KNIL.

Didi van Suchtelen: Haar zoon heeft de research van deze film gemaakt. Hij ontdekte dat er reliëfs zijn met vredige taferelen in Nederlands-Indië, maar op het reliëf over Atjeh zien we strijders, wapens. En dat is een merkwaardige paradox. Want het monument was ter ere van Van Heutsz opgericht. Er werd toen nog steeds in Atjeh gevochten.

Dhr. B.J. Diazoni: Hij zou het jammer vinden als het monument verdwijnt, gelet zijn Indische achtergrond. De aanleiding om hun verzoek te schrijven van 1 juli 1998, was een artikel in de Telegraaf met krantenfoto met als kop "Nieuwe bestemming Van Heutszmonument. Dat is de reden geweest van zijn comité om deze brief te schreven. Op 14 augustus, de dag voordat de Japanse capitulatie plaatsvond, vindt elk jaar in Amstelveen hun dodenherdenking. Vooral de 15e augustus, de capitulatie door Japan is voor hen een belangrijke datum. Daarom wordt de avond daarvoor de doden de gevallen zijn in Indonesië en de nasleep ervan herdacht Dus ook de tienduizenden Nederlandse militairen die na de capitulatie door Japan die naar Indonesië zijn gezonden als nasleep van de Japanse oorlog.

Rob Aspeslagh: Hij is belast met het geven van een advies over de toekomst van het Van Heutszmonument. Dit is de laatste gespreksronde die gehouden wordt over de toekomst van het Van Heutszmonument. Hij geeft een kort verslag van het besprokene in de gesprekken die gehouden zijn.

Dhr. G.H. te Kronnie: De vraag is of dit monument al of niet zo moet blijven bestaan in de vorm zoals het is. Amsterdam is rijk aan monumenten met betrekking tot het koloniale tijdperk, namelijk de grachtengordels. Aan echte monumenten wat straten en plein betreft is Amsterdam straatarm. Dat heeft te maken met de Hollandse koopmansgeest want men vraagt altijd hoeveel kost het als je iets bouwt en wat brengt het op. De grachtengordels brengen heel wat op. Daarom is dit monument stadsarchitectonisch en planologisch gezien een unieke monument. We moeten alles in het werk stellen dat dit prachtige monument gehandhaafd moet worden. De inhoud van het monument is op de wijze hoe je ertegenaan kant, en hoe de historici ertegenaan kijken, en hoe kijken wij er vandaag tegenaan. In feite zijn deze momentopnamen. Over vijfentwintig jaar zal men waarschijnlijk ten aanzien van de ontwikkelingen voer het koloniale tijdperk en het verdere verloop er weer anders tegen kijken. Hij heeft samen met o.a. Sunito, die lid was van het parlement en voorzitter van de Perhenpunan Indonesië en tevens vice-voorzitter van de vereniging. Sunito zei toen dat dit monument een confrontatie teweegbrengt met hun verleden. Ook hij vindt dat dit monument ons nu ook confronteert met ons eigen verleden. Bedenk dat de geschiedenis van Nederland de geschiedenis was die geleid werd in de donkere Atjeh-dagen door een regering die bij meerderheid werd gesteund door het parlement. Het is goed dat we ook daarmee geconfronteerd worden, hoe we er verder overdenken. Na de oorlog is opnieuw opgetreden met machtsmiddelen die gedeeltelijk vergelijkbaar zijn, dat is betreurenswaardig. Het is ook uniek dat Nederland door de Verenigende Naties een halt is toegeroepen om een einde te maken aan het koloniale tijdperk. In deze tijd zijn veel mensen slachtoffer geworden. Nog steeds hadden we te weinig aan deze confrontatie gedaan. Een voorbeeld van wat confrontatie voor positieve gevolgen kan hebben. In de jaren 1938 en '39 doceerde aan de technische hoge school in Delft professor Jozefus Jitta een historicus. Hij waarschuwde voor het gevaar van het fascisme. Anton Mussert was ook in Delft opgeleid als ingenieur. Zodra hij aan het `preken' was, stond Jitta prompt op om hierop te reageren. In november 1940 brak er een staking uit bij twee universiteiten. Voorop liep de universiteit Delft en 3000 studenten staakten. Dit was in feite het eerste grote massale verzet tegen de Duitsers. Confrontatie is het begrip dat bij het monument hoort. Dit moment heeft de kunstenaar naar voren gebracht en dat is de realiteit waarmee hij ons confronteert. De ene groep vindt het monument te Indisch, te vriendelijk, te Oosters; de andere groep zegt dat het machtsmisbruik en de overweldiging die van Heutsz heeft aangebracht was eigenlijk nog veel massaler is dan tot uitdrukking is gekomen. De confrontatie ligt er echter wel en die moet worden vastgehouden. Dit kan door middel van een toelichting. Een idee is om aan het front van het water kan een massief blok te plaatsen met inscriptie over makers van dit monument en de achtergrond van het koloniale tijdperk. En dat deze toelichting dateert uit het jaar 2000, want men kan over vijfentwintig jaar er weer een andere mening op nahouden. Ook een beeldhouwwerk is een statisch moment in een dynamisch proces, en een dynamisch proces is ook het terugblikken en leren van de geschiedenis..

Koos Borghouts: In een brief aan de deelnemers van de gespreksrondes noemt de heer Aspeslagh vier mogelijkheden voor dit monument. Hij vraagt zich af of het monument niet opeens als rijksmonument wordt voorgedragen, omdat er nu druk wordt uitgeoefend. De eerste mogelijkheid die wordt genoemd is het handhaven van de naam van Van Heutsz. Hij wil hieraan toevoegen dat als de naam gehandhaafd blijft dat het monument gesloopt moet worden. Gaarne wil de stand van zaken weten over de procedure tot aanwijzing van dit monument tot rijksmonument

Inge Lavalette: Twee jaar geleden is een concept indicatieve lijst opgesteld van panden en objecten uit de periode 1850-1940, die in aanmerking komen voor plaatsing op de rijksmonumentenlijst. Het Van Heutszmonument komt voor op deze lijst. De aanwijzing tot rijksmonument geschiedt door middel van een project, het Monumenten selectie Project, ook wel MSP genoemd. Deze procedure is nog niet afgerond. Diverse panden in het MSP zijn sociale woningen. Aanwijzing tot rijksmonument kan een extra huurverhoging betekenen voor de huurders. Om die reden is het project stilgelegd en zijn de centrale wethouders volkshuisvesting en monumentenzorg in overleg met de oudervereniging en de corporaties over deze huurkwestie.

Dhr. Diazoni: Het doet ons genoegen eindelijk iets positief over het zwaar verwaarloosde Van Heutszmonument te horen. Het siert een volk niet om zijn verleden weg te moffelen. Bovendien mogen wij Nederlanders best trots zijn op wat op onze voorouders ver weg van huis met kleine boten met gevaar voor eigen leven, de wereldzeeën hebben bevaren om voor onze welvaart en welzijn handel te drijven. Menig Atjeher spreekt nu nog met respect en eerbied over Van Heutsz voor wat hij in economische zin voor de Atjeher tot stand heeft gebracht. Maar goed, wij leven nu een eeuw later en willen een andere bestemming aan het monument geven. Wij van het Comité stellen voor het Van Heutszmonument de naam Indiëmonument te geven, waarbij voor alle slachtoffers en gevallenen in Nederlands-Indië van zowel de koloniale tijd, dus ook de Indonesische slachtoffers, de Japanse bezetting, de Indonesische vrijheidsstrijd - de bersiap-periode-, alsmede de slachtoffers van de politionele acties van beide zijden worden geëerd. Het Indiëmonument te Amsterdam brengt dus eer aan alle slachtoffers over de periode 1550 tot 1950. U zou hiermee de Nederlands-Indische gemeenschap een grote dienst van erkenning bewijzen. Bovendien kan het monument als cultuurvorm in haar oude luister worden opgeknapt, waarmee de ontwerper van dit monument maar ook de buurt en vooral Amsterdam een geweldige dienst bewijst..

Coen Tasman: Het monument heeft twee aspecten. Het ene aspect is dat het monument een kunstwerk is. Het andere aspect is de inhoudelijke betekenis ervan Hij sluit zich aan bij de vele waarderende woorden voor dit monument en voor de bakstenen structuur. De sculptuur en het monument als bouwwerk moeten worden gehandhaafd, vooral ook, omdat het past in de architectuur van Amsterdam Zuid. Maar dat is niet los te denken aan de inhoudelijke of kritische betekenis die aan dit bouwwerk kleeft. Daar moeten we kritisch naar kijken. Ons historisch bewustzijn en onze maatschappij zijn voortdurend in een proces van ontwikkeling. Wij kijken nu geheel anders aan tegen gebeurtenissen van honderd jaar geleden. In het bewustzijn van deze tijd moeten we kijken naar bestemming en de inhoud van het monument. Voortzetting van het eerbetoon aan generaal Van Heutsz en waar hij voor stond, namelijk voor een koloniaal beleid en koloniale overheersing kan niet meer in deze tijd en acht hij uitgesloten. Met name het optreden van generaal Van Heutsz in Atjeh maken hem, als men dat vergelijkt met de normen en waarden van nu, tot een oorlogsmisdadiger. Hij is het eens met de heer Te Kronnie dat het monument een gedenkteken van confrontatie moet zijn. Je moet monumenten niet slopen want daarmee ontneem je jezelf ook de mogelijkheid om je te bezinnen op je eigen geschiedenis. Hij is het eens met het idee dat het monument een zekere confrontatiewaarde moet hebben, in de zin van confrontatie met onze eigen geschiedenis. Er moet goede informatie worden toegevoegd die duidelijk maakt waarvoor dit monument ooit is opgericht en waarom we nu vinden dat het een andere bestemming moet krijgen. De vraag is welke bestemming en welke naam. Gezien het karakter van het bouwwerk en de beeldhouwwerken is het terecht dat de naam en de bestemming ervan iets met de historische relatie Nederland-Indonesië te maken zouden moeten hebben. Persoonlijk ziet hij als bestemming van dit monument: gedenkteken voor alle slachtoffers van de koloniale overheersing en alle slachtoffers van het Soehartobewind, dus ook de dienstweigeraars van de politionele acties, maar met uitdrukkelijke uitsluiting van de Nederlandse militairen die aan de koloniale oorlogvoering hebben deelgenomen, hetzij in vorige eeuwen, hetzij tijdens de politionele acties..

Han van der Linden-Schadd: In 1994 heeft ze het stadsdeel gevraagd om over de toekomt van het Van Heutszmonument na te denken. Ze beluistert nu dat het monument iets moet betekenen voor diverse slachtoffers en gevallenen. Geen moment denkt ze hieraan, en daar is ze niet voor. We hebben al een nationaal monument, een Indiëmonument, een monument in Roermond, een monument in Amstelveen. Zij vindt dat de man Van Heutsz minder slecht is dan hij nu soms wordt afgeschilderd. Ze voelt wel voor de term Indonesiëmonument in plaats van het Van Heutszmonument. Als herdenkingsjaar heeft zij toen in 1994 voorgesteld om het jaar 1995 als herdenkingsjaar want dan is het vierhonderd jaar geleden dat Cornelis Houtman naar Indië is gevaren, want dat is het jaartal van de oudste relatie met Indië. Bovendien was het toen zestig jaar geleden dat het Van Heutszmonument was onthuld en 1945, 50 jaar geleden dat Indonesië de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Ze heeft hierover met de toenmalige wethouder gesproken, maar daaruit is niet veel gekomen. In 1998 was er een bijeenkomst georganiseerd door Amsterdam Anders/ De Groenen. Toen had ze een andere herdenkingsdatum genoemd, namelijk 27 december 1999, de datum van de soevereiniteitsoverdracht Het moet geen monument worden met kransleggingen voor gevallenen. Zij heeft een stukje geschreven in het wijkblad en in inspraaknotitie voor genoemde bijeenkomst. Zij stelt voor het monument om te dopen tot Indonesiërmonument waarin de positieve kant de relatie Nederland-Indonesië aan bod komt, zonder de negatieve kanten te verwaarlozen, met een toelichting erbij. Bij de soevereiniteitsoverdracht heeft koningin Juliana gezegd: "Het is een voorrecht deze daad van overdracht der soevereiniteit te verrichten tegenover de geschiedenis - of beter gezegd: voor het aangezicht Gods, die weet waarom dit samengaan in vrijheid niet eerder en ook niet later werd bereikt, en die het falen kent der generaties." Dit is erg goed uitgedrukt, kan erbij als spreuk en nader worden toegelicht.

Rob Aspeslagh vraagt of het voorstel van Han van der Linden-Schadd niet in conflict komt met het Indisch Monument in Den Haag, de herdenking op 14 en 15 augustus en het Nationaal Monument op de dam voor de herdenking van 4 mei.

De heer Diazoni: Nee dat hoeft niet, want de bedoeling is namelijk dat het accent bij de confrontatie moet komen te liggen om de geschiedenis over te brengen. Het monument hoeft niet perse gebruikt te worden voor een jaarlijkse herdenking en kranslegging. Dit monument moet als cultuurwaarde blijven bestaan, en als er een andere bestemming aangegeven moet worden, geeft dan de educatieve geschiedenis weer.

De heer te Kronnie: Toeristen die dit monument zien, worden getroffen door de schoonheid van dit monument. En dan wordt men nieuwsgierig, want men wil weten wat voor een soort monument dit is. Dit monument moet ons confronteren met de geschiedenis, de angst voor de overheersing door andere volkeren nu zien in het verleden en in de toekomst. Het koloniale tijdperk kan op een andere moment en op een andere manier ook weer optreden in de toekomst. Daar moeten we waakzaam voor zijn.

De heer Diazoni: Het monument moet een dagelijkse vingerwijzing zijn.

Koos Borghouts: De heer Diazoni is van mening dat dit monument niet meer het Van Heutszmonument genoemd moet worden.

De heer Diazoni: Inderdaad. Niet de naam Van Heutszmonument handhaven, maar als Comité benadrukt hij dat Van Heutsz niet wordt verguisd.

Didi van Suchtelen: Als dochter van de maker van het Van Heutszmonument is zij persoonlijk bij dit probleem betrokken, waarbij zij het risico loopt om te subjectief, of te gevoelsmatig op de zaken te reageren. Ze heeft zich de afgelopen tijd in de geschiedenis van dit monument verdiept. Ze ontdekte dat de discussie die we nu voeren, al ruim dertig jaar geleden al is begonnen. In 1969 vroeg het PSP-raadslid F. de Vries aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam of het niet de hoogste tijd werd de plaquette met de kop van Van Heutsz van het Van Heutszmonument te verwijderen. Het pas verschenen boek van Paul van 't Veer over de Atjeh-oorlog had hem tot die vraag gebracht. Zowel de gemeenteraad als Paul van 't Veer reageerden negatief. In Het Parool schreef hij dat hij het niet juist vond dat men dergelijke conclusies uit zijn boek trok. Citaat uit Het Parool:" Gooi er verf overheen, ga er demonstreren, maar blaas het niet op, breek het niet af. Want kan kun je bij historische monumenten, boeken, schilderijen en dergelijke wel aan de gang blijven".

Wat Van Heutsz betreft klopt dat inderdaad. Alleen al in Amsterdam is hij vijf maal afgebeeld. In het Tropenmuseum (voormalig koloniaal instituut), op het Scheepvaarthuis, op de voorgevel van het gebouw van de voormalige Nederlandse Handelsmaatschappij naast Coen en Daendels, op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in het monumentale praalgraf, en tenslotte op het Olymiaplein. Merkwaardig genoeg is er over die eerste beelden nooit commotie ontstaan.

Koos Borghouts: Twee maanden speelde een discussie over een Indiëmonument in Utrecht. Nu is er gekozen als tussenoplossing om dat monument op een begraafplaats te zetten, want op die plek heeft iedereen er eerbied voor. Het nieuwe Indiëmonument is na maanden discussie in de Gemeenteraad van Utrecht uiteindelijk op een gemeentelijke begraafplaats neergezet. In het centrum werd het niet getolereerd. Een ander nieuw monument voor gevallen Indiëstrijders in Leiden werd daar al eens in het water gegooid en met rode verf besmeurd. Er is meer boosheid en weerstand tegen foute Nederlanders dan algemeen erkend.

Didi van Suchtelen: De tweede kwestie betreft de kritiek die mijn vader zelf te horen kreeg van vrienden, zijn leerlingen. Jan Meefout die in 37-38 een van zijn leerlingen was, vertelt daarover in de film die we zojuist gezien hebben. Uit een bericht in Het Parool van 3 augustus 1987 blijkt echter dat hij al eerder bekendheid heeft willen geven aan zijn gesprek van 50 jaar geleden. Ik citeer: "Hoe kunt u als communist een monument voor een koloniale onderdrukker maken!", zo verweet Meefout zijn leermeester. Van Hall antwoordde: "Je kijkt niet goed, ga maar eens mee." Op het Olympiaplein aangekomen, vroeg van Hall zijn leerling te vertellen wat hij zag. Meefout zei dat hij de reliëfs, die ieder een eiland van Indonesië verbeeldden, prachtig vond, evenals de vrouw, die een banderol vasthield. Maar op de sokkel was toch het portret gemonteerd van de koloniale onderdrukker, en dat vond Meefout onvergeeflijk. "Van Hall," schrijft Meefout, "lachte en zei letterlijk: `Als het hier ooit zover komt, dan mag je met een koevoet dat portret verwijderen. Vervang het door de letters Vrijheid, Merdeka of Indonesië, en je hebt een vrijheidsbeeld.'" "Misschien," zegt Meefout, "ben ik nog de enige die de eigenlijke gedachte van de maker kent en na meer dan vijftig jaar moet ik ze kwijt. Ik heb namens mijn leermeester gesproken."

Ook in de nota van Amsterdam Anders/De Groenen die als discussiegrondslag diende voor de vergadering op 29 oktober 1998 wordt dezelfde kritische vraag gesteld, namelijk hoe kon hij als overtuigd communist en later verzetsstrijder meewerken aan zo'n monument. Het antwoord is heel simpel. Toen hij in 1931-1932 aan het ontwerp voor de prijsvraag werkte, was hij geen communist. Pas later rond 1936-1937 werd hij politiek bewust en ontwikkelde hij zich tot een geëngageerde, linkse kunstenaar onder invloed van de gebeurtenissen in Duitsland en Spanje. Ongetwijfeld waren ook de ervaringen rond zijn werk aan het monument van invloed op zijn politieke bewustwording. Vooral de staking van de arbeiders die werkzaam waren aan het project voor Van Heutsz, die zij zes weken volhielden uit solidariteit met de muiters op de Zeven Provinciën, moet diepe indruk op hem gemaakt hebben. Daar staat weer tegenover dat de verbondenheid tussen Nederland en de Oost-Indische kolonie - die door het monument werd gesymboliseerd - hem letterlijk in het bloed zat. Hij was immers geboren uit een Indische moeder en een Nederlandse vader. Zijn gelukkige herinneringen aan zijn kleuterjaren op Java maakte de opdracht voor hem waarschijnlijk aantrekkelijk. Aan de sierlijke, dansende figuren op de reliëfs tussen de bogen kun je als het ware de affiniteit van de maker met zijn onderwerp herkennen.

Als derde punt moet worden nagegaan hoe de ontvangst van het monument bij het publiek was, bij de opdrachtgevers en de grote groep gulle donateurs, die zoveel geld voor het praalgraf hadden geschonken dat er genoeg geld overbleef voor een tweede ereteken voor Van Heutsz. De kunsthistoricus Ype Koopmans schrijft: "Toen in juni 1935 het doek van het beeld door Koningin Wilhelmina werd weggetrokken en de grote vrouwenfiguur te voorschijn kwam, blootshoofd, in klassiek gewaad en met een banderol in de hand en met aan haar voeten de onooglijke reliëfbuste van Van Heutsz, toen viel er een stilte van ontsteltenis. Want er stond geen generaal in gala-uniform ten voeten uit op een paard zoals men had verwacht, maar een vrouw". In kranten en tijdschriften kwam nu ook kritiek van rechtse, conservatieve en nationalistische zijde. De Telegraaf schreef over "een weinig attractieve juffrouw van voorshands nog onbekend gebleven ras daar heet te staan als zinnebeeld van het gezag dat door Van Heutsz gegrondvest is. Ieder onzer weet dat dit gezag uiterst weinig op de juffrouw lijkt." Het nationaal socialistische Volk en Vaderland is helemaal furieus, en schreef over dit monument een lang artikel met de kop "ontaarde kunst" en Frits van Hall werd verweten dat hij niets begrepen had van "de ontzaglijke volkseigen energie die nodig is om op de gewesten zo sterk en onuitwisbaar de Nederlands stempel te drukken." Uit datzelfde artikel over "ontaarde kunst" (citaat): "Als de aangeplakte kop van Van Heutsz wordt weggenomen, wat blijft er dan nog over van Van Heutsz in dit monument. Is dit misschien opzet?" Enkele alinea's verder "En hoe gemakkelijk kan dit alles verwijderd worden als Indië los van Nederland is? Hoe losjes is hier al reeds Indië aangebracht". Het sterkste staaltje wordt geleverd door de zoon van Van Heutsz, de Sturmbahnführer der Waffen SS. Op 16 juni 1943 schrijft hij de foute burgemeester Vôute van Amsterdam -citaat: "Dit gedenkteken, dat niet alleen mij, doch gelukkig nog zeer vele anderen een doorlopende ergernis is en een aanfluiting van het eren van de nagedachtenis van iemand van betekenis, zal moten verdwijnen". De burgemeester schrijft terug dat hij het met hem eens is, en dat hij voorbereidingen treft om -citaat- "het denkteken zodanig te wijzigen dat het op een waardiger wijze dan thans zal uitbeelden de grote daden van wijlen uw vader". Dit werd geschreven op 14 augustus 1943. Op dat moment zat haar vader in het huis van bewaring gevangen. Hij was gearresteerd wegens zijn verzetsrol in het kunstenaarsverzet. Conclusie: ook en vooral uit deze kritiek kan geconcludeerd worden dat het monument niet beantwoordde aan de bedoelingen van de opdrachtgevers, dat wil zeggen van de fervente en fanatieke voorstanders van militarisme en koloniale overheersing. Als scheppend kunstenaar was haar vader van nature afkerig van militair geweld, van koloniale en racistische onderdrukking. Maar zijn uitspraak dat het monument na verwijdering van de reliëfbuste van Heutsz een vrijheidsbeeld ter ere van de Republiek Indonesië zou kunnen worden, lijkt haar een naïeve wensdroom. Door de symboliek van de Nederlandse maagd met wetsrol, en de wapenschilden van Amsterdam en Batavia blijft het monument ook zonder de kop van Heutsz, een koloniaal monument. Nu een onbekende de kop en de naam van Van Heutsz een kwart eeuw geleden van de sokkel heeft verwijderd, zijn we in feite van een dilemma verlost. Want verheerlijking van deze koloniale houwdegen wordt in deze tijd door velen als ongepast ervaren. Haar voorstel is het monument zo te laten als het nu is. Mocht men voor een nieuwe naam kiezen, dan moet die betrekking hebben op de band tussen Nederland en Indonesië, op de twee-eenheid die in het monument gesymboliseerd wordt. Daarbij hoort een korte tekst, van steen of brons gehouwen of geschreven waarin vermeldt wordt wanneer en met welk doel het monument is opgericht, waarin de hedendaagse visie op het koloniale verleden en op de nieuwe relatie met de republiek Indonesië wordt uiteengezet. Het bedenken van zo'n korte kernachtige tekst lijkt haar een moeilijke opgave, maar wel essentieel. Misschien iets voor een prijsvraag? Daarnaast zou een uitvoerige historische beschouwing geschreven moeten worden, die bij de deelraad voor belangstellenden en voor scholen ter beschikking zou kunnen liggen.

Therèse Overbeek Bloem: De mensen die naar Nederlands-Indië zijn gekomen, dat waren niet alleen maar militairen, ook dienstverlenende mensen. Voor die mensen is het heel kwalijk dat het voormalig Nederlands-Indië constant wordt neergehaald door het koloniale tijdperk. Dit zal ook naar boven moeten komen, als de confrontatie er was, zoals de heer Te Kronnie zegt, zodat er eindelijk eens iemand opstaat die de waarheid en historie verteld van het Indische leven, dus ook over andere beroepen die uitgeoefend werden ten dienst van Indonesië. Een beetje respect en begrip voor die mensen zou op zijn plaats zijn. Het monument moet een confrontatie worden, het moet de historie vertellen van het Indische leven.

Rob Aspeslagh: Van Heutsz blijft een deel van ons verleden, en daar moeten we dus wel een confrontatie mee aangaan. Hij vindt in deze kwestie het woord "waarachtigheid" op zijn plaats. In die waarachtigheid moet je mensen van twee verschillende kanten mee krijgen. Ook Multatuli is een kant van de zaak. Op die menselijke kant zeg je dat mensen vanuit een persoonlijke betrokkenheid doen, en mensen die vanuit een systeem bepaalde dingen doen. De vraag is leg je de nadruk bij het kolonialisme als systeem. Het is moeilijk voor mensen om het systeem te kunnen aanvaarden wat tegengesteld is aan datgene dat ze zelf eigenlijk bedoelden binnen dat geheel. Daar zit een spanning tussen.

De heer te Kronnie: Hij vindt dat in het monument de overheersing symbolisch tot uitdrukking komt. De schoonheid van het land komt tot uitdrukking in de gesymboliseerde reliëfs en de hardheid van de handhaving van het machtsapparaat wordt gesymboliseerd door Van Heutsz. Hij heeft het niet over personen, maar over de machtsstructuur, en daarvoor moeten wij waarschuwen.

Didi van Suchtelen: Zij concludeert dat het monument niet aan de bedoelingen van de opdrachtgevers heeft beantwoord. Zij stelt voor het monument te laten zoals het nu is, d.w.z. ontdaan van de kop van Van Heutsz. Dit maakt het mogelijk om een nieuwe naam en bestemming aan het monument te geven. Hierbij behoort een bondige tekst die uitlegt waarom in 1935 een ereteken voor Van Heutsz werd opgericht en waarom in het jaar 2000 voor een nieuwe naam en bestemming is gekozen, in overeenstemming met een algemeen aanvaarde kritische kijk op het koloniale verleden.
 
 

Laatste kanttekeningen:

Han van der Linden-Schadd: Er was een vooroorlogse discussie tussen links en rechts tussen de komst van het beeld van Domela Nieuwenhuis en het Van Heutszmonument. Het beeld van Domela Nieuwenhuis is uiteindelijk eerder gekomen. Zij stelt voor om het huidige monument te behouden. Men kan bedenken om dit monument een andere naam te geven. Het monument is ook symbolisch voor de koloniale verhouding en de relatie tussen beide landen. De naam `Insulindemonument' zou dan een goede aanduiding zijn.

De heer Diazoni: Het monument moet niet de naam Indonesiëmonument krijgen, omdat er in Indonesië geen Nederlands monument komt. De band tussen beide landen moet je koesteren. Hij stelt voor om de naam Van Heutszmonument te wijzigen Indiëmonument Amsterdam.

Therèse Overbeek Bloem: Ze sluit zich aan bij de heer Diazoni.

Coen Tasman: Het monument is ooit in 1935 opgericht als eerbetoon aan het kolonialisme als systeem en dat kan niet meer in deze tijd. Hij is het met mevrouw Overbeek Bloem eens dat er naast Nederlandse militairen en koloniale onderdrukkers ook Nederlanders zijn geweest die in Indonesië goed werk hebben gedaan, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs en de gezondheidszorg. De nieuwe naam zou daarom de wederzijdse culturele relatie tussen beide landen moeten symboliseren, niet het kolonialisme als systeem. Hij stelt eveneens voor om voor de nieuwe naam een prijsvraag te laten uitschrijven De relatie tussen beide landen en de toelichting op de ontstaansgeschiedenis van dit monument kunnen tot uitdrukking worden gebracht door middel van een tekst op een tafel voor het monument of door een plaquette. Deze zou gemaakt kunnen worden door een Nederlandse en een Indonesische kunstenaar, zoals ook al door Reza Muharam is voorgesteld.

Koos Borghouts: Hij stelt voor een antikoloniaal monument. Een andere naam zou het Merdekamonument kunnen zijn. De 6000 Indonesië dienstweigeraars meenemen, met name de demonstraties die gehouden zijn door de vrouwen. Het wordt tijd dat er een beslissing valt over dit monument. Het vooruitschuiven door de politiek duurt maar door. Hij vraagt aan de anderen of zij voor handhaving van de naam van Van Heutsz waren. Niemand betoonde zich voor handhaving.

De heer Te Kronnie: Hij wil geen verering van Van Heutsz. Men moet de lessen trekken uit het verleden over de overheersing: het ene volk mag niet over het andere volk overheersen. Het monument moet een confrontatie aangaan door conclusies te trekken voor de toekomst Voor de nieuwe naam stelt hij een prijsvraag uit.

Rob Aspeslagh bedankt een ieder voor hun inzet en deelname aan deze gespreksronde.
 
 


[Terug]