Verslag gespreksronde over het Van Heutszmonument op 27 april 2000

 

Wim van den Doel, Universiteit Leiden

Elsbeth Locher-Scholten, Universiteit Utrecht

Marieke Bloembergen, Universiteit van Amsterdam

Leo Dalhuisen, Universiteit Leiden

Wim Manuhutu, directeur van Moluks Historisch Museum te Utrecht

Tom van der Geugten, Fontys Hogescholen Tilburg

Agrar Sudrajat, Indonesiër, is in Nederland bezig met een proefschrift over de vakbonden in Indonesië

Allerd Friedhoff, zoon van G. Friedhoff (architect van het monument)

Frits van Suchtelen, kleinzoon van Frits van Hall

Rob Aspeslagh; Instituut Clingendael, voorzitter

Inge Lavalette, medewerker Ruimtelijk Beleid, stadsdeel Amsterdam Oud Zuid, verslag
 



 

Rob Aspeslagh opent deze gespreksronde over het Van Heutszmonument. Zojuist heeft men kunnen kijken naar de video "De bekoring" over Frits van Hall en het Van Heutszmonument. De architect Friedhoff heeft meer gedaan dan alleen het monument. Het weeshuis aan de Wielingenstraat was ook van Friedhoff. Hij heeft het betreurd dat het is gesloopt, want het is een prachtig gebouw.

Allerd Friedhoff: G. Friedhoff en F. van Hall hebben samen aan het stadhuis van Enschede gewerkt. De Emmakerk en de Christian Sciencekerk zijn ook ontwerpen van G. Friedhoff. Er zijn geen uitgebreide boeken of documentaires gemaakt over hem. Hij heeft wel documentatie meegenomen over G. Friedhoff.

Rob Aspeslagh: Hij citeert "Enkele vragen blijven nog over. Wat zien we van de publieke herinnering wanneer we die bestuderen via monumenten en hun geschiedenis? Wat wordt er vergeten of buitengesloten? Monumenten, letterlijk geplaatst in de publieke ruimte, worden al te gemakkelijk met de openbare herinnering geïdentificeerd. Zoals uit de hier beschreven voorbeelden blijkt, geven ze echter alleen inzicht in grote lijnen van die herinnering (hier de samenhang met dekolonisatie, zelforganisatie en `psychologisering'). Dat is onder meer te wijten aan het feit dat de oprichting ervan een minimum aan consensus vereist, al was het alleen ten behoeve van de goedkeuring door de overheid en van de financiële ondersteuning. Die minimum consensus is ook vereist met het oog op de herdenkingsfunctie die velen dient aan te spreken ruimte dient te bieden aan meervoudige interpretaties. Daarom ook worden betwiste aspecten van het verleden gemakkelijk buiten beschouwing gelaten. Of zoals Ian Buruma heeft gesteld: `Bij een gedenkteken kunnen ceremonie en analyse onmogelijk gecombineerd worden.'"1 Deze tekst is geschreven door Elsbeth Locher-Scholten. Hij vraagt haar of ze nog achter deze tekst staat.

Elsbeth Locher-Scholten: Jazeker, met enige modificatie, maar dat komt nog ter sprake. Dat artikel gaat over monumenten waarbij herdacht wordt. Het grote verschil met het Van Heutszmonument met de monumenten die daarin beschreven zijn zoals het monument op de Dam, het Indisch monument en het monumenten voor de vrouwen uit de interneringskampen, is dat hier geen herdenking plaats vindt. Zij vindt het ook niet wenselijk dat daar herdenkingen plaatsvinden. Zij ziet het Van Heutszmonument louter als een architectonisch monument dat in het verleden een functie heeft gehad, zij het een omstreden functie. Dat laatste wordt ook uitgedrukt in deze video, want zowel links als rechts waren tegen dit monument. Wat dat betreft vindt zij dat consensus voor het Van Heutszmonument iets minder noodzakelijk is. Dit monument heeft geen herdenkingsfunctie maar het heeft wel een andere functie. Het is van belang dat het Van Heutszmonument blijft bestaan en gerestaureerd wordt in de oude vorm, omdat daarmee het omstreden historische koloniale verleden van Nederland waar we nu toch min of meer moeite mee hebben, zichtbaar wordt gemaakt. We gaan niet politiek correct met het verleden om, we poetsen het niet weg, maar we laten het staan en we maken daar het liefst weer een monument van ter ere van de makers: het water moet terugkomen in de vijver, de fonteinen zouden weer moeten functioneren en goed worden onderhouden. Zij stelt voor om dit monument te gebruiken als een aanknopingspunt om in de publieke opinie dat koloniale verleden aan de orde te stellen. Een plaquette zou erbij geplaatst kunnen worden, een onderwijsproject, een video of iets dergelijks. Een ander idee is om de monumenten in de eigen wijk door middel van een tentoonstelling dichterbij te halen. Zo kun je allerlei dingen bedenken waardoor je dat monument ook in die context plaatst. In Atjeh is het Van Heutszmonument nog steeds aanwezig. Als het daar is, waarom dan niet hier. In allerlei grote steden in Europa zie je dat water een belangrijke plaatst inneemt in de architectuur. Dat is hier in dit monument voorhanden. Dus wat is dan mooier dan dit monument in zijn volle glorie te herstellen.

Tom van der Geugten: Het is interessant om je af te vragen welke functie het monument kan hebben. De vraag die gesteld is door het Indisch herdenkingscomité uit Amstelveen is of dit Van Heutszmonument een functie als herdenkingsmonument kan krijgen.  

Rob Aspeslagh: Deze vraag is inderdaad binnengekomen. Dat is het probleem, want dat betekent een `nationaal' monument. Dat is niet gewenst.
Allerd Friedhoff: De vraagstelling van het herdenkingscomité uit Amstelveen is duidelijk. Het is prettig om op een rijtje te hebben wat de vraagstelling is van die andere groepen, zoals welke andere naam en functie ze aan het monument willen geven en waarom.

Rob Aspeslagh: Dat is wat moeilijk. Er zijn er een aantal personen geweest die het monument kwijt willen, maar dat is niet aan de orde. Het Van Heutszmonument zit in de procedure om een rijksmonument te worden. De kans is ook groot dat het een rijksmonument wordt. Daarover wordt nu niet gediscussieerd. Er ligt ook een vraag of het monument ook bestemd kan worden voor dienstweigeraars die niet mee wilden doen aan de politionele acties, of het wordt een koloniaal monument etc. Er zijn een aantal ideeën over het monument. Eén ding is duidelijk, wat er nu staat, blijft staan. Maar wat doen we ermee? Er is behoefte om nu hierover een besluit te nemen.

Frits van Suchtelen: Hij wil regeren op het standpunt van Elsbeth Locher-Scholten. Gaat de restauratie zo ver dat ook het medaillon met de kop van Van Heutsz en zijn naam en het dankbetoon aan het KNIL terugkomt.  

Elsbeth Locher-Scholten: Ja, dan is de naam ook duidelijk en is daarmee ook het historisch kader gegeven.
Frits van Suchtelen: Er staat een Van Heutszmonument in Coevorden en hier in Amsterdam bevindt zich zijn monsterlijke graftombe. Het Van Heutszmonument in het toenmalige Batavia is afgebroken. Het Van Heutszmonument in Atjeh is een replica van het medaillon van Van Heutsz, die in Bronbeek terecht is gekomen. Maar het is van het afgebroken monument in voormalig Batavia. In de nadagen van Soeharto heeft een Nederlandse ambassadeur de replica van dit medaillon aan de gouverneur onder Soeharto aangeboden. Wat ermee gebeurd is, weet hij niet.

Agrar Sudrajat: Dat was op verzoek van een gouverneur uit Atjeh. De replica werd ontvangen door de opvolger van de gouverneur die eigenlijk ongelukkig was met dat verzoek.

Wim van den Doel: Het monument heeft een esthetische waarde. Het monument blijft staan. Het staat voor een persoon in een zekere tijd en het kijkt terug naar een bepaald verleden. Het kan zijn dat mensen dit niet willen weten, maar er zijn ook mensen die wel willen dat er wat over wordt uitgelegd.

Elsbeth Locher-Scholten wil weten of Frits van Hall het medaillon van Van Heutsz heeft gemaakt.

Frits van Suchtelen: Ja. Het hoort bij het monument.

Marieke Bloembergen: Waar is het medaillon gebleven?

Rob Aspeslagh: Het medaillon is rond 1984 weggehaald. Het is onbekend wie het heeft weggehaald, waar het is gebleven, in het water of bij diegene thuis die het heeft weggehaald.

Marieke Bloembergen: Je moet het monument zo laten zoals het is. Omdat het ook een kunstwerk is lijkt het me bij nader inzien toch niet een goed idee (dat ik aanvankelijk had) om het monument tot een ruïne te laten verworden. Daarnaast is het juist interessant dat dit monument vanaf het begin omstreden is geweest, en dat zal ook wel zo blijven. Het publiek voelt zich aangesproken om iets met dit monument te doen, en daarom wordt het ook een publiek monument. Daarom pleit ik ervoor om de pinnen die steken uit de plek waar ooit het medaillon is geweest, daar zo laten. Wanneer het medaillon zoek is, dan is het monument ook sowieso niet terug te brengen naar zijn oorspronkelijke vorm.

Wim Manuhutu: Op het gevaar dat alle historici hetzelfde gaan zeggen, is hij voorstander van een volledige restauratie van dit monument, maar dan in een Van Heutszmonument plus, omdat je spreekt over een object in de openbare ruimte. Op het moment dat je ook de andere kant van de geschiedenis laat zien, dan kan de overheid ook heel goed die openbare ruimte gebruiken door in combinatie met dit monument, of er tegenover, iets neer te zetten wat ook duidelijk en fysiek in de openbare ruimte, de andere kant van de geschiedenis laat zien. In dit licht zou dat ook een klein museum kunnen zijn. Hij is benieuwd wat de reacties zijn van de gespreksronde uit Indonesië, en wel hoe zij de naweeën van Van Heutsz hebben ondervonden.

Rob Aspeslagh: Hij heeft als standpunt dat uit Indonesië niet gevraagd kan worden naar een oplossing voor dit monument. Hij heeft Taufik Abdullah uit Jakarta gevraagd welke visie hij heeft op Van Heutsz en over de ethische politiek waaraan Van Heutsz een bijdrage heeft geleverd. Voor het eindexamen geschiedenis wordt Van Heutsz aangesproken op zijn Atjeh-rol, maar niet als de man die het driejarig basisonderwijs voor Indonesiërs invoerde.

Elsbeth Locher-Scholten: In de wetenschappelijke kringen wordt gesproken over de Indonesiërs en zo ook in het komende examen.

Wim van der Doel: In de 17e eeuw spreken we ook over Nederland in de Romeinse tijd. Dus laten we het maar gewoon het woord `Indonesisch' etc gebruiken.

Rob Aspeslagh: Natuurlijk werd er ook weer kritiek geleverd op het driejarig basisonderwijs dat Van Heutsz heeft ingesteld in Nederlands-Indië, want dat onderwijs werd voor heel ander doel ingezet, namelijk om de Indonesische bevolking aan te passen aan het Nederlands bewind.

Wim van der Doel: Over de persoon van Van Heutsz kunnen we heel lang spreken, maar dat leidt niet tot zoveel. Zo'n monument kan zijn om anderen te herinneren aan dat verleden, en hen vervolgens weer op andere wijze nader kennis van te laten nemen.

Ton van der Geugten: Je kunt de zaak op deze wijze aan de orde stellen; je kunt je afvragen of dit bepaalde reacties oproept en daar kun je dan mee verdergaan. Wellicht is dan een toevoeging een idee, een symbolische "Tjoet Nja Din" aan de andere kant te plaatsen of te integreren, wat het tegenwicht geeft, dat in de collectieve herinnering van Indonesiërs leeft. Enkele maanden gelden was hij in Jakarta, en bevindt zich het café Batavia. Men is daar bezig het oudste gedeelte van Jakarta te restaureren, en je ziet ook dat men weinig moeite heeft om dat soort herinneringen op te halen. Hij denkt ook dat wij in Nederland met de herinnering aan de koloniale moeten leren leven. Wij zullen er kennis van moeten nemen en inzien dat er goed en slechte kanten aan dat verleden zitten. Uiteindelijk zullen wij ons ermee moeten leren verzoenen. Hij denkt dat dit monument daarbij een functie kan hebben, zeker als je dat uitdrukkelijk doet in educatieve zin. De plusgedachte vindt hij een goed idee. Hij ziet wel het gevaar, dat als je monument gewoon puur herstelt, zonder de KNIL-toevoeging, je dan wel de indruk wekt dat je het koloniale verleden verheerlijkt. Dat is echter uit te leggen.

Agrar Sudrajat: Hij komt uit Bandung. Veel Indonesiërs weten de mensen meestal niet eens wie Van Heutsz was. Degenen die dit wel weten, hebben het te druk met actuele onderwerpen. Hij is het eens met Elsbeth Locher-Scholten over het terugrestaureren. Maar als je nu, anno 2000, beslist over restauratie naar de oorspronkelijke situatie, dan mist hij van het koloniale verleden de wrede en bloederige aspecten van de koloniale tijd.

Frits van Suchtelen: Al meer dan tien jaar is dit monument niet meer herkenbaar als het Van Heutszmonument. Er is niets wat aan de persoon Van Heutsz herinnert. Hij zou niet direct kiezen voor terugrestauratie inclusief Van Heutsz. Nu doet zich de kans voor om, in de zin van zijn grootvader die zich in het nauw gedreven voelde door zijn linkse vrienden, aan dit monument een andere betekenis te geven, tenminste indien men het medaillon weglaat. Dat Van Hall heeft gezegd, maak er een Merdekamonument van, een vrijheidsbeeld, is iets te makkelijk van hem gedacht, want we blijven met een loodzware koloniale symboliek van het monument, en dat mag niet worden ontkennen. Geef een belangrijke plaats aan een uitleg bij dit monument: waarom en met welke betekenis is het gebouwd, wie was Van Heutsz, hoe kijken we er nu tegenaan? Je kan die uitleg niet aan de voorzijde van de sokkel plaatsen, gezien de symbolische betekenis van de vijver, namelijk de wereldzee tussen de twee gebieden.

Allerd Friedhoff: Hij sluit zich aan bij Elsbeth Locher-Scholten dat er bij dit monument geen ruimte dient gecreëerd te worden voor herdenkingen. Een ander idee is het voorstel van Frits van Suchtelen, dat ook al is voorgesteld door Didi van Suchtelen, de dochter van Frits van Hall. Er zijn veel rijksmonumenten waar een plaquette aan het monument gehecht is, waar een verhaal staat over dat monument, over de betekenis en de achtergrond. Dat zou bij dit monument ook kunnen. Je kunt aan de achterzijde op de kale ruimte een plaquette maken. Herdenkingen bij dit monument zijn niet aan de orde. In Den Haag staat het herdenkingsmonument waar ieder jaar op 15 augustus de vrede in het Oosten en de gevallenen worden herdacht. Wanneer we het hebben over gevallenen, dan rijst de vraag, welke gevallenen? In Utrecht wil men ook een herdenkingsmonument maken, maar daar is men aan het ruziën over welke namen er dan op moeten: de gevallenen van de politionele acties, of van de Tweede Wereldoorlog, of allebei, of de gevallenen onder de Indonesiërs, en wat doen we met de dienstweigeraars. We moeten dit geruzie bij het Van Heutszmonument zien te voorkomen. Daarom liever geen bord met namen erop. Aan de voorkant van de sokkel kan dit niet, want dan kan niemand het lezen. Over de voorkant kan men verder filosoferen: moet hier ook weer een soort reliëf op komen?

Leo Dalhuisen: Wat hij vandaag gezien en gehoord heeft op de video, over wat de kunstenaar gezegd heeft, geeft hem aanleiding tot de vraag wat men er toen mee bedoelde. Daarbij behoort ook de rol van de kunstenaar bij betrokken te worden. Over het medaillon heeft de kunstenaar gezegd, dat dit later vervangen zou kunnen worden. Als dit zou gebeuren, dan ben je ook bezig in de lijn die de kunstenaar had uitgezet voor de toekomst van het monument. Zelf heeft hij geen ondubbelzinnig standpunt.  

Wim van der Doel: Historisch gezien is dit het Van Heutszmonument, en dat zal weer zichtbaar gemaakt moeten worden. Dat was het oorspronkelijke doel van dit monument. Het Vondelpark is genoemd aan onze nationale dichter Vondel. Daarvan gaan we na 100 jaar ook niet zeggen dat we Vondel niet meer lezen en dat toen een nationale keuze was. We gaan het Rijksmuseum ook niet anders inrichten omdat we nu in een andere tijd leven?
Rob Aspeslagh: Hij beluistert wel een zekere behoefte dat men vanuit deze tijd geconfronteerd wil worden met het verleden en men aan het monument deze functie wil geven. Men heeft indertijd geld bijeen gebracht om de persoon Van Heutsz te eren. Zijn zoon heeft echter geprobeerd om dit monument voor zijn vader af te laten breken.

Elsbeth Locher-Scholten: Dat maakt het juist zo interessant. Dat is als het ware de kern van het probleem, en daar hebben we geen antwoord op. Dat probleem dient dus geproblematiseerd te worden. Je moet laten zien hoe omstreden het monument is door er een tekst bij te plaatsen, of via onderwijsproducten Het gaat om de betwistbaarheid van dat monument, en de meningen van extreem rechts en links. Het is een monument dat over het kolonialisme gaat.

Wim van den Doel: Dat neemt niet weg dat de kunstenaar met de opdrachtgever in discussie is gegaan door de vorm anders te laten zijn dan verwacht werd. De symboliek moet duidelijk zijn. Een tegengewicht dat simpel en duidelijk maakt dat je daar op een nieuwe manier evenwichtige aandacht geeft aan het verleden.

Elsbeth Locher-Scholten: Hoe je dat vorm gaat geven, is de volgende vraag. Ze pleit ervoor om nu het moment aan te grijpen om wat met het monument te doen. In haar beleving van dit monument was dit een monument van de macht, van afgeslotenheid en van dominantie. Er zit ook in de architectuur een enorme symboliek. Hoe die overkomt is afhankelijk van de kijker. Het is de vraag hoe je die boodschap zo simpel mogelijk brengt. Het monument op zichzelf is voor haar gevoel een monument met een koloniale historie en dat verwijst naar het koloniale verleden. Een eerbetoon aan Van Heutsz kan niet op die plek.

Rob Aspeslagh: Er is geen museum dat aandacht geeft aan de koloniale tijd. Het Tropenmuseum is geen koloniaal museum. Er is wel een verzetsmuseum, maar geen koloniaal museum.

Marieke Bloembergen: Het Tropenmuseum is wel bezig met het geven van aandacht aan het koloniale verleden.

Wim van den Doel: Als je nu kijkt naar de indeling van de Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum, dan wordt er nu meer recht gedaan aan de koloniale geschiedenis. Hij pleit voor iets fysieks in de openbare ruimte bij het monument, want mensen willen iets zien, iets kunnen aanraken. Dan wordt voor veel mensen het monument en zijn geschiedenis concreter. Onderwijsprojecten moeten zelfs worden toegespitst op deze buurt, zodat het monument een plaats krijgt in de beleving van de mensen die hier wonen. Hij pleit voor volledig terugrestaureren, dus ook het medaillon dient weer terug te komen.

Rob Aspeslagh: Er lijkt overeenstemming te bestaan over een zekere verbreding van dit monument, en via dit monument kunnen we kijken naar onze eigen tragische bladzijdes in de koloniale geschiedenis. Dan praten we dus wel over een functieverandering van dit monument.

Allerd Friedhoff: Je kunt niet zomaar in een krantenartikel zeggen dat het Van Heutszmonument niet het Van Heutszmonument meer is, maar een Indisch monument of zoiets. De Amsterdammers kennen dit monument als het Van Heutszmonument, en dat kun je niet zomaar ombuigen. Als er geen plaquette meer komt met de beeltenis van Van Heutsz dan zal in de loop er tijd de naam Van Heutsz wel veranderen, ook indien aan de achterkant een grote plaquette komt met de geschiedenis van ons koloniaal verleden en wat de rol van Van Heutsz. Het publiek zal dan de naam vanzelf veranderen. Dit kunnen we echter niet forceren.

Rob Aspeslagh: Het eremonument dat het oorspronkelijk was, zou in uw opvatting dus wel een functieverandering mogen krijgen, namelijk een kritische doorleving van een belangrijke periode in de geschiedenis van Nederland.

Marieke Bloembergen: Ik zie `kritische doorleving' niet als een functieverandering. Volgens mij kan de functie van een monument niet veranderen. Het is een gedenk- of herdenkteken van een bepaalde episode uit het verleden, of een bepaalde persoon die aan die episode verbonden is. Wat verandert is het perspectief op dat verleden of die persoon, naar gelang plaats en tijd. Dat kun je juist zo goed aan de hand van dit immer omstreden monument laten zien. Je kunt nu benadrukken dat het monument omstreden is geweest gedurende zijn maak- en bestaansgeschiedenis, bijvoorbeeld door het medaillon -als dat al teruggevonden wordt - niet terug te plaatsen, maar om het ernaast te plaatsen, in een stolp.

Elsbeth Locher-Scholten: Het monument krijgt dan een duidelijker een functie van een historisch monument dat uitnodigt op een reflectie van een verleden. De oorspronkelijke oprichters van dit monument hadden wel duidelijk een persoonsverheerlijking voor ogen. Ook de makers van het monument zullen we hierin mee dienen te nemen.

Wim van den Doel: Het is al een historisch monument en je moet de verschijningsvorm van 1935 teruggeven aan het monument. Dus toch terugrestaureren.

Leo Dalhuisen: Je kan bij het monument ook iets over de motieven van de vervaardigers zetten. Dan heb je een aangrijpingspunt voor de andere perspectieven van dit monument.

Wim van den Doel: Je moet de aanvullende informatie aan de voorkant zetten, dus niet aan de achterkant. De makers van het monument en het koloniale verleden moeten belicht worden.

Frits van Suchtelen: Het is een grote overschatting om te denken dat de kunstenaar en de architect veel in te brengen hadden. Er kwam een opdracht en zij hebben deze bij de prijsinzending gewonnen. De rechtse kritiek is vanaf de onthulling fel geweest. Zie de Telegraaf, er wordt gesproken van `een vrouw van onbekend ras'. Men was teleurgesteld dat dit monument een pacifistisch monument is geworden. Eigenlijk hangt het medaillon er maar bij. Het monument is weliswaar puur koloniale symboliek, de verbondenheid Nederland en Nederlands-Indië en de maagd van het Nederlands gezag, die aangevallen werd omdat ze van onbekend ras zou zijn. Bij de bezichtiging heeft men niet het reliëf van Atjeh kunnen zien, waar een flinke boom voor staat. Op dit reliëf is het enige wapengekletter te zien. Waarschijnlijk had Van Hall een vooruitziende blik. Als koloniaal monument met zijn symboliek bestaan er weinig mogelijkheden tot verandering. Wel kan men nu besluiten de aangeplakte persoonsverheerlijking, die toch al niet goed gelukt is, weg te laten en het monument als koloniaal monument met verklaring te laten staan.

Wim van den Doel: Hij is hier tegen, omdat dit monument bedoeld is als het Van Heutszmonument. Er is door Nederland voor gecollecteerd. Dat we er nu anders over denken is interessant maar daarvoor moet je niet het monument aanpassen. Je mag er wel tekst en uitleg aan geven.

Rob Aspeslagh: De visies van de architect komen minder naar voren dan die van de kunstenaar Frits van Hall. Hoe komt dat?

Allerd Friedhoff was toen te jong om te beseffen wat de betekenis was van dit monument. Wat de bedoeling van zijn vader is geweest als functie van dit monument heeft hij helaas niet meegekregen. Hierover heeft hij geen documentatie terug kunnen vinden. Wel weet hij dat het de bedoeling was om een ruiterstandbeeld te laten vervaardigen, maar dat bleek ook toen toch niet wenselijk.

Elsbeth Locher-Scholten: Is het oorspronkelijke ontwerp van de inzending van 1928 bekend?

Allerd Friedhoff: Al het werk van zijn vader is geschonken aan het Nederlands Architecten Instituut te Rotterdam. Mevrouw Lavalette heeft contact gehad met Jan Paul Baten. Hij denkt dat er wat zou kunnen liggen.

Rob Aspeslagh: Als we het over monumenten hebben, dan hebben we het over het begrip monument. In Duitsland bestaan er twee worden voor monumenten: Denkmal en Mahnmal. Denkmal staat voor herdenkingsmonument,. Mahnmal staat voor mensen te wijzen op het verleden met de bedoeling dat ze daarvan ook van leren, en dat dit niet meer zal gebeuren in de toekomst. Het gaat niet alleen om herinnering van onze slachtoffers, maar ook de slachtoffers aan de andere kant. Wordt het Van Heutszmonument een Mahnmal of blijft het een Denkmal?

Elsbeth Locher-Scholten: Bij herdenkingen aan de Tweede Wereldoorlog wordt er ook aandacht geschonken dat dit niet weer mag gebeuren. De verwijzing naar de toekomst zit er wel degelijk in bij de huidige herdenkingsmonumenten, maar het gaat hier niet om een herdenkingsplaats in de gebruikelijke zin van het woord.

Wim van den Doel: Het is typisch Nederlands om dit monument ter discussie te stellen. De overheid stelt iets ter discussie en laat dit over aan de burgerij. De overheid zegt niet hoe je moet gedenken Natuurlijk wordt er iets suggestief ter discussie gesteld. Je kunt bij het kolonialisme wijzen op de slachtoffers aan beide kanten, maar je kunt ook wijzen op Van Heutsz over zijn goede en slechte dingen. Je moet die categorie wel toevoegen en informatie over geven, zodat men zelf een oordeel kan vellen. En dat moet je kinderen leren.

Elsbeth Locher-Scholten: In Roermond wordt in september 1945-1949 herdacht, dit is een militaire herdenking van die periode.

Wim van den Doel: Er is bij het Indisch monument in Den Haag over de definitie goed nagedacht.
 
 
 

Laatste woord:

Wim van den Doel: Er is een zekere consensus bereikt, namelijk dat er uitleg moet komen bij het monument. Het moet het Van Heutszmonument blijven en weer zichtbaar worden, omdat het een historisch monument is.

Elsbeth Locher-Scholten sluit zich aan bij van den Doel. De bestemming van het monument dient erbij gevoegd te worden. Je kunt Tjoet Nja Din erbij doen, de tegenpartij dus.

Marieke Bloembergen vindt dat het Van Heutszmonument moet blijven. Maar je kunt je afvragen bij de restauratie - deze vraag speelt ook bij de restauratie van oude gebouwen - hoe ver moet je terugrestaureren of afbreken? Ze pleit ervoor om het zo te laten en het medaillon, als het teruggevonden wordt, onder een stolp bij het monument te plaatsen.

Leo Dalhuisen: Naast de reconstructie pleit hij voor visualisering van de tegenpartij.

Wim Manuhutu: Er komt een boek uit over het Van Heutszregiment, dat de traditie van het KNIL voortzet. Het is interessant hoe deze discussie zal verlopen. Hij pleit voor restauratie en handhaving van het monument. Je kunt beter de dingen bij de naam noemen, dan krampachtig ervoor weglopen en een andere visie erop loslaten.

Tom van der Geugten: Laat het vooral het Van Heutszmonument blijven heten, laat de discussie gewoon doorgaan over de betekenis door links en rechts. Hij pleit voor een uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van dit monument want hij vermoedt dat het veel rijker is.

Wim van den Doel: Ype Koopmans2 is de kunsthistoricus die verschillende artikelen heeft geschreven over dit monument, maar ook hij heeft omtrent de prijsvraag niets kunnen terugvinden.

Frits van Suchtelen: Hij is blij dat de aanwezigen het monumenten willen restaureren. Het monument is al meer dan vijftien jaar niet meer herkenbaar is als het Van Heutszmonument. Grote teleurstelling van de vereerders van Van Heutsz was dat het maar een aangeplakt medaillon was. Nu is het moment gekomen om het een bredere betekenis te geven met in achtneming van de koloniale symboliek. Het is het goede moment om die misplaatste persoonsverheerlijking van Van Heutsz dit keer achterwege te laten.

Agrar Sudrajat: Als het monument wordt hersteld, dan stelt hij het op prijs dat ook de andere kant van de koloniale verhouding wordt uitgebeeld. Daarover werd weliswaar reeds veel geschreven, maar zo´n informatie was niet aanwezig in de buurt van een monument.

Allerd Friefhoff: Hij is voor het behouden van dit Van Heutszmonument, maar wel met uitleg. Hij citeert een passage van de heer Diazoni van het herdenkingscomité uit Amstelveen die de aanvraag voor naams- en functiewijziging voor dit monument heeft ingediend: "Het siert een volk niet om zijn verleden weg te moffelen". Hij vindt dit een mooie zin, die bij dit monument past.  


1 Elsbeth Locher-Scholten, `Van Indonesische urn tot Indisch monument: vijftig jaar Nederlandse herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Azië', in: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden (BMGN,) 114 (1999) afl. 2., blz. 222.
2  Met de heer Koopmans is contact opgenomen. Helaas kon de afspraak niet doorgaan wegens werkzaamheden.

[Terug]