'Geef Van Heutszmonument ander doel'

door Ruud van Haastrecht
Trouw 30 10 98

AMSTERDAM - De Nederlandse maagd met doek staat er weer stralend bij, de vijver is leeggedregd, de 90 meter lange muur gereinigd van grafitti en het plantsoen er omheen aangeharkt. Maar het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid zit nog steeds met het Van Heutsz-monument in zijn maag.

Ruim een jaar na de opknapbeurt van een ton discussieerden buurtbewoners gisteravond over hoe het er nou verder mee moet. Amsterdam / De Groenen, met twee mensen in de deelraad, heeft het debat aangezwengeld. Tijdens de campagne ging hun voorman Roel van Duijn vóór het monument het gesprek aan met de spontaan uit zijn graf herrezen pacificeerder van Atjeh. Ter afsluiting van de actie onthulde de oud-provo een blanco plaquette. Het monument voor de KNIL-generaal moet een ander doel krijgen, was de boodschap. En nu de Groenen er een nota over hebben gestuurd aan de andere fracties, is de gedachtenis van de reeds lang overleden koloniale houwdegen een heuse politieke kwestie.

Moeiteloos dreunt Koos Borghouts uit het hoofd de statistische gegevens van de Atjeh-oorlog op. Tussen 1873 en 1912 vielen er 100 000 doden en 500 000 gewonden bij het neerslaan van de opstand in Noord Sumatra. "Waar het ons om gaat', zegt de organisator van de discussieavond, "is dat je zo iemand niet moet eren. Je kunt Atjeh ons Vietnam noemen. "Wat Van Heutsz daar heeft uitgespookt, is heel erg. Je kunt geen lintjes uitreiken aan foute heren."

Hij werd gealarmeerd door een brief, begin vorig jaar, van het stadsdeel, met de mededeling dat het monument zou worden gerenoveerd. Hij zag de plaquette vol ronkend eerbetoon aan de held van Nededands-Indië en het medaillon met diens hoofd alweer hangen. "Er mag niet worden weggeschoffeid achter een opknapbeurt wat er die oorlog is gebeurd", dacht hij.

'Het stadsdeel beperkte de opknapbeurt vooralsnog tot wieden en zandstralen. De al langer vermiste historisch beladen elementen zijn nog niet hersteld. Voor alle duidelijkheid; van Borghouts hoeft het monument niet te worden gesloopt

,,Op zich is het best een mooi ding", zegt hij over de creatie van beeldhouwer Frits van Hall, "het is in de stijl van de Amsterdamse school." Het enige element dat nog herinnert aan de oorsprong - de afbeelding van de lndonesische archipel op muur met bogen - vindt Borghouts een nieuwe betekenis niet in de weg staan.

Dat Van Hall begin jaren '30 de opdracht van het Amsterdamse stadsbestuur aannam, was toen al omstreden. Zo had de bekendste beeldhouwer uit de Amsterdamse school, Hildo Krop, geweigerd. Ook de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring was fel tegen een mogelijk monument voor Van Heutsz. Borghouts draagt het Van Hall niet na. Het was de eerste grote opdracht voor de beginnend kunstenaar, die in de oorlog omkwam als verzetsheld, zegt hij begripvol. En Van Hall ontwierp het monument opzettelijk zó, dat het in post-koloniaale tijden gemakkelijk voor iets anders zou kunnen dienen. ldeeën daarvoor heeft Borghouts genoeg: een monument voor de bevolking van Atjeh die tot op de dag van vandaag vecht voor haar zelfbeschikking, een gedenkteken waarin schuld wordt beleden voor de politionele acties, of een monument voor de democratische beweging in Indonesië.

Stadsdeelwethouder Paul van der Wal (VVD) staat positief tegenover het idee. Ook hij vindt dat het Van Heutsz-monument niet meer in koioniale staat kan worden teruggebracht. Hij wil er een nieuwe functie voor. Het stadsdeelbestuur heeft voor volgend jaar al 75 000 gulden gereserveerd. Maar het moet wel zoveel mogelijk in oude staat worden gelaten, vindt hij. Zelfs mag het wat hem betreft Van Heutsz-monument blijven heten. "Je moet niet doen of Van Heutsz niet heeft bestaan, zo van: we schroeven de plaquette eraf en noemen het anders. Dan leert niemand er wat van."

Binnenkort wil de wethouder met buurtbewoners, oud-Indiëstrijders, Groenen en ieder die zich verder betrokken voelt om de tafel gaan zitten. Gezien het 'educatieve doel' dat hem voor ogen staat, moet juist met dit veelkleurig gezelschap "een compromis te vinden zijn", gelooft hij.

______________ 
[Terug]