Het monumentale standbeeld ter nagedachtenis van generaal Joannes Benedictus van Heutsz gold lang voordat het op 15 juni 1935 plechtig werd onthuld voor veel Amsterdammers als een steen des aanstoots. Om de zoveel jaar laait de verontwaardiging op over dit 'symbool van koloniale onderdrukking' (het communistische dagblad De Tribune in 1928) want is, om in termen van dezelfde krant te blijven, 'den bloedbesmeurden aanvoerder van de moordzuchtige roovers-benden in Indonesië' dit eerbetoon wel waard? Onder het bewind van gouverneur Van Heutsz werden tussen 1898 en 1904 zeventigduizend inwoners van Atjeh de dood in gejaagd. Het sociaal-democratische dagblad Het Volk voorspelde in 1928 dat 'de Amsterdamsche arbeidersbevolking' de geplande Van Heutsz-sculptuur 'zou ervaren als een beleediging van haar beste gevoelens van menschelijkheid en beschaving indien men haar dwong, een verheerlijking in graniet en brons van het door haar verfoeide en verachte systeem van onderdrukking der Indische bevolking in haar midden te dulden'. Een aaneenrijging van zeventig jaren vol ergernis en gelazer over een monument, dat is uniek, dat mag gerust in het Guinness Book of Records. De tekst die oorspronkelijk in het graniet was verwerkt, inclusief de naam van de krijgsheer, werd lang geleden al door een anonieme hand verwijderd. In 1967 demonstreerden de provo's ter plekke met verfpot en leuzen, in 1984 verjoeg een waterkanon een volgende generatie betogers bij deze winderige uithoek bij het Olympiaplein. Ex-provo Roel van Duyn pookte begin dit jaar de discussie weer eens op, toen hij een verkiezingsavond van zijn huidige splinter Amsterdam Anders/De Groenen opluisterde met een fictief debat met Van Heutsz, die voor de gelegenheid ludiek uit zijn graf was opgestaan. Dat was een geslaagde aanzet tot het keerpunt dat nu is bereikt. Het bestuur van het Amsterdamse stadsdeel Zuid/DePijp vindt dat er 'iets' moet gebeuren.
Slopen kan niet en ligt bovendien 'politiek gevoelig': beeldhouwer Frits van Hall moest voor zijn heldenrol in het verzet boeten in het concentratiekamp. 'Maar we willen niet meer dat het Van Heutszmonument louter een jubelobject is,' zegt wethouder Paul van der Wal. 'Ik ben ervoor dat er op het standbeeld kritische opmerkingen worden opgenomen over de levenswandel van Van Heutz.' Er is vijfenzeventigduizend gulden uitgetrokken voor het maken van een plaquette, die de heldendaden van Van Heutsz van een kritische voetnoot zal voorzien. Van der Wal: 'We roepen de bewoners op om een tekstsuggestie in te leveren. Daarna laten we een professional naar de inzendingen kijken. Ik hoop dat er een poëtische slogan uitrolt.' Zeventig jaar geleden werd er al een soortgelijke prijsvraag uitgeschreven. Wellicht is alsnog de inzending bruikbaar waar de Tribune destijds mee aankwam: 'Aanschouw den held / die weerlozen deed sneven / en na zijn dood / op dooden is verheven.'
Overigens werd vier jaar geleden op Atjeh een replica van het omstreden Van Heutsz-monument onthuld. Dat was een geschenk van de vorig jaar overleden Amsterdamse zakenmnan Jacob Leutscher, de schrik van zowel het krakersmilieu als van de Vara, waar hij zijn miljoenenclaim vanwege het Exota-debacle deponeerde. Leutscher ontplooide zijn activiteiten onder meer via de door hem opgekochte Deli-Atjeh Handelsmaatschappij en ergerde zich aan een 'eenzijdige kijk op de Nederlandse koloniale geschiedenis'.

Uit: VRIJ NEDERLAND, 31 oktober 1998
 
 
 

______________ 
[Terug]