Alsnu terugkomende op de redevoeringen van de heeren Thomson en De Stuers, lees ik, dat zij het Atjeh - beleid op de volgende punten aanvallen : *)
  1. Het Atjehstelsel, zooals dat de laatste jaren gevolgd wordt, is een wreed stelsel.
  2. Zwakheid heeft geleid tot een wreed stelsel.
  3. Wij zijn onmachtig de bevolking bescherming te geven.
  4. Gedurende de laatste jaren lijdt de toestand op Atjeh door gemis aan wijze bestuursmaatregelen, gebrek aan vertrouwen in de hoofden en achteruitgang in gematigd optreden.
  5. Het politioneel karakter werd aan de patrouilles ontnomen; haar optreden werd uitsluitend zuiver bestraffend.
  6. De pacificatie gaat niet verder dan den kring, dien gij maken kunt, wanneer gij als straal gebruikt de draagkrachtlengte van onze karabijn.
  7. De Atjeher kan geen vrede hebben met onze regeeringsmethode.
  8. Van een vermindering der partij van verzet is geen sprake, wel van het tegendeel.
  9. Het boetestelsel heeft geheel en al fiasco gemaakt.
  10. Onderschrijvende de rede van den heer Van Deventer (Nov. '06

  11.   - Tweede Kamer St. G.) verdient het stelsel van heerendiensten afkeuring.
Waarna de afgevaardigde van Leeuwarden tot de conclusie komt:
  1. De op Atjeh aanwezige troepenmacht is beslist onvoldoende om haar een andere dan uitsluitend bestraffende taak op te dragen.
  2. Momenteel bezuinigt men ; op den duur moeten de militaire uitgaven belangrijk stijgen, daar de Atjeh-krijg onder het tegenwoordig régime nog weer met lange jaren zal worden verlengd.
De eerste twee punten van aanval overlezende, zijn deze in het kort samen te vatten in de woorden: ons onvermogen op Atjeh heeft geleid tot een wreed stelsel". Te allen tijde heeft de overheid, wanneer zij niet langer bij machte was haar gezag te doen gelden, haar toevlucht genomen tot afschrik- wekkende middelen. Afgescheiden van het twijfelachtige nut van dergelijke geweldmaatregelen, werden deze wreeder en wreeder, naarmate het gezag in zijn wezen voozer werd.
Deze eenvoudige regel, die de wereldgeschiedenis - ook onze vaderlandsche - op bijna elke bladzijde te lezen geeft, herhaalt zich op dit oogenblik op Atjeh, met dezelfde oorzaken en dezelfde gevolgen :
Macht - humaniteit - achting".
Onmacht - wreedheid - verbittering'.
De gelegenheid maakt den dief. Ontoereikende troepenmacht lokt verzet uit, dat men weer den kop tracht in te drukken door het afschrikkingssysteem.
Waar echter in den laatsten tijd door de publieke opinie elke actie der troepen, en vooral der maréchaussée, uitgekreten wordt als wreed en bloeddorstig, daar acht ik het mijn plicht, deze leeken in den krijg te wijzen op eenige omstandigheden, waarmee bij het vellen van hun oordeel rekening dient te worden gehouden.
Op Atjeh toch wordt, sinds jaren een guerilla gevoerd. Is in het algemeen de guerilla de wreedste wijze van oorlogvoeren, zelfs bij beschaafde natiën, hoeveel te meer moest dit het geval worden tegen den inlandschen vijand, in casu den Atjeher, met zijn bekenden anar- chistischen aanleg en bloeddorstigen aard, en waar de eigen troepen eveneens voor het grootste deel bestaan uit inlanders.
Deze waarheid op den voorgrond stellende, rust op elk pacificator de dure plicht alle middelen in het werk te stellen om den omvang dier wreedheden tot een minimum te beperken. Eigenbelang en humaniteit eischen dit van elke beschaafde natie.
  Op Atjeh echter worden dit eigenbelang en die humaniteit niet betracht; daar spant men zijne krachten niet in tot beperking der dierlijke hartstochten, Wreedheid en ruwheid tieren daar welig op een bodem van verzet, haat en wrok. De laatste jaren is de toestand daar van kwaad tot erger geworden, waardoor wreedheid en ruwheid ten slotte zijn ontaard in vandalisme en bestialiteit. Het geheele stelsel draagt het, kenmerk dier barbaarschheid. Men moet zelf jaren lang tot de pacificatie meegewerkt hebben om dit te weten, te voelen en er van te rillen. Ik verwar geen persoonlijk gepleegde wreede daden met beginsel-fouten in het beleid. Ik verwar geen uitingen van karakterweeedheid van den enkeling met gevolgen van insinueerende orders en wreede bestuursmaatregelen, als zoovele dagblad-correspondenten doen. Persoonlijke wreedheid is b.v. de daad van een patrouille-commandant, die een vreedzaam kampongbewoner uit zijn huis haalt en gelast in een klapperboom te klimmen om voor hem en zijne manschappen klappers 1) te plukken om bij het vallen van de eerste geplukte noten naar den man in den boom te wijzen en te roepen; loh, ada badjing, nanti akoe pasang!" 2) om de daad bij het woord te voegen en den armen drommel met zijn karabijn dood te schieten... (historisch). De civiel- gezaghebber verbood dezen patrouille-commandant ooit een voet in Pedir te zetten en de vijandelijke hoofden hadden op zijn dood een hooge geldpremie gesteld. Waar ik echter het pacificatie-stelsel op Atjeh aanval, op vandalisme en terrorisme, heerscht dit tengevolge van onmacht en verkeerde bestuursmaatregelen. Gedenk hier de gevolgen van :
onmacht - wreedheid - verbittering !"
macht - humaniteit - achting !"
Het klein-kaliber mantelprojectiel M. '95 is onmachtig den vijand buiten gevecht te stellen, ergo... wordt er naar een ander middel gezocht,... de dum-dums; zij slaan groote gaten in het menschelijk lichaam, werken dus afdoend... maar wreed. De kleine troepenmacht is onmachtig den vijand ten onder te brengen, ergo... wordt er naar een ander middel gezocht... de afschrikwekkende geweldmaatregelen ; zij slaan groote gaten in 's vijands bevolking, werken dus afdoend... maar wreed.

Over ,,dum - dums" gesproken. Wij lezen in de Memorie van Antwoord op de Indische hegrooting 1907 het volgend betoog van minister Fock :

Een in Indië met groote zorg ingesteld onderzoek heeft geleerd, dat inderdaad onder de in de oorlogsmagazijnen ingeleverde munitie nu en dan, sporadisch, door vijlstreek in den kogel vervormde munitie wordt aangetroffen ; ouder een partij" van ongeveer een millioen scherpe patronen, die in Atjeh door op excursie geweest zijnde troepen waren ingeleverd, één enkele, na welke bevinding aan den civielen en militairen gouverneur van dat gewest nader werd opgedragen er ten strengste tegen te waken, dat de munitie op eenigerlei wijze worde misvormd".

Naast deze "officieele" waarheid de "reëele" !

Bij de periodieke verwisseling der munitie bleek een groot deel, te veel om ongemerkt vernietigd te worden, te bestaan uit zelf gemaakte dum-dums, naar aanleiding waarvan de commandant van het leger in de circulaire no. 4159/154 van 1905 zich officieel bij den gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden beklaagde, dat van éen millioen uit Atjeh te Batavia ingeleverde scherpe patronen er een groot aantal, waren, die door inkerving en afvijling veranderd waren in dum - dums.

Ik was toen op Atjeh. Wat deden de bivaks hun best om de geschonden kogels te begraven of aan de rivieren kwijt te raken ; enkele bivaks echter zaten zóo dik in de dum - dums, dat deze wel ingeleverd moesten worden.

De laatste zinsnede, behelzende de 'aanbeveling aan den gouverneur van A. en O. om tegen het maken van dum - dums te waken, werd door dezen laatste niet ernstig opgevat ; ik en vele bivakcommandanten met mij kregen althans nooit een dergelijk verbod onder oogen ; met het gevolg, dat het gebruik van dum - dums even ongestoord voortging als voorheen.

In het bivak, waar ik tweede-officier was, was door den commandant voorgeschreven, dat de manschappen allen voorzien moesten zijn van 15 dum - dums om mee uit te rukken en de ongeschonden munitie moest worden gebruikt voor inspectie en officiëele gelegenheden, en zoo was het in bijna alle bivaks in 't Meulabohsche, Lho Seumawesche en Poeloe Rajasche.

In Pedië was het gebruik van dum - dums extra verboden ; dit nam niet weg, dat de maréchaussées elk van minstens éen houder dum-dums voorzien waren, welke zij bij uitrukken in hunne broek- of jaszakken dan wel onder den helmhoed verborgen hielden, om ze te goeder tijd in het magazijn van hun karabijn te stoppen.
Deze maréchaussees namen bij het uitrukken steeds vijltjes mee, teneinde den voorraad dum-dums op sterkte te kunnen houden.
Dit constateerde ik bij mijn verblijf aldaar. Sporadisch komt dus het gebruik van dum-dums heusch niet voor. Elk officier weet dit en de Minister is dus weer verkeerd ingelicht, waar Z.Ex. verderop zegt :

Maar de ondergeteekende stelt er prijs op hier nog aan toe te voegen, dat hem door persoonlijke mededeelingen van te velde geweest zijnde offieieren gebleken is, dat hunnerzijds steeds met inspanning van alle krachten gewaakt werd tegen kogelmisvormingen, die de soldaat inderdaad nu en dan tracht aan te brengen, in de meening, dat hij daardoor de weerkracht van zijn wapen verhoogt, hetgeen in werkelijkheid het geval niet is."
Het technisch vraagstuk, in hoeverre de weerkracht van het wapen verhoogd wordt door het al dan niet bezigen van dum-dums, ligt buiten het kader van dit betoog. Mijn opinie en ondervinding is, dat de weer- kracht er wèl, door wordt verhoogd. Alweer een verschil tusschen "offcieele" en "officieuse" waarheid; ook de reden, waarom onze onmacht op Atjeh zoolang voor de Regeering verborgen is gebleven.
[Terug] [Weduwe van Indi&eul;] [Volgende]