Verfoeilijke onmacht is het ook, die onze patrouilles d w i n g t den vijand kwartier te weigeren en het maken van gevangenen te vermijden of dezen te dooden, als zij ze ondanks zich zelf toch maken.

Een patrouille gaat met acht dagen vivres op excursie, overvalt onderweg een vijandelijke bende en maakt vijf gevangenen, onder wie een grijsaard, die nauwelijks loopen kan, 2 zwaar gewonden en vrouw met, een zuigeling. De patrouille is vier dagen van het naaste bivak verwijderd en is 2 groepen sterk. Wat moet nu de patrouille-commandant met zijne gevangenen doen?

Teruggaan en de gevangenen naar 't bivak brengen mag niet, omdat aan de opdracht nog niet is voldaan.

De gevangenen meevoeren kan niet, omdat zij niet loopen kunnen, de voorraad meegevoerde levensmiddelen te beperkt is en tandoedragers ontbreken, gesteld althans dat het ageeren met tandoes  in de wildernis al mogelijk ware.

Achterlaten mag en kan niet, omdat verraad en het mislukken der excursie hiervan het gevolg kunnen zijn.

Rest één mogelijkheid, nl. een gedeelte van de patrouille met de gevangenen terugsturen en met de rest doorgaan.

Dat is echter onmogelijk door de geringe sterkte der patrouille en den grooten afstand van het naastbijgelegen bivak.

Ergo.... d o o d t de gevangenen òf m a a k t a l l e n a f gedurende den overval en.... opgelost is de moeilijkheid.

Zouden de luitenants Sloos en Schneider in 1905 hunne gevangenen gedood hebben, indien zij over een sterkere patrouille hadden kunnen beschikken of één onzer bivaks dichterbij gelagen ware? Zou zich dan die oorlogsnoodzaak hebben voorgedaan? Zouden dan de zeven rechters hunne vrijspraak op grond van oorlogsnoodzaak geëischt hebben?

En nu is de normaal-sterkte der voor meerdaagsche excursiën uit-rukkende patrouilles 2 groepen. Patrouilles van 3, 4 of meer groepen, zijn uitzonderingen.

Alléen patrouilles, die op één, twee of driedaagsche excursiën, niet, te ver van honk, gevangenen maken, zijn in de gelegenheid deze gevangenen mee te voeren. En dit gebeurt op Atjeh ook wel eens. Maakt zulk een patrouille een djahat gevangen, die niet of moeilijk loopen kan, dan geeft zij zulk een persoon gewoonlijk over aan het dichtsbij wonend kamponghoofd met opdracht en onder de vreeselijkste bedreigingen van boete of vrijheidsstraf en een borgstelling, den gevangene door zijn zorg te brengen naar het bivak, van waar werd uitgerukt. Het is en blijft hooge uitzondering, als men in de maandverslagen leest van gearresteerde kwaadwilligen bij excursiën, die ten doel hadden ladangs op te ruimen. Steeds leest men: "neergelegd zooveel man, waaronder zooveel vrouwen en kinderen". Krijgt men aan eigen zijde een gewonde, wat zelden gebeurt, dan eerst is het tegenover de hoogere chefs verantwoord terug te keeren met den gewonde in de tandoe.  Neemt den Gajoetocht. Dezelfde onmacht; het gebrek aan troepen, voldoende voor bezetting van étappen langs den verbindingsweg met één onzer bivaks is oorzaak, dat bij de verovering van Koeto Reh zijn afgemaakt 313 mannen, gevangen genomen geene;
in gampong Likat 220 mannen gedood, gevangen genomen geene;
in gampong Koeto Lingat Bar(i 344 mannen gedood, 1 gewond, gevangen genomen geene; enz.enz.
Tien tot veertien dagen verwijderd van onzen naastbijgelegen post, met een handjevol soldaten - wat had de bevelhebber moeten doen met gevangenen ????
Van kwartiergeven kon geen sprake zijn, onze onmacht verbood dit. Een ander voorbeeld.
De bezetting van gampong Tampeng had hare munitie zoo goed als verschoten. nadat zij 5 uren de onzen had weten terug te slaan na elke bestorming. Eerst nu gelukte het den marechaussées de wallen te beklimmen en vluchtten de belegerden, verstoken van munitie, achter kleine borstweringen in de benting zelf. De vrouwen, kinderen en weerloozen vluchtten in drommen in 'groote, vierkante kuilen, in de hoop dekking te vinden tegen de projectielen uit onze karabijnen. Nu kregen de brigade-commandanten den last om beurten met hunne brigades van den wal te springen, naar die kuilen op te rukken, daar een salvo in af te geven en in een ren weer terug te loopen naar de wallen, omdat van af de wallen geen vuur gebracht kon worden in die kuilen. Sprongen enkelen in doodsangst uit de kuilen, dan stonden andere marechaussées klaar hen met hunne karabïjnen op te vangen en zoo werden allen tot den laatste afgemaakt. Eén dier brigade-commandanten vertelde ons na afloop: Luitenant, mijn kerels maakten er gewoon een lolletje van".

Ziehier een doorgevoerd weigeren van kwartier, als gevolg van een door den bevelhehber gevoelde o n m a c h t, wàt met gevangenen aan te vangen

S ch a n d e de regeering, die zulke b l o e d b a d e n noodzakelijk maakt.

Uit een bivak te Meulaboh was maanden gepatrouilleerd door zeventig man. De streek was eerst sedert kort bezet. De commandant voelde na die drie maanden zich onmachtig, de bevolking, die bij de komst onzer troepen hare gampongs verlaten had en zich in het gebergte schuilhield, te dwingen naar hare gampongs terug te keeren. Daarom liet bij door spionnen den uitgewekenen aanzeggen, dat er nog 14 dagen gewacht zou worden op den terugkeer in de gampongs; daarna zouden de patrouilles den last krijgen een ieder, dien zij tegenkwamen, onverbiddelijk neer te schieten. - Er meldde zich niemand, de opdracht werd volvoerd en na die 14 dagen werd weer geproclameerd, dat twee weken gewacht zou worden met doodschieten. Meldde zich dan weer niemand, dan zou gedurende een maand alles neergeschoten worden wat den patrouilles in den weg kwam. - De schrik beving de bevolking en waarlijk meldden zich velen. Toen echter deze bivak-commandant wegging, liepen verscheidenen weer over naar den vijand.

Een andere uiting van die o n m a c h t, hiervoren even aangestipt, is, dat bij alle overvallen van ladangs zonder vooraf te sommeeren al wat, leeft wordt neergeschoten.

Sommeeren wordt zelden of nooit gedaan. Herhaaldelijk leest, men, dat vrouwen en kinderen werden doodgeschoten, die dan in dejourna-len df worden verzwegen òf bij de gemaakte dooden worden opgeteld, dan wel officieel heeten den troep te hebben aangevallen" of bij ongeluk" zijn neergeschoten ; wàt immers moet een patrouille met die lastige gevangenen doen ! ?

Bij een overval van een ladang aan de kroeëng Tadoe in midden 1904 door 2 brigades marechaussée werden daarom 2 vrouwen en 1 zuigeling neergeschoten (niet gemeld in het journaal).
Zoo leest men, dat een patrouilie van 16 - 26 Januari 1907 negen vijanden onschadelijk maakte en één vrouw en één kind werden gedood.
Bij de affaire te Samoeitie op 9 Nov. 1905, waarbij 1 oude en l jonge vrouw werden gedood en respect. gewond.
Aan den Boven-Woyla in November 1905 bij ongeluk" één vrouw gedood.
In Mei 1904 bij een overval van de ladang van Pang Adam sneuvelden eenige vrouwen (maandverslag).
Op 29 Juli 1905 vielen bij Mandjing (Meulaboh) 9 dooden w.o. 4 vrouwen.
Op een andere patrouille, door den civiel-gezaghebber van Meulaboh gemaakt, werden bij het opruimen van ladangs in Augustus 1905 20 dooden gemaakt w. o. 6 vrouwen.
Van 11 t/m 15 November 1905 vielen in het Meulabohsche bij het opruimen van ladangs weer 15 dooden, w. o. 4 vrouwen, en zoo leest men herhaaldelijk in de maandverslagen van gedoode vrouwen en kinderen.

Gebrek aan voldoende troepen leidt dus ook hier weer tot wreedheid en barbaarschheid.

Daar wij onmachtig zijn de Gajoe en Alas-landen, Serbodjadi en de andere onderhoorigheden behoorlijk te bezetten, doet het Atjehbestuur uit deze omstandigheid nog zijn voordeel en "fokt" als 't ware opzettelijk broeinesten van verzet. Zoo b. v. het dichtbevolkte Geumpang; Beroeksah, Serbodjadi, Anoï, Samarkilang enz. enz, worden alleen dan bezocht door patrouilles, als vermoed kan worden, dat zich daar weer een flinke bende kwaadwilligen heeft gevestigd, die door den 'langen tijd van afwezigheid van de Compeuni" wat zorgeloos geworden is. Dan worden deze klepkooien" plots overvallen en sneuvelen natuurlijk ettelijke djahats, waardoor weer geseind kan worden : neergelegd... roovers".

Men noemt dit in Atjeh "listig" en "practisch", maar voor wie verder ziet, is dit dom en immoreeL

Maar het grappigste van al is nog, dat de patrouillecommandanten van die afgezonderde bevolking, die de Compeuni" niet anders dan moordende en brandende kent, verwacht en eischt, dat zij niet zal heulen met den vijand en ons berichten omtrent schuilplaatsen der kwaad-willigen zal geven, om bij weigering hooge boeten, lijfstraffen en vrij-heidsstraffen op te loopen.

Behalve, dat dit gebrek, aan troepen leidt tot die wreedheid, zijn wij bovendien onmachtig de bevolking bescherming te geven.

De kwaadwillige onderscheidt zich op Atjeh van den goedgezinde door de registratiepas of "soerat badan", Dit althans is het officieele onderscheidingsteeken. Offcieus komt het veel voor, dat ook "djahats" passen hebben, die zij dan stelen of koopen van de gampongbevolking.

Deze geregistreerden wonen in de gampongs of seneubo's, terwijl de djahats overal rondzwerven of op ladangs, diep in het gebergte, wonen.

Waar nu van de geregistreerden geëischt wordt, dat zij hunne gampongs, erven en huizen schoonhouden ; koeliediensten, vaak zonder betaling, verrichten ; ons op de hoogte houden van verblijf - en schuil - plaatsen van djahats, van verrichtingen enz. enz. omtrent dien vijand, is het, toch ook l o g i s c h  e n  b i l l ij k, dat wij van onze zijde die geregistreerden beschermen tegen wraak, molestatiën en rooverijen der kwaadwilligen.

Waar voorgeschreven staat, dat gamponghoofden onmiddellijk de Compeuni" bericht moeten geven van in hunne gampongs aanwezige djahats of familieleden dier kwaadwilligen en hun ten strengste verboden wordt voorraden af te staan aan die lieden, is het toch ook l o g i s c h  e n  b i l l ij k, dat wij van onze zijde die hoofden steunen en beschermen.

Waar zelfs de hoeloebalangs  verantwoordelijk gesteld worden voor het verblijf van enkele kwaadwilligen in hun landschap, is het toch ook l o g i s c h e n h i l l ij k, dat wij hun de middelen verschaffen, die kwaadwilligen uit hun streek te houden.

Niets van dit al! Wij eischen alles en geven niets; kunnen niets geven ; zijn onmachtig iets te geven ! !

Ja toch! wij geven wel wat.

Zware boete, lijfstraf, vrijheidstraf, ja zelfs de doodstraf krijgt hij, die heult met den vijand. Boete krijgt de gampong, die een djahat herhergt of voorziet van fourages. Boete of vrijheidstraf krijgt het gamponghoofd, indien zich in zijn gampong een djahat bevindt., verbanning is de straf voor den hoeloebalang, indien zijn streek onrustig is. Dit stelsel, doorgevoerd tot in alle consequentiën, voert tot de schromelijkste misstappen en dwaasheden. En dit geschiedt op Atjeh !

Hoe toch is de toestand? Een bende djahats heeft gebrek aan levensmiddelen. Het hoofd stuurt naar verschillende gampongs leden zijner bende uit om te fourageeren. Van de bevolking hooren deze lieden, dat zich in de gampoog geen "Compeuni" bevindt. Nu kloppen zij aan elk huis aan om wat rijst en ieder, behalve de vriendjes, brengt zijn offer; want wagen zij het zich te verzetten, dan verschijnt den een of anderen dag het hoofd met de geheele bende en huis en haard van den weigerachtige wordt geplunderd en verbrand. Bericht sturen en hulp vragen aan de bezetting van het, op 4, 6, ja 12 uur ver gelegen bivak is nutteloos, daar dan het werk dier roovers toch reeds gedaan is en de gampong in haar geheel nog maar kans loopt beboet te worden, omdat zij niet tijdig genoeg waarschuwde. En hierbij komt nog de vrees voor de wraak der bende.

Is het wonder, dat de bevolking haar bericht sturen als nutteloos en gevaarlijk voor zichzelf nalaat?

De gevolgen wreken zich echter dan weer op die bevolking. Valt nu eene patrouille onverwachts in eene gampong en ontdekt zij zulk een fourageerenden djahat, dan wordt onmiddellijk het gamponghoofd ontboden en hem aangezegd, dat de geheele gampong met f 1. per man en hij zelf met f 10 beboet is voor het tolereeren van kwaadwilligen in zijn gampong.

In Meulahob, Pedië, Lho Seumawé zag ik vaak dat hoofden van gampongs, ja, hoeloebalangs, z. a. Teungkoe Brahim Njong, Teungkoe-Pang Sawang e. a. hierom bij het bestuur hun ontslag aanvroegen, wat hun met strenge berispingen van te weinig ambitie e. d., ja, zelfs boeten, geweigerd werd. *)

De gewone klacht was: maar mijnheer, hoe kan ik nu weten, dat er een djahat in mijn gampong is; zij komen er even binnen sluipen. Mijn gampong telt een paar honderd gezinnen, die mij uit vrees voor wraak van de djahats geen bericht durven sturen. De Compeuni" kon me niet helpen. Mag ik dan zelf patrouille loopen? Geef me dan een paar geweren, dan kan ik tenminste ook optreden tegen de gewapende djahats."

Bescherming kunnen wij der bevolking niet geven, zich zelf verdedigen kunnen zij niet, daar zij ontwapend zijn en per gezin twee blanke wapenen voor het verdrijven van wilde varkens uit de sawahs mogen bezitten. Geen hunner waagt het echter met één dier blanke wapenen zich buiten de deur van zijn huis te vertoonen, om niet de kans te loopen door een onverwachte patrouille voor djahat aangezien en neergeschoten te worden of wel boete te krijgen voor het zonder vergunning loopen met wapenen (minimum f 25 of 50 dagen werken voor den kost zonder loon).

Zeker, de bevolking heeft nog wapens, maar.... mag ze niet aanraken ; deze moeten in de huizen blijven en toch moeten deze geregistreerden de met geweren gewapende benden uit hunne gampongs verjagen of.... bericht sturen naar het wanhopig verafgelegen bivak.

Natuurlijk zullen de djahats niet bij voorkeur zich vertoonen in de vlak om het bivak gelegen gampongs.

Het hoofd van Poeloe Tengah bracht den bivakcommandant bericht, dat zich een djahat in zijne gampong bevond. Een patrouille rukte uit, arresteerde den djahat, maar drie dagen later was het hoofd vermoord. Het hoofd van gampong Poeloe Missigit in 't Pedirsche, gampong Lho Kajoeno, Mané, Meurandé, in't Lho Seumawesche, gampong Toendjaug, enz,, te veel om alle op te noemen, trachtten eveneens loyaal te zijn tegenover de Compeuni;.... werden allen vermoord, zonder dat wij in staat waren hen te beschermen.

Men ziet de berichtgevers op Atjeh dan ook allen vlak om, in of bij de bivaks wonen. Hoe wordt thans nog de woning van den gids Waki Wahab op de hoofdplaats Segli niet vaak zwaar beschoten. En tegenover dit bestraffend optredender djahats staat onze m a c h t e l o o s heid om te beschermen.

En wij voelen deze onmacht; waarom anders het tegenstrijdige, dat op sommige keudé's  en kotta's  eenige geregistreerde geweren met munitie mogen worden aangehouden ; terwijl een geweer in handen van den Atjeher anders voor bijzonder strafschuldig en gevaarlijk wordt gehouden?

De geweren zijn er op verzoek der hoeloebalangs om hunne eigendommen te verdedigen tegen den kwaadwillige.

Het hoofd van Sawang vroeg officieel driemaal vergunning, een patrouille uit eigen bevolking samengesteld, met een paar geweren bewapend te mogen vormen, om zelf te patrouilleeren en de gamponqs te beveiligen. De haria-keudé van Boengkaïh deed hetzelfde verzoek. De wnd. hoeloebalang van Peusangan bezat zulk een bevolkings-patrouille. Legio is het aantal der hoofden, dat om eenige gewapende Atjehers als lijfdekking verzocht. Legio ook het aantal, dat verzocht om gewapende Atjehers aan te stellen, belast met de zorg voor orde veiligheid en de bewakiog iu de gampongs. Legio het aantal Atjehers, dat komt smeeken om een wapenpas, welke hun vergunning geeft tot het dragen van een blank wapen. Zeker voor een deel is hieraan schuld hun overgroote ijdelheid en pronkzucht, om door het dragen van wapenen voor hoofden aangezien te worden door hunne collega's ; maar toch voor het grootste deel vragen zij wapens tot eigen verdediging.

De hoeloebalangs, hoofden en gezeten bevolking, v o e l e n immers onze onmacht hen te beschermen en missen alle vertrouwen op onze macht.

Leest het maandverslag van September, October, November 1906... Roof op het verbindingspad van Koeala-Simpang - Panampaan, een druk beloopen transportweg voor Gajoërs en Alassers. - De rijke keudé van Tampor Paloh aangevallen, rijstvoorraden geroofd en de geheele keudé verbrand. - De kotta Peudada met haar keudé (dicht bij de hoofdplaats Samalanga) overvallen, beroofd, vernield eu verbrand (8 dooden). - De keudé Mata-Gloempang-Doewa (vlak bij Bireuën) idem (12 dooden en gewonden van de bevolking, 5 geregistreerde geweren door den vijand buitgemaakt). - Inval van een met geweren gewa-pende bende op 3 K.M. afstand van ons kampement te Lam Njong (Groot-Atjeh) in de meunasah  van Soekon nabij Toengkoeb (de hoeloebalang werd ter zake ditmaal ferm" gestraft, staat er bij). - Hoe vaak worden de rijke Gajoetransporten, die via Toendjang langs Bireuen of Goentji hun tabak, karbouwen en paarden aan de kust-streken trachten te verhandelen, niet beroofd  - Ik zelf overviel bij toeval in die streek komend op dien weg een bende kwaadwilligen, die daar sinds acht a tien dagen elk transport aanhielden en van elk transport tolgeld hieven. - Wat hebben de transporten naar Koeala-Simpang niet te lijden van Toekoe Ben's bende. - In het landschap Lho Soekoen zijn op den 21-sten, 22-sten,  23-sten Maart door de djahats in brand gestoken. Op den 28-sten werd in die zelfde buurt een bewoner vermoord en wéér gebrand. Den 29-sten werd op de zelfde plaats de vader van het eerste slachtoffer getjingtjangd. Een kleine week daarna, in den nacht van 5 op 6 April, te half twee, werden van de keudé Poesseng achttien huizen in brand gestoken en een kind vermoord. - Leest hoe in midden 1905 keudé Boengkaih werd verbrand, afgeloopen en beroofd. - Zie het geval in de moekim Paloh. Hoewel er toevallig troepen in den omtrek aan het patrouilleeren waren, ontkwamen de "djahats" na hun roof en moord toch. En in hoeveel andere gevallen zijn de veel, te weinig talrijke troepen op Atjeh, n i e t in de nabijheid om goedgezinden te beschermen.

De vrees voorden djahat is der bevolking machtiger raadsman, dan het vertrouwen in de Compeuni.

Ik was vertrouwd met een gamponghoofd in het Pediesche, kreeg bericht van een spion, dat zich in de gampoog van bedoeld hoofd een bende kwaadwilligen bevond, rukte uit, sloop naar het huis van het bevriende hoofd om de juiste- plaats der bende te laten aanwijzen. Het hoofd duidde ons de plaats aan, maar smeekte rillend en bevend niet mede behoeven te gaan, omdat hij zoo bang was, dat de djahats het te weten zouden komen, en als de Compeuni dan weg was, zouden ze hem vermoorden. Ook was hij bang, dat zijn eigen bevolking hem zien zou en verraden. Ik vond zijn angst zeer gegrond en liet hem waar hij was. - Een gampong in de Gajoelanden had, na drie keer opgeroepen te zijn tot het halen van registratiepassen, geweigerd te komen. Eerst na zes maanden kon deze gampong door onze troepen bezocht worden, daar de bezetting aan de Lauttawar haar handen vol had met ander werk.

Sprekende voorbeelden van gebrek aan bescherming door gebrek aan troepen; van daaruit voortkomend gebrek aan vertrouwen van de bevolking en grootere  vrees dier bevolking voor des djahats wraak, zijn te lezen uit alle maandverslagen ; in spijt van alle onderwerpingen. neerleggingen, onschadelijk maken, boeteoplegging enz. enz. ; in spijt ook van de volgende bewering van den Minister in de Memorie van Antwoord § 4 voor 1907.

Hulp tegen aanvallen van de nog rondzwervende benden wordt aan de goedgezindebevolking steeds verleend, indien hoofden of bevolking slechts tijdig bericht zenden van de aanwezigheid van benden in hun gebied. Van weigeren of opzettelijk onthouden van zoodanige hulp - de bewoordingen van het Voorloopig Verslag schijnen dit te bedoelen - is geen enkel geval bekend. Echter waar het gebied zoo uitgestrekt is en het aantal, meestal ver van elkaar verwijderde gampongs zoo ontzeglijk groot, kon uit het feit dat van de tallooze gampong- en andere hoofden er enkelen door de kwaadwilligen werden vermoord of andere wraaknemingen op kleineschaal van tijd tot tijd plaats vonden, geen ongunstige conclusie worden getrokken. De meening, dat de bevolking geheel weerloos zou staan tegenover de kwaadwilligen, berust overigens op een misverstand, daar, afgescheiden van de geregistreerde vuur-wapenen welke vele hoofden bezitten, de bevolking over meer dan voldoende blanke wapenen beschikt, om, zooals trouwens meermalen is voorgekomen, dergelijke kleine aanvallen met, goed gevolg af te weren. Intusschen kan de bescherming van de goedgezinde bevolking, waarop in het Voorloopig Verslag zeer te recht wordt aangedrongen, niet beter geschieden dan op de thans gevolgde indirecte wijze, nl. door rusteloos opsporen en vervolgen van hen, die zich nog niet in een ordelijken staat van zaken willen voegen, want bescherming van de goedgezinde bevolking en ongemoeid laten van de kwaadwilligen kunnen bezwaarlijk samengaan.
Wat hier gesproken is, is waar, maar.... onvolledig. Op de eerste zinsnede valt aan te merken, dat bericht zenden van de aanwezigheid van benden in bijna alle gevallen onmogelijk is, door de verre afstanden, voorzorgs- en wraakmiddelen der kwaadwilligen.

De Minister erkent dat het gebied zoo uitgestrekt en het aantal, meestal ver van elkaar verwijderde gampongs zoo ontzaglijk groot is; erkent ook de moorden en wraaknemingen der kwaadwilligen op gampong- en andere hoofden ; maar ontkent elke ongunstige conclusie.

Dat de Minister naga, w a a r o m die hoofden werden vermoord, waarom die wraaknemingen plaats vinden..... Omdat van die slachtoffers geëischt werd in 's Gouvernements belang werkzaam te zijn. Dan toch met ook dat Gouvernement hun bescherming geven ! ! De bivakcommandant wil wel (want van weigeren of opzettelijk onthouden van hulp is geen enkel geval bekend - 's Ministers eigen woorden - en ook ons is dit inderdaad niet bekend) ; maar hij kan niet, is onmachtig. Ziedaar de voor de hand liggende ongunstige conclusie, door den Minister ontkend.

Voorts zegt de Minister : de bevolking bezit geregistreerde vuur- wapenen om z i c h z e l f te beschermen". Dus... weer een bewijs van onze onmacht om haar te beschermen. Ja, zegt de Minister verder : Ze hebben blanke wapenen om zich te verdedigen". Maar... die mogen ze niet aanraken op straffe van boete, gevangenis of risico doodgeschoten te worden. Terecht zegt de Minister, dat beschermiug van de bevolking het beste geschiedt op indirecte wijze n.l. door rusteloos patrouilleeren. Deze zinsnede doet ons denken aan de order van den generaal Van Heutsz, die alle wallen, slooten, versperringen om de bivaks liet op ruimen en per circulaire bekend maakte, dat de beste beveiliging verkregen werd door energiek patrouilleeren. - Doch om te patrouilleeren heeft men troepen noodig. Een ontoereikende troepenmacht geeft een ontoereikende indirecte bescherming! Ook wij huldigen de stelling van den afgevaardigde De Waal Malefijt, die in zijne rede van 14 Nov. '06 zegt : Wat Atjeh betreft, als men eenmaal de bevolking heeft onderworpen, moet men ook zorgen, dat zij behoorlïjk wordt beschermd". -

Dus m e e r  t r o e p e n, waardoor meer en dichter bij elkaar gelegen bivaks kunnen ontstaan; waardoor ook op excursie gaande troepen sterker gemaakt - en gevangenen aan dichtbij gelegen bivaks of aan andere patrouilles afgegeven kunnen worden ; de bevolking beter beschermd kan worden ; hulp dichter bij de hand is; samenwerking tusschen patrouilles en bivaks onderling mogelijk is ; alle voor djahats veilige, weinig bezochte streken meer bezocht en tot ontwikkeling, rust en orde gebracht kunnen worden door bezetting dier landstreken ; de onwaardige z.g. klepkooien opgeheven kunnen worden ; meer vertrouwen in onze bescherming dus in ons bestuur kan ontstaan ; beter preventief tegen den djahat kan worden opgetreden en... beter de hand kan worden gehouden aan het controleeren, dat gegeven orders wel worden uitgevoerd. Zooals de toestand nu is, is het ook in dit opzicht treurig gesteld.

Er wordt moesapath  gehouden. De bivakcommandant neemt de gelegenheid waar, zijne gedurende een maand vergaarde op- en aan- merkingen, vergezeld van de noodige bevelen, orders en aanwijzingen den hoofden bekend te maken, daarbij den termijn bepalende, waarbinnen aan alle opdrachten moet zijn voldaan op straffe van boeten.
- De hoofden kijken elkaar aan, knipoogen even, knikken heel onderdanig en mompelen zoo iets van "maäloem".

De orders worden nooit uitgevoerd, omdat door gebrek aan troepen het controleeren ondoenlijk is of ten nadeele van het patrouilleeren gebeurt ; de hoofden zullen uit plichtsgevoel' nooit slechts eenmaal gegeven orders uitvoeren. Tal van bivakcommandanten leerden zich bij dien toestand neerleggen en geven doodeenvoudig geen orders meer, houden geen besprekingen met hoofden meer, denkende: het geeft toch niets, de orders worden toch niet opgevolgd en controleeren kan ik niet door gebrek aan troepen."

Zij handelen dus als de gampongman, die zegt : "wat geeft het of ik de "Compeuni" waarschuw, dat "djahats" bezig zijn mijn voorraadsschuur leeg te halen. Tegen dat de Compeuni hier is, zijn de djahats toch weer weg."

Tot hier punt 3 van aanval uit de rede van den afgevaardigde Thomson.


[Terug] [Weduwe van Indi&eul;] [Volgende]