Vragen van het lid Marijnissen (SP) over de gijzeling op Irian Jaya.
(Ingezonden 15 mei 1996)

1
Waarom precies ging de vrijlating van de 11 gegijzelden in Irian Jaya op 6 mei jl. op het laatste moment niet door?

2
Is het bericht (1) waar, dat er op het moment waarop de invrijheidstelling zou moeten plaatsvinden veel militaire aanwezigheid was in het gebied? Acht u het mogelijk, dat dhr. Kelly Kwalik (OPM) daarom besloten heeft aanvullende eisen te stellen?

3
Waarom heeft het Internationale Rode Kruis zich teruggetrokken als bemiddelaar?

4
Waarop baseert u uw in het NOS-journaal (2) verwoorde verwachting dat nu het Indonesische leger zal gaan ingrijpen?

5
Streeft de Nederlandse regering nog naar een vreedzame afwikkeling van de zaak? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat hebt u ondernomen en onderneemt u nu om dat te bewerkstelligen?

6
Is het asielverzoek van de 6 Papoea's die op 8 mei de Nederlandse ambassade binnenkwamen in behandeling genomen? Zo neen,
waarom niet? Zo ja, wat is de uitkomst? Welke procedure is er gevolgd bij het nagaan van de antecedenten?



1 Kompas, 9 mei 1996.
2 NOS-journaal, 9 mei 20.00 uur.
 
 

Antwoord

Antwoord van minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken).
(Ontvangen 19 juni 1996)

1
De nu voorliggende vragen van de Geachte Afgevaardigde en mijn brief aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Kamer dd. 23 mei jl. (1) hebben elkaar gekruist. Verschillende elementen van de vraagstelling zijn reeds in deze brief beantwoord.
Over de diepere gronden van het geen doorgang vinden van de aanvankelijk voorziene vrijlating, valt van hieruit moeilijk een uitspraak te doen. De enige feitelijkheid is, dat de gijzelnemers geheel onvoorzien toonden, de gemaakte afspraken niet na te komen.

2
Vaststelling van de omvang van de militaire aanwezigheid in het gebied onttrekt zich aan de mogelijkheden van de Regering.

3
Te dien aanzien zou ik willen verwijzen naar het perscommunique´ van het Internationale Comite´ van het Rode Kruis.

4 en 5
Aangezien de verwachting dat het Indonesisch leger zou gaan ingrijpen, inmiddels is bewaarheid, meen ik deze beide vragen verder
onbeantwoord te mogen laten.

6
Voor wat betreft de asielaanvragen van deze zes personen moge ik eveneens verwijzen naar mijn eerdergenoemde brief van 23 mei.



1 BuZa-96-250
Terug