HOOFDSTUK I.

Imperialisme en kapitalisme.


Edelachtbare Heeren Rechters,

Beteekenis.

In onze actie worden heel vaak gehoord de woorden ,,Imperialisme en Kapitalisme". In dit proces vormen deze woorden punten van onderzoek. Wij worden er o.a. van beschuldigd de in Indonesië verblijvende Hollanders en andere vreemdelingen te bedoelen, indien wij b.v. zeggen, dat ,,het kapitalisme opgeheven moet worden". Wij worden ervan beschuldigd het ,,gezag" te bedoelen, indien wij zeggen: ,,vernietig het Imperialisme". Wij worden ervan beschuldigd zonder meer, met kapitalisme ,,Hollanders en andere vreemdelingen", met imperalisme ,,het tegenwoordig Ned.-Indisch gezag" te bedoelen!

Wat is hiervan waar? Nooit hebben wij gezegd, dat wij onder ,,kapitalisme ,,de vreemdelingen", onder ,,imperalisme" ,,het gezag" verstaan; wij hebben ook nooit de vreemdelingen bedoeld, indien wij het over kapitalisme hebben, nooit ,,het gezag" of ,,de openbare orde", indien wij het woord imperalisme gebruiken. Wij bedoelen het kapitalisme als wij het over het kapitalisme hebben; wij bedoelen imperialisme als wij het over imperialisme hebben!

Wat verstaan wij dan onder kapitalisme? Edelachtbare Heeren Rechters, in het verhoor hebben wij reeds gezegd:
 Het kapitalisme is een maatschappelijk stelsel, dat voortspruit uit een productiewijze, welke den arbeider scheidt van het productie-middel. Het kapitalisme is een gevolg van deze productie-wijze, welke krachtens zijn wezen er oorzaak van is, dat de ,,meerwaarde niet valt in handen van den arbeider, maar in die van de kapitalisten! Het kapitalisme veroorzaakt krachtens zijn wezen kapitaalconcentratie, kapitaalcentralisatie en de industrieele reserve-armee. Het kapitalisme brengt met zich mee de Verelendung.

Is het nog noodig, dat wij er over uitweiden, dat het kapitalisme niet is een lichaam, noch een mensch, noch een natie, maar dat het is een begrip, een stelsel? Is het noodig, dat wij nog verder ingaan op hetgeen wij hier in het kort gezegd hebben, dat n.l. het kapitalisme is een productie-stelsel? Neen, immers, Edelachtbare Heeren Rechters. Want er is geen intellectueel, die niet weet wat onder dit woord verstaan wordt. Want er is geen verschijnsel op de wereld, dat van alle kanten zooveel en zoozeer bestudeerd wordt, als juist dit kapitalisme. Ontelbaar haast is het aantal boeken, studiën, standaard-werken, brochures daarover.

En het woord ,,Imperialisme"? Ook dit duidt aan een begrip. Niet, zooals de beschuldiging tegen ons luidt, duidt het aan ,,een ambtenaar van het B.B.-corps", noch ,,het tegenwoordig gezag", noch welk lichaam dan ook.

Het duidt aan een neiging, een streven om de huishouding van een ander volk, of van een ander land te beheerschen of te beïnvloeden.

Het duidt aan een stelsel van economisch overheerschen of beheerschen van een andere natie of volk. Het is een maatschappelijk verschijnsel, dat zijn ontstaan te danken heeft aan de economische noodzakelijkheid in de ontwikkeling van de huishouding van een land of van een natie. Zoolang er een ,,volkshuishouding", zoolang er een ,,nationale economie" bestaan heeft, zoolang heeft de wereld het imperialisme aanschouwd. Wij vinden het in het streven van de Romeinsche Adelaar om alle landen aan de Middellandsche Zee, en ook die, welke er niet aan liggen, aan zich te onderwerpen. Wij vinden het in het streven van de Spaansche natie om Nederland te veroveren, ten einde Engeland te kunnen overwinnen.

Wij vinden het in het streven van het Rijk Timoer Çriwidjaja om het schiereiland Malakka en ook het Maleische Rijk aan zich te onderwerpen, het streven om de huishouding van Cambodja en Campa te beheerschen. Wij vinden het in het streven van het Rijk Madjapahit om alle eilanden van Indonesia, van Bali tot aan Borneo, van Sumatra tot de Molukken toe te beheerschen en te beïnvloeden. Wij vinden het terug in het streven van het Japansche Rijk om het schiereiland Korea te bezetten, invloed te krijgen in Manchurye, de eilanden in de Stille Oceaan te beheerschen. Imperialisme vinden wij terug in alle tijden en perioden van de ,,volkshuisvesting", wij vinden het bij alle volkeren, welker huishouding noodzakelijk drijft tot het Imperialisme. Het imperialisme is geen speciale eigenschap van de blanke rassen, ook bij de gele, zwarte, ook bij de bruine, zooals bleek ten tijde van Crividjaja en ten tijde van Madjapahit, komt het voor. Het imperialisme is een ,,economisch gedetermineerde noodwendigheid".

En, zooals wij het reeds gezegd hebben, het imperialisme is niet slechts een stelsel of een neiging om andere landen en volkeren aan zich te onderwerpen, maar het kan zich ook uiten in het streven om de huishouding van een ander land en volk te beheerschen. Het hoeft niet te worden bedreven met het zwaard, de mitrailleur, het kanon of de ,,dreadnought"; het is dus niet, zooals door Van Kol gedefinieerd werd, ,,de uitbreiding van landsgebied met het geweld der wapenen", maar het kan ook gebeuren door een ,,pénétration pacifique".

Waar het zich uit als streven naar beheersching van de huishouding van een ander land, heeft het imperialisme nu geschapen, mandaat-gebieden , ,,invloedssferen" e.d., terwijl het, waar het zich openbaart als streven naar overheersching van een ander volk, tot vrucht heeft koloniaal bezit.
 

  Oud en modern imperialisme.

Wij kunnen ook een andere indeeling maken van het imperialisme, n.l. oud- en modern-imperialisme. Zou er geen groot verschil zijn tusschen het oud-imperialisme van Portugal of van Spanje, of van de Engelsche East India Company, of van de Hollandsche Oost-Indische Compagnie in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, en het moderne imperialisme, dat in de 19e en 20e eeuw zich overal heen uitbreidt, nadat het moderne kapitalisme in Europa en Noord-Amerika gevestigd was?

Het moderne imperialisme, dat over het geheele vasteland van Azië en hare eilanden zijn vangarmen heeft uitgespreid, het imperialisme, waaraan wij den oorlog hebben verklaard, is het kind van het moderne kapitalisme. Ook over het moderne imperialisme bestaat literatuur, - maar men kent het imperialisme nog niet in zijn gansche beteekenis en nog niet in al zijn geheimen, zooals men het vraagstuk van het kapitalisme kent. Daarom willen wij, Edelachtbare Heeren Rechters, enkele citaten geven uit boeken, die hierover handelen. Wij willen geen citaten geven uit het bekende boek van Sternberg: ,,Der Imperialismus", dat, ofschoon zeer aantrekkelijk en streng wetenschappelijk, een beetje ,,droog" is om aan te hooren.

De overleden Hollandsche leider Mr. Pieter Jelles Troelstra 1) schrijft:

,,Ik versta onder Imperialisme dit verschijnsel, dat het grootendeels onder de macht der banken staande grootkapitaal van een bepaald land, de buitenlandsche politiek van dat land aan zijn belang weet dienstbaar te maken.
,,De snelle economische ontwikkeling van de 19e eeuw bracht met zich een verbitterde concurrentie op agrarisch en industrieel gebied.
,,Dat aan het einde van die eeuw de protectie snel veld won, was een van de gevolgen. De moderne groot-industrie was ontstaan, de productiviteit van die groot-industrie was sterk opgevoerd, doch de afzetmogelijkheden in het eigen land waren beperkt en de noodzakelijkheid bestond afzetgebieden buiten de grenzen te vinden.
,,Door eenerzijds op de beschermde binnenlandsche markt de prijzen op te voeren, anderzijds op de buitenlandsche markt de dumping-taktiek toe te passen, trachtte de groot-industrie in de moeilijkheid te voorzien, zonder de winst aan te tasten. Deze ,,agressieve" protectie bracht op zichzelf reeds grootere spanning in de internationale verhoudingen teweeg. Daarnaast stond de snelle ontwikkeling der banken, die over steeds grooter kapitalen beschikten, waarvoor bij de binnenlandsche industrie en handel niet voldoende plaatsing was te vinden. Hieruit vloeide voort kapitaal-export, die zich in het bizonder naar economisch achterlijke, kapitaal-arme landen richtte. (Bijv. de stroom van Fransch en Engelsch kapitaal naar Rusland en van Nederlandsch kapitaal naar de Oost.) Deze kapitaaluitvoer geschiedt niet alleen in den vorm van geld. Machines worden door de kapitaal-uitvoerende mogendheden verschaft, fabrieken gebouwd, spoorwegen en havens aangelegd, enz. In vele gevallen is het voor de kapitaalbeleggers voori deeliger hun geld te exploiteeren in ondernemingen in economisch-achterlijke landen, waar de werkkrachten goedkoop zijn en de winst niet door arbeidswetgeving e.d. wordt beperkt."

Brailsford's ,,De oorlog van Staal en Goud", vert. v. Ravensteyn, p. 22, 51, 68:
,,Rijkdom in onze dagen is in de eerste plaats de gelegenheid voor buitengewoon voordeelige belegging. Verovering in den ouden zin is uit de mode geraakt.... Het jagen van concessies in het buitenland en het exploiteeren van de potentieele rijkdommen van zwakke staten en stervende rijken wordt meer en mecr een officieele onderneming, een nationale affaire.
,,In deze fase is uitvoer van kapitaal voor de heerschende klasse gewichtiger en aantrekkelijker geworden dan de uitvoer van waren.
,,Imperialisme is eenvoudig de politieke uitdrukking van de groeiende neiging van het kapitaal, dat opgestapeld is in de meer beschaafde industrieele landen, zich te exploiteeren naar de minder beschaafde en minder bewoonde."

Is niet reeds door deze twee citaten duidelijk, dat de opvatting, dat het imperialisme gelijk is aan het ambtenarendom, of de blanken, of de regeering, of het gezag in het algemeen, geheel onjuist is? Maar laat ons hooren wat nog een andere socialist en wel de bekende Otto Bauer, 2) die in het modern-imperialisme ziet een expansiepolitiek, erover schrijft:

,,Een expansie-politiek dient steeds het doel, aan het kapitaal beleggingssfeer en afzetmarkten te verzekeren. In de kapitalistische volks-economie scheidt zich elk oogenblik een deel van het maatschappelijke geldkapitaal uit de circulatie van het industrieele kapitaal af.... Een deel van het maatschappelijke kapitaal is dus elk oogenblik doodgelegd, ligt elk oogenblik braak.
,,Is veel geldkapitaal doodgelegd, heeft het terugstroomen der vrijgekomen kapitaalsplinters naar de productiesferen slechts langzaam plaats, dan daalt allereerst de vraag naar productiemiddelen en naar arbeidskrachten. Dit beteekent het onmiddellijk dalen der prijzen en winsten der productie-middelen-industrie, de verzwaring van den vak. vereenigingsstrijd, het dalen der arbeidsloonen. Beide verschijnselen werken echter ook terug op die industrieën, die de verbruiksgoederen vervaardigen. De vraag naar goederen, die onmiddellijk dienen tot bevrediging der menschelijke behoeften, daalt, omdat eenerzijds de kapitalisten, die hun inkomen uit de productie-middelen industrieën trekken, geringer winsten verkrijgen en omdat anderzijds de grootere werkeloosheid en de dalende loonen de koopkracht der arbeidersklasse verminderen. Daardoor worden ook in de bedrijven voor verbruiks-goederen de prijzen, winsten, arbeidsloonen kleiner; zoo heeft het afscheiden van een grooter deel van het geldkapitaal uit den kringloop van het kapitaal in de gezamenlijke industrie, dalende prijzen, winsten, loonen, vermeerderde werkeloosheid tengevolge. Deze kennis is nu voor ons doel van groot belang, want nu eerst kunnen we de doeleinden van de kapitalistische beheersch-politiek begrijpen. Ze streeft naar beleggingssferen voor het kapitaal en nsar afzetmarkfen voor de waren. Nu begrijpen wij, dat deze geen afzonderlijke taken zijn, doch in wezen een en dezelfde taak."

Al deze citaten vloeiden uit de pen van socialisten. Laat ons nu hooren wat een niet-socialist, Dr. J. S. Bartstra in zijn ,,Geschiedenis van het moderne imperialisme", hiervan zegt. Ook dan zal de waarheid blijken van onze bewering, dat het imperialisme niet is een regeering, noch een lid van de regeering, noch ook een vreemde natie, maar dat het is een zucht, een neiging, een stelsel om de huishouding van een ander land en volk te beheerschen en te overheerschen:

,,Het woord ,,imperialisme" is het eerst gebruikt in Engeland ongeveer in 1880. Men bedoelde ermee het streven om de zelfbesturende koloniën, wier betrekkingen tot het moederland in het afgeloopen ,,liberale tijdperk vrij los waren geworden, weer vaster aan Engeland te verbinden. Opmerkelijk is, dat het woord deze oorspronkelijke beteekenis geheel verloren heeft.
,,....langzamerhand begon het woord een andere begripsinhoud te krijgen: het werd nu het streven van die Britten, die ,,het Rijk een nog veel grootere koloniale uitbreiding wilden geven, hetzij door de verwerving van landen in de handen van concurrenten, hetzij door de hand te leggen op zulke gebieden, die een goede afzetmarkt konden worden of waar veel grondstoffen te vinden waren voor de binnenlandsche nijverheid, welke juist in dien tijd meer en meer te lijden begon te krijgen van buitenlandsche mededinging.
,,In de beteekenis van ongebreidelde koloniale uitbreiding kon het begrip weldra algemeen worden...."
Dr. Bartstra behandelt dan verder de inzichten van de socialisten t.o.v. dit imperialisme en zegt:
,,Dat het woord echter zoo een enorme populariteit verkregen heeft, dankt het aan de sociaal-democratische propaganda, die het verschijnsel voorstelde als de consequentie van het kapitalistische productie-systeem. Het zijn dan ook Marxistische schrijvers geweest, zooals Rudolf Hilferding, Karl Renner, ook de bekende H. N. Brailsford, die aan het woord een veel diepere en wijdere beteekenis hebben gegeven. Volgens hen is het imperialisme de noodwendige buitenlandsche politiek van staten met een ,,overrijp kapitalisme . Daaronder wordt aan verstaan een kapitalisme met ver-doorgevoerde bedrijfs- en bankconcentratie. Daardoor en niet het minst door de veranderde functie van het protectionisme, - van middel om zich zelf staande te houden tegenover het buitenland, tot ,,dumping-stelsel"-, heeft het niet langer genoeg aan de traditioneele liberale denkbeelden van staatsonthouding, vrije concurrentie en pacifisme. Die zijn dan als het ware omgeslagen in het tegendeel daarvan, n.l. het streven om de zuiver politieke machts-middelen van den staat aan te wenden voor economische doeleinden, als: beïnvloeden en veroveren van afzet- en grondstofgebieden, ook het waarborgen der rente-betalingen van kapitalen, die uitgezet zijn in economisch-achterlijke landen.

,,Op het laatste punt, dat van de z.g. ,,kapitaal-export", wordt door de genoemde schrijvers bizonder de nadruk gelegd. Door het veel intenser drijven van de nijverheid, door de concentratie in het bankwezen en het ,,dumping-stelsel waren - zoo zeggen zij - ontzaglijke kapitalen opgehoopt, die in het binnenland dikwijls niet genoeg aangewend konden worden. Vandaar dat meer en meer de noodzakelijkheid werd gevoeld om groote kapitalen uit te zetten in economisch-achterlijke landen, natuurlijk tegen zoo hoog mogelijke interest.

,,Men kon dan tevens bereiken, dat groote bestellingen werden gedaan van spoorwegen, machines, enz., bij de eigen nijverheid. Gevolg van een en ander: verscherpte verhoudingen tot het buitenland, oorlogsgevaar, militaire expedities, ,,invloedssferen in overzeesche gewesten, contrôle op de inkomsten en uitgaven van vreemde landen door consortia van Europeesche bankiers, jacht naar koloniën. Ziedaar het imperialisme!"

En tenslotte resumeert Dr. Bartstra hetgeen hij over dit modern imperialisme gezegd heeft als volgt:

,,Onder modern-imperialisme wordt verstaan het streven naar ongelimiteerde uitbreiding van koloniaal bezit, zooals dat in de periode van ± 1880 tot heden de buitenlandsche staatkunde van bijna alle groote cultuurlanden dreef, in hoofdzaak ten bate van hun industrie en bankkapitaal.
,,Het is in het minst niet de eenige, zelfs niet op alle momenten de meest frappante van de zeer verschillende beweegkrachten van het tijdvak geweest, maar wel is het in zijn gevolgen een der meest gewichtige geworden, omdat het tooneel der algemeene geschiedenis er door is uitgebreid, voor het eerst en voor goed, over de geheele aarde."
 
 

Het oude imperialisme verschilt in wezen niet van het moderne.

Dit was het modern-imperialisme. En het oud-imperialisme? Het oud-imperialisme, zooals wij het in de 19e eeuw hebben leeren kennen, verschilt in wezen niet van het moderne. Het is: de zucht, het streven, de neiging, het stelsel om de huishouding van andere volkeren en landen te beheerschen, het streven om buiten het eigen land de vrije hand te hebben. Het heeft andere kenmerken, andere principes, maar het is in wezen hetzelfde.

Of het nu is een imperialisme uit de eerste eeuwen of uit de 19e eeuw, of het is uit de 16e of 20e eeuw, - beide zijn zij imperialisme! Het imperialisme vinden wij, gelijk wij reeds gezegd hebben, te allen tijde! Prof. Jos. Schumpeter schrijft, dat het: ,,is zoo oud als de wereld, - de ongebreidelde lust van een staat om zich geweldig uit te breiden, buiten zijn natuurlijke grenzen. 3)

Welk imperialisme we ook beschouwen, oud of modern, hoe wij het ook keeren of wenden, - het imperialisme is en blijft een begrip, een neiging, een zucht, een lust, een streven, een stelsel, en geen ambtenaar van het B.B.-corps, geen regeering, geen gezag, noch het Nederlandsche volk, noch welk vreemd volk ook, - kortom geen lichaam, geen mensch, geen voorwerp of materie!
 
 

De economische principes van het imperialisme.

Deze zucht, deze neiging, dit stelsel heeft van de vroegste tijden de buitenlandsche politiek, de bewapening te land en ter zee, de veroveringen van vreemde landen, de koloniën, die van hun rijkdommen beroofd worden, doen ontstaan, - en in den modernen tijd schiep het ,,Bezuglander (dat zijn landen, die de grondstoffen leveren voor de fabrieken), afzetgebieden, ruimte voor de opgestapelde kapitalen om zich te bewegen, invloedssferen, protectoraten, mandaatgebieden, koloniën en andere ,,operatieterreinen , zoodat het imperialisme ook voor de onafhankelijke landen een gevaar is.
Of het nu zijn ,,invloedssferen" of ,,mandaatsgehieden", ,,protectoraten" of ,,koloniën", zij zijn alle geschapen vanwege het streven, naar winst of om winst te verzekeren, zij zijn alle economische noodwendigheden. De ,Partai Nasional Indonesia wijst alle theorieën terug, die de oorzaken van de kolonisatie niet in het streven naar winst zoeken, zij wijst alle theorieën terug, die leeren, dat de oorzaken van het indringen van de Europeesche en Amerikaansche volkeren over de geheele wereld en het overal stichten van kolonie s, zijn te vinden in de behoefte aan roem, of in de behoefte aan nieuwig- en vreemdheden, of in de behoefte om vooruitgang en beschaving te verbreiden. De theorie van Gustav Klemm, die leert, dat het zich overal verbreiden van deze ,,overwinnende rassen" behalve door economische drijfveeren ook nog door de ,,zucht naar roem", ,,zucht om vreemde, landen te zien", ,,zucht om vrij rond te zwerven", of de theorie van Prof. Thomas Moon, die leert, dat het imperialisme behalve een economischen, ook nog een nationalistischen grondslag heeft, enz., zooals hij dien uiteenzet in zijn boek: ,,Imperialism and World Politics", - deze theorieën wijzen wij voor het grootste deel terug. Neen!, voor de Partai Nasional Indonesia zijn de diepliggende en fundamenteele oorzaken van kolonisatie, de zucht naar goed, de zucht naar winst. ,,De eerste oorzaak tot kolonisatie is bijna altijd de bekrimping der levensverhoudingen in het eigen land", schrijft Prof. Dietrich Schäfer. 4)

,,Koloniseeren is het geschikt maken van den grond, van zijn onderaardsche schatten, van de flora, van de fauna en vooral van de bevolking, ten gunste van de economische behoeften van de koloniseerende natie." 5)
0, zeker, Edelachtbare Heeren Rechters!, de kolonisatie brengt wetenschap, de kolonisatie brengt vooruitgang, kolonisatie brengt beschaving. Maar het diepliggendst doel is ook economisch of, zooals Dr. Abraham Kuyper in zijn ,,Anti-revolutionnaire Staatkunde schrijft: ,,een mercantiele betrekking!"

,,Kolonies", schrijft deze groote leider, 6) ,,kolonies zonder eigen gezinskolonisatie geven kans om het land van de Inlanders tot rijke productie te brengen, er de mijnen te ontginnen, er onze koopwaren ter markt te brengen en omgekeerd, aan koopwaren der kolonie ten onzent een markt te doen vinden, maar het verband blijft economisch. Het gaat om ontginningen, om fabricage, om marktverkeer en handel over zee, maar tot zelfs in taal en zeden, en vooral in de religie kan het bezettende volk zich tegenover het onderworpen volk geheel vreemd houden. Het is en blijft een mercantiele betrekking, die het bezettende land verrijkt en het bezette land niet zelden verarmt.

En Brailsford schrijft in zijn allerlaatste werk: 7)
,,Het imperialisme heeft het prachtige epos van zijn durf en organiseerend genie in de aardkorst zelve gegrift, van het met ijs bedekte Siberië tot de zandvlakten van Zuid-Afrika. Doch de geschenken aan opvoeding, intellectueele prikkels en menschelijker bestuur, die het meebrengt, zijn steeds bijproducten van zijn zelfzuchtige activiteit. Deze gaven te schenken is zelden, zoo nooit, het motief van zijn robuste pioniers. Indien zij eenig motief hebben, dat een weinig hooger staat dan materieele winst, is het de glorie en de vergrooting van het moederland. Doch de drang, die hen naar deze ,,plaatsen in de zon drijft, was gewoonlijk òf de begeerte om een markt van grondstoffen te monopoliseeren, òf de nog lager berekening, dat er een goedkoope en ongeorganiseerde massa arbeidskracht ligt te wachten, om geëxploiteerd te worden. Wanneer het dit alles niet is, is het een berekening, die ontspringt uit het spel van materieele belangen met geographische gegevens.... Het bijproduct van de beschaving is een gemak, dat al te duidelijk onze eigen bedoelingen dient."

Is het daarom niet door en door waar, wat Prof. Anton Menger schrijft:
,,Het ware doel der kolonisatie is de exploitatie van een volk, dat op een lageren trap van ontwikkeling staat; in vrome tijden verbergt men dit achter het mom van ,,Christendom en in verlichte tijden achter dat van ,,beschaving der Inlanders .Of indien Friedrich Engels spottend uitroept:,,De Engelschen zeggen altijd Christendom en meenen dan katoen!

Zucht naar winst, Edelachtbare Heeren Rechters, en zucht naar winst alleen dreef Columbus over den wijden Atlantischen Oceaan; zucht naar winst deed Vasco di Gama en Bartholomeus Diaz de stormen van den Indischen Oceaan trotseeren, zucht naar winst waren het kompas en de Noorderster van Admiraal Drake, Magelhaens, Heemskerk en Cornelis de Houtman. Zucht naar winst was het wezen der V.O.C. in de 17e en 18e eeuw; de zucht naar winst is de oorzaak van de race naar koloniaal bezit in de 19e eeuw, nadat het moderne kapilisme zich in Europa en Amerika had gevestigd.

Het arbeidsveld van het oude imperialisme.

Nog vóór het tijdperk van het moderne kapitalisme had Engeland een deel van Amerika, een deel van India, een deel van Australië en nog andere stukken land, had het de uitgangspunten, die het later tot het ,,British Empire zouden voeren, onder zijn macht. Nog vóór het tijdperk van het moderne kapitalisme beheerschte Frankrijk een deel van Amerika (Canada) en een deel van India - wapperde de Portugeesche vlag in Zuid-Amerika en op verschillende plaatsen over geheel Azië - beheerschte Spanje, Middel-Amerika en de Filippijnsche eilanden, - bezetten de Hollanders Zuid-Afrika, verschillende deelen van het Indonesische eilandenrijk, de Molukken, Java, Zuid-Celebes en Sumatra. Reeds toen konden wij de enorme daadkracht, van deze winstzucht, van het oude imperialisme, vaststellen!

De race naar koloniaal bezit (grondbezit) ten tijde van het moderne imperialisme.

En toen het moderne kapitalisme het modern-imperialisme het levenslicht deed zien, konden wij getuige zijn van een race naar koloniaal bezit, die haast geen grenzen kende! Het was toen den Engelschen reeds gelukt de Franschen, Portugeezen en Hollanders uit India te verdrijven. Geen machtige vijanden stonden meer de uitbreiding van hun imperialisme in den weg. Overal werd de Engelsche vlag neergeplant. De zucht van het Engelsche kapitalisme om buiten de grenzen, buiten ,,het rijk" nog grooter rijkdommen te vergaren, kende geen verzadiging, - geen werelddeel was er meer, dat den strijdkreet van het Engelsch imperialisme niet kende. Hij luidde:

,,When Britain first Heaven's Command
Arose from out the Azure main
This was the charter of the land
And angelic voices sung this strain:
Rule, Britannia, rule the waves!
Britons never shall be slaves!

India werd onderworpen, Singapore en Malakka werden bezet, China werden de invoerrechten en de ex-territoriale rechten ontroofd, terwijl zij tot ,,invloedssfeer werden gemaakt zoowel met geweld als op vreedzame wijze, Egypte werd ,,beschermd , Mesopotamië tot ,,mandaatgebied gemaakt, - het Engelsch imperialisme heerschte in Honkong, de Fidji-eilanden, West-Indië, de Falklandsche eilanden, Gibraltar, Malta, Cyprus, Afrika.... het Engelsch imperialisme wist van geen verzadiging! En de andere naties? Ook zij deden mee met dezen wedloop naar grondgebied!

Frankrijk kreeg vasten voet in Noord-Afrika, in Indo-China, op Martinique, in Guadaloupe, op Réunion, in Guyana, Somaliland, in Nieuw-Caledonië. Amerika veroverde Cuba, Porto Rico, de Philippijnen, de Hawaii-eilanden en nog meer. Duitschland kreeg het eiland Marshall, drong door in Zuid-Oost-Afrika, in Togo, Kameroen, op de Caroline-eilanden, in Kjautsjau, op de Marianen-eilanden, wenschte Marokko en nog veel meer. Italië was snel bezig, vasten voet te Assab, aan den Golf van Bab el Mandeb te krijgen, zijn macht in Noord-Afrika te consolideeren, Kossala te veroveren, Abessinië aan zich te onderwerpen en in Tripolis invloed te krijgen, enz.

Inderdaad, deze wedloop naar grondgebied, welke wij aanschouwen in het tijdperk van het moderne kapitalisme, dat om zich heen grijpt en grist met open muil, en klauwen toont als de helsche draak (Maha-Kala jang ahangkara moerka), deze wedloop naar koloniën vindt zijn gelijke niet in de gansche geschiedenis der menschheid.

Japan.

Ook in Azië zelf verloochent het imperialisme zijn afkomst niet, duidelijk is vast te stellen, dat het ook hier veroorzaakt wordt door economische drijfveeren, dat het het kind is van het kapitalisme, dat zijn ouderlijk huis ontgroeid is.

Wij hebben al eerder gezegd, dat het imperialisme niet is een specifieke eigenschap van de blanken. Niet slechts het moderne imperialisme, maar ook het oude imperialisme vinden wij bij allerhande volkeren. Wij wijzen op het imperialisme van het Tartaarsche volk, dat in de 13e en 14e eeuw als een ,,wervelwind een groot gedeelte van Azië aan zich onderwierp; wij wijzen op het Arisch imperialisme van Machmoed Gazni en Baber, die India binnendrongen; wij wijzen op het rijk Çriwidjaja, dat alle omringende landen aan zich onderwierp; wij wijzen op het imperialisme van het rijk Madjapahit, dat over bijna alle eilanden van Indonesia en ook over Malakka heerschte.

Het modern-imperialisme vinden wij in Azië echter voor het eerst bij het Japan van den laatsten tijd; het moderne imperialisme is een unicum, een nieuwigheid in Azië. En van alle landen in Azië is ook Japan het eenige land, dat een modern-kapitalisme bezit. Het moderne kapitalisme in Japan, dat olie en steenkolen noodig heeft, het moderne kapitalisme, dat snelle bevolkingsaanwas bevordert en de behoefte naar emigratielanden doet geboren worden, doet het Japansche volk zijn Ksatrya-eigenschappen (c) verloochenen en doet het zijn klauwen graven in het schiereiland Sachalin, op Korea en Manchurije.

De naam ,,kampioen der onderdrukte Aziatische volkeren", dien het wel eens gegeven wordt, is onjuist. Dit geloof is een vooze droom van de nationalisten die verouderde denkbeelden hadden en meenden, dat Japan tot het Westersch Imperialisme het: halt! zou toeroepen. Het doet echter integendeel hard mee aan dit helsch imperialisme!, het is zelf mede een bedreiging voor de welvaart van China. Het zal zelf in den toekomstigen reuzenstrijd tusschen de imperialistische machten Engeland en de Vereenigde Staten mede een bedreiging vormen voor den vrede en de welvaart van de landen om den Stillen Oceaan. Het zal er zelf in betrokken zijn!

Het gevolg van den tegenwoordigen wedloop!

,,De race naar grondgebied in de eerste helft van de 19e eeuw was in den aanvang een wedloop tusschen de Europeesche naties alleen. Maar nadat in dezen wedloop Engeland vooraan was gekomen, nadat het het Engelsche kapitalisme gelukt was als imperialisme zijn concurrenten achter zich te laten, nadat John Bull met recht kon zingen. ,,Rule Britannia, Rule the waves , zijn twee nieuwe kampioenen in het imperialistische strijdveld verschenen, met het gevolg, dat in de 20e eeuw een nieuwe wedstrijd begon tusschen Engeland, Amerika en Japan, een nieuwe wedloop om de macht over het rijke groote land, dat tot dusver nog niet geheel ,,geopend" is kunnen worden: China!.

Deze strijd om de macht in China nu is de bron van de voortdurende tegenstellingen tusschen drie imperialistische machten, deze strijd om de macht in China is de kern van Japan's buitenlandsche politiek. Wie China beheerscht, beheerscht de geheele Pacific. Wie de huishouding van China beheerscht, beheerscht ook de huishoudingen van alle andere landen in het Oosten, economisch en militair.

En daarom, Edelachtbare Heeren Rechters, hebben de bovengenoemde machten er alles op gezet om die macht voor zich te verkrijgen, daarom dreigt de Pacific-oorlog!

Onze propaganda t.a.v. het gevaar van den Pacific-oorlog zullen wij elders uitgebreider behandelen.
 

1) Troelstra: Gedenkschriften, III; pag. 258
2) Nationalitatenfrage, pag. 461 e.v.
3) Jos. Schumpeter: ,,Zur Soziologie der Imperialismen".
4) Kolonialgeschichte, p. 12.
5) Bij Douwes Dekker, Koloniaal Ideaal.
6) Bij Snouck Hurgronje, Colijn over Indië.
7) Brailsford: ,,Hoe lang nog? , pag. 227 e.v.
 
 


[terug] [Weduwe van Indië] [top]