HOOFDSTUK III.

De Indonesische beweging.





En toch.... met of zonder rechten, met of zonder ruimte, met of zonder ,,sterking", elk wezen, elk mensch, elk volk komt tenslotte in opstand, ontwaakt tenslotte, zet zijn krachten in beweging, indien het al te zeer den ellendigen toestand voelt, waarin het zich bevindt, indien het al te zeer zich bedreigd voelt door het gevaar, dat het boven het hoofd hangt! Niet slechts een mensch, niet slechts een volk, zelfs een wurm wringt zich als hij pijn voelt.
De geheele wereldgeschiedenis is een geschiedenis van menschen-groepen en volkeren, die zich in beweging zetten om uit de een of andere ongunstige positie te komen; de geheele wereldgeschiedenis is volgens Herbert Spencer de geschiedenis van het ,, reactief verzet van verdrukte elementen"! Wij herinneren aan de beweging van Christus; de Christenbeweging, die het Joodsche volk en de andere volkeren rondom de Middellandsche Zee bevrijdde uit de klauwen van den Romeinschen adelaar; wij herinneren aan den strijd van het Nederlandsche volk om zich te bevrijden van het Spaansche juk; wij herinneren aan de burgerlijk-democratische bewegingen der Europeesche volkeren in de 18e en de 19e eeuw, die de volkeren van Europa bevrijdden van den druk van het absolutisme en der autocratie; wij zijn nu getuige van de kracht der bewegingen van het Socialisme, die schudden aan de vesten van het kapitalisme; wij kennen de beweging van het Egyptische volk onder aanvoering van Arabi en Zaglul Pasha en de beweging van het Indische volk onder leiding van Tilak en Ghandhi, beide gericht tegen de hebzucht der vreemdelingen; wij kennen den strijd van het Chineesche volk, dat het absolutisme van Mandsjoe ten val bracht en gericht was tegen het Westersch imperialisme; wij zien sedert jaren geheel Azië in beroering, als een schuimende, woelige Oceaan tegenover het vreemde imperialisme. Is dit alles geen natuurlijk gevolg, geen natuurlijke uiting van den drang naar zelfbehoud, die elk levend wezen in zich heeft, zijn dit geen uitingen van het ,,reactief verzet van verdrukte elementen"?

Ook het Indonesische volk is sedert 1908 ontwaakt; ook bij ons is de zucht naar zelfbehoud levend geworden! Het moderne imperialisme, dat in Indonesia zijn hebzucht botviert, het moderne imperialisme, dat overal armoede en ellende zaait, heeft zijn eigen vijanden in het leven geroepen en gewekt. De Indonesische reus, die in diepe, ja doodelijke rust was verzonken, heeft zich opgericht en spant zijn krachten!

Telkens heeft hij nu een aanval te verduren, telkens valt hij neer, maar ook telkens weer staat hij op! Het is als heeft hij geheime krachten, als bezit hij levenverwekkende krachten, als heeft hij de adji-pantjasona, de adji-tjandarbirawa: hij kan niet gedood worden en krijgt steeds meer aanhang!
Welke wereldsche kracht is er, die de volksziel dooven kan, welke wereldsche kracht, die de ontwaking tot leven van een volk kan tegenhouden, welke die de ,,bandjir", door de maatschappij zelf veroorzaakt, kan afdammen! Hoe zou het geroep van de imperialisten en hunne vrienden, die zeggen, dat ,,de zoogenaamde beweging" een maaksel is van ,,ophitsers", ,,opruiers", ,,raddraaiers", enz. , en dat het afgeloopen is met de beweging, indien de ,,opruiers in de gevangenissen worden opgeborgen, indien zij worden verbannen of opgehangen", deze beweging kunnen tegenhouden. Tientallen, honderden, duizenden van deze ,,ophitsers", ,,opruiers" en ,,raddraaiers" zuchten reeds in gevangenissen en in verbanning, tientallen zijn opgehangen, maar de beweging heeft niet opgehouden voort te gaan. Is zij achteruitgegaan of is zij gedurende haar ongeveer twintigjarig bestaan niet steeds grooter en algemeener geworden? ,,Man tötet den Geist nicht", schrijft de dichter Freiligrath! Reeds in 1900, voordat dus in Indonesia deze ,,opruiers", ,,ophitsers" en ,,raddraaiers" bestonden, liet Van Kol in de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn waarschuwing hooren: ,,Ga voort.... tot er eenmaal een einde zal komen; eenmaal, wie weet wanneer, zal opbliksemen de ,,stille kracht"!

En inderdaad, die ,,stille kracht" is opgebliksemd! De wereld is er thans getuige van, hoe die ,,stille kracht" ontwaakt en in beweging komt! Een ieder, die zich niet met opzet doof en blind houdt, begrijpt, dat deze ,,stille kracht" geen menschenmaaksel is, doch een product van een maatschappij, die zichzelf gaat genezen. Een ieder, die oprecht is, begrijpt, dat deze beweging is een anti-these van het imperialisme, die het zelf in het leven geroepen heeft, dat zij niet is het maaksel van ,,opruiers", ,,ophitsers" en ,,raddraaiers", maar dat zij is geboren uit de ellende van hef volk! Ir. Albarda sprak in de Tweede Kamer aldus: 1) ,,Onder hen, die geroepen zijn of althans zich geroepen achten om de verschijnselen van den tijd in het openbaar te bespreken, zijn er sommigen die de Inlandsche beweging en haar groei gaarne voorstellen als de vruchten van de Westersche revolutionnaire denkbeelden en die meenen, dat aan die beweging den kop kan worden ingedrukt door een krachtig regeeringsbeleid daartegen te richten en door politie en justitie tegen haar propagandisten te mobiliseeren.

,,Die beschouwing en die tactiek zijn buitengewoon oppervlakkig; zij getuigen van evenveel gemis aan historisch inzicht als van politiek begrip. Zoo'n beweging komt voort uit de maatschappelijke verhoudingen en uit de veranderingen die deze ondergaan. Zoo'n beweging zou ontstaan zijn en zou groeien, ook al had nooit een Europeesche revolutionnair in Indië een voet aan wal gezet. Zoo'n beweging groeit voort, ook al zou men haar van al de leiders en propagandisten berooven.
,,Evenmin als in de 16e eeuw de kerkhervorming is gestuit door vervolging der ketters, evenmin als in de 19e eeuw de sociaal-democratie is ten ondergebracht door Bismarck's politiek van gewelddadige onderdrukking, evenmin kan in de 20e eeuw de Indische volksbeweging door een reactionnair regeeringsbeleid worden teruggedrongen of ook maar tot staan gebracht. ,,Die beweging groeit vóórt, en er is niet aan te twijfelen, of zij zal haar ideaal, de bevrijding van de Indische bevolking uit vreemde overheersching, bereiken!.... Misschien zult gij, Edelachtbare Heeren Rechters, zeggen: ,,Nu ja, het is de beschouwing van een socialist! Laat ons dan hooren wat Dr. Kraemer in de ,,Koloniale Studiën" schrijft: 2) ,,Hier ligt ook de verklaring, waarom men zich schromelijk vergist, wanneer men waant, dat de zoogenaamde ontwaking van het Oosten, of om binnen eigen grenzen te zijn, de Inlandsche beweging slechts het probleem stelt van een dun, proportioneel buitengewoon gering laagje intellectueelen. Tegen wil en dank bevinden zich de ,,silent masses" ook in de smeltkroes. En Prof. Snouck Hurgronje, die niet tot de ,,dogmatici" behoort, schrijft: ,,De ,,voedingsbodem was toen en is nog steeds niet de aankweeking, door overvoeding met westersch onderwijs van eenige duizenden intellectueelen, die niet door de Inlandsche maatschappij geabsorbeerd kunnen worden, maar het overal gekoesterde, hier aan de oppervlakte waar te nemen, daar wat dieper verscholen verzet tegen overheersching door lieden van een andere bangsa...." 3) Niet komt de zon dus op, omdat de haan kraait, maar de haan kraait, omdat de zon opkomt! Aan hen, die nog steeds twijfelen aan .,echtheid" van de beweging, willen wij de uitspraak van Jean Jaurès, den grooten leider der Fransche arbeidersbeweging, niet onthouden. Wij geven het hier gevarieerd, zoodat het slaat op de Oostersche bewegingen: ,,Ach, mijne heeren, hoe zonderling verblind zijt gij door aan enkele menschen de universeele evolutie, die zich voltrekt, toe te schrijven! Zijt gij dan niet getroffen door den wereldomvang der nationalistische bewegingen? Overal, in alle onvrije landen, verschijnt zij op hetzelfde oogenblik. Sindt het laatste tiental jaren is het niet meer mogelijk de geschiedenis van Egypte, India, China, de Philippijnen, Indonesia te schetsen zonder daarbij tevens ook die der nationalistische bewegingen te verhalen!.... ,,En het is in tegenwoordigheid dezer algemeene beweging, die de Aziatische volkeren meesleept, de meest van elkaar afwijkende volkeren, onder welk klimaat zij ook leven, tot welk ras zij ook behooren, het is in tegenwoordigheid van zulk een beweging, dat gij spreekt van enkele op zichzelf staande opruiers. Maar ge doet hen, die gij aldus beschuldigt, te veel eer aan; gij schrijft te veel macht toe aan hen, die gij opruiers noemt. Het is niet hun werk zulk een overweldigende beweging te ontketenen; de zwakke ademtocht van enkele menschen-monden is niet voldoende om dezen orkaan der Aziatische volkeren te doen losbarsten! ,,Neen, mijne heeren, de waarheid is, dat deze beweging uit de diepte der dingen zelf is ontstaan. Zij komt voort uit de tallooze lijdens-gevallen, welke zich tot nu toe niet samengevoegd hadden, maar die in een verlossingroepende machtspreuk hun wachtwoord vonden. De waarheid is, dat ook in Indonesia de nationalistische beweging even-zeer uit het door U verafgode imperialisme ontstond als uit het economisch drainage-systeem, dat zich sinds eeuwen in het land ontwikkelt.... ,,Het imperialisme is de groote ophitser, het imperialisme is de groote opruier; breng het imperialisme dus voor uwe gendarmen! 4) Inderdaad! ,,Breng het imperialisme voor uw politie, voor uw rechter! En toch.... niet het imperialisme, niet de imperialisten, niet de vrienden van het imperialisme, niet Treub, niet Trip, niet Colijn, niet Bruineman, niet Fruin, niet Alimoesa, niet Wormser (d) hebben zich thans tegenover U te verantwoorden, maar wij: Gatot Mangkoepradja, Maskoen, Soepriadinata, Soekarno! Maar wij aanvaarden ons lot, dat nu eenmaal het lot is van een leider! Wij voelen ons zuiver, wij zijn ons er niet van bewust ons aan het ons ten laste gelegde te hebben vergrepen, zooals wij straks voor U zullen getuigen. Wij verwachten daarom, dat Uw uitspraak zal zijn: een vrijspraak!

,,Ratoe Adil", ,,Heroe Tjakra", e.a. (e)

Laat ons nu, Edelachtbare Heeren Rechters, onze rede vervolgen:
De Indonesische volksbeweging is geen maaksel van opruiers. Ook voordat deze opruiers bestonden, ook zonder deze ,,opruiers" was de Indonesische lucht bezwangerd met het geweeklaag door de ellende van het volk veroorzaakt, en daardoor ook vervuld van het verlangen der massa zich aan die ellende te onttrekken. Sedert tientallen jaren was de Indonesische lucht hiervan vervuld. Sedert tientallen jaren heeft het hart van het Indonesische volk gezucht, geschreid, gewacht op de komst van de ,,Wahjoe", (e) die daarin het vuur der hoop zal ontsteken, gewacht op de komst van den ,,mantram", (e) die het in staat zal stellen zich een bordje rijst en een stuk kain (kleedingstuk) te verschaffen. Bedenkt toch, Edelachtbare Heeren Rechters, wat er de oorzaak van is, dat het Indonesische volk gelooft in de komst van de ,,ratoe Adil" en steeds nog op haar wacht, bedenk toch, wat de oorzaak ervan is, dat wij zoo vaak hooren van een ,,Imam Mahdi" (e) of een ,,Heroe Tjakra" of van een ,,afstammeling van Wali Sangga", die plotseling in de één of andere dessa is opgedoken. Omdat, Edelachtbare Heeren, het hart van het Indonesische volk onophoudelijk schreit, steeds wacht en hoopt op verlossing, evenals iemand, die in duisternis is, voortdurend, elk uur, elke minuut, elke seconde wacht en hoopt: ,,Wanneer toch komt de zon! En wie den dieperen ondergrond van dit geloof van het Indonesische volk kent, zooals Prof. Snouck Hurgronje, die hem in zijn brochure ,,Vergeten Jubilé's" zoo klaar uiteengezet heeft, wordt mede bedroefd en ook zijn hart zal schreien telken keer als hij het geschrei van het volk hoort: ,,O, wanneer, wanneer komt de Ratoe Adil!" en zijn hart zal ook schreien en niet lachen kunnen elken keer als hij ziet hoe gauw het volk zich overlevert aan den één of ander, die zich ,,Heroe Tjakra" of ,,Ratoe Adil" noemt. ,,Zulke ,,gruwelen" (opstanden, Sk.) waren, zoolang het inheemsche intellect nog niet geoutilleerd was, voor de uiting van inheemsche bezwaren, de natuurlijke uitingen van opgekropte ergernis en lang onderdrukten weerstand tegen de botte poging om volken te besturen zonder zich van hunne wenschen en belangen ernstig rekenschap te geven en die tot richtsnoer te nemen. Zooals thans groote kringen van Inlanders steeds gereed staan om zich te scharen achter een hunner eigen intellectueelen, van wien zij gevoelen, dat hij hun belang voorstaat, ook al zijn zij ,,nog niet rijp" om al zijne theorieën te doorgronden, zoo waren zij tevoren vaak toegankelijk voor de lokstem van leiders, die hun langs geheime wegen en door geheimzinnige middelen te verwerven verlossing beloofden, of die in het geheim een leger wierven om daarmee heiligen oorlog tegen de ongeloovigen te voeren, zoodra de gelegenheid gunstig zou zijn. De ijdelheid van zulke pogingen om zich met geheel ontoereikende middelen ruimte te verschaffen, konden zij niet inzien, en zoo scheen ieder, die hun een ratoe adil, een mahdi, een rechtvaardig bestuur in uitzicht stelde, een profeet. Onontbeerlijke levensvoorwaarden, die de Natuur, de normale orde der dingen, de overheersching door vreemden hun schenen te onthouden, zochten zij te veroveren langs bovennatuurlijken weg van magie.... in vertrouwen op de hulp des hemels , aldus Prof. Snouck Hurgronje. 5) En de oorzaak, dat de doekoen of de Kjaji allen kan doen gelooven, dat de ,,Ratoe Adil of de ,,Heroe Tjakra is gekomen, is, dat het hart van het volk reeds schreit en bidt en wacht op de komst van die ,,Ratoe Adil" of van de ,,Heroe Tjakra". Wij, die ,,opruiers" genoemd worden, zijn niet de makers van de tegenwoordige beweging. Wij hebben onzen invloed niet te danken aan onze ,,radde tong" of onze ,,scherpe pen". De volksbeweging is een gevolg van de ellende, waarin het volk verkeert, en onze invloed staat in verband met die ellende van het volk! Onze taak is slechts den weg te wijzen, onze taak is het om de effen vlakke plaatsen te zoeken voor de stroomingen, die hoe langer hoe grooter en sterker worden, tot het op een bandjir gelijkt; onze taak is de plaatsen te wijzen, waarlangs de bandjir gaan moet, opdat zij goed en wel de Zee-van-Vrede-en-Welvaart, de Zee-van-Grootheid bereike....
 
1) 19 December 1919.
2) Koloniale studiën. Februari 1927, 145.
3) Snouck Hurgronje: ,,Colijn over Indië", pag. 12
4) Verg. Jean Jaurès, blz. 25.
5) Prof. Snouck Hurgronje: ,,Vergeten Jubilea's". pag. 13.


[terug] [Weduwe van IndiŽ] [top]