HOOFDSTUK IV.

De Partai Nasional Indonesia.


Ons beginsel betreffende de Indonesische Vrijheid.

Welke wegen moeten wij nemen? De Partai Nasional Indonesia antwoordt hierop in volle overtuiging: de wegen, die voeren naar Indonesia-Merdeka!  (l) Achter Indonesia-Merdeka ziet de P.N.I. de heerlijkheid van het moederland van welvaart en het moederland der grootheid, achter Indonesia-Merdeka ziet de P.N.I. het schijnsel der toekomst schitteren!

De Partai Nasional Indonesia heeft de overtuiging, dat de voornaamste voorwaarde tot reconstructie van de Indonesische samenleving is de Nationale Vrijheid en daarom moet het streven van het geheele 1ndonesische volk in de eerste plaats gericht worden naar de Nationale Vrijheid.
Afwijkend van de zienswijze van vele andere politieke partijen, die leeren: ,,reconstrueer uw huishouding, dan komt de vrijheid vanzelf"; afwijkend van de zienswijze van vele andere politieke partijen, die meenen, dat de vrijheid is een vrucht van de Reconstructie der huishouding, zegt de P.N.I.: ,, ijvert voor de nationale vrijheid, want pas door de nationale vrijheid kan het Indonesische volk de volkomen nationale reconstructie tot stand brengen", dus zegt hij, dat de volkomen nationale reconstructie alleen mogelijk is na wederkomst der nationale onafhankelijkheid. Edelachtbare Heeren Rechters, naar onze overtuiging lijkt dit beginsel der P.N.I. in wezen op dat van den proletarischen strijd in Europa en Amerika. ,,Het proletariaat kan den tegenstand der kapitalistische klasse tegen de overbrenging der bedrijfsmiddelen van particulier in maatschappelijk bezit slechts breken door verovering der politieke macht. Voor dit doel hebben zieh over de geheele wereld de arbeiders, die tot bewustzijn van hunne taak in den klassenstrijd zijn gekomen, georganiseerd", luidt paragraaf 11 van de beginselverklaring der Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. 1) Welnu, voor een koloniaal volk, voor een volk, overheerscht door een vreemd imperialisme, is het wezen der zaak, naar onze overtuiging, hetzelfde. Voor een volk, dat een strijd heeft te voeren tegen het imperialistische kwaad, is noodzakelijk, dat het zich meester maakt van de ,,politieke macht . Met een variatie kunnen wij dus die paragraaf 11 van de beginselverklaring op het Indonesische volk toepassen en zeggen: ,,Het koloniaal overheerschte volk kan den tegenstand der imperialistische klasse tegen zijn nationaal-reconstructieven arbeid slechts breken door verovering der politieke macht. En wat beteekent ,,politieke macht voor een koloniaal volk? Beteekent het regeeringsmacht of het streven naar regeeringsmacht? Het streven naar politieke macht voor een koloniaal volk beteekent streven naar een nationale regeering, het streven naar nationale onafhankelijkheid, het streven naar recht om zelf wetten te maken, zelf regelingen te maken, een eigen regeering te vestigen! Welnu, de Partai Nasional Indonesia wenscht, dat het Indonesische volk naar deze macht grijpt, de Partai Nasional Indonesia steekt niet onder stoelen of banken, dat haar vast doel is, de onafhankelijkheid van Indonesia. De Partai Nasional Indonesia en ook wij zien in, dat het streven naar politieke macht en dus het streven naar onafhankelijkheid van Indonesia is een consequentie en een voorwaarde in den strijd tegen het imperialisme. Evenals in het Westen de kapitalisten hun politieke macht gebruiken om de staatshuishouding te beïnvloeden volgens hun belang, evenals ze die regelingen brengen, die in hun belang zijn en vermijden regelingen, die niet in hun belang zijn, zoo wenden in een kolonie de imperialisten hun macht aan om de volkshuishouding in die kolonie te beïnvloeden volgens hun belang, d.i. in het belang van het imperialisme. Door dezen invloed bevoordeelt haast elke belangrijke regeeringsmaatregel in een koloniaal land de imperialisten. Haast elke belangrijke maatregel in een koloniaal land geschiedt ten behoeve van het imperialisme. Daarom dragen de maatregelen van een land voor zijn huishouding, zoolang het nog een kolonie is, ja, zoolang een land een ,,protectoraat" is of een ,,mandaatgebied", kortom zoolang een land nog niet geheel zelf de regelingen voor zijn staathuishouding tot stand kan brengen, gedeeltelijk of geheel het stempel van het imperialisme. Dat wil zeggen: zoolang een volk nog niet de politieke macht over eigen land heeft, zóólang worden een gedeelte van al zijn levensvoorwaarden economisch, sociaal zoowel als politiek, gebruikt voor belangen, die niet zijn belangen zijn, maar tegengesteld daaraan zijn. Het is aan handen en voeten gebonden, verhinderd om het imperialisme, dat het benadeelt, te bestrijden; het is niet in staat te bestrijden, dat zijn levensvoorwaarden aangewend worden voor het belang van anderen, niet in staat om zijn levensvoorwaarden aan te wenden voor zijn eigen economisch, sociaal en politiek leven. Kortom, het is niet in staat zich in te spannen in den strijd tegen en de vernietiging van het imperialisme, het is niet in staat zichzelf te helpen. 2) Een koloniaal volk is een volk, dat niet zichzelf kan zijn, een volk, dat in haast al zijn geledingen, in geheel zijn leven, den stempel van het imperialisme draagt, een stempel, dat het te danken heeft aan den grooten invloed van het imperialisme. Er is geen gemeenschap van belangen tusschen het subject en het object van het imperialisme. Er is tusschen beide slechts een belangentegenstelling en een conflict van behoeften. Alle belangen van het imperialisme, sociaal, economisch, politiek of cultureel, zijn tegengesteld aan de belangen van het Indonesische volk. De imperialisten wenschen het voortduren der kolonisatie, de Indonesiërs wenschen de opheffing daarvan. De regelingen, die onder invloed van het imperialisme worden tot stand gebracht, zijn derhalve tegengesteld aan de belangen van het Indonesische volk. En toch aanvaardt het de regelingen zonder meer, vraagt gij? O zeker aanvaardt het volk de regelingen. Het volk eerbiedigt die regelingen. Maar het aanvaardt ze en eerbiedigt ze, omdat het ertoe gedwongen wordt! Is het niet,omdat het overwonnen is, dat het gekoloniseerd wordt? Is het niet dit overwonnen zijn dat het nu maakt tot koloniaal volk? Jules Harmand, Ambassadeur Honoraire en koloniale specialiteit van Frankrijk, schrijft ronduit in zijn beroemd werk ,,Domination et Colonisation": ,,Zonder twijfel kan het voorkomen, dat het belang van den inboorling samenvalt met dat van den kolonisator; maar dat is een zeldzaamheid. Gemeenlijk.... zijn ze met elkaar in strijd." 3) De twee gedachten: ,,overheersching" en ,,geweld" of ten minste ,,dwang" zijn tot elkaar betrekkelijk of complementair. Al naar gelang van de plaats, omstandigheid en gedrag kan het geweld meer of minder werkelijk of gematigd zijn, openlijk of bewimpeld, maar zijn gebruik kan nimmer verdwijnen. Den dag, waarop dwang ophoudt te bestaan, houdt ook de overheersching op te bestaan.... 4) Is er een openlijker bekentenis mogelijk? Wij staan inderdaad niet alleen, indien wij zeggen, dat door de belangentegenstelling elk koloniaal systeem door het koloniale volk slechts aanvaard en geëerbiedigd wordt, omdat het ertoe gedwongen wordt, gedwongen d.i. niet vrijwillig, niet krachtens overeenkomst, niet krachtens volle overeenstemming!

Elk overheerscht volk wenscht de vrijheid.

Daarom, Edelachtbare Heeren Rechters, is er geen overheerscht volk, dat niet de vrijheid wenscht, geen overheerscht volk, dat niet hoopt op den dag der bevrijding. Indien de Partai Nasional Indonesia verkondigt haar wensch naar de Vrijheid, dan verkondigt zij alleen den algemeenen wensch.
De vrijheid is voor haar een eerste voorwaarde om het imperialisme radicaal te kunnen bestrijden en te vernietigen. De onafhankelijkheid is de eerste voorwaarde voor de nationale reconstructie van een land, dat overheerscht wordt.

De onafhankelijkheid is zelfs een zeer belangrijke voorwaarde voor het goed functionneeren van de huishouding van elk land en van elk volk, voor het Oosten zoowel als voor het Westen, voor bruin zoowel als voor blank. Geen volk kan groot worden zonder nationale onafhankelijkheid, geen land kan sterk en machtig zijn, indien het niet vrij is. Geen kolonie kan grootheid bereiken. Daarom wenscht elk overheerscht volk de onafhankelijkheid: om die grootheid te bereiken. Elk onvrij volk, dus elk volk, dat zijn huishouding niet zelf mag en kan inrichten zooals zijn belang en zijn welzijn het voorschrijft, leeft in ,,permanente onrust", die veroorzaakt wordt door de voortdurende botsingen van strevingen, die elkaar tegengesteld zijn, een toestand tenslotte, die noodzakelijk het verlangen doet geboren worden naar de opheffing van deze tegenstellingen, het sterke verlangen naar het einde van de onvrijheid. Van Marokko tot de Filippijnen, van Korea tot Indonesia hoort men over bergen en zeeën de stemmen om vrijheid roepen, niet alleen volkeren, die pas kort onder invloed van het imperialisme zijn gekomen, maar ook hen, die sedert eeuwen het licht van de grootheid gemist hebben.
Zoo schrijft Jules Harmand: ,,Zelfs na een eeuwenlange occupatie.... zou het voor den overheerscher een dwaasheid zijn te meenen, dat men hem liefheeft, zou men blind zijn indien men gelooft, dat de overheerschte zijn beheer met voldoening ondergaat",... 5) ,,Hoe zwak of gedegenereerd, hoe barbaarsch men den overheerschte ook moge veronderstellen te zijn, hoe slecht hun eigen hoofden ook moge zijn, of andersom, hoe beschaafd in hun manieren en hoe intelligent men zich hen ook moge indenken.... ze zullen het vertrek of de verdwijning van de vreemde overheersching altijd als een bevrijding beschouwen. Is het niet begrijpelijk dat Praboe Djajabaja (f), die naar Vrijheid streefde eeuwen lang voortleeft in het hart van het volk? Begrijpt men thans, waarom in elk dagblad in Indonesia, in elke vergadering van Indonesiërs ook als wij, ,, de opruiers", haar niet bijwonen! , wij steeds weer het woord ,,merdeka" hooren! Begrijpt men thans, waarom zelfs gematigde politieke partijen, zooals bijvoorbeeld de ,,Boedi-Oetomo en de ,,Pasoendan", (o) die toch zeker geen vereeniging van ,,opruiers" zijn, ook deelnemen aan de verlangens naar Indonesia Merdeka, een voorwaarde immers voor het toetreden als lid van de P.P.P.K.I.? De Partai Nasional Indonesia toont dit slechts op een duidelijker wijze; de Partai Nasional Indonesia stelt de nationale onafhankelijkheid meer bepaald vast en verheft haar van resultaat tot zeer belangrijke voorwaarde voor de reconstructie van de ontwrichte Indonesische samenleving, tot het scheppen van grooter kans voor de vernietiging van het imperialisme! Want de Partai Nasional Indonesia vat, zooals wij het al eerder hebben uiteengezet, het koloniale vraagstuk in zijn wezen; zij stelt vast, dat in elk koloniaal systeem een belangentegenstelling is tusschen de overheerscher en de overheerschten; dat in elk koloniaal systeem de toestanden beïnvloed worden door het dienen der belangen van den overheerscher; dat dus, in welk koloniaal systeem ook, de belangen van de overheerschten nooit behartigd kunnen worden, zooals zij anders zelf het zouden kunnen.

Uitspraken van leiders uit andere landen.

En ook hierin staat de Partai Nasional Indonesia niet alleen. Ook hierin kan de Partai Nasional Indonesia steunen op uitspraken van groote leiders uit andere landen. Indien Mustafa Kamil uit Egypte schrijft dat ,,een onvrij volk in waarheid is een dood volk", indien Manuel Quezon, de Filippijn, zegt: ,,beter zonder Amerika naar de hel dan met Amerika naar het Paradijs", indien Patrick Henry uit Amerika den kreet liet hooren: ,,Geef mij de vrijheid of geef mij anders de lijken van allen", dan zijn dit alle geen kreten van verontwaardiging alleen, maar beteekenen ze in wezen het leggen van den nadruk op de nationale onafhankelijkheid. Indien wij lezen, dat de Iersche leider Michael Davitt schrijft:
,,Noch voorspoed, noch misleiding, noch een voordeelige wetgeving zou het Iersche volk ooit kunnen bevredigen zonder het recht om ons land zelf te regeeren." 6) Of, indien wij lezen dat Erskine Childers, een ander Iersche leider, de ,,free state afwijst en de volle onafhankelijkheid eischt met de woorden: ,,De vrijheid is geen kwestie van meer of minder, ze is als de dood: ze is er of ze is er niet. Als men ons reserves maakt, dan is de vrijheid er niet meer." 7) Is dit in wezen dan geen bevestiging van onze zienswijze! En nog duidelijker en klaarder zijn de woorden van Mazzini, den grooten voorganger van het Italiaansche volk, die luiden als volgt: ,,Dit Vaderland op te bouwen, is zelfs een noodzakelijkheid. De aanmoedigingen en de middelen waarvan ik U heb gesproken, kunnen slechts uitgaan van een vereenigd en vrij vaderland. De verbetering van Uw maatschappelijken toestand kan slechts volgen uit Uw deelname in het staatkundige leven der naties." En: ,,Misleide het denkbeeld U niet, dat ge Uw stoffelijken toestand zoudt kunnen verbeteren, zonder eerst het nationale vraagstuk op te lossen; gij zult er niet in slagen." 8) Laat ons luisteren naar de woorden van Sister Nivedita, die de nationale vrijheid als voorwaarde stelt voor den bloei van de kunst; zij zegt: ,,De kunst kan zich alleen bij volkeren ontwikkelen, die in vrijheid leven. Ze is in waarheid het geweldige middel en de vrucht van het hooggevoel der vrijheid, dat wij nationaliteitsbewustzijn noemen. 9) Dit waren redeneeringen. En de praktijk? Laat ons bijvoorbeeld een rede nemen van Dr. Sun Yat Sen betreffende San Min Chu I, 10) waarin deze groote voorganger van het Chineesche volk, na te hebben aangetoond, dat het Chineesche volk in waarheid geen nationale vrijheid bezit, maar dat het is een ,,hypocolony", de Chineesche volkshuishouding schildert met deze woorden:

,,Waar China op gelijke politieke basis stond als de andere naties, daar kon zij vrijelijk met hen wedijveren op economisch terrein, en was zij in staat zonder feilen zichzelf te handhaven. Maar niet zoodra gebruiken de vreemde naties politieke macht als schild voor economische doeleinden, of China verliest haar vermogen ze met succes te weerstaan of met ze te wedijveren." 11)

En nu de nationale vrijheid van China hoe langer hoe meer feit wordt, schrijft de Engelsche geleerde H. G. Wells:

,,Tegenwoordig is het waarschijnlijk, dat er meer goed hersenmateriaal en meer toegewijde mannen bezig zijn, de moderniseering en reorganisatie van de Chineesche beschaving uit te werken, dan wij zouden vinden onder de directie van welk Europeesch volk ook." 12)

Bevestigt de praktijk in Indonesia de overtuiging van de P.N.I., dat in een onvrij land alle of een gedeelte van de regelingen en van zijn levensvoorwaarden beheerscht worden door en dienen voor de imperialistische belangen, die tegengesteld zijn aan die der bevolking? De praktijk bevestigt dit ten volle! Wij hebben gezien, dat voor den bloei van het industrieele imperialisme hier noodig is, dat het volk verproletariseerd wordt, dat wij een ,,loontrekkende" natie zijn; wij hebben gezien, dat het imperialisme, dat goedkoope grond noodig heeft en lage loonen en, zooals Prof. van Gelderen verklaart, belang heeft bij de mindere productiviteit van onze samenleving en dus opzettelijk die productiviteit neerdrukt, elk streven van het volk, om die productiviteit te verhoogen, bestrijdt.

Ziet hoe de imperialisten schrikken als zij merken, dat wij onze bedrijven, de theecultures, de theefabrieken wenschen krachtiger te maken en uit te breiden, als wij een scheepstransportmaatschappij willen gaan oprichten of een Nationale Bank (g) te Soerabaja, hoe zij schrikken en reageeren bij het hooren van het voornemen der regeering om aan de nationale bank een credietverband te verleenen, of hoe er in de scheepskringen gescholden wordt op dit idee van de Scheeps-transportmaatschappij. En wij zien, hoe deze imperialisten, zooals wij in het verhoor reeds naar voren hebben gebracht, hun invloed, ja, hun tyrannie, zooals Prof. Snouck Hurgronje schrijft, uitoefenen:

,,... het (is) noodig, dat het hoogste gezag door dezen (door de ondernemers Sk) met evenveel eerbied bejegend worde als door die Inlandsche bestuurders, die volgens Colijn steeds één oog Buitenzorg gericht houden. Inderdaad houden de moesten hunner echter in den laatsten tijd ook beide oogen derwaarts gericht, niet echter om de wenken op te volgen, maar om hunne eischen te kennen te geven, die neerkomen op de inrichting en werking der regeeringsmachine naar hunnen zin.
Dit is óók een soort revolutie... 13)

Wij zien hoe de imperialisten de regeering weten te beïnvloeden tot het voeren van een tariefpolitiek ten voordeele van de imperialisten, zooals het A.I.D., de Preangerbode enkele maanden geleden schreef onder het hoofd: ,,Vrijhandel binnen het rijk is in strijd met het belang van Nederland en van Indië". Wij zien, zooals Meyer Ranneff heeft aangetoond, een belastingstelsel dat zeer licht is voor de Europeanen en zeer zwaar voor de Indonesiërs; wij zien hoe hier een rubberbelasting bestaat, die alleen de bevolkingsrubber treft, met het gevolg, dat de bloei van de bevolkingsrubber zeer wordt bemoeilijkt; wij zien dat hier een misbruik van de kontractkoelie en de poenale sanctie bestaat, alles ten behoeve van het kapitaal alleen! Wij zien dat er geen enkele arbeidersbeschermingsmaatregel bestaat, en wij zien het bestaan van artikel 161bis W.v.S. dat ook alleen in het belang van het kapitaal is en kan zijn, een vloek voor de arbeiders; wij zien het bestaan van allerhande regelen, die elke volksbeweging bemoeilijken, indien zij het imperialisme vijandig gezind is. Wij zien een onderwijspolitiek, die het nationaal gevoel doodt en onze jeugd opleidt tot pennelikkers in plaats van tot menschen van gezonden geest, wij zien een toestand waarin het volk, zooals de ,,Stuw" zegt:
,,Voortdurend afhankelijker wordt van het uitheemsche element en daardoor zich voortdurend verwijdert van het ideaal: Indië voor de Indiërs";
Wij zien... maar genoeg, Edelachtbare Heeren, dit is genoeg om de juistheid van het standpunt der P.N.I. te bevestigen! De P.N.I. is geen partij, die zich onledig houdt met het koesteren van utopieën, maar een, die met beide beenen staat op den bodem der realiteit. Zij ziet, dat het imperialisme een aan haar tegenovergestelde zienswijze heeft, zij ziet, dat de imperialisten hun politieke macht gebruiken ten behoeve van hun belangen, zij zegt dus, dat een radicale bestrijding van het imperialisme alleen mogelijk is, indien de politieke macht bij het volk is, zij spoort het volk aan om die vrijheid te verkrijgen!

Geloof in eigen kracht en kunnen.

En hoe zal die nationale vrijheid verkregen kunnen worden? Op welke wijze komt die Indonesische vrijheid? Ook deze vraag beantwoordt de P.N.I., terwijl zij met beide beenen op den bodem der realiteit staat. Zij antwoordt met zekerheid en overtuiging: ,,door het volk zelf! Zij deelt de droomen van sommige menschen niet, die meenen, dat het imperialisme er is om ons op te voeden tot ,,rijpheid", en dat, indien wij voldoende ,,opgevoed", voldoende ,,rijp" zijn, het imperialisme van zelf zou ophouden te bestaan, en ons de vrijheid als een ,,kostbaar geschenk zal aanbieden"!
Inderdaad, een idealistisch imperialisme; dat zou dus het artikel van het Volkenbondspact waar maken, dat de koloniale politiek noemt een ,,mission sacrée" van den blanke tegenover den kleurling! Neen, Edelachtbare Heeren Rechters, dit zijn ijdele droomen! Droomen, die geen greintje realiteit in zich hebben! Het imperialisme voedt ons niet op tot ,,rijpheid"; het imperialisme zal ons niet de vrijheid als ,,kostbaar geschenk" aanbieden, integendeel, het zal zijn greep over ons door allerlei middelen steeds steviger trachten te maken. Want de werkelijkheid is, dat het imperialisme er niet is voor een ,,mission sacrée". De werkelijkheid is, dat het imperialisme er is voor zijn eigen belangen! En die belangen zijn tegengesteld aan de onze; niet het belang van het imperialisme is het, ons ,,rijp" te maken, niet het belang van het imperialisme ons de vrijheid als ,,kostbaar geschenk" aan te bieden. Zijn belang is de overheersching te verzekeren, te doen voortduren tot in de eeuwigheid! Zeker is het waar, dat het imperialisme komt van volkeren, die het verder gebracht hebben dan wij; van volkeren, die een moderner cultuur hebben dan wij. Zeker is het waar, dat het imperialisme komt van landen, die in wetenschap en techniek een hoogeren trap hebben bereikt dan wij; dat het komt uit streken, waar men de kunst van de ,,struggle for life" beter verstaat en beoefent dan wij. Wij erkennen dit alles, maar wij erkennen niet, dat het vreemde imperialisme ons dus opvoedt tot ,, rijpheid"! Karl Kautsky, de bekende theoreticus van de sociaal-democratie, schrijft in zijn boek ,,Sozialismus und Kolonialpolitik": 14) ,,Maar de uitbuiting van het kapitalisme berust niet alleen op het naakte geweld, niet op het recht van den sterkste, ook niet op de onderscheiding van standen, maar op maatschappelijke vrijheid van het individu, die daardoor tot onvrijheid wordt, dat de eene zijde niets bezit en de andere de productiemiddelen in uitsluitend bezit heeft. De bezitloosheid brengt echter mee gebrek aan beschaving. Deze schijnt daardoor tot de heerschende klasse beperkt te zijn. Zoo verkrijgt voor de laatste haar heerschappij over het proletariaat den schijn van de heerschappij der cultuur over de onbeschaafdheid, van een heerschappij der uitgelezen intellectueelen over de groote massa der ontwikkelden, the great unwashed, zooals de Engelschen zeggen. En aan dezen schijn houden de bezittenden vast.... Niet voor hun persoonlijk voordeel, niet om de winst buiten zij volgens dezen schijn de proletariërs uit, zij heerschen slechts over hen in het algemeen belang der maatschappij. Binnen de eigen naties treedt deze ethiek op als bevestiging van het hoogere recht der bezittenden over de bezitloozen. Tegenover andere naties proclameert zij practisch niets anders dan het recht der kapitalistische naties op de heerschappij over de geheele menschheid! Edelachtbare Heeren Rechters, dit is de waarheid omtrent de ,,voogdij-leuze" van het imperialisme, dat de ,,onrijpe" volkeren ,,rijp" zal maken. Neen! en nogmaals neen! die voogdij bestaat niet!, die opvoeding is een ,,mere phrase . Indien het Indonesische volk de politieke macht wenscht te hebben, d.i. de onafhankelijkheid wenscht, indien ons volk heer in eigen huis wenscht te zijn, moet het zichzelf opvoeden, moet het zichzelf bevoogden, moet het werken op eigen kracht en kunnen! Van het imperialisme kan het geen hulp verwachten; van het imperialisme kan het alleen tegenwerking verwachten! Het imperialisme werkt noodzakelijkerwijze elk streven naar verbetering tegen; noodzakelijkerwijze werkt het onze zelfvoogdij tegen. Het eischt gevangenisstraf, verbanning, de galg voor ons, zooals in 1926 het ,,Nieuws van den Dag" deed. Daarom leest U, Edelachtbare Heeren, dagelijks de beschimpingen van het ,,A.I.D. de Preangerbode" of van de ,,Java-Bode", of de ,,Locomotief", of ,,Het Soerabajaasch Handels-blad" aan ons adres, of de ophitsingen van hen, die probeeren Uw oordeel in dit proces te beïnvloeden! Ach, Edelachtbare Heeren Rechters, dit alles is zoo logisch, zoo vanzelfsprekend; U allen weet, dat het ,,A.I.D. de Preangerbode" een blad is voor de rubber-, kina- en theemenschen in de Preanger; U allen weet, dat ,,Het Soerabajaasch Handelsblad" het blad is van de suiker-belangen; U allen weet, dat het ,,Nieuws van den Dag" het blad is van de handelsbelangen van Kali-Besar; (i) U allen weet, dat al deze reactionnaire bladen, bladen van de imperialisten zijn, die ons vijandig gezind zijn, dat het geschreeuw en de scheldpartijen van dezen op de beweging en de menschen van de beweging het geschreeuw is van menschen, die vreezen, dat hun rijkdommen weg zullen slinken, dat hun dividend bedreigd wordt, dat hun zaken, die millioenen opbrengen, in gevaar zullen worden gebracht! en daarom twijfelen wij niet aan hetgeen Mr. Ritter in zijn ,,Drukpersvrijheid" (serie ,,Pro en Contra") schrijft: ,,De mogelijkheid eener beïnvloeding van de rechtelijke macht door een publieke opinie is een gevaarlijke mogelijkheid." En wij vertrouwen erop, dat U, Edelachtbare Heeren Rechters, recht zult spreken vrij van alle invloeden der ophitsingen van dagbladen, die ons vijandig gezind zijn. Ach, Edelachtbare Heeren Rechters, wij zijn gewoon geraakt aan deze beschimpingen en insinuaties, die inderdaad begrijpelijk zijn. Wij verwonderen er ons niet meer over; hun belangen worden bedreigd door ons streven, begrijpelijk is het, dat zij in het geweer komen! Prof. Snouck Hurgronje schrijft: ,,De ondernemers hebben zich krachtig georganiseerd en zich den dienst van scherpe tongen en vlotte pennen verzekerd, teneinde door een veelzijdige propaganda niet alleen elken twijfel aan di e zegeningen (van het particuliere kapitaal, Sk.) weg te nemen, maar ook de twijfelaars hevig te bestrijden. De geheele Europeesche dagbladpers in Indië is voor dien heiligen oorlog gewonnen, ook die couranten, die van ouds hare kolommen voor de klaagtoonen uit de Inlandsche wereld gaarne openstelden. Neen, moed is.... vereischt, om tegen die, met alle soorten van munitie zoo wel uitgeruste troepen, in het veld te trekken." 15) En de heer Lievegoed, een liberaal met een eerlijk hart en die derhalve werd weggewerkt uit de ,,Locomotief", waar hij als redacteur aan was verbonden, schreef reeds in 1925 over dit drijven van de imperialisten als volgt: ,,Een ideaalloos rechts-extremisme, dat onder rammelende leuzen roekelooze belangenpolitiek drijft en dat ,,geen partij meer schade doet aan het Nederlandsch-Indisch gezag in Indonesië , dan deze luidruchtige groep, die onder het voorwendsel van gezagschraging alles zoekt neer te slaan wat haar eng belang bedreigt." 16) Juist! Edelachtbare Heeren Rechters, onder het voorwendsel van gezagschraging eischen zij, dat wij veroordeeld, verbannen of opgehangen worden, maar in waarheid doen zij dit, omdat zij hun dividend bedreigd achten! Ten behoeve van de veiligheid van hun dividend ook bestrijden zij het gezag, zooals bijvoorbeeld de ,,Preanger-Bode" of ,,Het Nieuws van den Dag" dat wel eens dit volgende den gouverneur-generaal De Graeff toegeslingerd heeft: ,,Ga weg, maak plaats, Indië heeft krachtiger mannen noodig!" Om het bedreigde dividend, Edelachtbare Heeren Rechters, te beveiligen, strooien de imperialisten zand in de oogen van het publiek; Om hun belangen te beschermen, roepen zij een pers in het leven, die geen andere moraal kent dan de geldmoraal, geen andere ethiek dan die geldethiek. Zoo zegt Vleming, gewezen hoofd van den belasting-accountants-dienst van Nederlandsch-Indië, in een rede: ,,Ook Nederland is nog steeds een kapitalistisch geregeerd wordend land, waar het krachtig georganiseerde grootkapitaal en niet het minst dat wat zijn belangen heeft in Indonesië, niet alleen een ongekende economische macht bezit, maar ook met alle ten dienste staande middelen grooten invloed weet uit te oefenen op de regeering. En deze middelen zijn niet gering. Dit groot-kapitaal is nauw verbonden aan de Engelsche, Amerikaansche, Belgische, Duitsche, Fransche, enz. enz., grootkapitalisten, die vanwege de z.g. open-deur-politiek ook in Indonesië hun belangen hebben en die met de Nederlandsche georganiseerd zijn in de 1921 opgerichte ,,Ondernemersraad voor Nederlandsch-Indië". Direct of indirect beschikt deze Ondernemersraad over een uitgebreide pers en persvoorlichtingsdienst, terwijl zijn belanghebbenden tevens geïnteresseerd zijn bij twee in het buitenland verschijnende bladen, ,,The New World" en ,,Le Monde Nouveau". ,,Met leugen, bedrog, broodroof en waar zijn belangen het meebrengen en zulks bereikt kan worden, is het bereid veel verder te gaan voert het georganiseerde groot-kapitaal in ieder land, dus ook in Indonesië , zijn belangenstrijd, de bakens verzettend als dat noodig wordt. Duidelijker dan Vleming dit doet, kunnen de oorzaken van deze geldmoraal van de imperialistische pers in Indonesia niet geschilderd worden. Daarom hoeven wij ons niet druk te maken over het drijven van dagbladen als het ,,A.I.D. de Preangerbode", ,,Het Soerabajaasch Handelsblad" e.a. Wat zij ook zeggen of niet zeggen, of zij op hun teenen staan of op hun hoofd, wij bekommeren ons er niet om, wij gaan verder! Edelachtbare Heeren, laat ons het nog eens herhalen: de politieke macht, de vrijheid kan alleen door het volk zelf verkregen worden! De imperialisten kunnen niet anders dan ons tegenwerken, van het imperialisme, dat haar leven dankt aan de overheersching, kunnen en mogen wij geen steun verwachten voor de opheffing van de overheersching. Ons lot hebben wij in eigen handen. Ons welzijn hangt van onzen eigen wil af, in onze eigen kracht en kunnen, in ons eigen handelen. Onze genezing is niet te verkrijgen met bedelen, met ,,mendicancy", zooals Tilak het noemt, maar onze genezing ligt in non-coöperation of liever in ,,self-Help", zelfverwerkelijking, ,,self-reliance" dat wij gesymboliseerd hebben in den Bantengkop! (k) Wie nog gelooft in de hulp van de imperialisten, wie nog gelooft in het ,,kostbare geschenk" van de imperialisten, wie nog gelooft in de praatjes over de ,,mission sacrée", wie zijn gezicht nog altijd naar het westen richt voor hulp, is geheel blind voor de realiteit. Want de werkelijkheid is, zooals wij in onze beginselverklaring geschreven hebben, dat de Nederlandsche economie ten zeerste afhangt van het bezit van Indonesia. De realiteit deed Mr. Dijkstra in 1914 in de ,,Indische Gids" schrijven: ,,De bevolking kan in de eerste eeuwen niet van ons cultuurimperialisme verwachten, dat onze macht en kennis dienstbaar zal worden gemaakt aan hunne beschavingen en gezondheid. De werkelijkheid deed den heer Vleming zeggen: ,,Voor den algemeenen welstand van bijna 7½ millioen inwoners van ons klein landje.... is het van enorme beteekenis, dat jaarlijks een belangrijke uitvoersaldo, dat wil dus zeggen een belangrijk grootere waarde, die Indië uitvoert dan invoert, in den vorm van dividend, interest, tantième, salarissen, pensioenen, verlofstractementen.... enz. enz. naar Nederland stroomt." 17) De werkelijkheid is, zooals Prof. Moon schrijft: dat Nederland zijn tegenwoordige grootheid te danken heeft aan het bezit van Indonesia met haar talrijke bevolking. De waarheid deed Dr. Sandberg den kreet slaken: ,,Indië verloren, rampspoed geboren"; deed de Staatscommissie voor verdediging van Nederlandsch-Indië schrijven: ,,Ook uit economisch oogpunt zou het verlies van Indië in den volsten zin des woords een nationale ramp voor het moederland zijn." 18) De waarheid deed reeds lang geleden Minister Baud zeggen: ,,Indië is de kurk, waarop Nederland drijft." Deed de heer De Kat Angelino in zijn werk ,,Staatkundig beleid en bestuurszorg in Nederlandsch-Indië" (een werk gemaakt in opdracht van het ministerie der Koloniën), Edelachtbare Heeren Rechters, ronduit schrijven: ,,Het industrieele Westen kan zonder de producten der agrarische tropische en subtropische gebieden, welke in hoofdzaak de koloniale wereld samenstellen, niet bestaan. Zijn maatschappij is door tallooze economische banden aan die gebieden en hun toekomst onverbrekelijk vastgeketend." 19) Beteekent dit niet, dat het Westen zelfmoord pleegt, indien het vrijwillig aan het Oosten de vrijheid geeft? Inderdaad, wie met deze waarheid voor oogen nog durft te hopen op steun van het Westen in zijn streven naar vrijheid van land en volk, sluit moedwillig de oogen! De P.N.I. wenscht de oogen niet te sluiten, de P.N.I. wenscht niet te vertoeven in het land der droomen, zij wenscht te staan op den bodem der realiteit! Er zijn er, die meenen, dat de grondoorzaak van het non-coöperatie-beginsel der P.N.I. is de teleurstelling er over, dat de regeering haar Novemberbeloften van 1918, die het volk heel wat meer rechten zouden geven, niet heeft vervuld. Dit is onwaar: het non-coöperatie of wel ,,self-help"-principe der P.N.I. is niet het gevolg van het bedrog van 1918; dat P.N.I.-beginsel is een logische gevolgtrekking van de analyse van het wezen der koloniale samenleving, is van het wezen van het imperialisme zelf. Dit principe van non-coöperatie of self-help is niet specifiek Indonesisch, maar wordt in elken strijd, door elk volk voor de bevrijding van de koloniale overheersching aangewend. Het zou aangewend kunnen worden door de Indiërs, door de Indo-Chineezen, door de Filippijnen, door de Koreanen, door de Egyptenaren, kortom door elk volk, dat het juk van het imperialisme moet torsen. Dit beginsel is niet gebonden aan onze landsgrenzen, het is supranationaal, omdat het wezen van het imperialisme ook supranationaal is. Het imperialisme is in zijn wezen overal hetzelfde; waar het imperialisme ook is, is het om het streven naar beheersching en overheersching van vreemde landen ten behoeve van zijn eigen belang; overal staat dit belang tegenover het belang van de overheerschte bevolking! Niet het November-bedrog heeft onze overtuiging gevormd. Niet de politiek van gouverneur-generaal Fock, die een beleediging was voor den geest van de Novemberbeloften; niet de politiek, die door bezuinigings- en overcompleet-maatregelen, door het intrekken van den duurte-toeslag, door belastingverzwaring, door het vergaderverbod, door artikel 161bis e. a het lot van het volk verzwaarde, is de oorzaak van ons beginsel.... Deze politiek heeft alleen ons versterkt in onze overtuiging van de juistheid van onze beginselen, van de juistheid van onze analyse, dat is de analyse, dat de imperialisten na den wereldoorlog nog meer van de rijkdommen van Indonesia afhankelijk zijn, en derhalve nog meer invloed op de regeering zullen uitoefenen! De Novemberbeloften, die ons gegeven werden niet, omdat wij al wat ,,rijper" werden geacht, maar omdat de band tusschen Nederland-Indonesia in gevaar was, omdat de Indonesische beweging aanzwol tot formidabele afmetingen, terwijl de situatie in Nederland zelf gevaarlijk was, de Novemberbeloften, die daarom slechts waren ,,angstbeloften , die Novemberbeloften moesten ingetrokken worden, zoodra het gevaar was geweken!

,, Het was het hoogtepunt van het internationale gebeuren, toen de splinters van stukgeslagen tronen het volk van Nederland om de ooren vlogen en de donder van buitenlandsche revoluties over zijn velden rolde", aldus schildert Troelstra den toestand, die de November-beloften noodig maakte. Maar nadat het gevaar was geweken, toen het noodig was geworden, dat de Novemberbeloften werden ingetrokken, konden wij het ,,geheim", waarom de intrekking geschiedde, te weten komen, bij monde van Prof. Treub in een vergadering van den Ondernemersraad op den 21sten Juni 1923, en wel als volgt:

,,Een der indrukken, die ik reeds lang, voordat ik in Indië kwam, had, is daar zeer versterkt, n.l. dat, tengevolge van den oorlog, Indië voor Nederland van nog veel grootere beteekenis is geworden, dan het voordien was!
Het ,,Geheim", dat voor ons Indonesiërs van de P.N.I. geen geheim meer is, een geheim, dat rinkelt in rijksdaalders, het ,,geheim", dat riekt naar suiker, naar rubber, naar petroleum, naar thee, naar tabak! Terwijl tijdens den oorlog het uitvoeroverschot ,,slechts" ± f 300.000000 per.. jaar bedroeg, terwijl toen het uitvoeroverschot ,,slechts" 40 pCt. van den totalen uitvoer bedroeg, is het in 1919 geworden meer dan f 1.400.000.000 per jaar, meer dan 70 pCt. van den uitvoer! 20) En daarom is het geheim voor ons geen ,,geheim" meer; wij weten, waarom de Novemberbeloften moesten worden ingetrokken, waarom de vooruit-strevende politiek van gouverneur-generaal Van Limburg Stirum door een reactionnaire politiek moest worden vervangen!

In het Gedenkboek ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan der ,,Indonesische Vereeniging lezen wij op blz. 25 26 het volgende:
,,En wanneer na den vrede door het werk der vernietiging op groote schaal een economische ontreddering komt.... is Europa dubbel aangewezen op de ,,onontgonnen gebieden van het Oosten, waar moeder Natuur in geduldige onuitputtelijkheid hare rijkdommen verschaft. Dan moet de staatkunde er ook een zijn, die gericht is op de ruimste mogelijkheid van machtsuitoefening, zonder welke een intensieve exploitatie niet plaats kan grijpen. De Britsche reactionnaire politiek onmiddellijk na den oorlog tegenover India is een noodwendig gevolg daarvan. Maar ook Amerika, dat in hoofdzaak zich toch nog zelf kan bedruipen, laat zijn zoo beroemde isolementspolitiek varen om als imperialistische macht in het Oosten op te treden. Van waar anders de tegenstrijdige regeeringsverklaringen.... dat de Philippijnen eerst wèl, dan weer niet ,,rijp" worden geacht voor onafhankelijkheid, die in de Jones Act van 1916 in uitzicht is gesteld? Nederland, die door zijn neutraliteitshouding in den oorlog voor materieele verwoestingen bespaard is gebleven, doch in sterker mate de crisisgevolgen van het continent moet ondervinden, spant dan ook alle krachten in om door den oorlog losser geworden economische banden met Nederlandsch-Indië weer nauw aan zich te trekken , en.... gouverneur-generaal Fock werd hierheen gestuurd, de Novemberbeloften werden ingetrokken. Nog vaster werd daardoor onze overtuiging in het principe van ,,self-help" en ,,self-realisme", nog vaster de overtuiging, dat de vrijheid moet zijn de vrucht van onzen eigen strijd!

Machtsvorming.

Evenals het Nederlandsche proletariaat voor het algemeen kiesrecht vecht met de leuze: ,,Wat helpen ons gebeden, voor het kiesrecht dient gestreden!" , zoo zeggen wij: ,,Wat helpen ons gebeden, voor de vrijheid dient gestreden!"
Strijden! Waarmee strijden? Met het zwaard? Met het geweer? Met bommen? Door schending der openbare orde? Door misdaden? Neen! Niet met het zwaard, niet met het geweer, niet met bommen, niet door het overtreden van de artikelen 153 bis of 169 W. v. S. Zonder de grenzen der wet te overtreden strijden wij, wij strijden met een modern-georganiseerde machtsvorming binnen de grenzen der wet, zooals ook het Nederlandsch proletariaat het Nederlandsch kapitalisme bestrijdt en naar de politieke macht streeft zonder gebruik te maken van onwettige middelen, maar alleen door wettige machtsvorming, niet door machtsvorming met geheime soldaten, machtsvorming à la nihilisme, niet door machtsvorming, die tot doel heeft het bedreigen der ,,openbare orde", het overtreden van artikel 153 bis en artikel 169 W. v. S.!

Waartoe machtsvorming!, hooren wij vragen. Machtsvorming, omdat het koloniale vraagstuk is een machtsvraagstuk! Machtsvorming, omdat de geheele wereldgeschiedenis ons leert, dat alle groote veranderingen worden tot stand gebracht door de overwinnende partijen, wier belang het eischt en wier macht er naar streeft.
,,Nooit heeft een klasse vrijwillig van haar bevoorrechte positie afstand gedaan", zegt Marx. De geheele wereldgeschiedenis is een geschiedenis van machtsbewegingen. De geheele wereldgeschiedenis, vooral na de opkomst van de democratie in de 19e eeuw, toont die machtsvorming; elke partijpolitiek, elke vereeniging is een machts-vorming. De individueele enkeling kan geen groote macht ontplooien. Daarom vereenigen zich de enkelingen, en een vereeniging is geboren. Indien bijvoorbeeld de Europeanen hier een vereeniging als de P.E.B. oprichten, of de Vaderlandsche Club, als een gedeelte van de Chineezen de Chung Hwa Hui oprichten of de Indonesiërs zich vereenigen in een ,, Wargi-Bandoeng" of ,,Toelak Bahla Tawil Oemoer", (n) dan richten zij lichamen tot machtsvorming op. O zeker, de machtsvorming van den P.E.B. of van de Vaderlandsche Club of de machtsvorming van ,,Toelak Bahla Tawil Oemoer" is niet dezelfde als die der P.N.I. Terwijl de P.E.B. de belangen behartigt van de imperialisten, terwijl de Vaderlandsche Club de overheersching over Indonesia wenscht te doen voortduren tot in het oneindige, terwijl ook de T.B.T.O. gelooft in het heil der overheersching, terwijl die partijen behoudspartijen zijn, behartigt de P.N.I. belangen, die tegenovergesteld zijn daaraan, is de P.N.I. een oppositie-partij. De machtsvorming der P.N.I., zooals wij die hebben beschreven, spruit voort uit de overtuiging, dat het koloniale vraagstuk is een machtsvraagstuk. Zoolang het Indonesische volk nog niet een groote macht gevormd heeft, zoolang het volk nog verdeeld is, zoolang dat volk nog niet zijn wil kan concentreeren op georganiseerde macht, zoolang zal het imperialisme, dat alleen op eigen baat uit is, het beschouwen als een gewillige geit en al zijn strevingen verijdelen. Want elk streven van het Indonesische volk benadeelt het imperialisme. Het zal, voor welk streven ook van het volk, niet toegeven, indien het niet daartoe gedwongen wordt. Elke overwinning van het Indonesische volk is een afgedwongen concessie! De socialist Cramer sprak den 25sten Juni in de Tweede Kamer als volgt: ,,Ondanks alle mooi-klinkende frasen blijkt hieruit duidelijk, dat.... de Nederlandsche belangen, of juist uitgedrukt de belangen van het grootkapitaal, vóór alles veilig moeten worden gesteld; de belangen van het Indische volk komen eerst in de tweede, derde of vierde plaats. ,,Mijnheer de Voorzitter! Het Indische volk zal niet nalaten daaruit de eenig juiste gevolgtrekking te maken, dat het van een Kamer, zooals die thans is samengesteld, niets kan en behoeft te verwachten en dat het, wil het wat bereiken, macht tegenover macht zal hebben te stellen. Want is de geheele kwestie van het al of niet rijp zijn om mede te regeeren niet in hoofdzaak een machtskwestie? Macht tegenover macht, luidt de boodschap van Cramer. En toch.... Cramer is geen Bolsjewiek! Cramer is zelfs geen linksch-socialist. Cramer is een rechtschapen burger, lid van de loyale oppositiepartij, de S.D.A.P.! Een machtsvorming van een oppositiepartij hoeft dus niet te gaan langs illegale wegen. Zooals de S.D.A.P. langs wettelijken weg van een veel gesmade kleine groep tot een ontzagwekkende macht, die honderd-duizenden menschen beïnvloedt, gegroeid is; zooals het de S.D.A.P. gelukt is, om door het in beweging brengen van tienduizenden menschen, door het oprichten van arbeidersvereenigingen, van coöperaties, door het uitgeven van tientallen van dagbladen en tijdschriften, zijn tegenstander in het nauw te drijven en hem tot waardevolle concessies te dwingen, evenals de S.D.A.P. of het Europeesch proletariaat door een geweldige, maar wettelijke machtsvorming streeft naar politieke macht om het kapitalisme te doen ophouden, zoo wenscht ook de P.N.I. door machtsvorming een gevreesde macht te worden, die het Indonesische volk tot politieke macht kan leiden, de politieke macht, de vrijheid, die naar onze overtuiging een zeer belangrijke voorwaarde is voor de opheffing van het imperialisme.

Is elke partij die naar de onafhankelijkheid streeft een opstandspartij?

,,Streven naar politieke macht! naar Indonesia Merdeka! (l) Dus de P.N.I. wenscht den opstand, indien de Vrijheid niet geschonden wordt? zou men kunnen zeggen.
Inderdaad een vreemde logica! Indien deze logica juist zou zijn, dan zou men dus volgens dezelfde logica moeten zeggen: de P.S.I. wenscht een Islam-regiem, is dus een opstandspartij! de ,,Boedi-Oetomo", de ,,Pasoendan", de ,,Kaoem Betawi", de ,,Sarekat-Madoera", (o) alle leden der P.P.P.K.I., (m) die immers ook de vrijheid wenscht, zijn dus opstandspartijen! Men zou zelfs, aldus redeneerende, kunnen zeggen: de S.D.A.P. of de I.S.D.P. zijn opstandspartijen, dus zijn Albarda c.s. en Stokvis c.s. met hun leuze: ,,naar de politieke macht!, weg met het kapitalisme!", samenzweerders, die hun doel met bom en dynamiet denken te bereiken! Stel U voor, Edelachtbare Heeren, Stokvis met bommen en dynamiet in zijn zakken! En wat is in werkelijkheid de actie der S.D.A.P.? Wat die der I.S.D.P.? Op welke wijze streven Stokvis c.s. en Albarda naar de politieke macht? ,,Wat is de weg naar de politieke macht? Hierop antwoorden zij in hun geschriftje betreffende doel en streven der S.D.A.P.: ,,Wij zijn er mede bezig bij elk stuk organisatie, dat wij vestigen en uitbreiden. Wij werken eraan bij elke verkiezing, bij kiesrechtstrijd, bij elke groote actie tegen de bourgeoisie. Het is geen opstand van één dag, maar het werk onzer opstandigheid van lange jaren.... De uiterlijke middelen, waarmee het proletariaat den strijd voert, richten zich naar de eischen en mogelijkheden van dien strijd en naar de wapenen, die de kapitalistische samenleving zelve ons levert. Daarom vooral gebruiken wij het parlement; daarom ook gebruiken wij de vakbeweging in Nederland bestaat er een recht van staking, Edelachtbare Heeren als het wapen der werkstaking, dat haar door de onmisbaarheid der arbeiders in het voortbrengingsproces aan de hand wordt gedaan. Maar datzelfde wapen gebruikt het proletariaat ook voor algemeene politieke en klassen-eischen, als het meent er profijt van te kunnen trekken.... ,,Geweld is ons door ervaring gebleken een slecht middel te zijn, vrijwel overbodig als wij de macht hebben, schadelijk zoolang wij die niet hebben.... Welke actie evenwel wij ook zouden voeren welk middel door ons mocht worden ter hand genomen , de onontbeerlijke grondslag van alle is: het bestaan van een duurzame, hecht ineensluitende, groeiende organisatie, van een organisatie, die het zedelijk recht en de macht heeft, de leiding der arbeidersklasse in den klassen-strijd op zich te nemen. 21) Inderdaad een vreemde logica, die voert tot een conclusie, dat de P.N.I. is een opstandspartij! Maar ook zonder deze logica belachelijk te vinden, begrijpt toch een ieder, die ons niet voor krankzinnig of idioot houdt, dat het ondenkbaar is, dat wij niet zouden weten, dat de Vrijheid slechts verkregen kan worden door een georganiseerd streven, dat zeer moeilijke vraagstukken biedt. Dat het onmogelijk is, dat wij bijvoorbeeld gezegd zouden hebben, dat de Vrijheid in 1930 zou komen! Evenals in Europa de politieke macht door het proletariaat niet in één jaar, niet in twee of drie of tien of twintig jaar verkregen kan worden, zoo kan de vrijheid van Indonesia niet door het Indonesische volk in één ademtocht verkregen worden! ,,De vrijheid, die in 1930 komen zal!" Wij worden ervan beschuldigd dit verkondigd te hebben! Indien wij dit inderdaad gezegd zouden hebben, dan is noodig, dat wij in plaats hier voor U te staan, zoo spoedig mogelijk naar het krankzinnigen-gesticht ,,Tjikeumeuh", afdeeling ,, ongeneeslijke patiënten", worden opgestuurd, tezamen met Mr. Sartono, die er ook van beticht wordt zulks verkondigd te hebben. Zoo lezen wij in het dagblad ,,Bintang Timoer" (Hollandsche éditie), 4 Januari j.l., het volgende: ,,Op de vraag van Mr. Sartono, waarop de feiten der tenlastelegging berusten, gaf de politie ten bescheid, dat de regeering bericht heeft ontvangen uit geheel Indonesia, dat de P.N.I. een revolutie in het leven wil roepen en ook dat, alweer volgens spionnenberichten, Mr. Sartono in een openbare (?) vergadering zich erover zou hebben uitgelaten, dat in 1930 dit land zijn vrijheid zou herkrijgen.... ,,Mr. Sartono antwoordde hierop ad rem, dat het Hoofdbestuur nimmer een dergelijk plan heeft ontworpen. Immers, indien het waar mocht zijn, dan zou daarvoor een zeker besluit vanwege het Hoofdbestuur zijn verschenen met instructies! En daarenboven, wanneer zij inderdaad dat snoode plan hadden, dan zouden zij zeker allen wapens of minstens een golok in huis hebben, terwijl nu bij deze massale huiszoekingen bij geen der leiders een mes of een ander wapen is aangetroffen. Hij herinnert zich wel, dat hij in een openbare vergadering verklaard heeft, dat in 1930 onze Chineesche broeders gelijk worden gesteld met Europeanen. In verband daarmee moet hij gezegd hebben, dat als de consequentie daarvan de Indonesiërs ook aanspraak hebben op die rechten, voortvloeiende uit de gelijkstellingswet. Hij heeft steeds verklaard, dat hij gaarne de vrijheid van Indonesia wenschte. In bijna elke openbare vergadering heeft hij dat zonder eenige ristrictie verkondigd. Echter heeft hij nimmer beweerd, dat Indonesia met ingang van 1 Januari 1930 ,,merdeka" zou zijn en dat tegen dien tijd hier revolutie zou uitbreken. Indien hij zooiets moet hebben uitgelaten, dan verwondert het hem, dat hij niet bij die gelegenheid was gearresteerd ...." Zeer juist! Wij hebben nooit geaarzeld te zeggen, dat wij naar vrijheid streven, wij hebben nooit onder stoelen of banken gestoken, dat de P.N.I. wenscht Indonesia-Merdeka! Maar wij zijn niet zoo idioot om te denken of te verkondigen, dat de Vrijheid in één ademtocht verkregen kan worden! Zeker, indien bijvoorbeeld de vrijheid ons vandaag uit den hemel ten deel zou kunnen vallen, indien bijvoorbeeld nu op dit moment een engel uit den hemel zou nederdalen, die ons de vrijheid als geschenk zou aanbieden, dan zouden wij van de Partai Nasional Indonesia haar niet weigeren, integendeel, wij zouden tot dank feest vieren. Wij zouden dien hemel danken en trouw beloven, omdat naar onze overtuiging de vrijheid is de sleutel tot den ingang van het paradijs der grootheid voor ons. Wij beschouwen de Vrijheid nu als het mooiste ideaal, dat wij kunnen koesteren, en daarom bestaat voor ons geen vrijheid, die te vroeg komt. Wij deelen de inzichten van sommige socialisten niet, die a priori het streven naar onafhankelijkheid nu afwijzen het ideaal Vrijheid nu afwijzen. Maar de vrijheid komt vandaag niet en evenmin morgen! De vrijheid kan slechts een vrucht zijn van moeizaam werk van organisatie en eenheidsstreven, dat elk volk voortdurend met de uiterste krachten moet beoefenen. De Hindoeleider Surendra Nath Bannerjee zegt, dat de vrijheid is: ,,Een jaloersche godin, die de meest stipte aanbidding verlangt en van haar aanbidders vlijtige en onafgebroken devotie eischt." De vrijheid, zoo hebben wij dikwijls verklaard in de openbare vergaderingen, is niet voor ons. De vrijheid is voor onze kinderen, voor onze kleinkinderen, voor onze achterkleinkinderen, die na ons zullen leven!

De hedendaagsche verbeteringen.

Neen, om de vrijheid te verkrijgen, wenscht de P.N.I. geen gebruik te maken van het zwaard of van het geweer, noch ook wenscht zij zijdelings of direct het bedreigen van de openbare orde of van het gezag aan te moedigen, of de andere feiten, die haar nu ten laste worden gelegd, maar de P.N.I. beoefent de machtsvorming langs wettelijken weg naar het voorbeeld van de moderne organisatie. En evenals het proletariaat in Europa, dat ook de politieke macht en het verdwijnen van het kapitalisme beschouwt als de sleutel tot het ware welzijn, gedurende zijn machtsvorming reeds probeert om zijn lot te verbeteren door allerlei regelingen en overwinningen, die reeds nu verkregen kunnen worden; evenals dat moderne proletariaat in zijn streven naar het hooge ideaal niet wars is van onmiddellijke voordeelen, zoo stelt ook de P.N.I . in haar streven naar de vrijheid zich in op onmiddellijke voordeelen. In haar streven naar de vrijheid houdt zij zich bezig met de politiek van elken dag en beweegt zich op sociaal en economisch terrein, ja, zij beschouwt de onmiddellijke voordeelen als voorwaarden voor de vrijheid. Zij probeert scholen en poliklinieken op te richten, nationale banken te steunen, heeft de woekerbestrijding op zich genomen, probeert coöperaties op te richten, vakbonden en boeren-vereenigingen te steunen en het oprichten erv an aan te moedigen. Zij probeert de intrekking van de haatzaai-artikelen en artikel 153-bis-ter en artikel 161 bis van het Strafwetboek, de opheffing van de exorbitante rechten, van den gouverneur-generaal gedaan te krijgen. Zij probeert den steun van het in ellende levend volk te zijn in zijn dagelijksch bestaan. Als de P.N.I. nu op dit terrein nog niet veel bereikt heeft, als de P.N.I. nog niet veel scholen heeft, nog niet veel poliklinieken, nog niet veel coöperaties, als het de P.N.I. nog niet gelukt is om de bovengenoemde politieke bemoeilijkingen te doen verdwijnen, dan is het omdat de P.N.I. pas drie jaar bestaat.

Daadwerkelijke actie.

In dezen zin is het besluit van het P.N.I.-congres te Jacatra, tot het overgaan tot ,,daadwerkelijke actie" in 1929 1930, op te vatten. Voor het congres te Jacatra, voor Mei 1929, was de P.N.I. in de periode van de propaganda. Al haar vergaderingen, al haar uitingen, haar geheele actie waren voor het congres te Jacatra 22) in de eerste plaats bedoeld om zich bekend te maken aan het Indonesische volk, haar beginselen en haar bedoelingen te propageeren, opdat het Indonesische volk ze zou kennen en aangetrokken worden door de waarheid van haar beginselen. Haast in elke vergadering door de P.N.I. in deze phase gehouden, hebben wij slechts redevoeringen gehouden, waarin wij uitweidden over onze beginselen, zooals die neergeschreven zijn in het statutenboekje van de P.N.I. Haast elke vergadering gedurende deze phase werd gehouden om een nieuwe afdeeling op te richten, of daar, waar reeds een afdeeling bestond, de beginselen van de P.N.I. nog meer bekend te maken. Gedurende deze phase heeft de P.N.I. nog geen actie gevoerd; zij heeft haar organisatie nog niet in beweging gebracht om de verbeteringen, die in haar werkprogram zijn opgenomen, tot stand te brengen. In deze phase heeft de P.N.I. slechts propaganda gevoerd voor haar beginselen, zij is nog niet in actie gekomen voor t werkprogram.
Maar toen in het begin van 1929 de P.N.I. een groot aantal leden had, toen zij genoeg krachten verzameld had, toen de P.N.I. meende voldoende propaganda te hebben gevoerd, achtte het hoofdbestuur den tijd gekomen om het werkprogram uit te voeren, het veld van de daad, van de actie te betreden. De beginselen zijn voldoende gepropageerd, welnu, het werkprogram moet nu uitgevoerd, de ,,daadwerkelijke actie" begonnen! En op voorstel van het hoofdbestuur nam het congres te Jacatra het besluit om t.a.v. de punten I d en III d van het werkprogram; dit zijn: ,,het doen verdwijnen van de belemmeringen van de persoonlijke vrijheid, van de bewegingsvrijheid, vrijheid van drukpers, vrijheid van vereeniging en vergadering" en ,,het steunen en aanmoedigen van de oprichting van vak- en boerenbonden" tot daadwerkelijke actie over te gaan. Sedert het congres te Jacatra is derhalve de phase der propaganda afgesloten, en is een nieuwe phase ingetreden, de phase der constructieve verwerkelijking, de phase der actie.

De wijze van actie voeren? De wijze van het voeren der ,,daadwerkelijke actie"? Met bommen?, met dynamiet?, het zwaard? Neen, niet met bommen, niet met dynamiet, niet met het zwaard, niet met gebruikmaking van welk middel dan ook, dat bij de wet verboden is.
De wijze, waarop dit gedaan zal worden, is geen andere dan door het houden van openbare vergaderingen overal, ten einde de publieke opinie te beïnvloeden, wakker te maken; het publiceeren van artikelen in de dagbladen, het geven van cursussen aan de eigen leden betreffende deze onderwerpen. De wijze is geen andere dan die van het vormen van macht langs wettelijken weg, het mobiliseeren van macht langs wettelijken weg, het uitbouwen van onze machtsvorming. Gelijk de S.D.A.P., gelijk de P.S.I., voert zij actie, d.w.z. het zoo krachtig mogelijk opwekken van eigen geest en de publieke opinie het aanwenden van de naar binnen gerichte krachten, voor het oprichten van organisatielichamen als vak- en boerenbonden, de naar buiten gerichte krachten, om een zoo krachtig mogelijken aandrang te bewerken om zijn eischen ingewilligd te zien. Geen aandrang door bommen, noch door dynamiet, noch door wat dan ook, dat door de wet is verboden! maar met wettelijken aandrang, die, zooals wij in ons verhoor reeds hebben gezegd, door Dr. Ratu Langi in zijn ,,radicale periode" genoemd werd ,,moreel geweld". Edelachtbare Heeren Rechters, zou ,,daadwerkelijke actie" niets anders beteekenen dan opstand, barricaden, gevaar, niets anders dan geweld en ten minste het overtreden van de wet? De socialisten in Europa zetten toch ook aan tot ,,daadwerkelijke actie", vaak tot ,,directe actie", en zij bedoelen toch ook niet de wetsovertreding, geweld of bommen met ,,directe actie"! ,,Daar de macht van het grootkapitaal juist niet in de eerste plaats zit in het parlement, doch daarbuiten, kan de arbeidersklasse haar strijd niet bepalen tot het parlement alleen. Daarom dient de arbeidende klasse naast het wapen der parlementaire actie te aanvaarden, in de groote momenten van haren strijd, het wapen der directe actie, de politieke actie der vakbonden ...." 23) Aldus sprak een voorman van de S.D.A.P. in een rede, en een ieder weet, dat met directe actie buiten het parlement niet bedoeld wordt de wetsovertreding, geweld of opstand! Neen, Edelachtbare Heeren Rechters, wij herhalen het: niet met het doel een putsch tot stand te brengen, niet om het artikel 153bis te overtreden of om andere strafbare feiten, die ons ten laste worden gelegd in dit proces, voert de P.N.I. haar actie tot het verkrijgen van de Vrijheid uit, maar de P.N.I. wenscht haar doel te bereiken door het organiseeren en in beweging brengen van een wettige machts-organisatie, een moderne nationalistische machtsorganisatie, een nationalistische massa-actie, die alle niet-nationalistische elementen verwerpt!

Revolutionnair en revolutie.

Maar het woord ,,revolutionnair ! dat de P.N.I. zich noemt een ,,revolutionnaire partij", beteekent dit niet, dat de P.N.I. den opstand in den zin heeft, of op zijn minst het schenden van het gezag of de openbare orde?, vraagt gij.
Zeker hebben wij vaak gezegd, dat wij revolutionnairen zijn, dat de P.N.I. is een revolutionnaire partij! De P.N.I. is inderdaad van den aanvang af een revolutionnaire partij geweest! De zinsnede in de acte van beschuldiging, waarin wordt gezegd, dat de P.N.I. later revolutionnair is geworden, is totaal onjuist. De P.N.I. is niet later revolutionnair geworden, zij is revolutionnair sedert haar ontstaan! Alleen beteekent het woord revolutionnair hier niet ,,oproer maken" of ,,het overtreden van de wet". Het woord revolutionnair beteekent hier radicaal, ,,omvormend in snel tempo". Het heeft hier de beteekenis van het tegengestelde van ,,gematigd". Wij van de P.N.I. zijn inderdaad niet gematigd, wij zijn radicaal, wij wenschen veranderingen in snel tempo.

Edelachtbare Heeren Rechters, het woord revolutionnair toch heeft niet alleen bij ons deze beteekenis, de beteekenis van ,,omvormend in snel tempo"! Indien men spreekt van ,,de stoommachine heeft een revolutie in de productiewijze gebracht", indien men zegt: ,,Prof. Einstein heeft de geheele wetenschap omtrent het heelal gerevolutionneerd", of dat ,,Jezus Christus de grootste revolutionnair in de geheele geschiedenis der menschheid is", zooals de pacifist Ds. B. de Ligt in zijn boek ,,Christen revolutionnair", ja, indien de Marxisten in verband met de evolutiewet in de samenleving (als variatie op Heraclitus ,,panta rei") zeggen: ,,wij leven in voortdurende revolutie, d.i. ,,Revolution im Permanenz", wekt dit dan de gedachte aan het zwaard, het geweer, bommen, dynamiet, barricaden, menschenbloed en lijkenlucht?

De P.N.I. is revolutionnair, omdat zij een snelle en radicale verandering wenscht.

Prof. Bluntschli, de beroemde staatsrechtsgeleerde, die in het geheel niet ,,rood" is, zegt, dat revolutie over het algemeen beteekent: ,,Umgestaltung von Grund aus." En evenals elke partij, die een radicale verandering wenscht tot stand te brengen, een revolutionnaire partij is, zoo is ook de P.N.I. een revolutionnaire partij. De ,,Perhimpoenan Indonesia" is revolutionnair, de P.S.I. is revolutionnair, de I.S.D.P. is revolutionnair en, zooals de heer Koch het zelf erkend heeft, de klassenstrijd van het proletariaat is revolutionnair.

,,Niet bepaalde vormen van klassenstrijd zijn revolutionnair, maar de klassenstrijd zelf is in wezen revolutionnair, niettegenstaande velen alleen rumoer en staking revolutionnair vinden , aldus Stenhuis. 24)
Laat ons hooren wat de beroemde sociaal-democraat Liebknecht van het woord revolutionnair zegt:
,,Wij beleven ,,die Revolution im Permanenz". De wereldgeschiedenis is een voortdurende revolutie. Geschiedenis en revolutie zijn aan elkaar identiek. Het revolutionnaire omvormingsproces in maatschappij en staat is geen oogenblik onderbroken, want staat en maatschappij zijn levende organismen, en het eind van dit omvormingsproces, dit vernieuwingsproces is de dood. Dat hebben wij sociaal-democraten begrepen en daarom vormen we een revolutionnaire partij, d.i. een partij, die ten doel heeft de hinderpalen en belemmeringen voor de natuurlijke ontwikkeling van staat en maatschappij uit den weg te ruimen!"
En Marx zegt:
,,De socialisten zijn revolutionnair, niet wegens het gewelddadige in hun manieren, maar wegens hun opvatting van den groei der productiewijze, te weten: dat die groei andere eigendoms- en voortbrengings-vormen, tegenovergesteld aan de thans heerschende, zal moeten voortbrengen; zij zijn revolutionnair wegens hun streven, om de klasse, die het nieuwe stelsel zal moeten uitvoeren, daarvoor te organiseeren en rijp te maken." 25)
Karl Kautsky zegt:
,,De sociaal-democratie is een revolutionnaire, niet een revoluties makende partij!". 26)
Bevestigt dit niet onze bewering, dat de S.D.A.P. is een revolutionnaire partij, dat de I.S.D.P. is een revolutionnaire partij, dat Albarda c.s., dat Stokvis, De Dreu, Middendorp revolutionnairen zijn? Is de P.N.I. niet ook revolutionnair, zijn ook wij geen revolutionnairen, de P.N.I. en wij, die ook wenschen alle belemmeringen, die de zuivere ontwikkeling van samenleving van staat te bestrijden en uit den weg te ruimen, ook wenschen ,,daarvoor het volk te organiseeren en daarvoor rijp te maken? En daarom nogmaals, de P.N.I. is revolutionnair, wij zijn revolutionnairen, maar alleen daarom, omdat de P.N.I. wenscht ecn radicale verandering en omvorming in snel tempo, een ,,Umgestaltung von Grund aus". De P.N.I. en wij zijn revolutionnair niet omdat de P.N.I. met bommen en dynamiet wenscht te werken, niet omdat de P.N.I. is een ,,revoluties makende partij", maar omdat de P.N.I. alle beletselen, die den groei van de Indonesische samenleving tegenhouden en schade berokkenen, wenscht te doen verdwijnen, en het volk organiseert om de verdwijning van die beletselen tot stand te brengen. 27)
 

De macht van den geest.

Wij worden ervan beschuldigd met bommen en dynamiet ons doel te willen bereiken! Alsof er geen andere wapens zijn, die nog mach tiger zijn dan deze! Machtiger dan tientallen oorlogsschepen, honderden vliegtuigen, duizenden, tienduizenden, millioenen soldaten! Alsof er geen geestelijke wapens meer zijn, die, indien eenmaal bewust è n wakker gemaakt bij het volk, nog machtiger zijn dan duizenden geweren en kanonnen, ja, duizenden vloten en andere bewapeningen! Alsof wij niet weten, dat de geest van het volk almachtig gemaakt kan worden, beschuldigt men ons ervan met vuurwerk opschudding te willen verwekken! Alsof er geen Oostersche wijsheid meer bestaat, die in de Baghavat Chita bezongen wordt en ons de kracht van den geest leert:

,,Ik zeg U, wapens raken het leven niet, Vuur brandt het niet, geen water overstroomt het, Noch schroeit het heete wind, ondoordringbaar, Onaangetast, onbetreedbaar en vrij, Onsterfelijk, overal, standvastig; vast, Onzichtbaar, onuitsprekelijk, door geen woord Noch door gedacht omvat, steeds gansch zichzelf Zoo wordt de Ziel genoemd!"

Neen, de P.N.I. zoekt haar macht niet door middel van relletjes of door bommenwerpen, noch zoekt zij haar kracht in wetsschennis, zooals haar nu ten laste wordt gelegd. De P.N.I. zoekt de kracht van haar machtsvorming in de sociale organisatie en de organisatie van den geest van het volk, dat ontwaakt is en bewust is geworden. Zij zoekt de kracht van haar machtsvorming in het aanwakkeren en het organiseeren van den geest van het volk, die onder invloed van het imperialisme haast gedood is, maar nu weer oplaait. De P.N.I. begrijpt, de P.N.I. is er zich van bewust, de P.N.I. is er van overtuigd, dat wanneer de volksgeest is georganiseerd en weer is opgelaaid, geen wereldlijke macht hen meer zal kunnen vernietigen. De P.N.I. is ervan overtuigd, dat wanneer zij over de geestelijke macht beschikt, zij a) haar wenschen zeker, zonder zwaard, zonder bommen, zonder kanonnen, ja, zonder opzettelijke waaghalzerij tegen artikel 153bis en 169 Strafwetboek, zooals ons in dit proces ten laste wordt gelegd, vervuld zal krijgen. Met deze geestelijke macht is zij waarlijk uitgerust met wapenen, die mahashakti, tjandabirawa en pantjasona d.i. alvermogend, onsterfelijk, onoverwinnelijk maken!
,,Wie kan een volk ketenen, als zijn geest niet geketend wil worden? Wie kan een volk vernietigen, als zijn geest niet vernietigd wil worden?" sprak Sarojini Naidu, de Indische Srikandi, bij de opening van het veertigste ,, Indian National Congress", en Mac Swincy, de beroemde Iersche strijder, schrijft in zijn ,,Principes de la Liberté": ,,Want een ontwapende man kan geen menigte menschen weerstaan, een enkel leger kan geen legioenen overwinnen, maar alle legers van alle staten op aarde hebben te zamen niet de macht één enkele ziel te doen bukken, die vastbesloten is te strijden voor het recht. 28) Inderdaad, waartoe bommen of dynamiet, waartoe krachttoeren tot opzettelijke schending van de artikelen 153 bis en 169, indien wij de overtuiging hebben, dat door het organiseeren van den geest al ons doel bereikt zal worden?
 

Het Nationalisme de ziel van de machtsvorming.

Daarom wakkert de P.N.I. den geest van het volk voortdurend aan. De geest van elk volk, dat door een bepaalden toestand in de ellende wordt getrokken, hetzij van het proletariaat in industrieele landen of van een overheerscht volk is vervuld van den wensch naar bevrijding. Welnu, wij wakkeren dezen wensch naar vrijheid aan bij het Indonesische volk. Wij wakkeren niet zoozeer aan het klassebewustzijn, zooals de algemeene proletarische beweging, maar vooral het nationaliteits-bewustzijn, het nationalisme. Want elk volk, dat overheerscht wordt door een ander volk, ondervindt op elk uur van den dag het imperialisme van een andere natie, elk volk, dat koloniaal overheerscht wordt, heeft daardoor een nationalistische gedachtengang. De tegenstellingen, die in Europa of in Amerika het karakter dragen van klassentegenstellingen, omdat daar de overheerschten en de overheerschers deel uitmaken van hetzelfde volk, en dezelfde huidskleur hebben, die tegenstellingen vallen bij een overheerscht volk met de nationaliteits-tegenstellingen samen. Niet in de eerste plaats de tegenstelling tusschen loonarbeider en kapitalist, niet in de eerste plaats dus het bewustzijn van klassentegenstelling ondervinden wij in een kolonie, maar in de eerste plaats het bewustzijn van tegenstelling van bruin versus blank, Oost tegen West, de gekoloniseerde tegenover den kolonisator.
De P.N.I. ziet dit in, de P.N.I. begrijpt, dat in het nationaliteits-bewustzijn, in het nationalisme ligt de kracht, die tot de betere toekomst zal voeren. Daarom wakkert de P.N.I. het nationalisme aan ; van een sluimerend nationalisme maakt zij het tot een levend nationalisme, van een instinctief nationalisme tot een bewust nationalisme, van een statisch tot een dynamisch nationalisme, kortom: van een negatief nationalisme tot een positief. Tot een positief, Edelachtbare Heeren Rechters, omdat wij met een nationalisme van protest en wrok alleen tegenover het imperialisme nog niet geholpen zijn. Ons nationalisme is een positief, een scheppend nationalisme. Met dit positief nationalisme kan het Indonesische volk zich de materieele en geestelijke voorwaarden scheppen tot het onafhankelijke bestaan. Door nu reeds dit positief nationalisme te onderhouden en aan te wakkeren kan zij er tegen waken, dat dit nationalisme ontaardt in een nationalisme van haat tegenover andere volkeren, d.i. dat het ontaardt in een chauvinistisch nationalisme, of in een agressief jingo-nationalisme, waarvan wij het kwaad in den wereldoorlog hebben ondervonden, een nationalisme ,,of gain and loss", zooals C. R. Das het uitdrukt. Met dit positief nationalisme ondervindt het Indonesische volk de waarheid van Arabindo Ghoso's woorden, die zeggen, dat zulk een nationalisme in waarheid Allah zelve is. Met zulk een nationalisme kan het niet anders of het Indonesische volk ziet de toekomst als de komende dageraad, en houdt zijn hart van hoop vervuld. Niet langer wordt de toekomst beschouwd als een uitzichtlooze donkere nacht, niet is zijn hart vervuld met wantrouwen en wrok. Met zulk een nationalisme zal het Indonesische volk bereidwillig en blijmoedig allerlei offers brengen als prijs voor de mooie en zoozeer gewenschte toekomst. Kortom: met zulk een nationalisme zal ons volk weer een ziel hebben, weer leven en niet dood zijn als nu! ,,Het is door het nationalisme", aldus Moestapha Kamil, ,,dat achterlijke volken gauw tot beschaving geraken, tot grootheid en tot macht. Het is het patriotisme dat het bloed vormt dat stroomt in de aderen van krachtige naties, en het is patriotisme dat leven geeft aan elk levend mensch." 29) Zonder nationalisme geen vooruitgang! ,,Nationalisme is dat kostbaar bezit, hetwelk aan een staat het vermogen geeft naar ontwikkeling te streven en aan een volk om zijn bestaan te handhaven." 30)
 

Het opwekken van het nationalisme. Het verleden, het heden en de toekomst.

Welke zijn de wegen om dat nationalisme te bevorderen'? Drieërlei wegen zijn er:

ten eerste: wij wijzen het volk er op dat het een groot verleden heeft gehad;
ten tweede: wij versterken het bewustzijn van het volk dat het heden duister is;
ten derde: wij toonen het volk het zuiver en helderlichtend schijnsel van de toekomst en de wegen die voeren tot deze met beloften vervulde toekomst.
Met andere woorden, de P.N.I. wekt en versterkt het bewustzijn van het volk van zijn ,,grootsch verleden", ,,donker heden" en ,,de beloften eener lichtende, wenkende toekomst". De P.N.I. begrijpt, dat slechts deze trimoerti (drie-eenheid) in staat is om de Djajakoesoema (de indonesische bloem), het nationalisme, die thans verwelkt neerhangt, weer tot leven en fleur te brengen. Ons grootsch verleden! Ach, Edelachtbare Heeren Rechters, welke Indonesiër voelt zijn hart niet van smart ineen krimpen, indien het de verhalen omtrent het mooie verleden hoort, wie van ons betreurt niet het verdwijnen van die vergane grootheid! Welke Indonesiër voelt zijn nationaal hart niet van vreugde kloppen, indien het over de grootheid van den rijken Melajoe en Griwidjaja hoort, over de grootheid van het eerste rijk van Mataram, de grootheid van den tijd van Zindok en
Erlangga van Kediri en Singosari en Madjapahit en Padjadjaran, de grootheid van Bintara, Banten en het tweede Mataram onder Soeltan Agoeng. Welke Indonesiër voelt zijn hart niet ineen krimpen van smart, indien hij bedenkt dat zijn vlag vroeger tot zelfs op Madagascar, in Perzië en China werd gezien. Maar aan den anderen kant, bij wien herleeft niet de hoop, dat een volk met zulk een grootsch verleden zeker voldoenden aanleg moet hebben om een mooie toekomst te hebben, zeker mogelijkheden bezit om in de toekomst weer den trap van grootheid te bereiken? Wie van ons krijgt geen nieuwe levenskrachten, als hij de geschiedenis van die voorbijgegane tijden leest? En zoo leeft ook bij het volk, met de wetenschap van zijn groot verleden, het nationale gevoel op, en het vuur van hoop laait weer in zijn hart! Het volk krijgt daardoor weer een nieuwe ziel en nieuwe krachten.

Zeker, dat verleden is een feodaal verleden, het heden is een modern heden. Wij wenschen dat feodale verleden niet te doen herleven; wij zijn in het geheel niet voor een vernieuwd feodaal tijdperk. Wij kennen de slechte kanten van het feodale stelsel voor het volk. Wij wijzen het volk er slechts op, dat dat feodalisme van het verleden was een levend, een gezond en niet een ziekelijk feodalisme, een feodalisme vol ontwikkelingskansen, dat, indien het bijvoorbeeld niet door een vreemd imperialisme was gestoord, zeker zijn evolutie volbracht zou hebben, zeker ten slotte een even gezonde moderne maatschappij gebaard zou hebben. 31)
En wat is onze tegenwoordige samenleving? Niet gezond, niet vol ontwikkelingskansen, maar ziekelijk, ,,rot". In den aanvang, toen wij het tegenwoordige lot van het Indonesische volk schilderden, toen wij uiteenzetten hoe het imperialisme vernietigend werkt op onze samenleving, heeft U, Edelachtbare Heeren, reeds iets kunnen waarnemen van dit heden. Met het oog op den tijd zij dit voldoende, wij zullen er niet meer bij voegen. Maar noodig is het dat wij hier uiteenzetten, dat het bewustzijn van het ellendige lot van heden het sterkst het nationaal gevoel levendig houdt van het volk. Immers niet alleen voor ons volk, maar voor elk volk, voor elk mensch, voor elk levend wezen, is de wetenschap van een ellendig lot de bron tot verlangen naar een beter lot. Er is geen verlangen, geen hoop, geen hartstocht, indien er geen onbevredigdheid is bij een bestaanden toestand. Het is daarom, dat elke vereeniging of elk dagblad in elk land in elk tijdperk, gaarne ,,op de toestanden wijst", d.i., het in breeden kringen bekend maken van de toestanden waar zij zich niet mee kunnen vereenigen. Indien het ,, A.I.D. de ,,Preangerbode hevig te keer gaat tegen de tegenwoordige regeeringspolitiek of tegen de volksbeweging, die zij vreezen, indien de P.E.B. ijvert te waarschuwen tegen het gevaar, dat de belangen van het imperialisme bedreigt, indien de Vaderlandsche Club dapper om zich heen scheldt en schimpt, dan doen zij dit alle omdat zij niet tevreden zijn met den tegenwoordigen stand van zaken en omdat zij door het openbaren van hun ontevredenheid die bedoeling hebben, het verlangen, de hoop, de hartstocht van hun menschen naar een toestand, die nog beter is dan de tegenwoordige, op te wekken en te versterken. Zoo ook bedoelen de P.S.I., de Boedi Oetomo, Pasoendan, en welke vereeniging of dagblad ook in Indonesia, met hun protesten of propaganda, niets anders dan hun ontevredenheid te openbaren en het verlangen en de hartstocht van hun geestverwanten te versterken.W elnu, indien de P.N.I. moeite doet om het bewustzijn van de bitterheid van het tegenwoordig lot nog te versterken, dan wil zij hier niet anders mee, dan den wensch van het volk naar een beteren toestand nog meer versterken. De P.N.I. ziet in, dat deze wensch en deze hoop de drijfkrachten tot streven, tot scheppingsdrang zijn. De P.N.I. weet, dat, hoe sterker het bewustzijn van de bitterheid van het lot nu is, hoe grooter de ijver en vaster de wil om alle krachten in te spannen de mooie beloften der toekomst vervuld te krijgen zij begrijpt, dat hoe sterker het bewustzijn wordt van de bitterheid van het heden, hoe sterker het nationaal gevoel wordt en hoe hooger het nu toch al brandende positief nationalisme zal oplaaien! Men zou dit kunnen noemen het zaaien van ontevredenheid, men zou ons kunnen noemen, ophitsers, opruiers, wij antwoorden hierop: wat is het verschil tusschen wat wij doen, en dat wat het A.I.D., de V.C. de P.E.B. doen, en wat van dat wat de P.S.I., de B.O., Pasoendan e.a. doen. En bovendien: wij hebben nooit de objectiviteit verzaakt, wij hebben nooit wat ,,ontevredenheid" genoemd wordt gezaaid òm de ontevredenheid. Wij hebben dit slechts gedaan om den wensch van het volk naar een beter bestaan te verlevendigen en te versterken, zijn wil tot actie te versterken, het positief nationalisme tot grooter bloei te brengen. Wij denken hier aan de rede van Dr. Sun Yat Sen, die zegt: ,,Indien de toestand die ik beschreven heb... waar is, dan moeten wij goed in onzen geest vasthouden de gevaarlijke positie welke wij nu innemen en de critieke periode die wij nu doormaken voordat wij kunnen weten hoe ons verloren nationalisme weer te doen herleven." ,,Indien wij een herleving beproeven zonder den toestand goed te begrijpen, dan zal alle hoop voorgoed verdwijnen en het Chineesche volk zal worden vernietigd." ,,Wij moeten zelf eerst de feiten weten, wij moeten begrijpen dat deze rampen imminent zijn, wij moeten die broadcasten, totdat een ieder beseft, wat een tragedie de val van onze natie zou beteekenen." ,,Wanneer wij het nationalisme willen aanwakkeren, dan moeten wij eerst onze vierhonderd millioen doen beseffen dat hun doodsuur nabij is!" 32) Dus het volk bewust maken van zijn ellendigen toestand, opdat zijn nationalisme worde aangewakkerd en het in beweging wil komen, dit leert deze groote leider. Dit is ook wat wij doen. De ontevredenheid is niet ons werk, de ware ontevredenheid brengt het imperialisme zelf! Edelachtbare Heeren Rechters, het eerste gedeelte en het tweede gedeelte van het streven van de P.N.I. om het nationalisme te bevorderen zijn: het opwekken van het bewustzijn omtrent verleden en heden. Wat betreft het derde punt, dat is het gedeelte dat wijst op de toekomst en de wegen om er te komen, met het oog op den tijd alweer hoeven wij niet te lang uit te weiden: want, het geheele streven der P.N.I. naar machtsvorming, de geheel actie der P.N.I. naar buiten of naar binnen gericht, het geheele wezen der P.N.I. wijst de wegen aan tot de vervulling van die toekomst; en de vraag of het volk hem bereiken zal, is voor ons geen raadsel meer: het Indonesische volk, dat zulk een schitterend en grootsch verleden heeft gehad, heeft zeker, al ligt het thans ook haast op sterven, voldoende krachten en voldoende potentie om in de toekomst weer een grootsch gebouw voor zich op te trekken, is zeker in staat om de oude hoogte van het verleden weer te bereiken! ,,Hoe zal die dag van morgen zijn?" vraagt men. Geen mensch kan precies uitschilderen hoe de toekomst zal zijn. Geen mensch kan van te voren bepalen het karakter van de toekomst. Geen mensch kan op de geschiedenis vooruitloopen. Wij kunnen slechts gissen, wij kunnen slechts de tendenzen bestudeeren. Ook de Marxisten bijvoorbeeld kunnen niet precies bepalen hoe de socialistische maatschappij eruit zal zien, zij kunnen slechts de lijnen van ontwikkeling en de tendenzen aangeven. Van de toekomst van Indonesia zien wij nu alleen het schijnsel, dat zoo schoon is als de lichtende kim, de beloften hooren wij slechts, als de tonen van de gamelang bij maneschijn van uit de verte. Zooals in het wajangverhaal de komst van den ksatrya Danadjaja vooraf gegaan wordt door het schijnsel van zijn schild en het gezang der vogels die hem begeleiden, zoo is de komst van dien dag van morgen thans reeds aangekondigd aan ons, die hem verwachten met een van hoop vervuld hart. Die toekomstzang spreekt van de millioenen, die niet meer naar andere landen zullen stroomen, van een welvarende volkssamenleving, van een sociale organisatie overeenkomstig haar behoeften. Van een politieke organisatie, die zoo democratisch mogelijk zal zijn, van den bloei van kunsten en wetenschappen, een onbelemmerde cultuur. Hij spreekt van een Federatieve Republiek Indonesia, die in vrede en vriendschap leeft met andere volkeren, van een Indonesische vlag die het firmament van het Oosten siert. Die zang spreekt van een krachtige, uiterlijk en innerlijk gezonde natie.
 

De vier factoren voor machtsvorming.

Edelachtbare Heeren Rechters, met het schilderen van het gedeelte betreffende het verleden, het gedeelte betreffende het heden en dat betreffende de toekomst hebben wij U in korte trekken weergegeven het werk van de P.N.I. voor den geest van zijn machtsvorming, n.l. voor het Nationalisme, de liefde tot land en volk, de vreugde om het geluk, de smart om het ongeluk van land en volk. Laat ons thans zien, welke de factoren zijn voor machtsvorming. Deze zijn de tegenstellingen van de werkwijzen van het imperialistische stelsel. De werkwijzen van het imperialistische stelsel zijn vierderlei:

ten eerste: het imperialistische stelsel doet ontstaan de politiek van divide et impera, d.i. de verdeel- en heersch-politiek;
ten tweede: het imperialistische stelsel houdt het Indonesische volk dom en achterlijk;
ten derde: het imperialistische stelsel vestigt het geloof bij het volk dat de gekleurde rassen minderwaardige rassen zijn, en dat de blanke rassen superieur zijn;
ten vierde: het imperialistische stelsel vestigt het geloof bij het volk, dat de belangen van het volk samengaan met die van het imperialisme, zoodat het volk niet een politiek voor onafhankelijkheid, en self-help voert, maar een politiek van samengaan met de overheerschers, d.i. de associatie-politiek. 33)

Geheel tegengesteld aan deze politiek van divide et impera, geheel tegengesteld aan de politiek van het dom houden van het volk; geheel tegengesteld aan de politiek van ,,psychologische injectie van de inferioriteit van het bruine en de superioriteit van het blanke ras, geheel tegengesteld aan de associatie-politiek, zijn de factoren van de machtsvorming van de P.N.I.

a. Contra de politiek van verdeel en heersch.

De P.N.I. beantwoordt de politiek van verdeel en heersch met de leuze Persatoean Indonesia (Indonesische Eenheid), beantwoordt de politiek van divide et impera met de aaneensluiting van de nationalistische rijen. Reeds ver in het verleden, reeds eeuwen lang is op ons volk deze politiek toegepast, al van den tijd van de Compagnie tot heden toe. Inderdaad, in de verdeeldheid ligt onze zwakheid, in de verdeeldheid de kracht van den vijand. ,,Verdeel en heersch" is het parool van elk volk, dat een ander volk overwinnen wil, is het parool van het imperialisme in elk tijdperk en in elk land. ,,Verdeel en heersch" was het parool van den Romein, den uitvinder der spreuk; het parool van de Spanjaarden en de Portugeezen, toen zij hun vlaggen overal neerplantten; het parool van de Engelschen bij het vestigen van het ,,British Empire". Laat ons hooren wat Prof. Seely in zijn beroemd boek ,,The expansion of England" te zeggen heeft over de ,,verdeel en heersch"-politiek in India:

,,Wanneer Engeland, dat geen militair land is, werkelijk een bevolking van een paar millioen zielen moest beheerschen met een engelsche militaire macht, is het onnoodig te zeggen, dat de last onzen krachten zou te boven gaan. Maar het is niet zoo... doordat Engeland Indië tot onderwerping bracht en het er in houdt in hoofdzaak met behulp van Indische troepen en met Indisch geld... Indien er in Indië een nationale beweging kan ontstaan zooals die, waarvan wij in Italië getuige waren, zcu de Britsche macht niet eens zooveel weerstand kunnen bieden, als Oostenrijk aan Italië. maar zou onmiddellijk inéén moeten vallen." 34)

,,Een menigte individuen, niet verbonden door gemeenschappelijke gevoelens en belangen, is gemakkelijk te onderwerpen, omdat zij tegen elkaar kunnen worden gebruikt.
,,Zooals gij ziet werd de muiterij grootendeels onderdrukt door de volken van Indië tegen elkaar op te zetten. 35)

Ook in Indonesia vergeten het oude en het moderne imperialisme niet de bruikbaarheid van dit parool; ook in Indonesia wordt dit voortdurend toegepast:

,,... haar gevaarlijkste vijanden had zij door de toepassing van den regel ,,divide et impera" schier machteloos gemaakt; ...zij had haar schoonste triomfen behaald door de wapenen der zwakken: sluwe berekening en list, aldus Prof. Veth bij zijn schildering van het oude Imperialisme in Indonesia, 36) en Clive Day schrijft:

,,Divide et impera was de natuurlijke zinspreuk, die gevolgd werd bij het in aanraking komen met inlandsche staten en was het beginsel dat voor het grootste deel tot het welslagen der Nederlanders heeft bijdragen." 37)
Het oude imperialisme is nu niet meer; maar wel zijn nalatenschap, die het aan het moderne imperialisme heeft nagelaten, het parool van ,,verdeel en heersch". Niet gelijk vroeger gebruikt bij het onderwerpen en uitbreiden van gebied, alle eilanden zijn nu onderworpen, de ,,Staatsafronding" is volbracht, niet gelijk vroeger begeleid door wapengekletter, geweer- en kanonschoten, maar om te consolideeren hetgeen reeds bereikt is, langs wat Stokvis noemt ,,stillere wegen".

Inderdaad, het geheele eilandenrijk is onderworpen, de ,,Staatsafronding is volbracht, en het gevolg is, dat Indonesia is gemaakt tot een eenheid, gebonden tot een eenheid, een ,,eenheid", door een socialist aldus getypeerd:
,,Onderworpen eenheid, die slechts een eenheid van onderworpenheid is en.... een wezenlijke eenheid mag er vooral niet zijn, er mag geen geest van nationalisme binnensluipen, zoodat de onderworpen eenheid het karakter van een natie gaat krijgen!" Want de imperialisten weten, dat een volk, dat het nationalisme mist en geen natie-geest heeft, is, zooals Dr. Sun Yat Sen het uitdrukt, ,,a sheet of loose sand", een hoop los zand.
,,Verdeel opdat tot in de eeuwigheid geheerscht kan worden. De geest van verdeeldheid moet worden gehandhaafd, opdat het nationalisme niet als het bindende cement in deze hoop zand binnen kan drin gen en ervan maakt een rotsvast stuk beton, met de eigenschap van onvernietigbaarheid.

De imperialisten weten dit alles. Het verdeel-en-heersch-systeem wordt elken dag, elk uur, toegepast.

,,Zoodra Indië zou toonen te zijn, aldus Prof. Seeley tot de imperialisten, ,,een onderworpen natie, zouden wij onmiddellijk begrijpen het onmogelijk te kunnen handhaven ...."
,,Wanneer door een of andere oorzaak de bevolking zich als behoorende tot één nationaliteit gaat voelen, dan zeg ik niet, dat er reden is te vreezen voor onze heerschappij; dan zeg ik, moeten wij onmiddellijk alle hoop opgeven!" ,,Onmiddellijk alle hoop opgeven!" Inderdaad: een schrikaanjagende uitspraak. Maar geen vrees en slapelooze nachten! Immers, zijn niet de dagbladen, het A.I.D., de Preangerbode, de Java Bode, het Nieuws van den Dag, de Locomotief, het Soerabajaasch Handelsblad e.a. dagelijks druk in de weer om verdeeldheid te zaaien, zijn zij niet dagelijks gevuld met scheld- en schimppartijen op elk streven van den kant van den ,,inlander" om eenheid tot stand te brengen, op elk streven om het nationalisme op te wekken! Zal niet de Indonesische taal, dat is de eenheidstaal, als voertaal op de scholen worden opgeheven en is niet het opvoedingssysteem op die scholen zelf al gericht op het verstikken van elk nationaal gevoel, dé nationaliseerend! Bestaat er niet nog een Colijn, die in zijn boek ,,Koloniale vraagstukken van heden en morgen" voorstelt om het beginsel "divide et impera" vast te leggen in een nieuwe administratieve indeeling van Indonesia, de invoering van ,,eiland-gouvernementen"; bestaat er niet nog een de Kat-Angelino, die dikke boekdeelen schrijft met beweringen, die er toe moeten dienen om het nationalisme in Indonesia te dooden! Bestaat er niet nog een Couvreur, die in een nota de regeering aanbeveelt:

,, de openstelling van Bali voor de missie en de kerstening der bevolking. Aldus zou men in de toekomst kunnen krijgen een Roomsch-Katholiek-Bali, dat een wig zou vormen tusschen Java en de Oostelijk gelegen eilanden. Men heeft reeds zoo'n Christelijk wig tusschen Atjeh en Minangkabau; het gekerstende Batakland, bestaat er niet nog een Couvreur, die deze wig aanbeveelt, hetgeen een Christen-Indonesiër uitroepen doet: ,,Mijn God, een Christelijk wig! Moeten wij, Christen-Indonesiërs, die, al verschillen wij van Godsdienst met de andere landgenooten, toch in elk geval kinderen zijn van Moeder Indonesia, moeten wij toestaan, dat onze heerlijke godsdienst tot dat doel wordt misbruikt? Moeten wij toestaan, dat het heerlijke Christendom als middel wordt gebruikt, om onze nationale eenheid onmogelijk te maken, en om de kinderen van Moeder Indonesia van elkaar te vervreemden?" 38) Kortom, bestaat niet overal nog het systeem, dat garandeert het wegblijven van het nationalisme en het voortbestaan van de verdeeldheid onder de ,,inlanders"! Maar ook wij, die de macht wenschen te hebben, hoeven geen slapelooze nachten te hebben! Ook wij hebben thans een parool, dat straks machtiger zal zijn dan het parool ,,verdeel en heersch", ook wij zijn niet voor niets in de leer bij Sanghiang Merdeka (de god van de vrijheid), die ons leert de macht van de spreuk ,,bersatoe kita tegoeh, bertjerai kita djatoeh" (eendracht maakt ons sterk, verdeeldheid doet ons vallen). Ook wij nemen hetgeen Prof. Seeley leert ter harte, maar zooals wij het moeten opvatten! De persatoean Indonesia, (de Indonesische Eenheid), Edelachtbare Heeren Rechters, de Indonesische eenheid, die het geheele Indonesische volk moet oplossen tot één volk, één natie, is het voornaamste deel van de machtsvorming der P.N.I.
 

b. Contra de geestelijke décadence.

En het tweede? Dit is tegenovergesteld aan de tweede werkwijze van het imperialisme. Het imperialisme wenscht de achteruitgang van het volk te bestendigen, en wij, wij wenschen het volk weer voorui t te helpen! Wij weten: de geestelijke dé cadence van ons volk is een belang van het imperialisme. Want het imperialisme hier is niet in de eerste plaats een handelsimperialisme; het imperialisme hier, bestaat, zooals wij tevoren reeds uiteen gezet hebben, vooral in zijn vierden vorm, in het aanwenden van Indonesia als exploitatie-gebied voor zijn surplus-kapitaal.

Het is het werkzaamst in de landbouwindustrieën, mijnindustrieën, gewone industrieën e.a., d.w.z. alle industrieën die noodig hebben goedkoope we rkkrachten, goedkoope grondhuren, goedkoope behoeften van het volk. Voor deze goedkoopheid, moet het volk heel bescheiden leven en heel weinig weten, moeten zijn wil en zijn fierheid gedood worden wordt het gemaakt tot een volk van gedweeë schapen, zonder een greintje energie!

Wij hebben reeds gezien in het onderzoek van Prof. v. Gelderen. welk belang het imperialisme bij de sociaal-economische achteruitgang van het volk heeft; welnu, ook de geestelijke dé cadence is in het belang van het imperialisme!
In het Welvaartsverslag deel IX b 2 blz. 172 lezen wij: ,,De desaman en zijn hoofd en de desagemeente vormen van ouds den ,,kleinen man", de dienstbaren,.... die dus nederig te houden is, overigens ,,de belastingbetaler" bij uitnemendheid. De prijaji daarentegen behoort tot den stand der bevelvoerenden en in het algemeen belang moet dit onderscheid goed merkbaar gehouden worden. Daarop is hier de heele maatschappij gegrond.... Al heeft men gelukkig toenemend voor den kleinen man gezorgd.... klein moet hij blijven! Klein moet hij blijven, Edelachtbare Heeren Rechters, hij moet een gedwee en stom schaap blijven; tientallen jaren heeft dit systeem gewerkt, ja eeuwen reeds oefent dit systeem zijn invloed uit. Verwondert het U, Edelachtbare Heeren Rechters, dat mevr. Augusta de Wit in haar boek ,,Natuur en menschen in Indië" schrijft: ,,Het onrecht heeft te lang geduurd; de geesten zijn er naar gegroeid, vergroeid. De gedachten zijn krom en klein geworden, de wil hangt slap ...."? 39) Verwondert het U, heeren, indien de P.N.I. onder haar beginselen opneemt den strijd, tegen de geestelijke décadence? Wij bestrijden haar door het bevorderen van het volksonderwijs, het steunen van de volksscholen, het bestrijden van het analfabetisme in het volk. Wij wekken en versterken den wil van het volk tot een menschwaardiger bestaan, wij kweeken meer behoeften in het volk. Wij roepen de fierheid, de wilskracht, de energie van het volk weer in het leven, van het tegenwoordig volk, zegt Prof. Veth dat ,, de tijger in hen getemd is, omdat ,,de slaapdrank eener lange onderwerping aan overmachtige vreemdelingen zijne werking niet heeft gemist! 40) De energie van het volk is een van de factoren van onze machtsvorming, een van de wegen, om het gevaar van het imperialisme af te wenden, maar vooral ook om het volk vooruit te drijven!

c. Contra het minderwaardigheidsgevoel.

Edelachtbare Heeren Rechters, de beperkte tijd noodzaakt ons om bij de bespreking van het derde gedeelte ons te beperken tot het allernoodigste. Dit derde gaat samen met het tweede, dat is met het werk voor de bestrijding van de geestelijke dé cadence. Want het imperialistische stelsel heeft niet alleen belang bij de sociaal-economische en geestelijke achteruitgang van het volk -maar het heeft er ook belang bij, dat het volk zelf gelooft, dat het een inferieur volk is.
Wij hebben eerder reeds aangetoond, dat de imperialisten hier, evenals overal, hun ware bedoelingen verbergen. Zij verbergen die onder allerlei mooie theorieën, zij zeggen dat hun doel is niet de winst, maar ons op te voeden, ons ,, achterlijken vooruit te brengen, van onrijp ,,rijp te maken, kortom, dat zij een ,,mission sacrée", een heilige zending te vervullen hebben.

Zij zeggen dat zij er zelf niets bij verdienen, geen voordeel doch er slechts last van hebben, dat is, dat zij een ,,white mans burden" op zich nemen om ons vooruit te dragen!
En om deze theorie van de ,,mission sacrée" ingang te doen vinden, is het noodig dat den gekleurden het geloof ingepompt wordt, dat zij inderdaad inferieur zijn, en de blanken superieur, en dat dus de ,,inferieure rassen door superieure rassen geleid moeten worden met.... hun imperialisme!

Karl Kautsky schrijft in zijn werk over ras en jodendom, waarin hij schildert de houding van de ,,blonden tegenover de Joden", als volgt:
,,de blonde heeren proclameeren zichzelf als de wijsten, edelsten, krachtvolsten aller menschen, wien alle anderen hebben te dienen." 41)

En zou hun houding tegenover ons, volkeren van Azië, anders zijn?
Neen, niet anders, niet minder sterk werkt het systeem van het planten van het geloof aan superioriteit van de blanken en inferioriteit der bruinen in Indonesia, niet minder sterk is de tropenwaan, niet minder sterk is het gevoel van ,,ijeu aing oe jah kidoel!"

Pastoor Van Lith, een geestelijke met een oprecht hart, schreef niet lang geleden in zijn beroemd geworden werkje:
,,Maar al behooren zij dus heelemaal niet tot de kruidnageldieven van die dagen, zij deelen toch mee in de erfenis. Zij hebben allen een legaatje getrokken uit de nalatenschap van de roemrijke O. I. Compagnie. Zij komen in Indië als telgen van de grootmogende Heeren XVII, als zonen des overheerschers, met de fierheid van het geslacht der overheerschers tegenover de overheerschten. Misschien zijn zij zich van de fierheid onbewust, zij hèbben die. Wellicht hadden zij die niet, toen zij uit Nederland vertrokken, zeer mogelijk; wanneer zij eenmaal in Indië zijn dan ontkomen ze daaraan niet. De omgeving biologeert hen. De een meer, de ander minder, allen krijgen van den rassenwaan een deel te pakken. De Nederlandsche maatschappij, zooals zij nu.... in Indië voortleeft, is een voortzetting van de handelszaak der vroegere Compagnie, en elke Nederlander, al is hij katholiek... leeft in de atmosfeer van den grooten kruidenwinkel.... en leeft voor de reuzenonderneming van wier voortbestaan en bloei zijn eigen leven, zijn eigen welzijn afhangt." 42)

Duidelijker kan niet blijken dat die rassenwaan een van de bestanddeelen van de ,,reuzenonderneming" is. Inderdaad, de scheldpartijen en de beschimpingen als ,,De Inlander is een karbouw", de ,,De Inlander is dom", ,,De Inlander is zoo dom, dat hij naar de verdoemenis zou gaan indien wij er niet waren", ,,De Inlander is onbetrouwbaar", ,,de Inlander is onzedelijk" en andere mooie benamingen zijn niet van de lucht!
En toch ligt voor ons het gevaar niet in de eerste plaats in den toevalligen rassenwaan van den een of anderen blanke, zelfs niet in den rassenwaan van een of ander blank ras, de groote ramp ligt in het feit dat dit tot een systeem, dat regelmatig op ons volk injecteert, het geloof van ,,de inlander is dom, hij gaat naar de verdoemenis indien de Hollander hem niet leidt", is gemaakt. En deze regelmatige injecties hebben inderdaad invloed! Eeuwen lang is ons deze ,,wetenschap" regelmatig ingepompt, van ,,de inlander is dom", eeuwenlang heeft men ons tot dit minderwaardigheidsgevoel opgevoed, van geslacht op geslacht hebben wij dit systeem moeten ondervinden, en daarbij werden wij zooals het welvaartsverslag zegt ,,klein gehouden", en werd onze energie gedoofd. Nu gelooft een groot deel van ons volk inderdaad, dat wij minderwaardig en tot niets in staat zijn. Overal hooren we de verzuchting slaken: ,,Immers wij zijn dom, als de Europeanen er niet waren hoe zouden wij dan kunnen leven". O, Edelachtbare Heeren Rechters, hoe goed zou het zijn, indien wij lang en breed konden praten over deze ontzaglijke ramp! Hoe goed zou het zijn, indien wij de gelegenheid hadden een oogenblik te openbaren ,,de wahjoe, tjakraningrat", (p) die de zieleketen, die ons bindt, zou doen verdwijnen! U zult moeten inzien, dat dit inferioriteitsgevoel vergif is voor den vooruitgang van elk volk, een gemeene rem voor zijn evolutie. Verwondert het U, Heeren, indien U ziet dat de P.N.I. met alle kracht dit inferioriteitsgevoel bestrijdt , met alle kracht bestrijdt het gevoel van ,,het kan toch niet", uit elkaar rukt de theorieën van ,,Mission sacrée" en de ,,White Men's Burden" het vertrouwen in het volk terugbrengt: dat het, indien het slechts de gelegenheid ertoe wordt gegeven, capaciteiten heeft die niet onderdoen voor de capaciteiten van andere volken? Verwondert het U, Heeren, indien de P.N.I. de leugens, dat het Oosten naar de verdoemenis zou gaan indien het Westen er niet was, aan den kaak stelt? Neen, voor ons menschen van de Partai Nasional Indonesia bestaat er geen twijfel meer, dat de inferioriteit of domheid niet is een natuurlijke inferioriteit of domheid, samengaande met onze gekleurde huid, maar een inferioriteit of domheid die gemaakt is, die ons geïnjecteerd is, wij twijfelen ook niet meer aan de woorden van Karl Kautsky die wij reeds eerder aangehaald hebben n.l. ,,De bezitloosheid brengt echter gebrek aan beschavingsmiddelen, dus ook aan beschaving mee." 43) en dat de theorie van de ,,mission sacrée slechts in schijn waarheid is ,,De schijn van de heerschappij der cultuur over de onbeschaafdheid!" 43)

Schijn, Edelachtbare Heeren Rechters, schijn! Schijn is, dat wij een inferieur ras zijn, schijn is dat de imperialisten in wezen superieur zijn.

Deze schijn te bestrijden, dit gevoel van minderwaardigheid te bestrijden is een van de bestanddeelen van onze machtsvorming. Met het bestrijden van dit inferioriteitsgevoel heeft de P.N.I. een van de belangrijkste voorwaarden van haar politiek naar voren gebracht: ,, Vertrouwen op zichzelf De voorwaarde voor ,,self-reliance of ,,self-help".

d. Contra de Associatie-politiek.

Laat ons nu bespreken het vierde bestanddeel van onze machtsvorming. Ook hierbij kunnen wij kort zijn. Reeds eerder immers hebben wij uiteengezet, dat in elk overheerscht land een belangentegenstelling bestaat tusschen de imperialisten en de inheemschen, een belangentegenstelling op economisch, sociaal-politiek en op welk terrein dan ook.

Onwaar is de leer van de imperialisten, dat beide partijen gemeenschap of gelijkheid van belangen hebben, en derhalve is ook onwaar hun leer, dat dus de kolonie eeuwig vereenigd moet blijven met het ,,moederland", en dat wij dus een Associatie-politiek moeten voeren.
Neen, de P.N.I. erkent het bestaan van de gemeenschap van belangen niet, zij wenscht de associatie-politiek niet te voeren. De P.N.I. staat sterk in haar overtuiging, dat er is een belangentegenstelling en belangen- antithese, zooals erkend wordt door vele eerlijke Nederlanders. De P.N.I. staat sterk in haar overtuiging, dat geen enkele kolonie in staat is, zijn samenleving te organiseeren, indien de belangentegenstelling niet opgehouden heeft te bestaan, dat is zoolang de kolonie niet heeft opgehouden te zijn een kolonie! Daarom is de P.N.I. een vrijheidspartij. En de vrijheid zal ons niet worden geschonken door het tegenwoordige imperialisme, door ons eerst ,,rijp te maken voor de vrijheid, omdat onze vrijheid is een nadeel voor hen. De vrijheid is een vrucht van ons eigen werk, die wij zelf moeten maken, die wij zelf moeten loven en liefhebben! De associatie-politiek is vijandig aan ons standpunt, de politiek van associatie verdoezelt de waarheid. In een kolonie is een antithese, welnu, onze politiek hoort uit te gaan van deze antithese. Wie dit niet doet, staat niet op vasten bodem. De P.N.I. wenscht niet aan dit zelfbedrog mee te doen, wenscht op den vasten bodem der realiteit te staan. Neen, niet de associatie-politiek, maar de politiek der antithese is een van de wezensdeelen der machtsvorming der P.N.I. Met deze antithese-politiek wordt een scheidingslijn getrokken tusschen sini en sana. (q) De toestanden worden verhelderd.

Het stoffelijk lichaam van de machtsvorming.

Edelachtbare Heeren Rechters, ons blijft nu over nog een ding van onze machtsvorming te bespreken. Wij hebben reeds uiteengezet, wat de ziel van onze machtsvorming is, d.i. het Nationalisme.
Wij hebben ook reeds behandeld de bestanddeelen van de machtsvorming, n.l. de Indonesische eenheid, het bestrijden van de geestelijke décadence van ons volk, het bestrijden van het minderwaardigheids-gevoel, het voeren van de antithese-politiek. Wij moeten nu nog behandelen de uitvoerders van ónze machtsvorming, het stoffelijk lichaam. Het stoffelijk lichaam der P.N.I. is, zooals zij het zelve wenscht, de massa. De P.N I. wil niet zijn een partij van enkele tientallen of honderden, geen vereeniging van ,,salon politiekers", de P.N.I. wenscht een massabeweging te zijn, die duizenden, tienduizenden, honderdduizenden, millioenen, oud en jong, mannen en vrouwen, edelman of gewoon desaman, opwekt! Slechts door zulk een massa-actie, kan naar haar overtuiging, haar machtsvorming gelukken. Slechts met een massa-actie die als een geweldige bandjir in zijn vaart niet gestuit kan worden, die als een machtige golf geheel Indonesia overstroomt, van Atjeh tot Fak- Fak. Slechts met zulk een massa-actie kan onze machtsvorming tot werkelijke macht groeien. De zuivere, maar stille wateren van Indonesia wenscht de P.N.I. te doen stroomen, door bron met bron, rivier met rivier, meer me t meer te verbinden, totdat zij aanzwellen tot een machtige en grootsche stroom, aangolvend naar een bepaalde bestemming. Met een stoffelijk lichaam gelijk een reus, met bestanddeelen ,,ampat shakti" zooals wij het reeds hebben verklaard, met het nationalisme als ziel laaiende in den boezem, wordt volgens de wenschen der P.N.I. de machtsvorming als krishna Tiwikrama, machtig, onoverwinnelijk!

Massa-actie.

Krishna-Tiwikrama! Dus toch revolutie of wetsschending, toch relletjes, toch ,,hamoek Djajabinangoen", roept gij ons tegen.
Neen en nogmaals neen! Geen schending van de wet of revolutie, maar een massa-actie, die machtig maar toch ordelijk is, zooals bijv. de massa-actie van de S.D.A.P., toen zij twintig jaar geleden voor het algemeen kiesrecht vocht. Werd en toen bij de massa-actie van de S.D.A.P., toen tientallen, honderdduizenden menschen in beweging werden gebracht, gebruik gemaakt van bommen en dynamiet of was er toen inbreuk op de openbare orde, gezagschennis? Zijn er in de S.D.A.P. bij die massa-actie menschen veroordeeld geworden, wegens het schenden van welk artikel van het Strafwetboek dan ook? Edelachtbare Heeren Rechters, het Nederlandsche volk verheugt zich thans in het bezit van een algemeen kiesrecht, het is verheugd over de overwinning van de democratie; wij wenschen het ook geluk daarmee, wij zeggen ook tot hen: ,,Weest gelukkig gij met uw algemeen kiesrecht, weest gelukkig, gij volk van Nederland!" Maar laat ons bedenken, op welke wijze dat Nederlandsche volk aan dat kiesrecht is gekomen, hoe het deze democratische overwinning heeft veroverd! Niet anders dan door massa-actie! door een massa-actie, die geheel Nederland overstroomde, die de energie van het gansche volk opwekte, die de natie electrificeerde, door een massa-actie, die nu met gouden letters geschreven staat in de geschiedenis van het Nederlandsche volk, dat een moderne regeeringsvorm wist tot stand te brengen! Een massa-actie, die even machtig is, heeft de P.N.I. voor oogen, een massa-actie zoo geweldig en grootsch, dat zij ook de geheele natie doorschokken, electrificeeren zal, een massa-actie golvend naar haar bestemming, niet om voor de aardigheid wetsovertredingen te begaan, zooals ons ten laste wordt gelegd in dit proces, ook niet met geweer, bommen, gifgas of wat voor andere ,,aardigheden , maar met een geestelijk wapen dat het aanzijn heeft van het nationalisme met de vier genoemde bestanddeelen, want dit geestelijk wapen, indien slechts voldoende gescherpt, is sterk genoeg om ons oppermachtigen onoverwinnelijk te maken, d.i. in staat om een machtig ..moreel geweld voort te brengen, dat zeker tot ons doel zal leiden! Wij herhalen het: het stoffelijk lichaam der machtsvorming van de P.N.I. vormen wij uit ons millioenenvolk! Aha! Het A.I.D. schrijft vaak of wel getuige Albreghs zegt à la Colijn, dat zij dus is de opvolger van de P.K.I., de opvolger van de ,,Gombinis"!! 44) Een geweldige ,,logica" is dit, Edelachtbare Heeren Rechters!

,,Logisch", nietwaar? De P.N.I. werd opgericht niet lang na de opheffing der P.K.I., de P.N. I. heeft evenals de P.K.I. vaak haar anti-imperialisme getoond, de P.N.I. wil de massa in beweging brengen, dus is de P.N.I. gelijk aan de P.K.I., dus is rood-wit met den buffelkop gelijk aan rood met de sikkel en den hamer, dùs is een Indonesische nationalist gelijk aan een ,,Gombinis" (communist)! 44)
En toch,.... ondanks deze ,,logische" logica, is de P.N.I. niet communistisch! Inderdaad werd de P.N.I. in 1927 opgericht, zeker is zij anti-imperialistisch, zeker is zij een massa-partij, een kromoïstische, een marhaenistische (proletarische) partij, inderdaad was Dr. Tjipto bevreesd dat zij beschouwd zou worden als opvolgster van de P.K.I., maar de P.N.I. is niet kommunistisch, de P.N.I. is geen ,,heimelijke opvolgster" 45) van de Partai Kommunis Indonesia! De P.N.I is een revolutionnair nationalistische partij, zooals wij het hebben uiteengezet, en haar massa-karakter, haar kromo-isme, haar marhaenisme is niet vanwege haar kommunistische principes, maar omdat de indonesische samenleving haar tot het belijden van dit marhaenisme noodzaakt!

Marhaenisme!

Haar noodzaakt tot het Marhaenisme? vraagt gij. Ja, Edelachtbare Heeren Rechters, zoo is het, evenals de Europeesche samenleving de socialisten tot het proletarisme noodzaakt! Want de Indonesische samenleving is een kromoïstische samenleving, een samenleving, voor een groot deel bestaande uit kleine boeren, kleine loonarbeiders, kleine zeelieden, kortom: ....op alle gebied kromo en marhaen! Een nationale bourgeoisie, die krachtig genoeg is om in den strijd tegen het imperialisme nuttig te kunnen zijn, die een ,,self-containing" politiek zou kunnen voeren, zooals in India, bestaat hier zoo goed als niet. Er zijn vele Indonesische Nationalisten die van meening zijn, dat de Indonesische beweging naar het model van de Indische beweging geleid moet worden met een economische boycot of een swadeshi, evenals in India. Wij antwoorden hierop: indien het zou kunnen, zou het zeker mooi zijn, maar de Indonesische beweging kan niet gelijk zijn aan de Indische, kan geen swadeshi beweging op touw zetten, omdat zij niet beschikt over een krachtige nationale bourgeoisie. De Indonesische beweging moet zich geheel instellen op kang Kromo en Marhaen! In de handen van Kromo en Marhaen ligt het lot van Indonesia, in de organisatie van Kromo en Marhaen moet onze kracht gezocht worden. De bewegingen, die zich verre houden van de ,,rajat rendah" (,,lage volk", gewone volk), dat leeft in ellende, die de ,,salon-politiek" of de ,,menak-politiek" (menak - adel) voeren, die niet werken voor Kromo of Marhaen, die, al zouden zij zich nog schor schreeuwen om hun vaderlandsliefde en hun liefde voor hun volk rond te bazuinen, voeren geen ernstige politiek!
Proletarisatie! dit is de schilderij van onze samenleving. Want het imperialistische stelsel heeft al van den tijd der Compagnie, elke onderneming van beteekenis voor het volk, met wortel en al uitgeroeid en elke groei van inheemsche ondernemingen belemmerd, zoodat geen nijverheid en industrie of wat voor een Indonesische onderneming ook meer kon bloeien; handel, scheepvaart, nijverheid, alles ging ten gronde onder den druk van het oude en moderne imperialisme, die allebei monopolistisch waren!

Er is nu alleen nog maar kleinhandel, kleinscheepvaart, kleine nijverheid, kleine landbouw en bovendien nog de millioenen loonarbeiders, die in het geheel geen zaken hebben. Nu is de Indonesische samenleving een samenleving van kromo en marhaen!
Edelachtbare Heeren Rechters, de tijd laat ons niet toe om verder hierop in te gaan en u met bewijzen te toonen hetgeen wij hierboven gezegd hebben, maar enkele citaten uit hetgeen Europeesche geleerden hierover gezegd hebben mogen wij u niet onthouden, zoo bijv. van Raffles, Prof. Veth, Prof. Kielstra, Prof. Gonggrijp, Prof. Van Gelderen, Schmalhausen, Rouffaer e.a. Allen zullen, hetgeen wij gezegd hebben, bevestigen!

In het beroemde boek van Raffles over Java lezen wij omtrent het oude imperialisme het volgende:
,,Het zou even moeilijk zijn een uitvoerige beschrijving der uitgestrektheid te geven, welke de handel van Java tijdens de vestiging der Nederlanders in de Oostersche zeeën genoot, als het smartelijk zou zijn te moeten aantoonen, op welke wijze die handel door vreemde tusschenkomst belemmerd, geheel veranderd en beperkt werd, door het gezag van een wankelend monopolie, door eigenbaat en geldzucht met macht gepaard, en door de kortzichtige dwingelandij van een koopmansbestuur...
,,Zoodanig zijn de voornaamste der een en dertig artikelen van beperking die elke beweging van den handel omkluisterde en de laatste vonk van ondernemingsgeest uitbluschte, ten behoeve van bekrompen inzichten van eigenbaat, welke men de dweepzucht der geldgierigheid zou kunnen noemen, 46) Edelachtbare Heeren Rechters, Raffles staat bekend als een Hollanderhater! Laat ons daarom hooren wat menschen van uw volk hierover te zeggen weten. Wij zullen zien, dat zij dezelfde opvatting zijn toegedaan.
Zegt niet Prof. Veth van het oude imperialisme, dat ons volk: ,,der 16e eeuw nog, evenals die van Madjapahit, zich vooral als ondernemende handelaars, stoute zeevaarders, onverschrokken kolonisten onderscheidden, en dat zij als geheel genomen... een groote verandering hebben moeten ondergaan om in de vreedzame landbouwers van onzen tijd te worden herschapen." 47) en dat: ,,toch duidelijk is, dat de tijger in hen getemd is en de slaapdrank eener lange onderwerping aan overmachtige vreemdelingen zijne werking niet heeft gemist."
Schrijft niet Prof. Kielstra: ,,De handelspolitiek der Nederlanders had ertoe geleid, dat vele bronnen van bestaan waren verstopt, of geheel uitgedroogd; maar wat deerde dat! Werd niet... geleeraard, dat men nooit moest afgaan van den stelregel, dat een arm volk het gemakkelijkst te regeeren is!" 48)
En Prof. Gonggrijp schrijft: ,,De geweldige handhaving van dat monopolie heeft de welvaart van de Molukken vernietigd, en neergedrukt het weinige dat (nog) onder de inheemsche bevolking van Java aan handelsgeest en ondernemingslust leefde, 49) en Prof. Van Gelderen schrijft in zijn voorlezingen:
,,Een uitvoerige litteratuur maakt het onbetwijfelbaar, dat een begin van stelselmatigen actieven handel, van overzeesch ruilverkeer met de toenmalige middelen... reeds aanwezig was... Door het stelsel van contingenten en leveringen, later dat der dwangcultures, werd de Inlandsche producent weggedrongen van de wereldmarkt, en de verdere ontwikkeling van een eigen klasse van ondernemers, handelaren, belemmerd!" 50)

Men zou ons kunnen tegenwerpen: ,,Ja, maar dat zijn oude toestanden, het is nu immers niet meer zoo!
Zeker dit waren oude toestanden, dit waren de misdaden van het oude imperialisme! Maar de toestanden onder dit moderne imperialisme?

De toestanden van nu belemmeren nog altijd de opkomst van een ondernemersklasse in Indonesia, hebben nog steeds een tendenz tot verproletariseering, zij het dan ook, om de woorden van Stokvis te gebruiken ,,langs stillere wegen". Nog is onze samenleving, een samenleving van kleine boeren, kleine handelaren, kleine scheepvaart, alles klein, terwijl millioenen geen eigen zaken hebben, hoe klein ook, proletariërs, wier aantal (samengaande met de tendenz tot verproletariseering van het moderne imperialisme, dat volgens Prof. Van Gelderen ons volk maakt tot een ,,natie van loontrekkers tot een loontrekkende onder de naties"), steeds grooter wordt.

Ex-Assistent-Resident Schmalhausen schrijft als commentaar op het rapport van Du Bus, dat luidde:
,,Hetzelfde, en in nog veel hoogere mate, is waar ten aanzien der lijnwaden. Java in vroeger tijd, ontbood de fijnere soorten van de kust, maar van die voor het dagelijksch gebruik voorzag het zichzelf en den Archipel grootendeels mede. Bij ladingen gingen zij Java uit en verspreidden zij zich over de omliggende eilanden. Thans voeren wij op Java en in den Archipel onze Nederlandsche lijnwaden in... Onder dit conflict gaat de eigen fabricatie te niet en vleien zich onze Vaderlandsche fabrieken, die wel spoedig geheel te zullen vervangen", het volgende:
,,Terwijl Du Bus onder de oorzaken van den ongunstigen toestand, naast den uitvoer van rijst, het verdwijnen van zooveel andere artikelen van uitvoer noemt, kan men in onzen tijd ook weer opmerken, dat vele inlandsche industrieën zijn te niet gegaan of kwijnen!" 51)

En als G. P. Rouffaer schrijft:
,,Zoo moest het gebeuren, dat de eigen textielnijverheid.... steeds neergedrukt werd door den aanzienlijken import uit den vreemde". 52)

Zegt hij er dan wat anders mee! Neen. Niets anders. En zoo is het ook gesteld met alle andere ondernemingen in Indonesia. Waar is nu onze scheepvaart? Waar is onze ijzerindustrie, onze koperindustrie, onze handel? Inderdaad zijn de woorden van Prof. v. Gelderen waar, die luiden:
,,.... deze ontwikkeling (van de moderne industrieën, Edelachtbare Heeren Rechters) heeft teruggedrongen de elementen van de hooger ontwikkelde huisindustrieën. De Inlandsche exporthandel is vernietigd en de 'locale industrie verdween voor de vloedgolf van de goedkoope importartikelen der massa-productie. 53)

....Zoo handhaafde zich, ook in het tijdperk der vrije cultures, dat op het culturstelsel is gevolgd, de historisch voltrokken scheiding tusschen den Javaanschen tani, en hiermede feitelijk de Inlandsche en de wereldmarkt onzer dagen. 54)

Edelachtbare Heeren Rechters, in zulk een samenleving, in een samenleving, waar de klasse der groot-ondernemers ontbreekt, in een samenleving, die bijna uitsluitend bestaat uit Kromo's en Marhaens, moeten wij van de P.N.I., die altijd staan op den bodem der realiteit, een Kromoïstische of Marhaenistische politiek voeren. Wij kunnen niet beproeven het imperialisme te overwinnen door het weg te dringen in een economischen strijd, wij kunnen niet beproeven zijn krachten te verzwakken door een nationaal-economische ,,self-containing", zooals in India. Wij kunnen het slechts overwinnen door de actie van kang Marhaen en kang Kromo, door een grootst mogelijke massa-actie. Wij probeeren de energie van die millioenenmassa te organiseeren en die van de intellectueelen van Indonesia te trekken naar en in deze organisatie. Wij beproeven, en wij zijn er van overtuigd dat het lukken zal het bewustzijn bij de intellectueelen bij te brengen, dat zij zich in de rijen van de massa moeten scharen om te strijden. In de massa moeten zij de kracht en de macht van de natie zoeken, niet meer als vroeger alleen ,,salon-politiek voeren, pruttelen en mokken in kliekjes.

Neen! ,,In de massa, met de massa, voor de massa! moet het parool zijn van elken Indonesiër, die wenscht te strijden voor het heil van land en volk!

De actie voor de machtsvorming. Cursus en ,,actie".

Edelachtbare Heeren Rechters, wij hebben thans behandeld de factoren der machtsvorming der P.N.I. De ziel van de machtsvorming is het Nationalisme haar stuwenden hartklop vormen de vier factoren haar lichaam is de Massa.

Laat ons thans in het kort uiteenzetten hoe de machtsvorming geschiedt.
De actie voor de machtsvorming wordt bepaald door het karakter van onze beweging. Het karakter van onze beweging is die van een nationale bevrijdingsbeweging en hervormingsbeweging tegelijk. Ir. Albarda sprak in de Tweede Kamer hierover het volgende: 55) ,,Intusschen heeft de inlandsche beweging, evenals de sociaal-democratie een tweeledig karakter. Terwijl zij streeft naar de verwezenlijking van haar ideaal in de toekomst, tracht zij in het heden verbeteringen te krijgen in het lot van de massa's, wier ideaal zij dient. ,,Evenals de sociaal-democratie verwacht zij van den strijd voor onmiddellijke lotsverbetering zelf, ook een zoodanige intellectueele verheffing en scholing van de massa, die zij leidt, dat deze tot de verwezenlijking van het ideaal eerder en beter in staat geraakt. Onze beweging is dus een beweging, die in haar streven naar de vrijheid, moeite doet om de verbeteringen die in het heden verkregen kunnen worden, te verkrijgen. Zij is een beweging, die in haar statuten niet alleen heeft staan de woorden ,,vrijheid van Indonesia", maar daarin ook heeft neergeschreven ,,te willen werken voor de Indonesische vrijheid". Zij heeft een werkprogram, dat vele van deze verbeteringen nu bevat. En gelijk Ir. Albarda zegt, is de strijd en de actie voor de punten van het werkprogram te beschouwen als een scholing, een training, voor de hoogere en moeilijker te bereiken idealen, d.i. de vrijheid van land en volk. De actie voor het oprichten van eenige scholen, voor het oprichten van eigen poliklinieken, voor de woeker- en analfabetisme-bestrijding, voor het oprichten van cooperaties, voor de opheffing van de artikelen 153bis, of de haatzaai-artikelen of de Digoelrechten (exorbitante rechten), voor de ruimere toepassing van het vereenigings- en vergaderrecht in het algemeen en voor de vrijheid van drukpers, deze ,,actie van elken dag" heeft zijn opvoedende waarde, die zeer groot is voor het volk en zeer nuttig om het volk het bewustzijn van en het geloof in eigen kracht, de ware macht, bij te brengen. En tegelijk met deze acties van elken dag, van deze ,,daadwerkelijke acties", leeren wij het volk theorieën, van de bewegingen in andere landen, wij geven het volk cursussen en geschriften, opdat het volk kenne de moeilijkheden van den strijd, wete waarom het strijden moet, waarvoor het strijden moet en waarmee het strijden moet, m.a.w.: opdat het volk geen verkeerde wegen zal inslaan en niet als schapen gedachteloos geleid worden. Cursussen, brochures en organen zijn onafscheidelijk van een bewuste massa-actie, van een massa-actie met door-zicht. Een massa-actie zonder theorie aan hen, die de actie zullen uitvoeren, een massa-actie zonder cursussen, brochures en organen, is een massa-actie die niet leeft en geen ziel heeft, een massa-actie derhalve, die geen wil heeft. Terwijl juist deze wil de ware drijfkracht voor de massa-actie is!
Karl Kautsky, de beroemde theoreticus van de proletarische massa-actie in Europa, schrijft in zijn boek ,,Der Weg zur Macht": ,,De wil als strijdlust wordt bepaald: le. door den prijs van den strijd, die de strijdenden wenkt, 2e. door het krachtsgevoel, 3e. door de werkelijke kracht, hoe hooger de prijs des te sterker de wil, des te meer waagt men, des te energieker biedt men al zijn krachten aan, om dien prijs te verkrijgen. Maar dit geldt alleen dan, wanneer men overtuigd is over de krachten en kundigheden te beschikken, die voor het bereiken van den prijs noodig zijn. Heeft men niet het noodige vertrouwen in zichzelf dan moge het strijddoel nog zoo aanlokkelijk zijn, het ontketent geen willen, doch slechts een wenschen, een vurig verlangen, dat zeer brandend kan wezen, doch geen daad doet geboren worden en practisch volkomen nutteloos is. Het krachtsgevoel is even kwaad als nutteloos, wanneer het niet op werkelijke kennis der eigen krachten en die van den tegenstander berust, doch slechts op bloote illusies. Kracht zonder krachtsgevoel blijft dood, toont geen willen. Krachtsgevoel zonder kracht kan onder zekere omstandigheden tot daden voeren, die den tegenstander verrassen en bang maken, zijn wil buigen of verlammen.Maar blijvende resultaten zijn zonder werkelijke kracht niet te bereiken. Ondernemingen die niet door werkelijke kracht, doch slechts door misleiding van den tegenstander t.a.v. de eigen kracht tot overwinning hebben geleid, moeten vroeger of later altijd te gronde gaan, en een te grootere ontmoediging achterlaten naarmate de eerste resultaten glansrijker zijn geweest.

,,.... Onze eerste en gewichtigste taak is de vermeerdering van de kracht van het proletariaat. Deze kunnen wij natuurlijk niet naar believen vergrooten. De krachten van het proletariaat zijn voor een zekeren toestand van de kapitalistische maatschappij door haar economische verhoudingen bepaald, en laten zich niet willekeurig vermeerderen. Maar men kan de werking der voorhanden krachten vergrooten door hare verspilling tegen te gaan. De niet-bewuste processen in de natuur beteekenen een oneindige verspilling van krachten, wanneer wij ze vanuit het standpunt onzer doelstelling beschouwen. De natuur heeft zelfs geen doelstelling, die ze dient. Het bewuste willen van den mensch geeft hem doelstellingen, wijst hem echter ook de wegen aan, die doelstellingen zonder krachtsverspilling, met de geringste krachtsinspanning, te bereiken.

,,Dit geldt ook voor den strijd van het proletariaat. Wel heeft hij al van meetaf niet zonder het bewustzijn der deelnemers plaats, maar hun bewuste willen omvat daarbij slechts hun dichtstbijzijnde persoonlijke behoeften. De maatschappelijke veranderingen, die uit den strijd voortspruiten, blijven voor de strijders eerst verborgen. Als maatschappelijke gebeurtenis is dientengevolge de klassenstrijd langen tijd een onbewuste gebeurtenis en als zoodanig behept met al de krachtsverspilling, die in alle onbewuste gebeurtenissen te vinden is. Slechts de kennis van het maatschappelijk proces, van zijn tendenzen en van zijn doelen vermag aan deze krachtsverspilling een einde te maken, de krachten van het proletariaat te concentreeren, ze in groote organisaties samen te vatten, die door de groote doeleinden vereenigd worden en planmatig alle persoonlijke en oogenbliksacties ondergeschikt maken aan de blijvende klassebelangen, welke op hun beurt weer ten dienste der gezamenlijke maatschappelijke ontwikkeling worden gesteld.
,,Met andere woorden: de theorie is de factor die de mogelijke krachtsontwikkeling van het prolerariaat ten zeerste verhoogt terwijl zij het ook leert op de meest doelmatige wijze gebruik te maken van de door de economische ontwikkeling gegeven krachten en hun verspilling tegengaat.

,,De theorie verhoogt echter niet alleen de werkzame kracht van het proletariaat, maar ook zijn krachtsbewustzijn. En dat is niet minder noodzakelijk. 56)

Edelachtbare Heeren Rechters, met dit citaat is duidelijk geteekend welk een groot nut het heeft, dat de leider de theorie onderwijst aan degenen die geleid worden. De P.N.I. geeft onderwijs in die theorieën. Zij zorgt voor cursussen en organen. Zij geeft de theorie omtrent de ingewikkeldheden en de geheimen van het imperialisme, de theorie omtrent de problemen van de eigen beweging, de theorie omtrent de leeringen van de bewegingen in andere landen. Maar, niet alleen moeten de theorie, de krachten van het volk vermeerderen, niet slechts moeten de cursussen, brochures en de organen den wil van het volk versterken. Het volk moet ook in zijn willen getraind worden op het terrein der daadwerkelijke acties, d.i. getraind in het werken voor de hedendaagsche hervormingen, zooals wij reeds eerder gezegd hebben. Hierin nu kan de wil van het volk nog gericht worden en zijn kracht geschat, gemeten, verzorgd en zijn potentie opgevoerd, de wil en de energie gestaald! Karl Kautsky schrijft omtrent deze daadwerkelijke acties, bijna 39 jaar geleden, Edelachtbare Heeren Rechters, in zijn ,,Der Weg zur Macht" 57): ,,Wat het proletariaat nog mist is het bewustzijn van zijn macht.... ,,Wat de sociaal-democratie vermag te doen, doet ze, het proletariaat dat bewustzijn bij te brengen. Ook hier weer door theoretische voorlichting, maar niet door deze alleen. Werkzamer voor de vorming van het krachtsbewustzijn dan alle theorie is steeds de daad. Zijn successen in den strijd tegen den tegenstander zijn het, waarmee de sociaal-democratie aan het proletariaat zijn kracht op de meest duidelijke wijze demonstreert, en daardoor zijn krachtsgevoel op zijn krachtigst verhoogt. Successen, die zij echter ook weder hebben te danken aan de omstandigheid, dat zij wordt geleid door een theorie, welke aan de bewuste, georganiseerde deelen van het proletariaat mogelijk maakt, om op elk oogenblik het maximum van zijn voorhanden krachten aan te wenden. ,,De werkzaamheid der vakbonden buiten de Angelsaksische wereld is van het begin af door de sociaal-democratische kennis in het leven geroepen en bevrucht. Naast haar successen zijn het de succesvolle worstelingen om en in de parlementen, die het krachtsgevoel en de kracht van het proletariaat machtig hebben opgeheven, niet alleen door de materieele voordeelen, die daarbij aan enkele proletariërslagen ten deel vielen, maar voor alles ook daardoor, dat de bezitlooze, totnogtoe angstig gemaakte en hopelooze volksmassa's hier een kracht zien optreden, die dapper tegen alle heerschende machten den strijd opnam, overwinning op overwinning bevocht en daarbij toch niets anders was dan een organisatie van de bezitloozen zelf. ,,Daarin ligt de groote beteekenis der Meifeesten, daarin die van den verkiezingsstrijd zoomede die van den strijd om het kiesrecht. Niet altijd brengen ze het proletariaat belangrijke materieele voordeelen, dikwijls zijn deze niet in verhouding tot de offers van den strijd, en toch beteekenen zij, waar zij met een overwinning eindigen steeds een geweldige aanwas van de werkende krachten van het proletariaat, omdat ze zijn krachtgevoel en daarmee de energie van zijn wil in den klassenstrijd machtig prikkelen. ,,Niets vreezen echter onze tegenstanders meer dan het groeien van dit krachtsgevoel! Zij weten, dat de reus voor hen ongevaarlijk blijft, zoolang hij zich niet bewust wordt van zijn kracht. Zijn krachtsgevoel klein te houden, dat is hun grootste zorg; materieele concessies haten zij zelfs minder dan de moreele overwinningen van het proletariaat, die zijn krachtsgevoel verhoogen.

Beschimpingen en provocatie.

Edelachtbare Heeren, ook Indonesia is een reus, die niet door de imperialisten gevreesd wordt, zoolang hij zich niet bewust is van zijn kracht. Maar wij van de Partai Nasional Indonesia trachten door het geven van theorie en door het voeren van daadwerkelijke acties, hem bewust te maken van zijn geweldige kracht. Wij probeeren het krachtsgevoel van den reus op te wekken en te versterken, middels organen, cursussen, meetings, demonstraties, met het oprichten van scholen, door acties voor de oprichting van cooperaties, door strijd voor de intrekking van de onbillijke artikelen in het strafwetboek, en langs nog andere wegen! De reus, met het nationalisme als ziel, met zijn vier wezens-deelen, met de massa als lichaam, wordt zich inderdaad hoe langer hoe meer bewust van zijn kracht! Verwondert het U, Edelachtbare Heeren Rechters, dat de imperialisten ongeruster en angstiger worden? Verwondert het U, Edelachtbare Heeren Rechters, dat organen van de imperialisten, zooals bijvoorbeeld het A.I.D., de Preanger Bode, het Nieuws van den Dag, de Javabode, de Locomotief, het Soerabajaasch Handelsblad e.a. al maar meer en harder alarm schreeuwen: ,,Veroordeel Soekarno c.s.!", ,,Verban Soekarno c.s.", ,,Verbied de P.N.I."? Verwondert het U, Edelachtbare Heeren, dat zij zelfs probeeren uw rechterlijk oordeel te beïnvloeden?
Wij verwonderen er ons niet over. Wij verwonderen er ons niet over, indien zij, die onze beweging vijandig gezind zijn gebruik maken van het middel provocatie om haar gemakkelijk te kunnen vernietigen. De provocatie wordt vaak toegepast op de arbeidersbeweging in Europa; provocatie hebben wij ook hier in ons land vaak ondervonden. Provocatie komen wij vooral tegen bij bewegingen, die opkomend en nog niet zeer sterk zijn, en derhalve langs wettelijken weg den kop ingedrukt kan worden. Ook wij hebben ondervonden, dat men ons tot misdaden provoceerde jegens tuig van de ,,Sarekat Hedjo" 58) bijv. met de ,,Pamitran" in het Tjiandjoersche, of ten Westen van Bandoeng, destijds met het vandalisme tegen ons clubhuis te Gadobankong, of door het aanbieden van opstandlijsten aan onze leden, zooals bijv. in de werkplaatsen van de S.S., in de maand December 1929 en door nog andere lage en gemeene middelen. Maar wij wenschen niet geprovoceerd te worden, wij worden niet moede onze leden te waarschuwen en op te voeden, blijft ordelijk, laat je niet provoceeren!

Want wij weten, indien wij ons laten provoceeren, dan krijgen wij den genadeslag!!

Concessies.

Neen, Edelachtbare Heeren Rechters, wij trekken ons niets aan van de beschimpingen en de ophitserijen van de imperialisten en hun organen, omdat zij nu eenmaal natuurlijk zijn. Wij laten ons niet provoceeren. Wij werken onverstoorbaar verder langs wettelijken weg en aan de machtsvorming van het volk, aan het opwekken en versterken van het bewustzijn bij het volk van zijn macht; met een koel hoofd werken wij verder. En eenmaal tot bewustzijn gekomen, zal het volk dat krachtsbewustzijn behouden. Door de beweging van de krachten van het volk en door zijn levend bewustzijn van zijn kracht, zullen èn de imperialisten èn de regeering genoodzaakt worden om elk van zijn wenschen in te willigen.

Tien jaar geleden zeide Albarda: ,,.... de hervormingspolitiek in Nederlandsch-Indië is nu niet meer het beleid der genadige welwillendheid of het gevolg van den vrijen en nobelen gewetensdrang, zij is nu geworden de politieke weerslag van den machtsgroei der bevolking, die haar nooden blootlegt en haar eischen voordraagt. Zij is geworden de politiek der concessies aan de groeiende macht der volksbeweging." 59)

En nu, tien jaar later, is de Indonesische reus nog krachtiger, nog meer bewust van zijn kracht geworden! Spoedig komt de tijd dat de regeering en de imperialisten genoodzaakt zijn nog meer toe te geven aan zijn streven, nog meer concessies te doen, nog meer rechten en hervormingen toe te staan. Zonder ons te begeven in debatten tegen de vertegenwoordigers van de imperialisten in den Volksraad, m.n. de heer Fruin c.s. of Bruineman c.s., ook zonder gebruik te maken van bommen of dynamiet, zonder halsbrekende toeren, zonder opzettelijk de artikelen 153-bis-ter en 169 van W.v.S. te schenden, zooals ons in dit proces wordt ten laste gelegd, maar met een reëele macht en een levend machtsgevoel kunnen wij belangrijke concessies verkrijgen! Aan den anderen kant kunnen wij, al zouden wij nog beschikken over de bekwaamste en slimste politieke praters, geen groote overwinning behalen, zonder reeële macht en zonder machtsgevoel!

Is de vraag van Albarda niet juist, zooals hij luidt: ,,Zou de volksraad toen in het leven zijn geroepen, als niet in Indië een
krachtige volksbeweging was ontstaan, die invloed op het bestuur over eigen volksleven verlangde?

Ik zou verder willen vragen: Zijn niet de bekende Novemberbeloften van 1918 en de instelling van de herzieningscommissie-Carpentier-Alting te beschouwen als bewijzen van het ontzag, misschien ook de vrees, welke de jonge volksbeweging in die veelbewogen jaren...... inboezemde? 60)

Is het niet waar, indien wij, al hebben wij in het verhoor gezegd dat de P.N.I. nog geen concessies heeft weten af te dwingen, zeggen, dat de instelling van de zgn. ,,Inlandsche meerderheid" in den volksraad, en de benoeming van twee Inheemsche leden in den Raad van Indië, in wezen als een concessie aan de steeds sterker wordende nationale beweging in Indonesia te beschouwen is ? Met macht zijn groote, zonder macht zijn geen concessies te verkrijgen.

De onafhankelijkheid van Indonesia door revolutie?

Men kan ons nu tegenwerpen: aangenomen! Gij kunt langs wettelijken weg belangrijke concessies verkrijgen. Maar de vrijheid van Indonesia, hoe zoudt gij de vrijheid van Indonesia anders kunnen verkrijgen dan door revolutie, door bloedvergieten?
Edelachtbare Heeren Rechters, bij het verhoor hebben wij reeds eerlijk bekend: wij weten niet hoe die laatste stap zal zijn. Wij hebben ons het hoofd nog niet gebroken over het vraagstuk van den laatsten stap. Wij weten niet hoe de strijd op het eind zal zijn, zooals wij ook niet weten hoe onze samenleving er later precies zal uitzien. Wij weten bijvoorbeeld niet of Nederland op dit beslissende moment niet zal inzien, dat het beter voor haar is om de overheersching op te geven en vrede te sluiten. Wij weten ook niet of dan intusschen het Westersch kapitalisme niet is ineengestort en het imperialisme vervangen door een economische verhouding Europa Azië van vrij ruilverkeer. Kortom, voor ons, voor elk mensch is de toekomst een gesloten boek: gesloten voor de vraag, hoe de laatste stap van het Indonesische volk naar de vrijheid zal zijn, gesloten ook voor de vraag wanneer het dien laatsten stap nemen zal. Wij weten slechts, dat er geen vrijheid kan zijn zonder het nationalisme, dus wakkeren wij het nationalisme aan; dat er geen vrijheid kan zijn zonder eenheid, dus beijveren wij ons voor de totstandkoming van de eenheid; dat er geen vrijheid kan zijn zonder macht, dus organiseeren wij de macht; dat er geen vrijheid kan zijn zonder machtsbewustzijn, dus wekken wij het machtsbewustzijn op. Wij weten, dat de vrijheid voorwaarden eischt, dus werkt de P.N.I. voor de vervulling van die voorwaarden. En wij weten ook, dat de vrijheid niet zoo maar uit den hemel komt vallen, maar dat zij is de vrucht van lang, hard en moeizaam werken door en via tientallen politieke, economische en sociale concessies, die ons niet zoo maar uit den hemel komen vallen, maar die stuk voor stuk afgedwongen zullen moeten worden met ,,moreel geweld". Deze weg via de tientallen concessies, Edelachtbare Heeren Rechters, is het dien wij bedoelen met de woorden, dat die laatste stap nog ligt in een ,,ver verschiet niet, zooals het A.I.D. met een verbazende uitleg" kunst het meent te weten, ,,na eeuwen". Neen! Indien wij zeggen dat die laatste stap nog ,,zoo ver in het verschiet ligt, dat men zich daaromtrent nog niets gerealiseerd heeft", bedoelen wij er niet mee, iets te zeggen omtrent het tijdstip of de chronologie daarvan. Omtrent het tijdstip, omtrent het wanneer van den laatsten stap kunnen wij niets weten, en in het verhoor hebben wij gezegd ,,het zelfs bij benadering niet te weten. Inderdaad, Edelachtbare Heeren Rechters, wij weten niets omtrent het tijdstip van dezen laatsten stap! Wij weten niet of nog slechts enkele jaren ons daarvan scheiden of wel tientallen, misschien wel honderdtallen jaren! Met de woorden ,,ver verschiet" bedoelen wij, dat de afstand van het heden en den laatsten stap is een breed veld van concessies, welke wij alle stuk voor stuk bereikt moeten hebben door een machtige en wettelijke massa-actie. Omtrent den tijd, dien wi j noodig hebben om dit veld achter ons te hebben, omtrent den tijd, dien wij noodig hebben om al deze concessies te veroveren, hebben wij niets gezegd, dit hangt af van de kracht van onze organisatie, van de kracht van het ,,moreel geweld", dat wij kunnen voortbrengen. Hoe hechter onze organisatie, hoe grooter de kracht van ons moreel geweld, hoe meer concessies wij veroverd zullen hebben, hoe dichterbij ook de vrijheid! Welnu, de P.N.I. wenscht de kracht van haar moreel geweld steeds meer op te voeren, zij wenscht de concessies in den kortst mogelijken tijd te veroveren. Daarom is de P.N.I. een revolutionnaire partij, een partij, die de veranderingen in vlug tempo wenscht te brengen, een partij van ,,omvorming in snel tempo". Edelachtbare Heeren Rechters, wij herhalen het: omtrent de vraag wat die laatste stap zal zijn, weten wij niets, evenmin omtrent het tijdstip daarvan. Wij weten alleen, dat wij-van-de-P.N.I. den opstand niet opzettelijk wenschen, nu niet en later niet, wij hopen vurig dat er geen bloedvergieten zal zijn, en wij zullen alles in het werk stellen om bloedvergieten te vermijden!
Wij van de P.N.I., Edelachtbare Heeren Rechters, wij wenschen geen bloedvergieten, maar wij weten dit niet van het imperialisme! Aan de imperialisten zijn wij niet moede te waarschuwen met oprecht hart: ,, Drukt het volk niet al te zeer in de ellende, brengt het volk niet in vertwijfeling, bespot het streven van het volk niet. Want de revolutie is geen menschenmaaksel, niet het maaksel van samenzweerders, revolutie is het product van de samenleving, die bijna verstikt wordt door de ellende, het is het product van een op sterven zijnde maatschappij. De menschen kunnen geen revolutie maken wanneer zij willen, de menschen kunnen evenmin de revolutie tegenhouden indien het te laat is. Wij van de Partai Nasional Indonesia, wij zijn wel revolutionnairen, maar wij zijn geen opstandmakers. Wij zullen alles in het werk stellen om bloedvergieten te voorkomen! Maar gij, imperialisten, gij zijt het, die overal ellende verspreidt, gij zijt het die onze samenleving verstikt, gij zijt het die het zaad van de revolutie zaait. Voor U past hetgeen Dr. van den Berg van Eysinga schrijft: ,,De eigenlijke scheppers der revolutie.... zijn in den gang der huidige geschiedenis, de z.g. ,,ordelijke burgers, zij hebben het wonderlijke lichaam van samenleving en cultuur ziek gemaakt, en zij hebben het, doordat zij enkel dachten aan zichzelve, om hun belang en winst." 61) ,,Voordat het te laat is houdt op met uw helsch werk het volk nog meer naar de ellende toe te drijven, schenkt ernstige aandacht aan de wenschen van het volk, want indien door uw blinde winstzucht het revolutiespook straks woeden gaat, indien door uw helsche daden de revolutie zichzelf schept, dan kunnen zelfs duizend P.N.I.'s het niet meer tegenhouden, dan kan geen menschenmacht haar meer tegenhouden.

Karl Kautsky schrijft:
,,Wij weten.... dat het evenmin in onze macht is deze revolutie te maken als in die onzer tegenstanders ze te verhinderen." 62)

En Prof. Bluntschli waarschuwt:
,,Het eenige zekere middel om de revolutie te vermijden is de tijdige grondige hervorming.... Zoodra de hoop op hervorming in een krachtig volk ondergaat, vangt de vertwijfeling der revolutie aan. De hoofdschuld is bij de machthebbers.... niet bij de verkeerd geregeerde naties, die een natuurlijken en beteren rechtstoestand eischen. Het is daarom een onnoozele opvatting, wanneer de revoluties van onze eeuw voortdurend als het maakwerk van een troep samenzweerders worden voorgesteld."

Mogen de imperialisten deze waarschuwing ter harte nemen. Wij nationalisten van Indonesia, wij zullen steeds den vrede en de orde hooghouden. Wij wenschen, noch sturen op bloedvergieten aan; wij worden het integendeel niet moede den vrede en de orde te bewaren. Maar wij bezitten niet de kennis, noch de macht om dien laatsten stap van te voren vast te stellen. De macht daartoe is bij de imperialisten zelf. Zij zijn het ten slotte, die hierover te beslissen hebben, zij kunnen mogelijk bloedvergieten verhinderen.
Indonesia zal vrij worden! Dat Indonesia van Holland los komen zal, staat bij ons vast! Het is ook geen vraag meer voor elkeen, Indonesiër of Nederlander, die oprecht wil zijn. De geheele wereldgeschiedenis, de geheele geschiedenis van de menschheid kan geen enkel geval aanwijzen, waarin een volk eeuwig overheerscht wordt. Zij wijst integendeel telkens weer aan, dat elk volk zich altijd weer weet te bevrijden van zijn ketenen. Indien derhalve het Indonesische volk streeft naar het einde van de overheersching, indien de P.N.I. dit doet, indien wij allen om vrijheid roepen, dan doen het Indonesische volk, de P.N.I. en wij niets anders dan te vervullen onze historische taak, die nooit onjuist kan zijn. Maar de wijze waarop Indonesia vrij zal worden, de wijze waarop de overheerschingsketen los zal komen, ligt geheel in handen van de imperialisten. Niet aan ons, niet aan het Indonesische volk, maar aan het imperialisme en aan de imperialisten is het laatste woord!
 
 

1) Leidsch program.
2) Volgens onze overtuiging gaat de verdwijning van de vreemde regeering niet gepaard met de algeheele opheffing van het imperialisme. Het imperialisme in de beteekenis van ,,overheersching" verdwijnt, maar het imperialisme in de beteekenis van ,,beheersching" blijft.
3) Pag. 122.
4) Pag. 153.
5) ,,Domination et Colonisation", pag. 154.
6) Goblet: ,,L'Irlande dans la Crise Universelle", pag. 45.
7) Féry: ,,En Irlande", pag. 101.
8) Mazzini: ,,De plichten van den mensch", pag. 171 en 179.
9) Bij Okakura: ,,Die Ideale des Ostens", pag. 8.
10) Pag. 503.
11) Okakura, pag. 503.
12) Pag. 525.
13) Snouck Hurgronje: ,,Colijn over Indië", pag. 41.
14) Pag. 19.
15) Snouck Hurgronje: ,,Colijn over Indië", pag. 39.
16) Dagblad ,,De Locomotief", 5 November 1925.
17) Vleming: ,,Zonder Tropen geen Europa", pag. 72.
18) Bij Sneevliet ,,Proces", pag. 257.
19) De Kat Angelino: ,,Bestuursbeleid en bestuur in Ned. Indië", le deel, le ged.
20) Verg. Koch.,,Vakbeweging" 1927, pag. 570 en Van Gelderen ,,Voorlezingen" pag. 98 e.v.
21) Troelstra: ,,De S.D.A.P. Wat zij is en wat zij wil", 8e druk, pag 54.
22) Indon. voor Batavia
23) Mr. Troelstra: ,,De Soc. Dem. na den oorlog", 1921, pag. 17.
24) Rede 3 October 1928 voor de vereeniging voor volksontwikkeling te Amsterdam; zie -A.I.D. 4 Augustus 1930.
25) Quack: ,,Socialisten", V, pag. 317.
26) ,,De Weg der macht", pag. 57.
27) Voor een uitgebreider verklaring van de beteekenis van de woorden ,,revolutie", ,,.......... en ,,putsch", zie onze verklaringen bij het verhoor.
28) Bij Féry: ,,En Irlande", pag. 140.
29) Lothrop Stoddard: ,,The new World".
30) San Min Chu I, Shanghai 1928, pag. 55.
31) De cursusleden worden herinnerd aan de lessen over de ,,Phasenleer".
32) San Min Chu I, pag. 102, 122.
33) Vergelijk onze zienswijze met die van Hatta in ,,Indonesia vrij", en ook met die van Dr. Sun Yat Sen.
34) Pag. 175. 209. (Vertaling Steinmetz).
35) Pag. 207, 208.
36) ,,Java , II, pag. 193
37) ,,Nederlandsch Beheer", pag 52
38) ,,Soeloek Indonesia Moeda", Sept. Oct. 1928, pag. 274 275.
39) Aug. de Wit: ,,Natuur en menschen in Indië", pag, 90,
40) ,,Java", I, pag. 299.
41) Bij Sneevliet, Proces.
42) Pastoor v. Lith: ,,De politiek van Nederland ten opzichte van Ned. Indië. pag. 11.
43) Karl Kautsky: ,,Sozialismus und Kolonialpolitik", pag. 19.
44) De benaming van het communisme in den volksmond.
45) In de acte van beschuldiging wordt de P.N.I. genoemd de heimelijke opvolgster van de Partai Kommunis Indonesia.
46) Raffles: ,,Geschiedenis van Java , vertaling van de Sturler, 1836, pag. 116 en 140.
47) Prof. Veth: ,,Java", I, pag. 299.
48)  t.a.p. 19.
49)  t.a.p. 76.
50) Prof. Van Gelderen: Voorlezingen, pag. 122.
51) ,,Java", I, pag. 139.
52) G. P. Rouflaer: ,,Voornaamste Industrieën", pag. 2.
53) In Dr. Schriele's ,,Western influence", pag. 99.
54) Van Gelderen, voorlezingen, pag. 123
55) Kamerverhandelingen, 19 December 1929.
56) Karl Kautsky: ,,Der Weg zur Macht", pag. 29 e.v
57) Tot aan pag. 52.
58) De ,,Sarekat Hedjo" was een vereeniging, die opgericht werd als tegenwicht tegen de kommunistische Sarekat Rajat. Zij had daarom de volle sympathie van de regeering, vooral van de inheemsche regeeringsambtenaren
59) Kamerverhandelingen, 19 December 1919.
60) Verhandelingen Tweede Kamer, 21 December 1 922
61) Dr. v. d. Berg van Eysinga: ,,Revolutionnaire Cultuur", pag. 17.
62) Karl Kautsky: ,,Der Weg zur Macht", pag. 57.


[terug] [Weduwe van IndiŽ] [top]