Résumé

 
 

Edelachtbare Heeren Rechters!

 

te lang reeds hebben wij U opgehouden, wij wenschen nu te résumeeren hetgeen wij gezegd hebben:

Het imperialisme, dat wij bestrijden is een begrip, een neiging, een streven, een stelsel, een politiek van overheersching of beheersching van vreemde landen of de economie van vreemde volkeren.
Het imperialisme en ook het kapitalisme is geen regeering, geen vreemd volk, geen ambtenaar, geen lichaam, geen materie, het imperialisme en ook het kapitalisme is niets anders dan een neiging, een stelsel.
Indonesia heeft reeds meer dan 300 jaar dit imperialisme moeten ervaren, me er dan 300 jaar reeds wordt zij beheerscht, bezeten, geëxploiteerd door een imperialisme, eerst door een oud-imperialisme, nu door het modern-imperialisme. En het oude imperialisme èn het moderne imperialisme hebben de indonesische samenleving schade berokkend en ontwricht, beide beteekenen exploitatie en schandelijk groote drainage.
Daarom is het Indonesische leven tegenwoordig het leven van een ,,minimumlijdster", de Indonesische samenleving een samenleving van een ,,loontrekkend volk", het Indonesische volk een in ellende levend volk, geworden. En deze ellende, deze tranen van het volk, en niet onze ophitsing, niet de ophitsing van ,,opruiers", zijn de oorzaak van de volksbeweging, die ten slotte culmineerde in de P.N.I.-beweging, welke uitgaat van de gedachte, dat door het bestaan van belangentegenstellingen van sana dan sini, Indonesia en Nederland, een belangrijke voorwaarde voor het reconstrueeren van onze samenleving en voor het doen verdwijnen van het imperialisme, de politieke macht is, de nationale onafhankelijkheid.
Deze belangentegenstelling ook leidt ons tot de overtuiging, dat over het algemeen alle belangrijke verbeteringen slechts verkregen kunnen worden als resultaat van ons eigen werk, van ons eigen kunnen, van onze macht. Want het koloniale vraagstuk is geen rechts-, maar een machtsvraagstuk. Daarom wil de Partai Nasional Indonesia deze macht organiseeren; zij wenscht het volk te organiseeren langs wettelijken weg tot een krachtige machtsorganisatie, zij beijvert zich in dit werk van machtsvorming. Haar ziel is het laaiende Nationalisme, haar levensaderen zijn de vier door ons genoemde factoren, haar stoffelijk lichaam is de massa, het millioenenvolk. Met zulk een ziel, met zulke levens-aderen, met zulk een lichaam wordt straks deze volksorganisatie een geweldige macht, een almachtige reus. De P.N.I. brengt deze machtige reus het bewustzijn bij van zijn macht langs theoretischen en praktischen weg, door cursussen en publicaties en door allerlei daadwerkelijke acties, die het werkprogram ten uitvoer brengen.
Met deze macht en het machtsbewustzijn zal de Indonesische reus zeker de verbeteringen en concessies verkrijgen, welke ons ten slotte Indonesia Merdeka brengen zal!
Hieruit blijkt, dat de actie der P.N.I. niet de grenzen der wet overtreedt, hieruit blijkt, dat wij ons niet hebben schuldig gemaakt aan de ons bij artikel 169 W. v. S. ten laste gelegde feiten.
Zeer zeker berokkent de actie der P.N.I. nadeel aan het imperialisme en aan de imperialisten, zeer zeker brengt zij hun dividenden in gevaar, maar er is niets in haar, dat in strijd is met de wet.
Nooit hebben wij dus opzettelijk iets gedaan, dat door de wet verboden is, wij hebben ons niet schuldig gemaakt aan de ons ten laste gelegde feiten in dit proces. De onrust van den laatsten tijd is niet ons werk, noch zijn wij er de oorzaak van; wij hebben geen ,,vergif rondgestrooid", de onrust van den laatsten tijd heeft zijn grond in het geloof van het volk aan logenachtige berichten, in het werk van de der beweging vijandige, misdadige en lage individuen, in ieder geval in oorzaken, die geheel buiten de verantwoordelijkheid van de P.N.I. liggen.
Wij leiders der P.N.I., hebben steeds opgevoed tot orde en gepredikt het anti-geweld, zooals getuigd kan worden door de zes leiders, die deze cursussen hebben gevolgd en thans als getuigen optreden. Wij hebben hiertoe opgeleid, opdat onze menschen niet in de een of andere provocatie vliegen. Wij hebben het verstoren der openbare orde bedreigd met royement en hebben de bedreiging ten uitvoer gebracht op leden, die zich eraan vergrepen. Wij hebben de geruchten omtrent 1930 als leugens gesignaleerd en hebben het geloof daaraan, dat de onrust baarde, bestreden, wij hebben in openbare vergaderingen te Pekalongan, te Solo e.a., overal verklaard, dat wij slechts den wettelijken weg zouden betreden.
Wij hebben Mr. Ir. Kiewiet de Jonge onzen wensch te kennen gegeven, tot het houden van openbare vergaderingen om de geruchten omtrent 1930 te bestrijden en het volk buiten de P.N.I. op te voeden tot liefde voor orde. Wij hebben verzocht om meer intelligente en intellectueele spionnen, opdat onze actie en onze cursussen behoorlijk nagegaan en er geen onjuiste en sensationeele verslagen ingeleverd worden.
Kortom wij hebben steeds de orde en de wet gerespecteerd!
Zeker, wij erkennen, dat de machtsvorming der P.N.I. een machtsvorming is, welke de imperialisten rillingen door het lijf jaagt. Wij erkennen, dat onze taal radicaal is, vlammend van vertwijfeling en verontwaardiging door de ellende van het volk, met een gemoed laaiend van het vuur van het nationalisme. Wij zijn non-coöperator en revolutionnair.
Maar is het waarschijnlijk, is het mogelijk, dat wij ons schuldig hebben gemaakt aan het ons in dit proces ten laste gelegde? Wij, die bewijzen en aanwijzingen voor het tegendeel hebben gegeven? Wij, die op het standpunt staan en den wensch hebben, gelijk wij hierboven gezegd hebben, dat wij orde en vrede liefhebben?
Is het waarschijnlijk, Edelachtbare Heeren Rechters, is het mogelijk, dat wij plotseling den opzet zouden hebben om de openbare orde, het gezag te bedreigen of ons te vergrijpen aan de feiten, bedoeld in artikel 169?
Alsof er geen recht meer bestond, werden wij, die steeds den vrede predikten, die zulk een zuiver en heilig doel voor oogen hebben, zooals wij het Mr Ir. Kiewiet de Jonge hebben uiteengezet, gegrepen en in de gevangenis geworpen, opgesloten in een cel van lhX24 meter gedurende driehonderd en dertig dagen. Ons werd in den eersten tijd vergund de zon tweemaal twee uur per dag te zien, wij werden aan den rand van den afgrond gebracht.... En toch.... hoe vaak en steeds weer hebben wij ook door middel van Mr. Ir. Kiewiet de Jonge in het begin van het jaar 1929, aan de regeering gezegd: ,,Geef ons de gelegenheid om de krachten van het volk te organiseeren. Indien er dan iets gebeurt, dan nemen wij de verantwoordelijkheid op ons, dan bieden wij aan, in verbanning te gaan". Hebben wij hiermede niet steeds weer bewezen, dat wij slechts de bedoeling hebben het volk te organiseeren tot een alvermogende macht, zonder den opzet de wet te willen overtreden!
En voor den laatsten keer vragen wij: is het waarschijnlïjk, dat iemand, die zichzelf aangeboden heeft om de verbanning in te gaan, indien er iets onwettelijks onder zijn verantwoording gebeurt, den opzet kan hebben zich schuldig te maken aan de dingen, die ons in dit proces thans ten laste worden gelegd? 


[terug] [Weduwe van Indië] [top]