Uit Ewald Vanvugt, Nestbevuilers
Zie ook Vanvugt, Nieuw Zwartboek van Nederland overzee (uitg. Aspekt 2011).


portret van Willem van Hogendorp

Willem van Hogendorp (vader)

(1736-1784)

 

 

Stichter van het Bataviaasch Genootschap

Willem van Hogendorp, een Rotterdamse patriciër, was verloofd met Caroline van Haren, dochter van Onno Zwier van Haren. In 1760 viel Willem, in samenspel met andere familieleden, zijn toekomstige schoonvader hard aan met de beschuldiging van incest met twee dochters. Een biograaf: `Willem komt uit het schandaal te voorschijn als een huichelachtige jongeman, die de ondergang van zijn schoonvader tot eigen voordeel weet uit te buiten.'(1)

Als zijn fortuin - of liever dat van zijn vrouw - in de economische crisis van 1772 verloren gaat, vertrekt hij naar Indië, waar hij in de trant van die tijd als VOC-directeur zijn vermogen met bekwame spoed weet te herstellen.(2) De doorsnee-koloniaal Willem van Hogendorp heeft als schrijver van de novelle Kraspoekol en mede-oprichter van het Bataviaasch Genootschap voor Kunsten en Wetenschap een plaats in deze eregalerij verdiend.

In de achttiende eeuw beleefde Europa een opleving en vernieuwing van de wetenschap. Meer mensen raakten betrokken bij de beoefening van wetenschappen en zij richtten in verschillende landen `geleerde genootschappen' op. Een daarvan was de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, gesticht in Haarlem in 1752. In deze Maatschappij ontstond het plan een afdeling in Batavia op te zetten. Bij nader inzien werd besloten in die stad een onafhankelijke vereniging in het leven te roepen: het Bataviaasch Genootschap. Vanaf het begin in 1778 werd de vereniging georganiseerd als een semi-officieel lichaam. Dit was het eerste uit de westerse Verlichting voortgekomen `geleerde genootschap' in Azië. In het bestuur hebben altijd één of meer leden van de Indische regering zitting gehad: zo bestond een sterk contact met de overheid terwijl het karakter van particuliere instelling bewaard bleef. De herenclub heeft een tijdschrift, een bibliotheek en een museum gesticht. In de komende anderhalve eeuw hebben de leden van het Bataviaasch Genootschap ervoor gezorgd dat niet alle Indische buitjuwelen in de smeltkroes en niet alle koloniale oorlogen in het vergeetboek verdwenen. Talrijke souvenirs van de koloniale oorlogen hebben zij ondergebracht in Nederlandse musea en bibliotheken. Deze heren met belangstelling voor de wetenschap bevorderde een klimaat van vrije discussie.

Willem van Hogendorp was als gouverneur van de compagniespakhuizen op het eilandje Onrust een schelm. Als mede-oprichter van het Bataviaasch Genootschap, propagandist voor de koepokinenting en literator was hij de onbetwiste leider van het intellectuele leven in de kolonie.(3) Een biograaf: `Zakelijke schelmerij aan de ene kant, intelectueel overwicht aan de andere kant - kan men zich een beter middel indenken om zich in het oude Batavia vijanden te maken?'(4) Willem van Hogendorp is in de kritische traditie niet de sterkste, wel een onmisbare schakel. Hij is een van de vele bestuurders die naar hartelust meededen aan de zelfverrijking, en een van de weinigen die een bibliotheek en een museum hielpen oprichten.

In 1785 ging hij terug naar Nederland. Bij zijn vertrek uit Batavia moet de dominee van die stad geroepen hebben: `Als deze man veilig in Nederland aankomt, kan ik niet meer in een rechtvaardige God geloven!' De dominee werd op zijn wenken bediend. Bij Kaap de Goede Hoop verging het schip met man en muis. Volgens sommigen was het te zwaar met roofbuit beladen... Het verhaal is apocrief maar het typeert de reputatie die hij in Indië achterliet.

Zijn vernederde schoonvader Onno Zwier van Haren had een toneelstuk geschreven dat op Java is gesitueerd: Agon, Sultan van Bantam. Willem van Hogendorp publiceerde in 1780 een novelle die ook op Java speelt, genoemd naar de hoofdpersoon Kraspoekol ('Sla-hard'), een Indische dame in Batavia die haar slaven gewetenloos mishandelt. Als Kraspoekol een slavin laat aftuigen die met de huisjongen getrouwd is, maakt de jongen amok en vermoordt de slavenhoudster. Kraspoekol sterft berouwvol in de armen van haar goede zwager. De schrijver richtte zich met zijn vermaan tot `lieden van derde of vierde rang', en van hen maar een deel; want in het algemeen vond hij de behandeling van de slaven in Indië `beter dan in enig andere bezitting der andere Europese volken'. Willems larmoyante zedeschets is op één punt een voorbode van het werk van zijn zoon Dirk, als hij opmerkt: `Hoe lang zal de Europese hoogmoed ons verblinden omtrent de innerlijke goede hoedanigheden van mensen die door list of geweld slaven zijn gemaakt en, volgens de wetten der natuur, zo vrij zijn als wij?'(5)

Publikaties:

Kraspoekol of de Droevige gevolgen van een te vergaande Strengheid jegens de Slaaven - een zedekundige vertelling (Batavia 1779).

Noten

1 Van 't Veer 1958: 19

2 J. A. Sillema, Dirk van Hoogendorp (1890)

3 H. van Hogendorp, Willem van Hogendorp in Nederlandsch-Indië (1913)

4 Van 't Veer 1958, p. 19

5 Van 't Veer 1958: 38-39


[terug] [Weduwe van Indië] [Ewald Vanvugt homepage] [top]