Uit Ewald Vanvugt, Nestbevuilers
Zie ook Vanvugt, Nieuw Zwartboek van Nederland overzee (uitg. Aspekt 2011).


Portret van Jacob Campo Weyerman

Jacob Campo Weyerman

(1677-1747)

 

 

Een struikrover met de pen

Over Weyerman zijn alle bronnen het eens: hij voerde een `gouden' pen en een 'treffend' penseel, maar tot op hoge leeftijd hield hij lichtzinnig en karakterloos de rol van Tijl Uilenspiegel vol. Een biograaf: `Hij is van jongsaf een afschuwelijk voorbeeld van ondeugden geweest, schoon hem geen vernuft noch bekwaamheid ontbrak om met eer door de Wereld te raken.' Zijn moeder, Lys St. Mourel, was een navolgster geweest van de chevalier d'Eon, de historische als soldaat vermomde vrouw. Zijn moeder had als tamboer te velde ettelijke belegeringen bijgewoond en was al tot onderofficier bevorderd, toen een verwonding haar sekse blootgaf. Nu moest zij het leger uit. Prins-stadhouder Willem III beloonde haar manshaftige karakter met een jaargeld van tweehonderd gulden.

Weyermans vader was een gewezen lakei. Jacob werd in Breda geboren, waar zijn ouders een gaarkeuken dreven. Na lessen bij de schilder Thomas van der Wilt in Delft was hij al rond zijn achttiende een uitmuntend schilder van bloem- en fruitstukken. Maar Jacob wilde niet deugen. In heel de Baronie van Breda brak hij meisjesharten, en daarna in Antwerpen, Parijs en Rome. Groots en rijk wilde hij leven. In Zeldzaame Levensgevallen van J.C. Weyerman (uit 1758) staat zijn schelmenbestaan opgetekend. Hij kwam terug naar Nederland en ontdekte dat zijn pen hem meer kon opbrengen dan zijn penseel. Zijn Leevens van Nederlandsche konstschildersen Brabantsche Voyage brachten genoeg op om zijn schuldeisers in Breda te betalen. Uit latere processtukken, toen hij in Den Haa g gevangen zat, blijkt dat hij en Johanna Ernst al in juni 1703 door een trouwbelofte met elkaar waren verbonden, maar pas in maart 1727 - nadat hij in bijna een kwart eeuw tarijke harten brak - zijn zij als bruid en bruidegom verschenen voor de schout en schepenen van Nijenrode bij Breukelen, vergezeld door hun twee wettige zonen Jacob en Hendrik. Later kreeg het paar nog een dochter, Johanna Ernst.

Vanaf 1718 woonde Weyerman in Amsterdam en publiceerde een stapel brochures en tijdschriften waarin hij bekende personen en zaken op de hak nam. Maar al werd hij gelezen, het bracht te weinig inkomsten. Nu liet hij via zijn vele relaties aan notabelen heim elijk weten dat ze beter konden betalen dan zich te laten tentoonstellen. Zijn weekblaadje, de Amsterdamsche Hermes, later verschenen onder tal van titels, was een orgaan tot chantage. Uit een overzicht van zijn werk voor de periodieke pers blijkt dat hij eerder pamflettist dan journalist was, en dat zijn geschriften behoren tot de soort die Voltaire `les excréments de la literature' noemde. (1)

Door zijn intrigues en paskwillen kreeg hij veel vijanden. Zijn aartsvijand werd de gewezen Indische predikant Hogerwaart. In Indië waren al spotdichten geschreven op dominee Wilhelmus Hogerwaart, die als een arm man naar Java kwam (hij studeerde op een beurs) en daar genoeg had vergaard om het landgoed `Waverveen en Valkenstein' te kopen. Een anonieme brief waarschuwde hem dat de beroemde schrijver Campo Weyerman over zijn levensloop in Indië een boek ging schrijven. Ook zou er een drama worden uitgegeven met hem als hoofdpersoon, verrijkt met zijn portret en ophelderende noten. Zijn achting en fatsoen in de wereld stonden op het spel, of hij moest spoedig een zekere financiële tegemoetkoming doen. Maar de bedreigde godsdienstleraar, in plaats van te betalen, stelde de brief in handen van de fiskaal bij het Hof van Holland. Weyerman kon zich in Den Haag niet meer vertonen.

Allerhande met name genoemde of half beschreven personen voelden zich hulpeloos, maar toen hij de Vereenigde Oost-Indische Compagnie aanviel, kreeg hij een te machtige vijand. Zijn schimpdicht Eenige aanmerkingen weegens d'overeenkomst tussen de Roomsche Inquisitie en d'Oostindische Maatschappij bestond uit veertien zesregelige strofen. De justitie van het Hof van Holland, de VOC, dominee Hogerwaart en nog anderen werden scherp en hatelijk belicht. Toen Weyerman in 1738 Vianen werd uitgezet, loerden zijn vijanden op hem en namen hem gevangen. In afwachting van zijn proces zat hij in de Gevangenpoort in Den Haag. Tussen de folterinstrumenten voelde hij zich niet pluis. Geen wonder dat hij opnieuw met zijn pen zijn leven wilde besturen. Van losbol werd hij kwezel. Met stichtelijke traktaten probeerde hij zijn rechters te beïnvloeden. Tevergeefs, want in juli 1739 werd hij op grond van `lasterlijke personaliteiten, vervat in zyn weeklijksche papieren en verregaande Paskwillen, gemaakt op verscheidene aanzienlijke collegiën en steden, alsmede sommige ongeteekende brieven, aan eenige personen door hem geschreven' veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, te ondergaan in de Haagse Gevangenpoort. Acht jaar later, in 1747, stierf hij daar.

Het gewraakte schimpdicht is op twaalf regels na uitgewist in de stilte van zijn landgenoten. In het gedrukte vonnis zijn de twee beginstrofen overgeleverd. (2) Had hij geschillen met de VOC? Of werd hij betaald om over dit machtig college iets onaangenaams te zeggen? Het is niet bekend. Hij had zijn nest bevuild met `les excréments de la literature' en het was niet in een papieren wereld dat hij daarvoor moest boeten.

Overeenkomst tussen de Roomsche Inquisitie en d'Oostindische Maatschappij

I
'Wat baet het Bataviers, dat Willem Neerlants stranden,
Ontsloeg uit Romens dwang en Spanjes heerschappij,
Nu dat een Alba's Raad, misdoopt een maatschappij
De vrygevochten Tuin van meet af aan doet branden;
Leicesters eeuw herleeft, d'aloude vryheid trilt,
En 't recht word over 't paard van eed en eer getilt.

II
De Maatschappij van d'Oost schijnt Themis roe ontdoken,
En 't blijkt; alzoo het Hof en oor en oogen sluit,
Op 't gulde nachtmuziek van Hermes' dievefluit,
Wyl Argus, schelms verschalkt, den gorgel werd doorstoken,
d'Aloude Deugd vervalt geheelelijck in ly
En d'Ondeugd kletst de zweep bij d'Ooster Maatschappy.'

Publikaties: Den Adelaar no. 5 (29 maart 1735) Literatuur: Kalff 1905, pp. 127-158.
P. Altena, `Utrechtse notities over leven en werk van Jacob Campo Weyerman' in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman (1993).
Het Genootschap Jacob Campo Weyerman publiceert geregeld nieuwe mededelingen. Noten

1 Kalff 1905, p. 138;
Maarten Schneider, De Nederlandse krant. Van `Nieuwstydinghe' tot dagblad (1943) p. 83-86.

2 Sententie van den Hove van Holland, tegen Jacob Campo Weyerman. Gepronuncieert den 22 July 1 739 ('s-Gravenhage, gedrukt bij Paulius en Isaac Scheltus).

Links

Stichting Jacob Campo Weyerman

Jacob Campo Weyerman Foundation


[terug] [Weduwe van Indië] [Ewald Vanvugt homepage] [top]