Aan de procureur-generaal
Mr. Th. B. ten Kate

24 mei 1993

Ondergetekende, Nederlands staatsburger, journalist, aangesloten bij de N.V.J., verzoekt vervolging te willen instellen op grond van Artikel 178 der Grondwet, alsmede Artikel 92 der wet op de Rechterlijke Organisatie respectievelijk, van de minister-president, de heer Lubbers, van E.E.G. commissaris van den Broek, van de heer Bentinck van Schoonheten, prive secretaris van H.M. de Koningin, van voormalig rijksambtenaar en wapensmokkelaar, Klaas de Jonge, en van de heer Doctors van Leeuwen, directeur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Alle hier genoemde dienaren van de staat hebben zich schuldig gemaakt aan bedrog jegens alle burgers, jegens het parlement, hebben gehandeld in strijd met de grondwet, hebben de positie van de H.M. de Koningin verontachtzaamd en zelfs geschonden, handelden in strijd met het internationale rechtsgebruik tussen souvereine staten, en hebben zodoende ook de nederlandse verplichtingen jegens het Handvest van de Verenigde Naties ernstig geschonden. Genoemde vijf heren hebben zich geleend tot het bevorderen van terrorisme in een ander lid-staat van de U.N.O. en niet geaarzeld H. M. de Koningin bij hun onwettige gedrag en daden te betrekken ten einde dezen met man en macht aan het oog van de gemeenschap te kunnen ontrekken. Dat ik mij tot U als rechtspersoon richt is het gevolg van het feit, dat het machts-apparaat van de staat is ingezet om alle betrokken partijen tot het extreme te muilkorven. Niet alleen ik, maar ook De Volkskrant en de Telegraaf zijn bewust misleid of onder druk gezet om te voorkomen dat het vanuit Den Haag bevorderde terrorisme jegens Zuid Afrika geheim zou blijven.

Nadat Klaas de Jonge in 1985 op heterdaad werd betrapt om het ondergrondse leger van het A.N.C. aan middelen te helpen, welke voornamelijk door Communistische staten werden geleverd, terwijl ook de Lybische leider Qadaffi, en de Cubaanse leider Fidel Castro en Yasser Arafat van de P.L.O. zich bij deze activiteiten aansloten, pendelde de Jonge, door de heer van den Broek voorzien van een diplomatiek paspoort, met oorlogstuig Zuid Afrika binnen om de oppositie in staat te stellen blanke boeren op te blazen bij sport- stadions en winkel-centra. De Jonge was echter in vreemde staatsdienst getreden, werd en door Zimbabwe betaald en na rijp beraad mocht hij zijn wedde van het ministerie van Buitenlandse Zaken bovendien behouden en had dus zijn Nederlanderschap verloren. Zuid Afrika, dat nauw samenwerkt met de Israelische geheime diensten, deinsde aanvankelijk terug voor een arrestatie van een Nederlandse "diplomaat", gedachtig aan de traditionele banden tussen Afrikaner en Nederlander zoals het zenden van een oorlogsbodem door koningin Wilhelmina om president Paul Kruger in bescherming te nemen. Men besefte in Pretoria dat dienaren van haar kleindochter zich met terreur tegen de Afrikaner bezig hielden.

Toen de arrestatie van de Jonge in 1985 niet langer kon worden uitgesteld zaten de superieuren van de man in de tang. Ten einde te voorkomen dat er in Pretoria een openbaar proces zou worden gevoerd tegen een van Nederlandse overheidszijde gesanctioneerde "franc tireur", besloten Lubbers en van den Broek H.M. de Koningin een decreet voor te leggen waarbij de Jonge als de bliksem zijn Nederlanderschap zou worden hergeven, opdat Pretoria verplicht kon worden de arrestant terug te brengen in de Nederlandse ambassade. De heer Lubbers is de eerste man in het koninkrijk die behoort te waken over het wel en wee van het Huis van Oranje. Lubbers en van den Broek, eenmaal in de Zuidafrikaanse tang genomen, wasten hun vuile handen door dezen via een koninklijke handtekening verder te proberen af te dekken. Nederland was immers niet met Zuid Afrika in oorlog? Den Haag sympathiseerde met het ondergrondse bevrijdingsleger. Het optreden van Lubbers en van den Broek raakte steeds meer op gespannen voet met het landsbelang, waarbij men niet aarzelde de onschendbaarheid van H.M. de Koningin in het geding te brengen door haar indirect medeplichtig te maken aan vanuit Den Haag bevorderde terreurdaden in Zuid Afrika. Daar bleef het echter niet bij.

Onder leiding van zaakgelastigde baron Bentinck, mede op instructie van van den Broek, werd de Jonge binnen het ambassadegebouw zoveel vrijheid toegestaan, dat in de woorden van een hooggeplaatste autoriteit in Pretoria, "Uw ambassade veranderde in een postkantoor voor het door ons verboden A.N.C." Pretoria lichtte ten einde raad de Koninklijke Mareschaussee hier in, welke in het koninkrijk het koningshuis beschermt. Twee harer ambtenaren constateerden vervolgens ter plekke, dat wat zich binnen het ambassade gebouw afspeelde alle internationale rechtsnormen overschreed. Hiervoor waren dus op de eerste plaats de heren van den Broek en Bentinck verantwoordelijk. De staat werd mondeling en schriftelijk door de Koninklijke mareschaussee geinformeerd. Hierop werden inderdaad zo onopvallend mogelijk door van den Broek mutatie's aangebracht. De heer Bentinck verdween naar Parijs. Zijn secretaresse van toen werkt nu in een winkel op Schiphol. Een loge van de secretaresse, die namens de anti-apartheidsbeweging in Zuid Afrika was, ging in lucht op. Op dat moment werd "de Telegraaf" door de overheid dringend geadviseerd haar plicht jegens de lezers op te schorten, de vrijheid van de pers op te schorten, en te zwijgen. Daar bleef het niet bij.

In 1991 zou de heer Quarles het paleis gaan verlaten. Hare Majesteit verzocht de heer van den Broek om een vervanging van onbesproken gedrag om als haar prive secretaris te gaan optreden. Klaas de Jonge voordragen ging blijkbaar zelfs Lubbers en van den Broek te ver, het werd - en is tot op de dag van vandaag - de heer Bentinck, wat gezien de Koninklijke Mareschausse over deze meneer had gemeld, in bepaalde Haagse kringen onaangename verbazing wekte. De Koningin is onschendbaar. Toen de Jonge gesauveerd diende te worden om Lubbers en van den Broek te redden kon het staathoofd niet anders dan het haar voorgelegde decreet tekenen op ministerieel advies. Maar wie zij als secretaris dagelijks over de vloer heeft besluit zij uiteindelijk zelf. Waarom accrediteerde zij Bentinck aan de hofhouding waarbij haar eigen politionele bescherming, de Koninklijke Mareschaussee op zijn minst had gemeld, dat hij medeplichtig was geweest aan onprofessioneel en voor het koninkrijk schadelijk gedrag in Zuid Afrika?

Ik meen, als meerderjarig slachtoffer van overheidsterreur om te voorkomen dat ik mijn beroep, zoals van een onafhankelijk journalist mag worden verwacht, zou uitoefenen, dat ik het recht en de plicht heb de onrechtmatige bewuste overheids-censuur te omzeilen en om bovenstaande vervolgingen te verzoeken. Daarnaast staat vast dat de heer Docters van Leeuwen niet alleen liegt of het gedrukt staat bij de uitoefening van zijn beroep, maar dit ook doet jegens het parlement, zoals tegen het kamerlid Piet Stoffelen van de P.v.d.A. Ook hij handelt in strijd met de wet onder verantwoordelijkheid van mevrouw Dales, die hiervan op de hoogte is.

Ter ondersteuning van mijn verzoek vraag ik U in een eerste ronde te doen horen luitenant generaal S.J.J. Smit van de misdaad afdeling der Zuid Afrikaanse politie, diens chef de kabinet kapitein Vos, en de voormalige veiligheids beambte bij de S.A.B.C. Paul Bijvoet, alsmede generaal majoor P.H. Groenewald van de militaire inlichtingendienst te Pretoria. Ook de kolonels Basson en Rudfin van het onderzoek team van generaal Smit te Johannesburg dient te worden gehoord. Daarnaast generaal majoor Hans Rademaker, kapitein Arie van de Kerkhof en de heren Harry de Jong en Henk Steenis van de Koninklijke Mareschaussee, alsmede de heer Doctors van Leeuwen. Collega's Jan Tromp, Jos Slats en Arnold Burlage kunnen nader licht werpen op de pers-breidel door de overheid ten einde bovenstaande gegevens burgers en parlement te onthouden.

Ik meen hiermee te handelen in het nationaal belang in een zaak, die de fundamenten van de staat en de democratie raakt. De positie van het staatshoofd werd in gevaar gebracht. De pers vrijheid geschonden. Internationale rechtsregels met voeten vertreden. Men heeft getracht met het verwijderen van de heer van de Broek naar Brussel, te voorkomen dat het Nederlandse publiek, en de kiezer in het bijzonder, op de hoogte zou komen van wat zich in de naam van het koninkrijk jegens Zuid Afrika heeft afgespeeld. **)

met verschuldigde eerbied

w.g. Willem Oltmans

**) Morgen zal ik per brief nadere gegevens aan de Vaste Kamer Commissie van Buitenlandse Zaken toezenden en in het midden van de week op een pers-conferentie ook deze brief en het verzoek om vervolging daarin vervat nader toelichten.


[terug]