Beslissing van de openbare aanklager van de Republiek Indonesia nummer: 061/6/1988 aangaande een verbod op het gedrukte werk/boek en verspreiding van de historische roman getiteld Het Glazen Huis geschreven door Pramoedya Ananta Toer

Overwegende

a. dat het gedrukte werk/boek getiteld Het Glazen Huis, een historische novelle geschreven door Pramoedya Ananta Toer, gepubliceerd door Hasta Mitra, Jakarta, en gedrukt door PT Desanti Grafika, Jakarta, door zijn inhoud reeds reacties heeft opgewekt in verschillende kringen onder het publiek die zijn ontwikkeld tot het punt waarop zij de openbare orde kunnen verstoren.

b. dat de inhoud van het boek, na zorgvuldige en nauwkeurige studie, duidelijk is doordrenkt, door de grote bekwaamheid en geraffineerdheid van de pen des schrijvers op een erg verfijnde manier.

c. dat de inhoud van de historische roman "Het Glazen Huis" duidelijk een overtreding is van de Voorlopige Volksraadplegende Vergadering Resolutie Nummer XXV/1966 van vijf juli 1966 inzake de ontbinding van de Indonesische Communistische Partij, namelijk, de verklaringen dat het een verboden organisatie is in de gehele Republiek van Indonesia en dat er een verbod rust op elke activiteit die het Communistische/Marxistische-Leninistische gedachtengoed en onderwijs, verbonden met artikel 3 van MPR- Resolutie no.5/1973 van 22 Maart 1973 inzake de beoordeling van producten die de vorm hebben aangenomen van Voorlopige Volksraadplegende Vergadering Resolutie en in verbinding met artikel 1 van MPR resolutie no.IX/1978 van 22 Maart 1978.

d. dat gebaseerd op bovenstaande overwegingen a, b, en c het nodig is om een Beslissing van de Hoofd Officier van Justitie van de Republiek Indonesia te publiceren inzake het verbod op het voornoemde drukwerk/boek.

Aanroepende:

1. Voorlopige Volksraadplegende Vergadering Nummer XXV/1966 van 5 Juli 1966 inzake de ontbinding van de Indonesische Communistische Partij, namelijk, de verklaringen dat het een verboden organisatie is door de gehele Republiek Indonesia en dat er een verbod rust op elke activiteit die het Communistische/Marxistische-Leninistische gedachtengoed verspreid of onderwijst, in verbinding met Artikel 3 van MPR Resolutie No.5/1973 van 22 Maart 1973 inzake de beoordeling van producten die de vorm hebben aangenomen van Voorlopige Volksraadplegende Vergadering Resolutie en in verbinding met artikel 1 van MPR resolutie no.IX/1978 van 22 Maart 1978.

2. Artikel 2, clausule 2 van Wet Nummer 15/1961 inzake Grond Bepalingen Voor de Taak van de Hoofd Officier van Justitie in de Republiek Indonesia.

3. Artikel 1 van Wet Nummer 4/Presidentieële Verordening/1963 inzake Beveiliging Tegen Drukwerk en Teksten die de Openbare Orde Kunnen Verstoren.

4. Beslissing No.65/M van de President van de Republiek Indonesia inzake de benoeming van de Hoofd Officier van Justitie van de Republiek Indonesia.

Kennis genomen hebbende van:

De meningen en suggesties van de Politie en Veiligheid Co÷rdinerende Minister, de Minister van Binnenlandse Zaken, de Informatie Minister, de Opperbevelhebber van het operationele Commando voor de restauratie van de Openbare Orde en Veiligheid, en het Hoofd van de Inlichtingen Coördinatie Raad.

OORDEELT:

te beslissen:

Bijzonderheden van het complex van problemen betreffende het verbod op en verspreiding van het boek getiteld "Het Glazen Huis" geschreven door Pramoedya Ananta Toer

1) Het is gebaseerd op Resolutie no. 25/1966 van de Voorlopige Raadgevende Volksvergadering die de Indonesische Communistische Partij ontbond en het tot een verboden organisatie verklaarde in de gehele Republiek Indonesia en die elke aktiviteit verbood die het Communistische/Marxistische gedachtengoed verspreid of ontwikkeld of onderwijs tegengesteld aan de Pancasila.

2) Groepen van elke aard ge´nspireerd door het Communistische/Marxistische-Leninistische gedachtengoed in Indonesia worden beschouwd als een latent gevaar omdat voornoemde groepen altijd op verschillende manieren zullen streven naar het herleven van het Communistische gedachtengoed in Indonesia.

Een van de middelen die voornoemde Communistische groepen gebruiken in de context van het laten herleven van het Communisme is het schrijven van artikelen, stukken in tijdschriften en bulletins, boeken en ander drukwerk met gebruikmaking van versluierde methoden en met goed gekomponeerd woordgebruik die voor het publiek prettig om te lezen is. Het boek "Het Glazen Huis" geschreven door Pramoedya Ananta Toer is zulk een poging. In aanvulling op "Het Glazen Huis" heeft Pramoedya Ananta Toer eerder andere boeken geschreven en laten uitgeven die ook het Communistische/Marxistisch-Leninistische gedachtengoed en onderwijs bevatten waarvan de verspreiding ook is verboden door de Hoofd officier van Justitie van de Republiek Indonesia en wel de volgende:

a. De boeken "Aarde der mensen" en "Kind van alle volken" verboden bij de beslissing nummer 052/5/1981 van 29 Mei 1981 van de Hoofdofficier van Justitie.

b. De boeken "Voetsporen" en "De Pioneer" verboden bij beslissing 086/5/1986 van 1 mei 1986 van de Hoofdofficier van Justitie.

4) De inhoud van het boek "Het Glazen Huis" geschreven door Pramoedya Ananta Toer:

a. In dit boek, het vierde in een serie, heeft Pramoedya Ananta Toer met zijn schrijversbekwaamheid opmerkingen, dialogen en verklaringen gekomponeerd die agitatief en propagandistisch van aard zijn, vergezeld van Communistische ideologie en lessen in versluierde en geraffineerde maar niettemin fundamentele vorm.

b. De genoemde uitdrukkingen en dialogen zijn onder andere de volgende:

1. Dialogen die beschouwd kunnen worden als religie-ondermijnend:

"Waarom zo sentimenteel over de dood? Omdat we in onze jeugd worden volgepompt met verhalen over duivels, engelen, hel en hemel? Het zijn allemaal interpretaties, en interpretaties blijven interprtaties." (blz.37)

"Alle grote stinkvissen scholen samen als uitvoerders van het gezag. Alle kleine stinkvissen verspreiden zich in het leven en stinken dapper mee." (blz.48)

"Ik was een vormloze luis, verpakt in een uniform. Wat voor leven was dit? Maar omwille van mijn baan, en omwille van allerlei anderen dingen, ging ik toch naar Buitenzorg. Ik nam een peloton van de plaatselijke politie mee en arresteerde hem." (blz.47)

"Ook in zijn nederlaag bleef hij groots. Onaantastbaar. Een man die zo trots het verlies van zijn vrijheid accepteerde, zou het verlies van alles wat hem nog restte met even veel trots accepteren." (blz.48)

"En juist door haar liefde en haar trouw voelde ik me steeds meer in het nauw gebracht in mijn werk, dat in strijd was met mijn geweten." (blz.61)

"Maar nu ging het leven dus verkeerd. De tijden waren veranderd. Ik werd in hoek gedrukt. Om hun geluk te kunnen bekostigen, moest ik alle mooie en schone lessen vergeten, alle waarden vergeten." (blz.62)

"Zo was mijn werk bij de politie tegelijk een bron van inkomsten en een kooi geworden." (blz.64)

"Jullie vernietigen ons omdat jullie ons als misdadigers beschouwen. Jullie hier zijn officieële misdadigers, wij zijn de onofficieele." (blz.100)

"In werkelijkheid hebben alleen de sterken het recht om over leven en dood te beslissen, en over alles. Dat de sterken het recht hebben om vast te stellen wat goed en fout is, wat rechtvaardigheid en wat willekeur is, wat goed en wat slecht is. Wie sterk is, kan alles doen tot er iemand komt die sterker is dan hij en hem in zijn bewegingsruimte inperkt of helemaal fijnknijpt." (blz.117)

"Een massa kan sneller worden opgehitst en tot actie worden aangezet, afhankelijk van het kaliber van de leiders. Dat Minke een man met aanzien was staat buiten kijf, maar nu zullen er vermoedelijk lokale leiders opstaan die we nog niet zo goed kennen." (blz.123)

3. Opmerkingen die het karakter van richtlijnen en politieke boodschappen van het hedendaags communisme hebben, zoals de volgende:

"De tijd was voorbij voor mensen als Pitoeng. Met moed en terreur als enig kapitaal kan niet veel meer worden bereikt in deze moderne tijd. Dit is de tijd van wetenschap en kennis. Alles wordt daarnaar afgemeten en afgewogen, het is de tijd van leiders in het denken die zelf niet meer het strijdperk hoeven te betreden zoals Pitoeng dat nog had gedaan. Het is de macht van het denken dat leiding geeft, niet moed en terreur." (blz.73/74)

4. Opmerkingen die impliciet kunnen worden beschouwd als critiseren van nationale culturele waarden. Zij zijn gericht op het laten verwelken van de Pancasila-ideologie:

"'In de eerste plaats omdat dit volk gelijkheid, uniformiteit zoekt en verschillen vergeet, teneinde sociale onrust te voorkomen. Dat is het principe waarvoor iedere Javaan buigt en beeft. En zo vallen de Javanen van het ene compromis in het andere, en verliezen ze alle principes. Principieel prefereren ze aanpassing boven conflict.'" (blz.80)

5. Analyses die beschouwd kunnen worden als bevattende de theorie van dialectische ontwikkeling, Marxistische historisch materialisme. Volgens de Marxistische theorie vormt ontwikkeling een onvermijdelijke historische wet. De mensheid kan het niet stoppen, alleen versnellen of vertragen.

"Inderdaad hadden aanvankelijk de brahmanen de macht over de mensheid gehad, om vervolgens ten val gebracht en vervangen te worden door de satria's. De Franse Revolutie had vervolgens prachtig laten zien hoe de satria's ten val werden gebracht en waren vervangen door de waisja's, de handelaars en de handwerkslieden." (blz.130)

"Uiteraard liet de held diepe en wellicht blijvende sporen na in het leven van de organisatie in de toekomst, maar belangrijker is hoe die organisatie in de moderne geschiedenis van Indië een plaats vond en daarbij Indië en de mensen veranderde, overeenkomstig de idealen die geformuleerd, bevochten en ontwikkeld werden als inhoud van die organisatie zelf." (blz.195)

"Wat hij ook doet om de ontwikkeling van een organisatie tegen te houden, hij zal verliezen. De geschiedenis schrijdt nu eenmaal voort volgens haar eigen wetmatigheden. Nu representeert zij nog de belangen van de autoriteiten in Nederlandsch-Indië, maar de vooruitgang is een alomvattende beweging in het leven van de mens op aarde, ze is de levenslijn der mensheid en iedereen die zich daartegen verzet, een groep, een stam, een volk of een individu, zal het onderspit delven. Ook Nederlandsch-Indie en ikzelf. En ik besef dat dit zal gebeuren, eens, mischien spoedig, misschien later..." (blz.195)

"'Raden Mas Minke is verbannen. De Sjarikat sterft niet af en ze hebben onlangs een intellectueel gevonden die hem zal gaan vervangen. Mas Tjokro is zijn naam, een klerk bij de Borsumij Soerabaja. Als Mas Tjokro gearresteerd en verbannen wordt, zal er wel weer een andere intellectueel opstaan, enzovoort, enzovoort.'" (blz.134)

6. Opmerkingen die nationale morele waarden kleineren:

"Daar mag je ons niet op aankijken. Je eigen voorouders wisten niet wat rechtvaardigheid was. Bommen hebben geen rechtvaardigheid nodig (althans niet volgens de heer L.). Zoek jij maar eens het woord voor rechtvaardigheid in je moedertaal. Je kunt ernaar zoeken tot je er halfdood bij neer valt. Je kunt zoeken tot je haar grijs is geworden. Je zult het niet vinden." (blz.190/191)

"De kinderen van de Europese volken zijn goed af. Zij kunnen kritiek spuien, zij kunnen uitdrukking geven aan hun wantrouwen over een beleid, maar straf zullen ze daarvoor niet krijgen, laat staan dat ze worden verbannen. Zij die worden bekritiseerd en zij die kritiseren, raken niets kwijt, zeker niet hun vrijheid, integendeel zelfs, zij gaan steeds verder vooruit, omdat zij elkaar corrigeren....Probeer jij je vorsten maar eens te bekritiseren. Nog voordat je woorden zijn verklonken, lig je al doorboord door een zwaard op de grond." (blz.191)

7. Opmerkingen die lessen voor revolutie en agitatie en dergelijke bevatten:

"Hij had de slogan 'sama rata sama rasa' bedacht en die zo luid rondgebazuind dat ze zich razendsnel tot in alle uithoeken van Indië had verspreid, tot diep in de wouden van Borneo. Met die slogan spoorde hij de mensen aan tot een nieuwe houding: bestrijd allle rijken en alle ambtenaren, onverschillig van welke kleur! Hijj zaaide anarchie in het leven van de kolonie door te proberen de mensen terug te voeren naar een vorm van dorpsdemocratie zoals die in de dorpsrepubliek in voorhistorische tijden had bestaan." (blz.208)

8. Opmerkingen die proberen wraakgevoelens op te roepen:

'De ontdekking dat die verbanningen niets dan het werk van een gestoord man waren geweest, was een schok voor me geweest. En hoeveel meer ideeën en plannen zouden er niet zijn van mensen als hij, geestelijk gestoord, niet helemaal goed bij zijn hoofd, die inmiddels tot regels waren geworden in het bestuur van de kolonie?" (blz.231)

"Hij had toch zeker het volste recht om alles te schrijven wat hij wilde, memoires, bekentenissen, of wat ook maar? Dat was zijn goed recht. Alleen een schoft kon hem nu nog lastig vallen. Het volste recht! Het volste recht!" (blz.177)

9. Opmerkingen die de "arbeidswaarde-theorie" van Marx bevatten:

"In iedere sector van productie en diensten verschenen personen die leerden dat het ging om de mens en niet om de maschine en ook niet om het geld, en dat er tegenover menselijke kracht een passende beloning diende te staan. In de golven van arbeidsonrust werd geëist dat de lonen werden aangepast." (blz.282)

"Hij had de strijd niet verloren. Natuurlijk, hij was al zijn bezittingen kwijtgeraakt en zijn deposito was door het gouvernement bevroren, overeenkomstig de onwettige aanbevelingen van de commissie-de Lange. Hij was zomaar gescheiden van zijn vrouw die hem liefhad, en hij zou de prinses van Kasiroeta ook niet meer ontmoeten, omdat zij vorig jaar te horen had gekregen dat ze Java moest verlaten terwijl Raden Mas Minke zelf vermoedelijk geen toestemming zou krijgewn Java nog te verlaten als hij straks eenmaal was teruggekeerd. Hij was alles kwijtgeraakt, behalve gezag en grootsheid." (blz.315)

10. Een zin die het einde van de klassestrijd afschildert als revolutie:

Ginds, buiten mijn huis, buiten mijn kantoor, was een beweging op gang gekomen die bijna te vergelijken was met de gebeurtenissen vlak voor de Franse Revolutie. Alles stond roodgloeiend en het vuur zocht alleen nog het lont in het kruitvat." (blz.305)

11. Dialogen die praktische organisatie voorschriften verschaffen:

"'Belofte om me niet in te laten met politiek en organisatiewerk', siste hij." (blz.335-niet aangegeven)

"Zodra er meer dan twee mensen bij elkaar zijn, is er immers al sprake van een organisatie? Hoe meer mensen, hoe ingewikkelder en hoger de organisatievorm." (blz.336-niet aangegeven)

"'Vanaf de tijd van de profeet tot op de dag van vandaag,' en nu liet hij zijn stem dalen, 'is geen enkel mens vrij geweest van de macht van zijn medemensen, behalve de mensen die aan de kant worden geschoven omdat ze gek zijn.....en zo lang er mensen zijn die bevelen geven of bevelen krijgen, zolang er mensen zijn die overheersen of overheerst worden, is er sprake van politiek." (blz.336-niet aangegeven)

"Zolang een mens deel uitmaakt van een samenleving is hij georganiseerd, ook al is die samenleving nog zo klein." (blz.336)


* Origin: / De Zwarte Ster* / *31-70-3636755 / 14400 bps. / (16:31/10)
[terug]