De Vloekzang van Sentot
of De laatste dag der Hollanders op Java

Zult gij ons nog langer vertrappen,
Uw hart vereelten door het geld,
En, doof voor de eisch van recht en rede,
De zachtheid tergen tot geweld?

Dan zij de buffel ons ten voorbeeld,
Die sarrens moê de hoornen wet,
Den wreden drijver in de lucht werpt
En met zijn lompen poot verplet.

Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden,
Dan roll' de wraak langs berg en dal,
Dan stijg' de rook uit uw paleizen,
Dan trill' de lucht van 't moordgeschal.

Dan zullen wij onze oren streelen
Aan uwer vrouwen klaaggeschrei,
En staan, als juichende getuigen,
Om 't doodsbed van uw dwingelandij

Dan zullen wij uw kinderen slachten
En de onzen drenken met hun bloed,
Opdat der eeuwen schuld met rente,
Met woekerwinst word' vergoed.

En als de zon in 't Westen neerdaalt,
Beneveld door den damp van 't bloed,
Ontvangt zij in het doodsgerochel
De laatste Hollandsche afscheidsgroet.

En als de nachtelijke sluier
De rookende aarde heeft overdekt,
De jakhals de nog lauwe lijken
dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt ...

Dan voeren wij uw dochters henen,
En elke maagd wordt ons een boel,
Dan rusten wij aan haar blanke boezems
Van moordgetier en krijgsgewoel.

En als haar schand zal zijn voltrokken,
Als wij ons hebben moegekust,
Als elk tot walgens toe verzadigd,
Het hart van wraak, het lijf van lust ...

Dan tijgen wij aan 't banketteeren,
En de eerste toast is: `'t Batig Slot!'
De tweede toast: `aan Jezus Christus!'
De laatste dronk: `aan Neêrlands God!'

En als de zon in 't Oosten opdaagt,
Knielt elk Javaan voor Mohamed,
Wijl hij het zachtste volk der aarde
Van Christenhonden heeft gered.


uit: De Nestbevuilers, door Ewald Vanvugt.
[terug] [Weduwe van Indië] [Portret van Sicco] [top]